Bibliografie van Fred de Heij
• 'n Net Meisje
• 't Landje
• Afgezaagd
• Frans en Suzanne
• Haas
• Phinny
• Pulpman
• Pulpmania
• Spaanders
• Vintage
DE ZEEMEEUW 


Fred de Heij • Xtra
88 p. (SC)
Een begin en een einde

Out of the blue kwam De Zeemeeuw uit bij Xtra. Van dezelfde auteur lazen we eerst Spaanders, een bundel erotisch-pornografische kortverhaaltjes met een langer verhaal. Onze hersenen stonden nog op blootmodus toen we De Zeemeeuw begonnen lezen.

Saskia en Anne zijn twee weesmeisjes die hun bestaan als meid voor alle werk bij respectievelijk een vissersfamilie en een herberg niet langer zien zitten. Hun gemeenschappelijke vriend Bart monsterde net aan op een handelsschip dat naar het oosten afvaart. De twee meiden zien een avontuurlijk leven op zee wel zitten, liever dan terug naar het weeshuis te moeten. Dus stelen ze een vissersbootje en varen het schip na. Daar worden ze opgepikt door de bemanning. In plaats van als speeltje behandeld te worden of een ranseling te krijgen voor hun verstekelingspoging, raken ze snel aanvaard door de matrozen en de kapitein. Enkel met de bootsman vlot het niet.

Onze penetratieverwachting slonk gelukkig snel. De opeenvolgende episodes in deze 86 pagina's tellende uitgave vormen een afgerond verhaal waarin de twee pientere meisjes hun mannetje aan boord en op land wel staan. Ze verschalken piraten, trekken op schattenjacht, bevrijden de gevangen genomen bemanning door een Spaanse gouverneur en weten het leven aan boord plezanter te maken. Het plagerige spel met de matrozen Bart en Coen is daar dikwijls de aanleiding voor.

Fred de Heij maakte de verhalen voor het Nederlandse meisjesweekblad Tina. Ook al moet hij zich duidelijk houden aan enkele conventies en beperkingen, toch weet hij de best aardige en spannende verhalen te tillen boven een bepaalde braafheid. Enkel het moraliserende, Willy Vandersteen-achtige briefje in een gevonden schatkist was er te veel aan. Voor de rest moeten we er ons niet te veel vragen bij stellen. Het is avontuur zonder meer met een begin en een einde.

> DAVID STEENHUYSE — juli 2008