
| |
Dit
is archiefpagina 2 van de rubriek Klare
Taal.
Klik verder naar de volgende updates:
|
|
|
| |
23/06 |
|
 |
| |
Owly
(besproken door Jeroen François) |
Ruzies,
geweld, bedrog,... ik mag dan wel een pacifist
zijn en van zulke mistoestanden gruwen als
ik ze in de krant lees, maar in strips, romans
en films zijn het broodnodige ingrediënten
voor een lekker spannend verhaal. Maar is
het om onbewust mijn geweten te sussen dat
ik ook een boon heb voor verhalen waarin er
van conflicten helemaal geen sprake is?
Owly van de Amerikaan Andy Runton
is zo'n voorbeeld. Een onweerstaanbare schattige
strip, niet op het naïeve af, maar er
mijlen aan voorbij. Owly is een jonge uil
die samen met zijn boezemvriend Wormy, een
worm, in een boomhuis woont. Hij is erg behulpzaam
en doet niets liever dan andere bosbewoners
uit de nood helpen. De belangrijkste thema's
van de strips zijn dan ook vriendschap, samenwerking
en het overwinnen van angst voor het onbekende.
Van
Owly verschenen zes albums bij uitgeverij
Top Shelf. Het laatste album,
een verzameling van kortverhalen die eerder
elders werden gepubliceerd, verscheen in 2008.
Daarin vertelt Andy Runton hoe Owly geboren
werd: als een doedel op een post-itblaadje.
Toen hij nog thuis woonde, werkte hij vaak
tot laat in de nacht aan designprojecten.
Hij had de gewoonte om voor het slapengaan
een bericht voor zijn moeder achter te laten
met de vraag hem op een bepaald tijdstip te
wekken. Omdat zijn moeder hem altijd haar
nachtuil noemde, versierde hij zijn berichten
telkens met een snoezige uil. Toen hij later
met het idee speelde om een strip te maken,
hoefde hij niet lang te zoeken naar het hoofdpersonage.
| |
VOORBEELD
VAN EEN TEKSTLOZE DIALOOG |
|
|
|
Owly is een grotendeels tekstloze
strip. De gesprekken en gedachten van de personages
verschijnen als tekening in de tekstballonnen.
De enige teksten zijn opschriften of bladzijden
uit boeken die Owly raadpleegt. Je hoeft dus
het Engels niet machtig te zijn om van Owly
te kunnen genieten. Het is dan ook in eerste
instantie een kinderstrip, niet alleen door
de eenvoudige, maar aanstekelijke verhalen,
maar ook door de schattige, wat cartooneske
tekeningen. Maar volwassenen hoeven deze strip
zeker niet links te laten liggen. Het mag
dan misschien wat te goody-goody
overkomen, de thema's zijn universeel, de
emoties authentiek en het tekenwerk uitmuntend.
Op de website
van Andy Runton kan je trouwens gratis en
legaal enkele kortverhalen downloaden. Zeker
doen als je op zoek bent naar een beestig
goede feelgoodstrip.
| |
EEN
VAN DE COMPLETE VERHAALTJES |
|
|
|
|
|
| |
09/06 |
|
 |
| |
Le
Ciel au-dessus du Louvre /
The Sky over the Louvre (besproken
door Koen Claeys) |
 |
|
Het
Louvre in Parijs stelde in 2009 het werk van
vijf striptekenaars tentoon: de Fransen Nicolas
de Crécy, Marc-Antoine
Mathieu en Eric Liberge,
de Japanner Hirohiko Araki en
de Belgische stripgod Bernar Yslaire
(Bernard Hislaire). Tevens
maakten deze vijf in opdracht van het Louvre
elk een strip waarin het museum op een of
andere wijze een rol speelt. Voor dit project
bundelde Yslaire de krachten met Jean-Claude
Carrière, hier voornamelijk
bekend als schrijver van de scenario's van
filmklassiekers als Belle de Jour, The
Unbearable Lightness of Being en Cyrano
de Bergerac. Het 72 pagina's tellende
album verscheen in hardcover bij Futuropolis
(Franse editie) en NBM Publishing
Company (Engels).

Het boek speelt zich af tijdens de eerste
jaren van de Franse Revolutie, tijdens het
schrikbewind van Maximilien
de Robespierre en Louis
Antoine Simon de Saint-Just,
toen de guillotine een einde maakte aan duizenden
levens. In deze bloederige periode wordt het
voormalige koninklijke paleis, het Louvre,
geopend als museum.

Het verhaal vangt aan wanneer de schilder
Jacques-Louis David zijn beroemdste schilderij,
over de moord van zijn vriend Marat, net heeft
afgewerkt. David toont het in zijn atelier,
dat zich in het Louvre bevindt, aan Robespierre.
Daar wijst hij hem op de subtiele verwijzingen
in het schilderwerk naar de kruisiging van
Christus. Robespierre wil echter met de revolutie
een nieuwe start aan de Franse natie geven
waarbij onder andere de Cultus van de Rede
de Rooms-Katholieke kerk moet vervangen. Hij
geeft David de opdracht om het nieuwe Opperwezen
met zijn penseel vorm te geven.

Rond die tijd ontmoet David de Joodse jongen
Jules en lijkt hij zijn muze gevonden te hebben.
David besluit om een schilderij te maken van
de dertienjarige martelaar Joseph Bara in
plaats van een afbeelding van het Opperwezen,
bewust ingaand tegen wat Robespierre van hem
verlangt. Daarbovenop zal Jules, die publiekelijk
uitspraken tegen het nieuwe Frankrijk uitte,
hiervoor model staan. Telkens wanneer Robespierre
naar het schilderij vraagt, houdt David hem
aan het lijntje, maar hoelang kan hij dit
nog volhouden?

