Bibliografie van Hermann
• Afrika
• Bernard Prince
• Bloedbanden
• Caatinga
• Comanche
• De Bloedbruiloft
• De Duivel der Zeven Zeeën
• De Torens van Schemerwoude
• Dracula (deel 1)
• Een Nacht met Volle Maan
• Het Buitensporige Leven van de Nylon Man
• Jeremiah
• Jugurtha (deel 1, 2)
• Lugubere Verhalen
• Lugubere Verhalen
• Manhattan Beach 1957
• Missié Vandisandi
• Missié Vandisandi
• Nick
• Sarajevo-Tango
• Station 16
• Terug naar Congo
• The Girl from Ipanema
• Wild Bill is Vermoord
• Zhong Huo
Bibliografie van Yves H.
• Bernard Prince
• Bloedbanden
• De Duivel der Zeven Zeeën
• Dracula
• Een Nacht met Volle Maan
• Het Geheim van de Hond-Mensen
• Manhattan Beach 1957
• Schemerwoude (vanaf deel 12)
• Station 16
• Terug naar Congo
• The Girl from Ipanema
• Zhong Huo
SCHEMERWOUDE 13
Dulle Griet


Hermann + Yves H. • Glénat
48 p. (SC)
De legende van De Gulle Friet
In het intussen dertiende verhaal over het Schemerwoude-geslacht, bevindt een telg zich in het Vlaanderen van het midden van de zestiende eeuw, de tijd van Bruegel. Die schilderde ooit een werk waarop een ietwat gekke huisvrouw rondloopt op een slagveld, op weg naar de poorten van de hel. Bruegel vernoemde zijn werk naar zijn favoriete eethuis "De Gulle Friet", alwaar hij het apocalyptische beeld meende gezien te hebben, na een paar potten gerstenat. De tand des tijds was echter ongenadig voor de eerste commerciële boodschap in de geschiedenis en de naam van het kunstwerk evolueerde uiteindelijk naar De Dulle Griet. Maar bon, deze educatief verantwoorde geschiedenisles wordt in dit album niét naverteld door de familie Huppen. In plaats daarvan stoppen vader en zoon het beeld uit het schilderij, de historische achtergrond van de reformatie en Charles De Costers legende over Tijl Uilenspiegel bij elkaar. Meer dan ooit dient de Schemerwoude-clan daarbij slechts als kapstok, als een toevallige voorbijganger in het verhaal. Zij vormen sinds het einde van de eerste cyclus een rode draad, een (erg onfortuinlijke) Timoer, die wij mogen vergezellen op hun tocht door het middeleeuwse Europa.

Een middeleeuws Europa waarin ook de marketingmensen van de uitgeverij zich ongetwijfeld bevinden, want dit is ook een album van gemiste kansen. We dromen, misschien, maar dit album was dé kans om Schemerwoude een verkoopstopper te maken in Vlaanderen. Maar nee: geen reclamecampagne rond de middeleeuwen in Vlaanderen, eventueel in combinatie met iets rond Bruegel. Geen aanzet om de reeks te promoten voor gebruik in de lessen geschiedenis op school. Ook niet, zoals voor de Franstalige lezers, een speciaal extra album over de Schemerwoude-reeks. Nee, de Nederlandstalige lezers krijgen een ticketje voor het ziekenhuis. Een bezoek aan de radiologie is immers noodzakelijk om te checken of er geen breuken zijn van teveel op onze kin te kloppen. Maar laat dat de pret niet drukken. Want Yves H. en vader Hermann zijn in goede doen. Ze shaken alle voornoemde losse ideetjes samen tot een prachtige mix van geschiedenis en legende, doorspekt met enkele erg treffende hommages aan meester Bruegel zelf.

Het is intussen duidelijk dat Yves H. meer en meer zijn stempel begint te drukken op het werk van zijn vader. En de impact is niet gering. Schemerwoude is geëvolueerd van een erg beeldende en veeleisende vertelling à la The Name of the Rose, naar een meer Cartesiaans relaas in de stijl van Kingdom of Heaven. In het begin vonden we dat erg. Maar Yves H. vindt steeds meer zijn draai in het vertellen en papa Hermann vindt klaarblijkelijk steeds meer plezier in het rechtstreeks schilderen van zijn geestesfamilie, die blijkbaar nog steeds hun kasteel niet terug hebben. En eerlijk: eigenlijk kan het ons intussen geen barst meer schelen of ze dat kasteel nog ooit heroveren. Zolang ze maar terecht komen in boeiende settings, in prachtige landschappen — zoals nu het winterse Vlaanderen — en nog net de tijd hebben om zich voort te planten, zodat we van een vervolg verzekerd zijn. Dit mag dan wel een strip over het verleden blijven, het is een strip met een toekomst. Wat ons betreft: eentje van goud!
> PETER D'HERDT — september 2006