
| |
Dit
is archiefpagina 1 van de rubriek Klare
Taal.
Klik verder naar de volgende updates:
|
|
|
| |
10/03 |
|
 |
| |
Torpedo
(besproken door David Steenhuyse) |
688
gebundelde pagina's met een harde kaft staan
gelijk aan een dikte van vijf centimeter en
de lichte vrees dat het plexiglas van de scanner
zou bezwijken onder het gewicht van de bundel.
Deze nog dikkere uitgave dan een telefoonboek
is niet handig om te lezen, maar in tegenstelling
tot het telefoonboek is het wel goed voor
ettelijke uren leesplezier. En dat voor amper
35 euro! Maak kennis met Torpedo,
een van de meest cynische reeksen met een
van de grofste klootzakken in de hoofdrol.
Torpedo is in 1981 gecreëerd
door de Spaanse tekenaar Jordi Bernet
en de Spaans-Franse scenarist Enrique
Sanchez Abuli. De reeks bestaat uit
een zestigtal verhalen van gevarieerde lengte
waarvan slechts een paar de reguliere albumlengte
kennen. Maar die zijn minder briljant van
opzet dan het kortere werk.
Luca Torelli alias Torpedo is van Siciliaanse
afkomst die bij gebrek aan een deftige job
in New York, waar hij naartoe emigreerde,
zijn diensten verhuurt aan de meestbiedende.
Meestal gaat het om het elimineren van een
rivaal, een overspelige vrouw of een vervelende
getuige. Torpedo is dus een huurmoordenaar,
meerbepaald in de jaren 1930. Hij wordt bijgestaan
door de klunzige en schijterige Rascal die
al eens moet opdraaien voor de daden van zijn
baas. Doorgaans werkt Rascal gewoon op de
zenuwen van Torpedo en ook dat moet de arme
naïeveling bekopen.
Huurmoordenaars zijn er in de stripwereld
in alle soorten en maten. Ook Torpedo komt
wel eens filosoferend uit de hoek zoals zijn
collega in De Killer. Maar dat gemijmer
leidt snel naar oneliners om van te smullen.
In latere verhalen over zijn jeugd in Sicilië
en zijn eerste jaren in New York wordt zijn
achtergrond gefileerd en begrijp je beter
waarom hij zo'n doemdenker zonder vrienden
is geworden. En ook waarom hij vrouwen zo
dikwijls brutaal bejegent.
 |
 |
Vrouwen verdienen beslist een apart hoofdstukje
in deze bespreking. Ofwel zijn ze gevaarlijke
femmes fatales die Torpedo wel de baas kunnen
— niet zelden door hun zware boezem
of voluptueuze lichaam in de strijd te werpen.
Ofwel behandelt Torpedo de minder zelfzekere
vrouwen die zijn pad kruisen als objecten
waar hij zijn lusten op botviert of hen zelfs
harde klappen verkoopt. Een enkele keer vindt
hij een ontvoerde vrouw terug, vastgebonden
op een bed. De gelegenheid maakt de dief en
hij profiteert van de situatie om het machteloze
meisje te verkrachten. Ook de geil geworden
Rascal zien we met de broek op de enkels.
In de evolutie van de reeks valt op dat Bernet
het in latere verhalen soms karikaturaler
aanpakt met minder details en decors als gevolg.
In die verhalen tekent hij mannen met meer
komische gezichten en vrouwen met groteskere
verhoudingen, een wespentaille en dikke borsten
incluis... maar steevast verdomd sensueel,
zeker als er een losse haarlok voor de ogen
valt. Ondertussen tekende hij er namelijk
ook de komisch-erotische strip Klaartje
bij Nacht bij, eveneens op scenario van
Abuli. In net zo veel gevallen herpakt Bernet
zich telkens in het verhaal dat erna komt
en zien zijn vrouwen er weer uit alsof ze
zijn weggelopen uit Milton Caniffs
Terry and the Pirates of Steve
Canyon. Sommige types zie je ook terug
in de reeks Pin-Up van Philippe
Berthet en Yann.