Carrières eerste stripscenario is niet
minder dan grandioos. Met een minimum aan
woord en beeld bereikt hij een maximaal resultaat.
Aan de hand van twintig korte hoofdstukjes
van elk gemiddeld vier pagina's krijg je een
meeslepende geschiedenisles voorgeschoteld,
niet gespeend van spanning en emoties.
Het tekenwerk van Yslaire, een meester in
het neerzetten van passie, is weer om duimen
en vingers bij af te likken. Niet vies van
experimenteerdrang combineert hij soms binnen
eenzelfde stripplaatje zeer gedetailleerd
tekenwerk met schetsen. Het lijkt alsof de
artiest geen tijd genoeg had om zijn tekenplaten
af te werken, zeer passend bij een verhaal
over een schilderij dat gedoemd lijkt om nooit
te worden afgewerkt. Door de toegepaste sepiatinten,
aangevuld met bloedrode accenten, wordt het
dramatische effect nog wat opgekrikt.
Dit is zo'n boek dat werkt op meerdere niveaus
en zal blijven boeien na enkele leesbeurten.
Het is zeer spijtig dat er (voorlopig?) geen
Nederlandstalige editie van dit hoogtepunt
in Yslaires repertoire komt. Als je het Frans
of het Engels machtig bent, laat dit pareltje
dan niet aan jou voorbijgaan. |
|
| |
02/06 |
|
 |
| |
Elephantmen
(besproken door Peter Moerenhout) |
 |
|
Blacksad,
Inspecteur Canardo, Donjon, Maus en nog
een hele resem anderen: antropomorfisme is
een wijd verspreid gegeven in stripverhalen.
In het ene geval staan de sprekende dieren
symbool voor de karakters van de personages
die ze verbeelden, in andere gevallen dient
de dierenkop slechts als toegevoegde entertainmentwaarde.
Zeldzamer zijn de strips waarin antropomorfe
personages een wereld delen met 'normale mensen',
hoewel dat meestal wel tot interessante toestanden
leidt. Elephantmen is zo'n strip
en het feit dat de comic zich in de toekomst
afspeelt, maakt de zaken er nog boeiender
op.
Sciencefiction kan alle gedaanten aannemen,
maar mijn persoonlijke voorkeur gaat toch
uit naar het soort van toekomstvisies die
commentaar geven op ons huidige tijdsgewricht.
Verhalen die meer zijn dan de som hunner delen
omdat ze ons, dankzij clevere analyses en
wat als-scenario's, een spiegel voorhouden.
Elephantmen is dat soort strip.
In 2224 ontwikkelt MAPPO, een duivelse multinational,
een procedure om hybriden te maken van mens
en dier. Omdat deze praktijken verboden zijn
in het grootste deel van de wereld hebben
zij hun basis in Noord-Afrika. Gezien de ligging
van de kweekfabriek kiest men ervoor om inheemse
diersoorten te gebruiken voor deze experimenten:
wrattenzwijnen, nijlpaarden, zebra's, kamelen,
krokodillen, neushoorns en olifanten. De keuze
voor deze soorten heeft nog een onderliggende
reden die terug te leiden is op het doel van
MAPPO: winst maken. En welke business is een
van de meest winstgevende ter wereld? Wapens...
De Elephantmen worden getraind om te dienen
als soldaat. Krachtige monsters, immuun voor
conventionele giffen, toegevoegde extra's
zoals een goed ontwikkelde reukzin en vooral:
geen moraal...
 |
|
In 2225 neemt de Centrale Afrikaanse Alliantie
MAPPO in de arm om een privéleger voor
hen te ontwikkelen. Tegen 2239 is heel Europa
herleid tot een slagveld waarop de Elephantmen
in dienst van Afrika strijden tegen een andere
opkomende grootmacht: China. De oorlog duurt
tot de UN zich moeit in het conflict en MAPPO
laat sluiten. Duizenden Elephantmen worden
gevangengenomen. Omdat zij eigenlijk slechts
gebrainwashte en onschuldige instrumenten
waren in de handen van dictators wordt er,
onder druk van burgerrechtenbewegingen, een
rehabiliteringsprogramma voor hen opgestart.
Het eerste nummer van de stripreeks start
in 2259, de Elephantmen wonen nu vreedzaam
onder de gewone mensen. Om de Elephantmen
te controleren en tegen hen op te treden bij
eventuele problemen werd een bureau in het
leven geroepen: The Information Agency. Het
is daar dat het hoofdpersonage van de reeks,
een hybride nijpaard genaamd Hip Flask, in
een adviserende capaciteit werkt.
Hip mag dan wel het hoofdpersonage van de
reeks zijn, maar in principe krijgen de andere
personages evenveel tijd in de spotlichten.
Het leven van andere Elephantmen, gewone mensen
die hun leven drastisch zien veranderen door
contact met de Elephantmen en diegenen die
de Elephantmen een kwaad hart toedragen, worden
allen door een ingenieuze plotopbouw aan het
woord gelaten. De reeks zit immers zo in elkaar
dat elk afzonderlijk deeltje focust op één
blik van één personage op de
gang van zaken in de verhalen. Zo krijg je
als lezer steeds een afgerond geheel, wat
positief is, en bovendien zorgt deze aanpak
ervoor dat de personages en het verhaal veel
diepgang krijgen.
 |
|
Er zit daarnaast uiteraard ook een rode draad
in het verhaal. Verschillende zelfs. Enerzijds
is er de vraag wat er gebeurd is met de Elephantmen
sinds hun rehabilitatie en anderzijds is er
de verdoken strijd van MAPPO om de Elephantmen
weer in hun klauwen te krijgen. Deze verhaallijnen
zijn spannend en nodig om de plot gaande te
houden maar toch zijn het de individuele belevenissen
en de geschiedenis van de personages die het
meeste kunnen boeien. Interessante thema's
als liefde, ras, economie en liefdadigheid
worden aan de hand van het concept, en vooral
door de schrijfstijl, zeer diep uitgepuurd.
Die schrijfstijl loopt over van een zeer scherp
inzicht en een groot mededogen met het dier
'de mens' en getuigt daarmee van het schrijftalent
van de auteur.
Dat is des te verrassender want de schrijver,
Richard Starkins, is eigenlijk
letteraar van beroep. Zijn bedrijf
Comicraft, gespecialiseerd in het
ontwerpen van titellogo's en lettertypes voor
strips, had in de jaren 1990 nood aan een
eigen personage om in reclames te kunnen gebruiken.
Hip Flask werd door Starkings ontworpen en
was eigenlijk bedoeld als een soort van film
noir detective. Het figuurtje werd al snel
populair en Starkings begon vragen te krijgen
over de achtergrond van Hip. In 2002 waagde
Starkings zich met schrijver Joe Kelly
aan een vijf delen tellende serie over Hip,
genaamd Hip Flask.
En hier wordt het een beetje raar... Die eerste
reeks speelt zich immers nog drie jaar verder
in de toekomst af. De huidige Elephantmen
is dus eigenlijk een soort van langgerekte
prequel.
Om de zaken nog ingewikkelder te maken zijn
er tussen 2002 en 2006 slechts drie van de
vijf delen van Hip Flask verschenen.
Het verhaal is dus nog niet af. De reden daarvoor
is de werkdruk van de tekenaar die Hip
Flask voor zijn rekening nam: Ladrönn.
De man heeft simpelweg te weinig tijd om de
reeks in één ruk af te maken.
Op scenario van Alejandro Jodorowsky
werkt hij momenteel bijvoorbeeld aan Final
Incal.
Omdat Starkings wou dat de reeks Hip Flask
volledig door Ladrönn getekend wordt,
maar hij toch boordevol ideeën zat voor
de wereld van de Elephantmen startte hij in
2006 de reeks Elephantmen.
 |
|
Alsof die hele geschiedenis nog niet verwarrend
genoeg was heeft hij binnen die reeks ook
enkele spin-offs bij elkaar gepend. De belangrijkste
daarvan kregen de ondertitel War Toys
mee. Deze deeltjes spelen zich af tijdens
de oorlog op het Europese continent.
Onderaan dit artikel lijst ik alle deeltjes
voor je op, maar voor de duidelijkheid en
compleetheid zou ik in jouw plaats toch opteren
om de verzamelbundels te kopen als je interesse
gewekt is. Zo ben je zeker dat je alle deeltjes
bij elkaar hebt en hoef je je ook niet te
laten afschrikken door het in deze paragraaf
beschreven gedoe. De reeks is het immers waard
om gelezen te worden.
Elephantmen kende in de afgelopen
vijf jaar en vierendertig afleveringen een
resem tekenaars en het zou ons nog ettelijke
paragrafen verder leiden, moest ik die allemaal
afzonderlijk bespreken, maar sta me toe om
te zeggen dat de tekenstijl van een zeer hoog
niveau is en dat de inkleuring, die aan airbrush
doet denken, het geheel een consistente en
dromerige sfeer meegeeft.
 |
|
Voor wie nog niet overtuigd is en nog wat
meer over de streep moet getrokken worden,
heb ik nog twee woorden: Blade Runner,
maar dan langer en met meer diepgang. Trek
je nu je neus op? Geen probleem, maar krult
er een glimlach rond je lippen, dan is Elephantmen
iets voor jou.
Beschikbaarheid
• Hip Flask: drie delen. Er is een bundeling
van deel 2 en 3 beschikbaar: Hip Flask:
Concrete Jungle.
• Elephant Men - War Toys, volume 1:
drie deeltjes, beschikbaar in één
bundel.
• Elephantmen: War Toys, volume 2 -
Enemy Species: één deel.
• Elephantmen: War Toys - Yvette: één
deel.
• Captain Stoneheart and the Truth Fairy
Hardcover: één deel
• Elephantmen: 34 deeltjes beschikbaar
waarvan de eerste dertig in de volgende bundelingen
(softcover en hardcover) verschenen:
- Volume 1: Wounded Animals: nr. 0 tot 7.
- Volume 2: Fatal Disease: nr. 8 tot 15 +
De Pilot.
- Volume 3: Dangerous Liasons: nr. 16 tot
23.
- Volume 4: Questionable Things: nr. 24 tot
30.
Favoriete
scène
Deze keer geen prentjes, maar een link. Op
de site van Elephantmen kan je immers
het eerste nummer van de reeks volledig gratis
lezen.
In dit deel, See the Elephantmen,
wordt de geschiedenis van de Elephantmen uit
de doeken gedaan aan de hand van een gesprek
tussen Ebony Hide, een hybride olifant, en
een klein meisje. Scènes tussen die
twee en flashbacks wisselen elkaar af. Het
was dit nummer dat me onherroepelijk de reeks
in sleurde. Alles eraan klopt: van de grappige
en rake dialogen tot de vragen over rassenhaat
en de doorwrochte emoties.
Ik hoop dat je er evenveel van kunt genieten:
www.hipflask.com/elephantmen/preview.html
MEER BESPREKINGEN VAN
PETER MOERENHOUT: http://petermoerenhout.wordpress.com |
|
| |
20/05 |
|
 |
| |
Saving
Human Being (besproken
door David Steenhuyse) |
In
dezelfde week dat ik het aan mijn botten voelde
dat Love
een album is dat de moeite is, viel mijn oog
geheel toevallig op een andere gloednieuwe
strip van de Franse uitgeverij Ankama,
gespecialiseerd in manga's. Saving Human
Being is geen manga. Het ziet eruit en
het leest helemaal als een Europese strip.
De tekenaar is de Chinees Zhang Xiaoyu
van wie in het Nederlands sinds vorig jaar
de reeks Kruisvaart loopt bij Daedalus.
Deel 2 verscheen nog maar recent.
De cover doet een mix van sciencefiction en
fantasy vermoeden. Is het een robot en een
elfje? En had ik wel zin in zoiets? Doorgaans
niet. Een doorbladering bracht soelaas. Twee
prenten op verschillende pagina's overtuigden
me meteen. Ze straalden emoties en drama uit
en het was allerminst een miskoop. Saving
Being Human is een ingetogen verhaal,
gebaseerd op een Chinese roman. En er is geen
fantasy mee gemoeid.
Het verhaal begint met de aan de waanzin grenzende
oproep van een wanhopige man die aan een robot
om water vraagt. De robot ziet het als zijn
missie om de man te redden en verlaat het
in een woestijn neergestorte ruimtevrachtschip
met een lege jerrycan. 1.238 dagen later vindt
hij een oase waar een vrouw net de was doet.
Een volgend moment staat hij oog in oog met
haar dochtertje Boya. De vrouw wordt snel
gerustgesteld. Terwijl de robot zijn jerrycan
vult, gooit Boya een steen tegen het metalen
hoofd. Een band is gesmeed. De robot wenst
moeder en dochter tot ziens en wandelt terug
naar de man die hij verliet.

