Bibliografie van Naoki Urasawa
• Monster
• Pluto
• Pluto
20TH CENTURY BOYS 9


Naoki Urasawa • GlÚnat
216 p. (SC)
Bloedstolling en kippenvel

Maar hoe is dat toch mogelijk om met elk nieuw deel zo ferm uit de hoek te komen? En deze vraag is dan nog niet op 20th Century Boys alleen toegespitst. We hebben nog maar net het spannende deel 10 van Monster bij Kana achter de rug of daar volgt Glénat met een nieuwe episode in het nóg spannender 20th Century Boys. Wij moeten gewoonweg stoppen om Naoki Urasawa te vergelijken met stripauteurs, filmmakers en andere schrijvers om onze loftuitingen kracht bij te zetten. Zij moeten net getoetst worden aan wat Urasawa presteert!

Meer dan ooit slingert het verhaal zich rond Kanna, het nichtje van Kenji dat tijdens het grote Millenniumbloedblad sneuvelde. Zij wil koste wat het kost weerwerk bieden aan Vriend die als een internationale held wordt gezien in zijn vermeende strijd tegen het terrorisme. Slechts weinigen weten hoe de vork in de steel zit en dan nog weet zo goed als niemand wie Vriend écht is. Kyoko (die sinds het vorige deel in een virtueel game is verwikkeld) moet haar ontdekking alleszins bekopen met haar leven. Voor Kanna luidt de opdracht om mensen te mobiliseren. En daarvoor moet ze eerst een kapitaal bijeen vergaren. Of in dit geval: bijeen gokken.

Urasawa zet de definitie van een pageturner scherper. Wij zijn al geen trage lezers (wat wil je ook, met zo'n toren nog te lezen strips), maar vooral bij de kaartspelscène in het casino konden we niet snel genoeg het vervolg lezen. James Bond is hier niets bij. Wij overdrijven niet als we beweren dat we ons hart sneller voelden kloppen en we het zweet in onze poriën voelden losbarsten. Nog zo'n sterke scène was de opkomst van geïnteresseerden (ook al gebeurde dat door foute drijfveren), een waar kippenvelmoment. Tot slot leidden de laatste paar hoofdstukken tot een mentale zoektocht naar een perfecte omschrijving van wat we op papier voor onze ogen zagen passeren. "Bloedstollend" benadert deze perfectie. Urasawa is een immens voorbeeld voor wie ooit zelf een spannende thriller met een superieur vertelritme wil schrijven. Zijn lezers kunnen het voorlopig met het origineel stellen.

> DAVID STEENHUYSE — oktober 2008