Bibliografie van David Prudhomme
• Rébétiko
Bibliografie van Pascal Rabaté
• De Feestwinkel
• Een Tweede Jeugd
• Ibicus
• Losse Tongen
DE MARIA VAN PLASTIC 


David Prudhomme + Pascal Rabaté • Oog & Blik | De Bezige Bij
120 p. (HC)
Chirurgische precisie

Voor een keertje tekende Pascal Rabaté (dezer dagen druk bezig met de verfilming van Een Tweede Jeugd die hij zelf regisseert) niet zelf een album op eigen scenario. De Maria van Plastic liet hij over aan David Prudhomme die weliswaar dicht aanschurkt bij de tekenstijl van de auteur van Ibicus. Tien jaar geleden maakten ze samen al de twee albums Jacques A Dit en Le Jeu du Foulard. In het Frans verscheen De Maria van Plastic als tweeluik en als integrale en is al een jaar of twee-drie jong, maar voor de rest geheel tijdloos.

In het Franse plattelandsdorpje Bazouges wonen de gelovige oma en haar kribbige echtgenoot Edouard in bij hun goedmoedige zoon Paul en zijn gezin. Paul is gehuwd met Françoise, de zuster van zijn buurman en collega Jérome. En zij heeft schoon genoeg van het gekibbel van opa en oma. Na een zoveelste ruzie aan de eettafel komt het tot een uitbarsting en dreigementen. Oma plaatst vervolgens een plastieken Mariabeeldje op de tv die ze van haar recente reisje naar Lourdes meenam. Opa, een lid van de communistische partij, hangt er prompt een portret van Lenin boven. Op de dag van het vormsel van de kleindochter des huizes begint het beeldje bloed te wenen uit haar ogen. Het nieuws raakt snel bekend in het dorp. Het huis wordt een bedevaartsoord tegen wil en dank van het uitgebreide gezin hoewel de dorpelingen zich niet komen opdringen. Opa Edouard denkt er allemaal het zijne van en onderneemt actie. Maar het komt tot een ongelukkige val wat de kenteringen in het gezin in een maalstroom brengt. Op de koop toe komen twee onderzoekers van het Vaticaan langs om de echtheid van het mirakel te onderzoeken.

Wat de oorzaak van het godswonder is, heeft geen belang. Veel meer dan dat wil Rabaté de moeilijkheden van samenwonende generaties blootleggen, laagje voor laagje en met een chirurgische precisie. Onder elke laag komen verrassingen tevoorschijn, maar steeds geloofwaardig en warm gepresenteerd en met respect voor de ontwikkelde karakters van de personages. Net zoals in Een Tweede Jeugd neemt Rabaté zijn tijd om het verhaal op te bouwen. Pas in de helft van het album worden er effectief tranen van bloed gevloeid. Tegen dan ben je stuk voor stuk van de personages beginnen houden.

> DAVID STEENHUYSE — juli 2009