Bij zijn terugkomst daagt het de robot dat
hij in zijn missie faalde. De man is steendood.
En opnieuw keert de robot terug naar de oase.
Daar vraagt hij hoe hij hen van dienst kan
zijn om hun leven te redden. De moeder vindt
er niets beter op dan hem in te schakelen
in het onderhouden van de gewassen. Tussen
de drie groeit een mooie band, maar de robot
kent natuurlijk geen gevoelens. Hij kan niet
triest zijn om de dood van Boya's vader die
omkwam in een oorlog die het gros van de wereldbevolking
omlegde. Deze oorlog woedt nog steeds. Alleen
de oase is een baken van peis en vree.
De afgeslotenheid van de locatie heeft nochtans
zijn beperkingen. De robot kan dan wel een
slang doden, tegen de dodelijke beet van het
serpent kan hij niets verhelpen. Daarvoor
is hij niet geprogrammeerd. Het kost Boya's
moeder het leven. Op haar sterfbed laat ze
de robot beloven dat hij haar hele leven voor
Boya zal zorgen. En bijkomend moet hij haar
binnen exact tien jaar aan een man helpen
buiten de woestijn.
Tien jaar later gooit Boya geen stenen meer
naar het hoofd van de robot, noch probeert
ze haar eten met hem te delen. Ze tuurt nog
het liefst in de verte. Of de robot zijn belofte
kan houden, laat ik liever in het midden.
Ik wil niet alles verklappen. De robot zien
we alleszins nog terug op een andere locatie
waar hij vechtrobots in een oogwenk kan herstellen.
Het besef dat hij een leger van robotten in
stand houdt, komt er pas wanneer hij de soldaten
met zijn vroegere twee protegees vergelijkt.
Zijn missie om de mens te redden interpreteert
hij terstond op een andere manier. Hij komt
tot een radicale beslissing die hij voor een
keer zelf maakt.

Dat een metalen geval ook emoties kan hebben,
bewees de geniale Pixar-film
Wall•E. In het nu en dan eveneens
lichtkomische Saving Human Being
moet je de onderliggende emoties er wat zelf
uit halen. De dialogen zijn schaars, het gezicht
van de robot is strak en expressieloos. Door
zijn interactie met Boya en haar moeder en
zijn reacties op hun gemis komen de gevoelens
in al hun subtiliteit naar boven. De robot
heeft geen Pinokkio-complex. Hij wil geen
mens worden en ziet het niet als een taak
om hen te begrijpen, behalve als het hem zou
helpen zijn missie te volbrengen. Je leest
ook niet dat hij per se gevoelens wil leren
hebben. Daarom stapt Saving Human Being
met forse tred naast de platgetreden
clichépaadjes zonder aan eenvoud te
verliezen. De opeenvolgende verhaalwendingen
zijn verrassend, het einde is een ware climax.

Omdat er zo weinig tekst is, zou je al met
een basiskennis Frans het verhaal moeten kunnen
begrijpen. Saving Human Being is
haast in die mate onbeschrijflijk perfect
dat het zonde zou zijn het als uitgever te
laten liggen... Mocht een potentiële
uitgever dit wondermooi vertelde, om al de
goeie redenen aangrijpende verhaal willen
uitgeven in het Nederlands ben ik bereid gratis
de vertaling te verzorgen. Beloofd! |
|
| |
06/05 |
|
 |
| |
Chew
(besproken door Peter Moerenhout) |

Tal van nominaties, prijzen, herdrukken en
lofuitingen zijn de reeks Chew ten
deel gevallen sinds het eerste nummer ervan
verscheen in 2009. Het succes van de reeks
bij het Engelslezende publiek kwam als een
donderslag bij heldere hemel. Schijnbaar vanuit
het niets kwamen schrijver John Layman
en tekenaar Robert Guillory
aankakken met deze strip die met geen enkele
voorgaande Amerikaanse stripserie te vergelijken
valt en tegelijk schatplichtig is aan veruit
de hele Amerikaanse popcultuur.
TERMINOLOGIE
Run: Een opeenvolging
van nummers binnen een bepaalde stripreeks
die één of meerdere afgeronde
verhalen brengt.
One-shot: Eén
verhaal in één comic,
meestal met personages uit een andere
hoofdreeks.
Limited serie: een
in afleveringen beperkte spin-off-serie
met personages uit een andere hoofdreeks.
Imprint: Een deel van
een uitgeverij (hier Image comics) dat
echter op redactioneel en creatief vlak
volledig losstaat van het moederbedrijf.
|
John
Layman was jarenlang een redacteur voor Wildstorm
Comics, een nu opgedoekte imprint
van Image Comics. Tussen
de soep en de patatten schreef hij weleens
een run, one-shot of een limited
serie van een andere reeks zoals Red
Sonja, Gen13 en Army of Darkness.
Echt succesvol waren deze niet te noemen,
net als de (trouwens niet onverdienstelijke)
graphic novels Puffed en Stay
Puffed. En dan komt hij plots op de proppen
met de creator owned reeks Chew.
Chew speelt zich af in een wereld
waarin de vogelgriep catastrofale gevolgen
kende. Miljoenen mensen verloren hun leven
aan het virus waarna de Amerikaanse overheid
het serveren of eten van gevogelte bij wet
verbood.
Tony Chew, een agent van het FDA (Federal
Food Agency), zag daardoor zijn job veranderen.
Eerst diende hij nog te controleren of de
inhoud van een blik bonen wel overeenstemt
met wat er op het etiket staat. Daarna kwam
hij terecht in een wervelend avontuur met
de allures van een Tarantino-film.
Het bereiden en nuttigen van kip staat nu
immers op gelijke criminele hoogte (of laagte)
als het verkopen of nemen van drugs.
Vergezocht? Wat dacht je van het feit dat
Tony een Cybopath is? In een soort van telepatische
flits herbeleeft hij ongecontroleerd de gehele
voorgeschiedenis van elk stukje voedsel dat
in zijn maag beland. Een eigenschap die van
dienst kan zijn voor een wetshandhaver maar
die het eten van een kotelet van een op gruwelijke
wijze geslacht varken tot een minder plezierige
ervaring maakt.
De premisse van de strip maakt meteen duidelijk
welk vlees de lezer in de kuip heeft: alles
kan, alles mag en niets is te gek. Over het
verloop van de plot tot op heden kan ik weinig
vertellen zonder te veel te verraden en je
jouw lezersplezier te ontnemen. Wat ik er
wel over kwijt kan is dat die alle kanten
uitschiet: Russische vampiers, vreemde, naar
kip smakende en buitenaardse flora, Mexicaanse
cyborgvechthanen, bizarre moordzaken en een
allesoverkopelend complot zijn slechts enkele
ingrediënten van het copieuze maal dat
Layman jou serveert.
Op
dit punt aangekomen moet je wel denken dat
deze strip een vormeloze, oncoherente achtbaanrit
door een op losse schroeven staande plot behelst,
maar niets is minder waar. Tal van puzzelstukjes,
waarvan je op het eerste moment dacht: "Is
dat er niet wat bij de haren bij gesleurd",
zijn intussen reeds op hun plaats gevallen
en in interviews beloofde Layman al enkele
keren dat er een strak plan achter de reeks
zit. De reeks kent ook een vooropgezet einde
met het zestigste nummer. Altijd een geruststelling
voor de liefhebber van een goed afgerond verhaal
zonder losse eindjes en uitgemolken tattoeages
van Romeinse cijfers op het sleutelbeen.
Wat de reeks zo uniek maakt is de blatante
onwil om binnen één genre te
blijven en bovenal de kunde van de makers
om zoveel verschillende stijlen tot één
lekker weglezend geheel te maken. Sciencefiction,
horror, mysterie, misdaad, actie, drama, comedy,
romantiek, thriller, noir: alles wordt in
de mix gegooid. De drie genres die daarvan
het meeste bovendrijven en constant aanwezig
zijn, zorgen voor de drie pijlers van een
goed verhaal.
De mysteries en de raadsels in de plot houden
je geïnteresseerd en zorgen ervoor dat
je steeds uitkijkt naar de volgende aflevering,
de screwball-humor zorgt ervoor dat
je geëntertaind blijft en het menselijke
drama zorgt ervoor dat je je als lezer kan
identificeren met de personages. De hoofdrolspelers
en hun emoties zijn, ondanks de fantasievolle
setting, zeer goed uitgediept en komen over
als mensen van vlees en bloed.


