Bibliografie van Christian Perrissin
• De Jonge Jaren van Roodbaard
• El Niņo
• Roodbaard (deel 31 t/m 34)
KAAP HOORN 3
De Zwarte Engel van de Paramo


Enea Riboldi + Christian Perrissin • Medusa
56 p. (HC)
In de achtervolging

De drie nieuwste albums van Medusa hebben met elkaar gemeen dat de uitgeverij uit het Antwerpse er drie series uitpikte die het verdienden om vertaald te worden. Behalve dit openingscompliment is er in dit geval ook nog een toevallige overeenkomst. Alledrie albums hebben een achtervolging als steunpijler om een spannend verhaal te vertellen. Iemand die iemand anders achternazit, het is al miljoenen keren voorgedaan, maar het blijft werken om spanning mee te creëren. Alleen de invulling van de personages, de motieven, een decor en een tijdsvak bepalen de eigenheid van het achtervolgingsverhaal. Auteurs die dat ook nog sprankelend weten te brengen, hebben een voetje voor. Volg je ons doorheen deze combibespreking van Kaap Hoorn 3, Lijst 66 3 en Tatanka 2? Je bent nu toch al zo ver.

In Kaap Hoorn 3 is er eventjes een pauze gegund voor de mooie Anna Lawrence. Ze is gevangen genomen door de militie van Machilian (de Zwarte Engel van de Paramo), van wie Johannes Orth goud gestolen heeft, nadat hij een Engelse missiepost binnenviel. Met Anna als ruilmiddel hoopt hij Orth te pakken te krijgen, maar hij zit zelf ook gevangen. Een commandant van een naburig Argentijns legerkamp (we bevinden ons in Oushouaya in 1892) meent in Orth eeb lid van de Oostenrijks-Hongaarse keizerlijke familie te zien die ook ok al op de vlucht is. Nu goed, Anna weet te ontsnappen en dat zal ze geweten hebben. Een ware klopjacht is het gevolg terwijl de eerste veldslag in de geschiedenis van Vuurland nakend is.

In vergelijking met de vorige delen, laat Enea Riboldi af en toe steken vallen. Hopelijk verslapt zijn aandacht niet om van het vierde en laatste deel een spaktakel te maken. Aan het scenario van Christian Perrissin zal het alleszins niet liggen.


In Lijst 66 weten we ondertussen wie de Clown is. Hij is niet zomaar een seriemoordenaar met een vijs los, maar een huurmoordenaar in dienst van de KGB. In 1966, in volle Koude Oorlogtijd, betekende dat wel wat. Ook van de kant van de Amerikanen werd er niet gelachen met spionage. Alex Poliac is in het bezit van een lijst namen van spionnen die voor meerdere, elkaar beconcurrerende partijen de inzet is van een achtervolging. Alex vlucht met zijn zoontje doorheen de States. In deel 3 rijdt hij door de staat Kansas die net door een overstroming werd geteisterd. De Clown krijgt Alex' zoontje te pakken zodat de poppen nu pas goed aan het dansen gaan. Er is tegen dan al bloed gevloeid, zwaardere afrekeningen volgen spoedig.

Éric Stalner drijft de sanning verder de hoogte in. Hoe zelfzeker hij zich als tekenaar voelt, tonen de potloodlijnen aan die hij gewoon als definitieve lijnen gebruikt. Zo oogt het minder clean, zeg maar ruw. Dat pakt voortreffelijk uit voor scènes die zich in de natuur afspelen, in stadsdecors iets minder.


Tatanka torst een zware handicap. De covers zijn aartslelijk en schrikken potentiële lezers af. Jammer, want achter dat gedrocht schuilt een net wel prima getekend verhaal dat stijf staat van de spaning. De extreem-militante dierenrechtenorganisatie Tatanka is op de vlucht voor de overheid die in hen een ideale zondenbok zien voor het uitbreken van een levesngevaarlijk virus. De leden van Tatanka vinden een toevlucht op een landgoed van een milieuactivist die er dieren verzorgt. Brian heeft nog steeds niet opgebiecht dat hij eigenlijk een geïnfiltreerde journalist is. Een lotgenoot is hij alvast wel en hij komt met wat anders uit de kast dat een grote verrassing is voor de zelfdestructieve Kim. De twee anderen worstelen ook met persoonlijke problemen. Ondertussen zien we her en der de gevolgen van een met een dodelijk virus besmet aapje opduiken. Dat worft allemaal zodanig sterk gedoseerd, zodanig logisch ook, dat je na het lezen van het album geheid je handen gaat wassen. De film Outbreak blijft zijn schaduw werpen over Tatanka, maar de uitwerking is fris genoeg om op te houden met het maken van de vergelijking.

> DAVID STEENHUYSE — juni 2012