De humor van de reeks zit voor een groot deel
in de tekeningen. Layman schrijft af en toe
weleens een stukje dialoog of een oneliner
die me hardop doet lachen (en dat gebeurt
niet veel als ik iets lees) maar Guillory
is een meester in het visualiseren van de
nodige mimiek, timing en slapstick om de gags
over te brengen. Bovendien zit het decor en
de achtergrond van de strip barstensvol met
kleine grappen en lollige woordspelingen.
Guillory's manier van tekenen en inkleuring
oogt bijzonder fris op de pagina's. Ik zou
zelfs durven zeggen dat zijn tekeningen, los
van het feit dat zijn stijl veel hoekiger
en zijn lijnen veel strakker zijn, qua shwung
kan concurreren met André Franquin.
Dat verbaast nog meer omdat dit 's mans eerste
grote reeks is.
Chew is een reeks die door zijn originaliteit
en frisheid met kop en schouders boven de
gemiddelde stripreeks uitsteekt. Dat ik ze
goed vind is evident, anders zou dit stuk
niet geschreven zijn.
Toch een kleine waarschuwing bij middel van
vergelijking met kijkbuispareltjes. Begrijpt
u niet wat mensen in de humor van pakweg In
de Gloria of Spinal Tap zien?
Vond je De Ronde en Twin Peaks
onbegrijpbaar en ingewikkeld entertainement
voor opgeblazen semi-intellectuelen? Dan is
deze reeks niets voor jou. Aan al de rest
zou ik zeggen: prevel elke avond een schietgebedje
tot de uitgeefgoden dat een Nederlandse vertaling
niet lang meer op zich laat wachten. Vermeld
in uw gebed dat er een televisiereeks op stapel
staat en dat dat een meerverkoop garandeert
en sluit af met de vermelding dat zelfs de
Duitsers al een eigen versie op de markt hebben.
Dus waar blijft de onze?
Beschikbaarheid
• De reeks is verkrijgbaar in losse
deeltjes van 22 pagina's, zit momenteel aan
het achttiende deel en zal er uiteindelijk
zestig tellen. Voor de eerste drukken van
de eerste paar nummers zal je wel diep in
de buidel moeten tasten want die zijn inmiddels
honderden dollars waard.
• De reeks, tot hiertoe, verzameld in
drie softcoverbundelingen (Trade paperbacks
of TPB's):
- Chew, Volume 1: Taster's Choice (nummers
1-5)
- Chew, Volume 2: International Flavor (nummers
6-10)
- Chew, Volume 3: Just Desserts (nummers 11-15)
• Of in één hardcover:
- Chew Omnivore Edition, Volume 1 (nummers
1-10)
Favoriete
scène
Zoals gezegd wil ik niet te veel verklappen
over de plot van de reeks, dus verlaat ik
je deze keer met een scène uit nummer
16: een perfect voorbeeld van de grappige,
actievolle en mysterieuze elementen van de
reeks.
Begrijpelijkerwijs zal je dit excerpt niet
helemaal begrijpen omdat je dit soort weirdness
niet kan plaatsen in de grotere continuïteit.
Deze scène zal je echter wel afstoten
of nieuwsgierig maken. Laat dat een graadmeter
zijn voor hoe de gehele reeks je zal smaken.





MEER BESPREKINGEN VAN
PETER MOERENHOUT: http://petermoerenhout.wordpress.com
|
|
| |
21/04 |
|
 |
| |
The
Ultimates 1-2 (besproken
door Arnout Capiau) |
De
naam Mark Millar (spreek
uit zoals Miller, maar da's
ongeveer de enige gelijkenis) zegt veel mensen
in comics en strips normaal gezien wel iets:
schrijver van onder andere Wanted
(ook een film), Kick-Ass (ook een
film), Nemesis (onderweg naar filmdom),
Superior (nog even geduld), maar
even goed van Marvel-titels
als Civil War, Ultimate Fantastic Four,
Ultimate X-Men, Fantastic Four en nog
een heleboel andere titels waar heel vaak
nogal wat hype mee gemoeid is.
Voor dat alles was Millar in eerste instantie
de coschrijver van Grant Morrison
voor een aantal van diens mainstreamboeken
(ik denk onder andere aan Skrull Kill
Crew, Aztek en Vampirella).
Die stammen uit een tijd dat Morrison nog
bijlange niet zo populair was als nu, vandaar
dat ze jou misschien niet zoveel zeggen.
De doorbraak voor Millar kwam er toen Warren
Ellis, na twaalf nummers Authority
(met Bryan Hitch als tekenaar),
Mark Millar en Frank Quitely
aanduidde als zijn opvolgers. Niemand had
toen al van Quitely gehoord, die in alle obscuriteit
wat kortverhalen tekende voor de Big Book-reeks
van DC Comics en verscheidene
anthologiereeksen voor Vertigo.
Millars opvallende dialogen en minstens-even-geschift-als-Ellis-plots
in Authority zorgden er niet alleen
voor dat deze reeks even hoge verkooptoppen
bleef scheren (waar is de tijd?) maar vooral
ook dat de controverse bij DC losbarstte.
Toen Ellis indertijd Apollo en Midnighter
introduceerde in Stormwatch, de titel
die later in Authority muteerde,
was het overduidelijk (en zeker geen geheim)
dat zij als analogen dienden, als archetypes
voor respectievelijk Superman en
Batman. Je kon ook lichte hints oppikken
dat ze bovendien een koppel waren. Niet meer
dan hints, maar Millar ging daarmee in zijn
run heel hard en opvallend mee door.
Wat erg impliciet was, maakte hij zo expliciet
mogelijk. Dat was buiten uitgever Paul
Levitz gerekend, die de implicatie
niet zag zitten als waren Batman en Superman
homofiel. Resultaat: micromanagement, bemoeienis
in scripts en tekeningen, vertragingen, een
half dozijn tekenaars die Quitely moesten
vervangen en Millar die uiteindelijk met slaande
deuren en duchtig gebombardeerde bruggen DC
de rug toekeerde.
Enfin, dit alles om je te laten weten dat
Authority op een achterbakse manier
Millar en Hitch wel samenbracht op ongetwijfeld
de succestitel van Marvels Ultimate-imprint:
The Ultimates.
 |
|
Dat Ultimate-imprint kwam er toen
bleek dat zowel X-Men als Spider-Man
in de cinema's enorm veel succes boekten.
Marvel had dus titels nodig die potentiële
nieuwe lezers konden meepikken zonder encyclopedische
kennis van de voorgeschiedenis van al die
kleurrijke personages. Ultimate Spider-Man
en Ultimate X-Men volgden elkaar
redelijk snel op, en toen kwam het plan voor
The Ultimates.
Concept: een superheldenteam dat ook een beroemdheidsstatus
heeft. Tony Stark (Iron Man) is bijvoorbeeld
voortdurend op tv, in talk- en gameshows,
meestal met een martini voorhanden. Als er
ook effectief de held moet uitgehangen worden,
zou hij wel net toch een beetje te ziekjes
kunnen zijn om deel te nemen, of is hij de
zatte idioot die het gevaarlijkste wapen op
aarde bestuurt.
Marvel zet er zijn volle pr-gewicht achter,
in die mate zelfs dat Kurt Busiek,
toen schrijver van Avengers (Ultimates
was in feite Ultimate Avengers) het
boos is opgestapt. Voor hem konden beide titels
niet samen bestaan, zeker niet als zijn titel
de facto genegeerd werd.
Ultimates is het beste werk van Bryan
Hitch. Zijn tekeningen voor deze titel zijn
weergaloos. De cinematische breedbeeldstijl
die hij perfectioneerde tijdens Authority,
spat hier helemaal van de pagina: supergedetailleerd,
dynamisch en hyperrealistisch. Het perfecte
complement bij de scripts die bol staan van
testosteron, bravoure en ongecontroleerde
waanzin. Maar wel het goeie soort waanzin.
Het soort waanzin dat uitzinnige ideeën
oplevert, dat je hersens oppikt en tegen een
muur van pure verbeeldingskracht knalt en
je superhelden presenteert zoals je ze nog
nooit zag.
Captain America is een hyperpatriotische soldaat,
veel minder een symbool dan een echt wapen.
Thor is een god. Of toch een gek met waanbeelden
en een hamer? De Hulk is een seksueel gefrustreerd
en niet te stoppen monster.
De verhalen en ideeën zijn van topkwaliteit
en bouwen zonder luwe momenten tot de meest
explosieve finale: zo explosief dat je de
pagina's op het einde moet openvouwen om alle
actie te kunnen opnemen!

Klik op de afbeelding voor een grotere versie.
Andere schrijver/tekenaar-teams hebben ook
geprobeerd The Ultimates verder te
zetten, zoals Jeph Loeb met
Joe Madureira en Frank
Cho (de tekenaar van Liberty
Meadows, maar ook Millar zelf met een
resem tekenaars. Allen misten ze de energie
en creatieve magie die hier zo perfect aanwezig
is. Deze bespreking beperkt zich tot deel
1 en 2 die elk dertien comicdelen kent. Ze
liepen van 2002 tot 2004 (eerste reeks) en
van 2004 tot 2007 (tweede reeks).
De hype die nu elke keer gepaard gaat met
een Millar-project vindt zijn oorsprong bij
het succes van The Ultimates. Geen
van de andere projecten was, in mijn nederige
opinie, creatief even succesvol. Hitch en
Millar probeerden het zelf ook nog eens voor
Fantastic Four, maar de reactie daarop
was zo lauw dat ze hun verhaal vroeger dan
voorzien afrondden.
The Ultimates blijft een unicum,
dus en daarom bijzonder de moeite van het
lezen waard.
De beschikbare volumes zijn de volgende, ze
verschenen in tal van edities:
- twee delen Ultimate Collection
(SC)
- The Ultimates 1 (twee delen, SC)
en The Ultimates 2 (twee delen, SC)
- en twee minder courant verkrijgbare delen
in HC |
|
| |
14/04 |
|
 |
| |
Girls
& The Sword (besproken
door Bert Gevaert) |
 |
|
Ik
geef het toe, jarenlang ben ik een echte Eurosnob
geweest. Ik kocht enkel en alleen Europese
strips en — bevooroordeeld als ik was
— stond ik niet open voor andere stripculturen.
Japan en Amerika, daar kwam niets goeds van,
pfff... grote ogen en superheroes,
niets voor mij!
En toen kwam Boeddha uit van Osamu
Tezuka... en het licht kwam uit het
Oosten en ik zag dat het goed was. Maar strips
van het Mac Donald-land kwamen bij mij nog
steeds niet binnen. Ach wat schaam ik mij
als ik dit nu schrijf.
En opeens, op een mooie dag, na een gesprek
met mijn lokale stripboer, vielen de schellen
mij van de ogen. Er was weer eens niet veel
'Eurosoeps' verschenen en in plaats van naar
mijn gezeur te luisteren, troonde mijn stripgoeroe
mij mee naar een verzameling Amerikaanse strips.
't Was ondertussen al duidelijk dat ik niet
veel wou weten van superheroes, dus
mijn dealer bracht mij andere stuff, en wat
voor stuff!
Een prachtige, bloedmooie dame wenkte mij
toe vanop de cover van wat voor mij een nieuwe
dimensie in mijn leven zou openen. Ik ontdekte
Girls van The Luna Brothers
en werd op slag verliefd. Bovendien ontdekte
ik samen met Girls de betere Amerikaanse
strip (waarvan je er in deze rubriek al een
aantal leerd ekennen), een liefde die —
tot afgrijzen van de girl bij me
thuis — alleen nog maar zou toenemen,
omgekeerd evenredig met de omvang van mijn
portemonnee.

Joshua en Jonathan Luna
zijn twee jonge Amerikaanse stripmakers die
samen tot nu toe enkele pareltjes aan het
Amerikaanse stripfirmament toevoegden en hopelijk
nog steeds niet uitgeschreven zijn. In deze
bespreking besteden we aandacht aan twee van
hun topreeksen: het reeds vermelde Girls
en hun recenter verschenen The Sword,
goed voor elk vier paperbacks, in totaal een
kleine 1.300 bladzijden. Daarnaast maakten
ze ook Spider-Woman: Origins en het
prachtige Ultra (afgerond in één
bundel met acht comics), waar we hier helaas
geen aandacht aan kunnen besteden.
De twee broers bedenken de plot van hun verhalen
samen, waarna Joshua het script uitwerkt.
Dit wordt vervolgens goedgekeurd door Jonathan.
Het gros van het tekenwerk gebeurt vervolgens
door Jonathan, de lettering neemt Joshua voor
zijn rekening. Als geen ander zijn de broers
erin geslaagd om een ijzersterk scenario te
laten samenvallen met bijzonder knappe tekeningen.
Het tekentalent van Jonathan komt nog het
meest tot uiting in de stijlvolle en erg suggestieve
covers. Laat ik gerust stellen dat ze het
woord 'covergirl' een geheel eigen interpretatie
geven!
 |
|
Maar laat ons een kijkje nemen naar Girls,
dat we nog het best kunnen omschrijven als
razend spannende survivalhorror. In het kleine
dorpje Pennystown (de naam is niet toevallig
gekozen!) wisselt
Ethan Daniels zijn saaie bestaan als winkelhulpje
af met porno en dagdromen over seks. Tot hij
opeens 's avonds langs de weg oog in oog komt
te staan met een prachtige en poedelnaakte
dame. Ze heeft een lichaam, dat hij alleen
maar kent vanuit zijn favoriete lectuur en
dat ze hem in haar volle naaktheid gretig
toont! Het knappe meisje is gewond dus Ethan
beslist om haar mee te nemen naar huis. Tot
zijn verwondering brengt de superbabe nauwelijks
een woord uit en kent ze slechts één
taal... die van de liefde, zeg maar seks.
Enfin, je hebt het al door: Ethan duikt met
haar in bed en doet waar hij al zo lang van
droomt. En dan begint de nachtmerrie pas echt.
Ethans meisje blijkt plots in staat tot het
leggen van eieren, waaruit exacte klonen van
haarzelf tevoorschijn komen. Deze klonen worden
volwassen geboren en denken maar aan één
iets: paren en eieren leggen! Alleen mannen
zijn in hun ogen interessant en andere vrouwen...
tja, die kunnen dienen als voedsel! Vluchten
is uit den boze want op mysterieuze wijze
heeft zich een gigantische stolp rond het
dorpje gevormd, waardoor ontsnappen geen optie
meer is. Bovendien lijken de meiden precies
instinctmatig de bevelen te volgen van een
mysterieuze spermatozoïde (!) die verlekkerd
is op mensenvlees... En dat is nog maar deel
1 van deze vierdelige reeks!
 |
|
Girls is echter veel meer dan mensen
die achternagezeten worden door moordwijven
in opdracht van een kannibalistische zaadcel.
Er komt trouwens nauwelijks full frontal
nudity in de strip en 'de daad' is nooit
te zien, alleen de resultaten ervan... Girls
heeft veel meer diepgang dan wat men op het
eerste zicht zou denken: De graphic novel
toont ons het oerconflict tussen mannen en
vrouwen, de diepmenselijke strijd tussen eros
(seks) en thanatos (dood), dat alles overgoten
met een horror- en sf-sausje. De naakte meiden
zien er misschien wel leuk uit, maar met hun
blote handen rukken ze mensen (vooral vrouwen
en impotente mannen) uiteen om hen vervolgens
aan stukken te scheuren, want dat eet nu eenmaal
makkelijker. Bovendien spelen ze in op onze
lagere behoeften: sommige gefrustreerde mannen
kiezen eerder voor het bevredigen van hun
onderbuik — wat resulteert in nieuwe
eieren — dan te vechten voor het voortbestaan
van Pennystown. Dat kleine dorpje ziet daarom
bladzijde na bladzijde zijn inwonersaantal
slinken. Het zijn dan ook de vrouwen van het
dorpje die het heft (van een shotgun) in handen
nemen en de moordende opmars van de gulzige
grieten proberen in te dijken. Het zou zonde
zijn om de ontknoping van Girls te
verklappen, maar bij enkele lezers kwam het
slot als een anticlimax, terwijl anderen (waaronder
ikzelf) dat slot best te — excusez
le mot — pruimen vonden. Maar wild
enthousiast... neen, toch niet zo. Het slot
van The Sword, daarentegen, daar
was ik nog dagenlang van onder de indruk!
Girls
maakte aan iedereen duidelijk dat The Luna
Brothers allesbehalve het zwakkere broertje
waren van de Amerikaanse stripmakers. Dus
het was reikhalzend uitkijken naar hun volgende
reeks. Zouden ze hun stijgend aantal fans
niet teleurstellen?
Met The Sword bewandelden de broers
in elk geval een nieuw pad, deze keer maakten
ze een reeks die volgens henzelf bedoeld is
voor liefhebbers van Kill Bill, Highlander
en Blade. Geen sciencefiction of
survivalhorror meer, maar zinderende actie,
gedrenkt in een bovennatuurlijk sausje.
In The Sword volgen we Dara Brighton,
een gehandicapt meisje wiens familie om een
onverklaarbare reden volledig wordt uitgemoord
door drie weirdo's in maatpak. De drie zijn
op zoek naar een of ander zwaard dat Dara's
vader in zijn bezit zou moeten hebben. Maar
omdat hij niet weet waarover ze praten, wordt
hij afgemaakt en zijn huis in brand gestoken.
Dara zakt door de brandende vloer van haar
huis en komt oog in oog te 'liggen' met het
gevest van een zwaard. Ze grijpt het vast
en dan gebeurt er iets vreemds. De verlamde
Dara kan — zonder dat Jezus in de buurt
is — weer lopen. Sterker: ze beschikt
over bovennatuurlijke superkrachten. Verwondingen
helen op miraculeuze wijze, ze kan torenhoog
springen en razendsnel bewegen.
Met de kracht van het mysterieuze zwaard heeft
Dara nog maar één doel voor
ogen: wraak voor de moord op haar ouders!
Via een klasgenoot komt ze te weten dat haar
vader door de drie vreemdelingen (die allen
godskinderen blijken te zijn), gebruikt werd
om een vierde godskind uit de Kretenzische
tijd (dik vierduizend jaar geleden) te vermoorden.
Met hun vieren controleerden ze elk afzonderlijk
een van de vier elementen die gebundeld werden
in het zwaard dat ze samen smeedden en dat
Dara nu in haar bezit heeft! Haar vader was
dankzij het zwaard onsterfelijk, zolang hij
het nu en dan eens vastpakte.
En zo begint een kat- en muisspel dat vier
paperbacks (of 24 comics) duurt: Dara wil
wraak, maar Knossos (aarde), Malia (lucht)
en Zakros (water) willen op hun beurt kost
wat kost het zwaard onder hun controle krijgen.
En dan is er nog Phaistos (vuur) wiens identiteit
een grote verrassing is. We kunnen je nu al
verklappen dat elke paperback draait rond
de spectaculaire dood van een van de vier
goden. Daarbovenop sterft dus ook Dara's vader
in deel 1.
Het
opzet van The Sword verschilt grondig
van Girls, maar bevat dezelfde elementen
die van Girls zo'n succes maakten:
een verhaal dat op het eerste zicht wat banaal
is, maar meesterlijk wordt uitgewerkt, levendige
dialogen, diepgravende psychologie van de
personages, zinderende actie en een sterk
gore-gehalte bij de gewelddadige
scènes. Joshua Luna draait zijn hand
niet om voor een open botbreuk, verbrijzelde
schedel of opengereten wonde meer of minder.
Jonathan slaagt er van zijn kant wonderwel
in om te mikken op onze duistere en diepmenselijke
verlangens die hij op geniale wijze als paradoxen
voorstelt. In Girls krijgen we de
paradox van ongelimiteerde seks die steeds
fataal afloopt, in The Sword worden
we voor de keuze gesteld: wat zouden wij doen
met een superzwaard dat de wereld kan vernietigen?
Het is onmogelijk te zeggen wat mijn favoriete
scène is in een van de strips van The
Luna Brothers. De broers slagen er steeds
in om hun albums te laten eindigen met een
meesterlijke cliffhanger, die het wachten
op het vervolg een gruwelijke kwelling maakt.
Enkele scènes in Girls hebben
een bijna cinematografische kracht, zoals
wanneer de meisjes een gecastreerde man verscheuren,
het epische shotgungevecht tussen de inwoners
van Pennystown en de moordwijven, de vernietigende
kracht van de superspermatozoïde,...
Maar ook The Sword moet niet onderdoen
in adembenemende scènes, zoals de slotgevechten
tussen Dara en de moordenaars van haar vader.
Bij elk van die gevechten zetten zij precies
hun eigen kracht (water, aarde of lucht) in
tegen het zwaard van Dara, wat resulteert
in spektakel van het zuiverste water!
Op de interessante website van de broers staat
dat ze momenteel bezig zijn met nieuwe projecten.
Jonathan experimenteert met een zeer duistere
tekenstijl en is ook actief als fotograaf.
Enkele fans vroegen hen op Facebook of de
foto's van het meisje met het zwaard afkomstig
waren van de film The Sword... wat
de broers meteen ontkenden. Toch vraag ik
me sterk af hoe lang het nog zal duren vooraleer
een verfilming van een van hun reeksen bij
ons in de bioscopen te bewonderen zal zijn!
Van Girls en The Sword verschenen
elk 24 comicdelen die per zes werden samengebracht
in vier bundels. Achteraf kwamen er ook superintegrales
die de hele reeks bundelden.
Girls: The Complete Collection (2007)
bevat de bundels:
1. Conception (2005)
2. Emergence (2006)
3. Survival (2006)
4. Extinction (2007)
The Sword: The Complete Collection Deluxe
Hardcover (2010) telt de volgende bundels:
1. Fire (2008)
2. Water (2008)
3. Earth (2009)
4. Air (2010)
Op www.lunabrothers.com
kan je van alle reeksen van The Luna Brothers
gratis het eerste comicdeeltje lezen. |
|
| |
31/03 |
|
 |
| |
Les
Cosmonautes du Futur (besproken
door Jeroen François) |
 |
|
Het
hoeft voor mij niet altijd Edmond
Baudoin te zijn. Ik kan evenzeer
genieten van gewoonweg plezante strips. Hoe
onnozeler, hoe liever, moet ik toegeven. En
dan kan je niet om Lewis Trondheim
heen. In 2000 ging de nukkige Fransman met
de kinderlijke fantasie in zee met Manu
Larcenet. Trondheim had toen al naam
gemaakt met Lapinot (Kobijn),
Donjon en een hele rits andere strips
bij uitgeverij L'Assocation.
Voor Larcenet zou Les Cosmonautes du Futur
zijn eerste reeks voor een groot publiek worden.
Voordien was hij vooral actief bij Fluide
Glacial.
In Les Cosmonautes du Futur laat
Lewis Trondheim al zijn kinderlijke verbeelding
de vrije loop. Gildas Focus (spreek deze achternaam
op zijn Frans uit) en Martina Vallais zijn
ervan overtuigd dat de wereld rondom hen niet
is zoals hij lijkt. Volgens Gildas zijn alle
mensen eigenlijk buitenaardse wezens, die
met de thuisbasis communiceren via hun draagbare
telefoons. Onzin, volgens Martina, het zijn
allemaal robotten. Kinderen met een grote
fantasie dus. Maar wat als ze het nu eens
bij het rechte eind hebben?
Wat
maakt deze driedelige sf-reeks het lezen waard?
Niet zozeer het scenario, dat niet echt doordacht
is. Maar de levendige dialogen en maffe personages
doen je de strip met een gelukzalige glimlach
lezen. De humor van Trondheim is er trouwens
een zonder dubbele bodems. Geen grappen die
enkel volwassenen begrijpen. Heerlijk naïef
dus. Alleen jammer dat het derde en laatste
deel een beetje uit de toon valt met zijn
warrige en minder leutige verhaallijn.
Achteraf keek Manu Larcenet met gemengde gevoelens
terug op zijn avontuur met Lewis Trondheim.
Hij voelde zich niet echt bij het project
betrokken. Trondheim schreef het scenario
en werkte de storyboards uit. Die faxte hij
bladzijde voor bladzijde naar Larcenet door,
die maar moest tekenen zonder een idee te
hebben van hoe het scenario verder zou verlopen.
Op een bepaald moment moest hij een gruwelijke
scène op papier zetten: een klein meisje
dat omver wordt gereden door een auto. Hij
belde Trondheim op en vertelde hem dat hij
zoiets niet kon. Trondheim gaf een mistig
antwoord waarna Larcenet tegen zijn zin toch
maar deed wat hem werd opgedragen. Pas toen
het vervolg uit de fax rolde, wist Larcenet
welke richting het verhaal zou uitgaan. Toch
zou hij later opnieuw met Trondheim samenwerken,
al was bij Donjon Parade ook Joann
Sfar van de partij.
In Les Cosmonautes du Futur is Manu
Larcenet nog niet op het toppunt van zijn
kunnen, maar zijn eenvoudige tekenstijl past
wonderwel bij het scenario. En hij laat zijn
liefde voor punkrock duidelijk merken: T-shirts
en petten met daarop namen als Bad
Religion en NOFX
duiken herhaaldelijk op. De felle en levendige
inkleuring van Brigitte Findakly,
de vrouw van Lewis Trondheim, onderstrepen
het naïeve karakter van deze strip.

Les Cosmonautes du Futur verscheen in de collectie
Poisson Pilote van Dargaud.
Een collectie waarin ik indertijd prachtstrips
ontdekte als De Kat van de Rabbijn
(Joann Sfar), Isaac de Piraat (Christophe
Blain) en Kobijn (Lewis
Trondheim). Jammer dat Dargaud Poisson Pilote
een tijdje geleden opdoekte.
Liefhebbers van Kobijn, Donjon of
het werk van Luc Cromheecke
(onze eigen Lewis Trondheim) weten dus wat
hen te doen staat. Tip: het Frans van Trondheim
is niet te moeilijk. Ik vond volgende scène
nogal plezant. Marina, Gildas en zijn zusje
Gaëlle 'infiltreren' in plaatsen die
volwassenen frequenteren in de hoop bewijzen
te vinden dat ze wel degelijk buitenaardse
wezens of robotten zijn. Larcenet moet zich
geamuseerd hebben met dit in beeld te brengen,
al tekent hij naar eigen zeggen niet graag
kinderen.
 |
|
| |
24/03 |
|
 |
| |
Locke
& Key (besproken
door Peter Moerenhout) |
In
2008 veroverde ene Joe Hill
menige harten van comicminnaars met zijn nieuwe
stripreeks Locke & Key. Het ging
zelfs zo ver dat het eerste nummer al was
uitverkocht op de dag waarop het verscheen.
Uitgever IDW Publishing was
er immers in geslaagd om, mits een geslaagde
promotiecampagne en heel wat buzz rond de
auteurs, een hype rond de nieuwe serie te
creëren. Maar was die hype terecht? Dat
er een aflevering van Klare Taal aan Locke
& Key gewijd wordt, beantwoord die
vraag eigenlijk al, maar jij bent een doorwinterde
striplezer die graag ook wat argumenten en
achtergrondinfo krijgt. Welaan dan!
De tekenaar van Locke & Key,
Gabriel Rodriguez, was bij
een klein, maar loyaal publiek al een beetje
gekend dankzij een adaptatie van een bekend
boek van Clive Barker: The
Great and Secret Show. De comic, gescript
door Chris Ryall, bestond
uit twaalf delen en kende een matig succes.
De reeks had wel een trouwe schare diehardfans,
vooral dan lezers die al aan Clive Barker
verknocht waren.
 |
|
In 2007 kwam de film Beowulf uit,
een door Neil Gaiman geschreven
versie van het epische gedicht. IDW Publishing
verwierf de rechten om de film te adapteren
voor comics. Chris Ryall nam opnieuw de schrijfteugels
in handen en Rodriguez leverde de tekeningen.
Gaiman is uiteraard een grote naam in de comicwereld
en dankzij deze reeks kreeg Rodriguez nog
meer aanhang van de fans.
Locke & Key, wat dan eigenlijk
nog maar zijn derde grote project was, werd
eind 2007 aangekondigd. Het werd geschreven
door Joe Hill, een debutant in het comicsmedium.
Het was niet zijn eerste publicatie. Hij had
zijn sporen als schrijver al verdiend in de
wereld van het proza. Hill debuteerde in 1997
met een kortverhaal in het horrorgenre. Hij
bleef gestaag kortverhalen schrijven en publiceren
in tal van tijdschriften en publiceerde in
2005 20th Century Ghosts, een bundeling
van zijn beste pennenvruchten tot dan. In
2007 volgde de roman Heart-Shaped Box.
Die roman stond na één maand
al in de top tien van de bestsellerslijst
van The New York Times.
 |
|
De aandacht die Hill daardoor kreeg, leidde
al snel tot de revelatie van zijn echte naam.
Joe Hill is immers een pseudoniem dat de man
aangenomen had omdat zijn vader een zeer bekende
schrijver is. Joe wou echter op eigen kracht
proberen te slagen als auteur. Een zeer nobel
streven in tijden waarin mensen verwachten
rijk en beroemd te worden in ruil voor het
eens afsteken van hun broek in Big Brother
en konsoorten. En begrijpelijk ook, als je
weet wie die vader is. Schrijf maar eens horror
als je verwacht constant vergeleken te worden
met Stephen King...
Uiteraard waren er tal van sceptische stemmen
die opgingen rond deze reeks. Kan die prozaschrijver
wel comics schrijven? Wat denkt die wel? De
meeste van die stemmen verstomden ietsje meer
met elk nieuw nummer van de reeks dat gepubliceerd
werd tot er praktisch enkel nog lof weerklonk.

Locke & Key gaat over een gezin dat,
getekend door de brutale moord op de vader
van dat gezin, verhuist naar het Keyhouse-estate,
een groot, Victoriaans aandoend huis dat ergens
op de kliffen staat in een stil stadje in
Massachusetts, Amerika. In het huis woont
Duncan Locke, de broer van de vermoorde vader.
Het gezin, bestaande uit moeder Nina, oudste
broer Tyler, middelste zuster Kinsey en jongste
broertje Bode, heeft behoefte aan een omgeving
waar ze niet constant herinnerd worden aan
de gebeurtenissen uit hun recente verleden.
Waar ze echter wel mee geconfronteerd worden,
is het verleden van hun vader, Rendell Locke...
De serie focust vooral op Tyler, Kinsey en
Bode. De drie ontdekken al snel dat er iets
vreemd aan de gang is in Keyhouse. Doorheen
heel het huis zijn tal van vreemde sleutels
verborgen, elk met een eigen magische kracht.
De ene sleutel geeft je de macht om schaduwen
te animeren en te bevelen, de andere heeft
de kracht om je uit je lichaam te laten treden,
enzovoort.
Ook zit er, in een waterput ergens op het
domein, een bovennatuurlijke entiteit gevangen.
Wat die juist is (een geest? een alien?) en
wat die juist wil, wordt slechts met mondjesmaat
prijsgegeven. Het enige wat snel duidelijk
is voor de lezer is dat deze entiteit iets
te maken heeft met het verleden van de vader
van de drie hoofdpersonages. Dankzij allerlei
manipulaties kan de entiteit ontsnappen. Dit
bovennatuurlijke wezen neemt vervolgens een
menselijke gedaante aan, noemt zich Zack Wells
en zoekt contact met Tyler, Kinsey en Bode.
Zack is uit op de Omega Key en probeert daarvoor
hun vertrouwen te winnen. Wat die sleutel
doet, is nog niet bekend, maar dat het weinig
goeds zal zijn, is duidelijk.


De serie zit boordevol spanning en mysterie
en Hill weet die aspecten zeer goed te doseren.
Elke vraag die beantwoord wordt, leidt tot
andere vragen. Wat is er vroeger gebeurd tussen
Rendell Locke en de entiteit? Wat is het doel
van de entiteit? Vragen genoeg.
Wat de reeks eigenlijk nog veel spannender
maakt, zijn de personages. Hill blijkt immers
een meester in de psychologie en het schrijven
van dialogen. Zijn personages komen los van
het papier en spreken in geloofwaardige dialogen
over hun angsten, zorgen en diepste verlangens.
Daar komt de spanning van de aanwezigheid
van Zack en de onwetendheid van Tyler, Kinsey
en Bode nog eens bij. Ze komen namelijk veel
in confrontaties en gevechten terecht met
de entiteit, maar ze beseffen niet dat die,
in de vorm van Zack, zich steeds dieper in
hun privéleven graaft.
Het is lang geleden dat ik nog zo meegeleefd
heb met fictieve figuren. En de vraag wat
er met hen zal gebeuren is, voor mij, zelfs
nog pertinenter dan de vragen inzake de bovennatuurlijke
gebeurtenissen. Il faut le faire.
Hill gebruikt de horrorelementen in het verhaal
ook zoals het hoort: om de psychologie van
de personages uit te diepen. Zo gebruikt Kinsey
bijvoorbeeld de Head Key, waarmee je naar
believen dingen kan toevoegen of wegnemen
aan je kennis en psyche, om haar capaciteit
tot het voelen van angst en verdriet weg te
nemen.
Je kan je de verstrekkende en spannende gevolgen
wel voorstellen. Hill beschrijft deze gebeurtenissen
zo overtuigend dat je jezelf na een tijdje,
zonder er erg in te hebben, betrapt op het
filosoferen over de dingen des levens. Geen
comic voor leeghoofden dus.
En kennis van het medium strips heeft die
Joe Hill blijkbaar ook. Hij maakt dankbaar
gebruik van alle technieken die hem aangeboden
worden: hij spiegelt scènes, laat verschillende
scènes zich tegelijkertijd op één
bladzijde afspelen, laat personages de randen
van kaders doorbreken om daardoor bovennatuurlijke
gebeurtenissen aanschouwelijker te maken en
zijn ritme en spanningsopbouw swingen de pan
uit.

Dat alles wordt exquisiet verbeeld door Rodriguez.
De man tekent in een stijl die gedetailleerd
genoeg is om de gebeurtenissen levensecht
te maken, maar laat op de gepaste momenten
wel het beest in zich los. Zijn actiescènes
en verbeelding van de bovennatuurlijke elementen
in de strip zijn superbe. Verder draagt hij
toe aan de spanning door een klare vertelstijl
en goede opbouw van de pagina's. Hij leidt
het oog van de lezer op meesterlijke wijze
doorheen de belevenissen op papier.
Allemaal goed en wel, maar heeft deze reeks
een reële kans op een vertaling? Op dit
moment wordt een pilootaflevering voor een
tv-reeks gebaseerd op Locke & Key
ingeblikt en in mei zal het tv-netwerk Fox
op basis daarvan beslissen of de tv-reeks
er effectief komt of niet.
Als deze reeks vervolgens ook in België
wordt uitgezonden en succes kent dan werkt
dat als een rode, of in dit geval misschien
groene lap op uitgevers. Een succesvolle film
of tv-reeks garandeert immers een meerverkoop.
De reeks heeft geen opeenvolgende nummering,
maar komt uit als een reeks van limited
series die elk hun eigen titel en nummering
kennen. Elke reeks vormt één
hoofdstuk in het verhaal. Elk hoofdstuk bestaat
uit zes comics van 22 pagina's.
Op het moment van dit schrijven werden reeds
drie complete hoofdstukken uitgegeven. Elk
van hen werd gebundeld in een trade paperback.
1. Welcome To Lovecraft
2. Head Games
3. Crown of Shadows
Het vierde hoofdstuk Keys to the Kingdom
zal in april afgerond worden, waarna er snel
een bundeling zal volgen. Daarna volgen nog
twee hoofdstukken. Dat vind ik trouwens ook
een pluspunt. Zo weten wij als lezer tenminste
dat het verhaal afgerond zal worden op een
(waarschijnlijk) bevredigende manier. Er zijn
al te veel reeksen die nodeloos en langdurig
uitgemolken worden en nu nog slechts een schaduw
van hun eerdere zelf zijn.
Als favoriete scène kies ik deze keer
voor een complete comic: nr. 3 van de vierde
limited serie Keys to the Kingdom.
Dit deeltje van de reeks illustreert perfect
hoe vaardig Joe Hill en Gabriel Rodriguez
zijn. Aan de hand van de pagina-indeling krijgen
we een kijkje in het hoofd van Bode. Fictie
en realiteit worden vrolijk en kundig vermengd
en dat wordt dan nog eens gedaan door middel
van klassieke, naar Casper & Hobbes
en Peanuts verwijzende stopstrips.
Rodriguez draagt zijn steentje bij door zijn
stijl desgewenst aan de stijl van de stopstripdeeltjes
aan te passen. Nice...




MEER BESPREKINGEN VAN PETER MOERENHOUT:
http://petermoerenhout.wordpress.com |
|
| |
17/03 |
|
 |
| |
Mouse
Guard (besproken door
Koen Claeys) |
| |
COVERILLUSTRATIE
FALL 1152 |
|
 |
In
de inleidende tekst van het eerste boek, Fall
1152, vertelt David Petersen
(1977) dat hij voor deze publicatie
al een tiental jaar met het basisidee voor
deze strip in zijn hoofd zat: muizen die trachten
te overleven in een vijandige wereld, bevolkt
met roofdieren. Om de veiligheid van hun volk
te garanderen leeft elke gemeenschap in een
verborgen stad, afgezonderd van de andere
steden. Hij tekende probeersels voor verschillende
personages waaruit er drie voortkwamen: Saxon,
Kenzie en Rand. Ze vervullen de rol van Mouse
Guard. Deze wachters functioneren ondermeer
als grensbewakers, verkenners en escorte in
de gebieden die zich tussen de muizennederzettingen
bevinden.
In de loop der jaren bevolkte Petersen deze
fantasiewereld met meerdere personages en
nederzettingen tot hij in 2005 de stap zette
om deze ideeën in een strip te verwerken.
Het eerste deel verscheen in eigen beheer
(oplage: 250 stuks in zwart-wit) en werd praktisch
onmiddellijk opgepikt door Archaia
Studios Press, waarna de verhalen
werden ingekleurd en wereldwijd verdeeld.
Mouse Guard bleek van het begin een
enorm succesvolle reeks en al gauw volgden
er de pluchemuis, de PVC-figuurtjes en een
rollenspel. De auteur is momenteel ook nog
in onderhandelingen over een toekomstige verfilming.
| |
COVERILLUSTRATIE
WINTER 1152 |
|

Toen in 2007 de eerste hardcover verscheen,
verloor ik hier meteen mijn hart aan. In dit
boek gaan drie leden van de Mouse Guard (Lieam,
Kenzie en Saxon) op zoek naar een vermiste
graanhandelaar. Wat begint als een simpele
opdracht ontaardt redelijk vlug in een groots
avontuur vol intriges. Hoe sterk Fall
1152 ook is, het twee jaar later verschenen
Winter 1152 blijkt niet enkel de
bevestiging van Petersens verteltalent. Hierin
presenteert hij een nog intenser verhaal waarbij
de chemie tussen de hoofdpersonages van de
pagina's afspat. De invloed van fantasyklassiekers
als Star Wars, The Dark Crystal en
In De Ban van de Ring wordt ook duidelijker
merkbaar hoewel hij toch een origineel verhaal
vertelt die niemand onberoerd laat.
Het
lijdt geen twijfel dat deze verhalen vol liefde
voor het onderwerp op papier werden gezet.
Zoals Tolkien dit voor Middenaarde
deed, heeft Petersen een grondig uitgewerkte
wereld gecreëerd met zijn eigen geschiedenis
en legendes, poëzie en liederen. Elk
personage, nederzetting of interieur werd
eerst aan een grondige voorstudie onderworpen
en van bepaalde decors heeft de man zelf maquettes
gemaakt, getuige daarvan dit door hem gemaakte
YouTube-filmpje.
De muizen zien er zeer schattig uit en lijken
weggelopen uit een kinderboek. Maar vergis
je niet: het zijn beslist geen doetjes. Zonder
enige aarzeling gaan ze het gevecht aan met
wezels of slangen, beesten die vanuit hun
standpunt als reusachtig worden ervaren. Het
feit dat de lezer alles in hetzelfde perspectief
als de kleine wezentjes meemaakt geeft bepaalde
confrontaties epische proporties. Daarbij
komt nog dat Petersen zijn perfecte tekeningen
op een even uitmuntende wijze heeft ingekleurd
zodat je tijdens de leeservaring in het boek
wordt gezogen. Het enige nadeel bij de boeken
is de tristesse die je overvalt nadat je ze
hebt uitgelezen omdat je beseft dat je nog
een jaar of twee zal moeten wachten op de
volgende dosis.

Enkele maanden geleden verscheen Legends
of the Guard. In dit album organiseert
de uitbaatster van een herberg een verhalenwedstrijd
onder haar klanten met als reglement: elk
verhaal moet een waarheid en een leugen bevatten
en mag nog niet eerder zijn verteld in de
herberg. Petersen tekende de herbergscènes
terwijl de verhalen bijdrages zijn van door
hem geselecteerde grafische talenten. Terry
Moore, Gene Ha,
Guy Davis, Jason
Shawn Alexander en anderen leverden,
elk in hun kenmerkende tekenstijl, een verhaal
dat perfect past in de wereld van Mouse
Guard. Dit boek was een enorm verkoopsucces
waarbij de eerste druk in 48 uur uitverkocht
geraakte. Hieronder een bladzijde van Karl
Kerschl, tekenaar van onder andere
The Flash, Superman en Teen Titans.
Momenteel verschijnen de losse deeltjes van
The Black Axe, een prequel waarin
Petersen zich verdiept in het verleden van
een legendarisch figuur in de Mouse Guard-mythologie.
Waarschijnlijk kunnen we eind dit jaar hiervan
een hardcoverbundeling verwachten.
Besluiten doe ik met mijn favoriete scène,
een adembenemende confrontatie tussen leden
van de Mouse Guard en een uil, een sleutelscene
uit Winter 1152 waarin een van van
de hoofdpersonages zijn grootste levensles
leert.

LINK:
blog
David Petersen |
|
|