Torpedo
is zeker ook een brutale reeks. Elke keer
er een vrouw opduikt, mag je er zeker van
zijn dat ze binnen de kortste keren van kop
tot teen in haar blootje is te zien. Sexy
zijn die passages niet altijd. Een vrouw die
wordt vernederd of pas slaag heeft gekregen
is niet opwindend. Helemaal grof wordt het
pas wanneer er naakte minderjarigen in beeld
komen. Je vermoedt dat Abuli het steeds zwaarder
had om zijn publiek, dat snel aan iets gewend
raakt, te blijven choqueren. Poedelnaakte
meisjes die hun seksualiteit uitspelen, komen
op de duur net iets te veel aan bod om ze
door de vingers te zien. Het enige wat we
hiervan willen en durven afbeelden is een
moment tussen de net wees geworden Luca en
een volwassen vrouw die zijn kus beantwoordt
met een golf van medelijden, liefde of veeleer
lust.
Naast
lust hakt het geweld er ook goed in. Hele
magazijnen van repeteergeweren worden erdoor
gejaagd. Het bloed spat in het rond en druipt
uit levenloze lichamen. Wellicht zullen Amerikaanse
lezers (de reeks werd vertaald in veertien
landen) meer vallen over de rook uit Torpedo's
eeuwige sigaret in de mond dan de rook uit
pistolen en geweren. Veel andere vormen van
geweld passeren ook de revue. Vuisten knallen
(zelfs een paard krijgt een slag voor de harses)
en messen worden gezwind in lijven geplant,
al gaat er niets boven een stevige trap in
de nutsack.
De verhalen spelen zich hoofdzakelijk af in
New York of niet ver daarbuiten. Door wellicht
gebrek aan inspiratie werd het decor ook wel
eens verlegd naar Spanje, Cuba of Sicilië
als het over de jeugd van Torpedo gaat. New
York in al zijn grootsheid zien we in de crisisjaren
van de jaren 1930 vooral vanuit donkere straatjes,
groezelige kantoortjes en nachtclubs waar
seks en muziek de atmosfeer bepalen.

Het werkelijk unieke aan de reeks en ook wel
de grootste troef is het humorgehalte. Verwacht
je aan heel veel snedige opmerkingen en dialogen,
gemene replieken, maar ook onvervalste slapstick
en originele situatiehumor. Zo zien we Torpedo
en Rascal — duidelijk in zijn schik
— een enkele keer een afrekening maken
verkleed als clowns.
Bernet bedient zich van een heerlijke penseellijn
met veel zwart-witcontrasten naar het voorbeeld
van Milton Caniff of net zo goed Jijé.
Alle verhalen waren bedoeld voor een publicatie
in zwart-wit. Ten behoeve van de commercie
werden er toch enkele albums ingekleurd. Een
overbodig karwei want het zwartgallige Torpedo
behoeft geen kleur.
Mijn eerste kennismaking met de gangsterstrip
gebeurde dankzij de gebundelde uitgaven van
het Nederlandse striptijdschrift Titanic
uit de tweede helft van de jaren 1980. Het
blad zong het vijf jaar langer uit dan het
schip waar het naartoe vernoemd werd. Daarna
vonden Torpedo 1936 — zoals
de reeks eigenlijk voluit heet — en
ook nog De Torens van Schemerwoude
onderdak in De Toestand, een voortzetting
van de stripnieuwsrubriek uit Titanic,
maar nu als zelfstandig blad. Het zong het
ook niet meer dan elf nummers uit. Uit de
erfenis van Titanic vloeiden wel
twee Nederlandstalige albums voort. De Franstalige
reeks van Bernet en Abuli
telt vijftien albums die doorheen
de jaren achtereenvolgens bij Glénat,
Albin Michel, Comics
USA en Toth verschenen.
In 2006 kwam het dan toch tot deze kloeke
integrale bundel waarin alle verhalen zijn
opgenomen.
| |
LINKS
TORPEDO DOOR ALEX TOTH, RECHTS
DOOR JORDI BERNET |
|
 |
|
De eerste twee kortverhalen werden trouwens
nog getekend door Alex Toth,
maar hij kon zich helemaal niet vinden in
de gewelddadige toon en de weinig sympathieke
'held'. Bernet nam het penseel van hem over
en tekende de reeks tot het einde.
Mijn favoriete scène is het begin en
het einde van hetzelfde kortverhaal. In het
begin zit een stoïcijns en vies uit zijn
ogen kijkende Torpedo op de beklaagdenbank.
Zijn advocaat vraagt aan de rechter of zijn
cliënt dan een moordenaarsgezicht heeft.
Of er een maniak voor hen zit? Een gevaar
op de weg? Op de vraag aan zijn cliënt
waar hij van leeft, antwoordt hij dat enkel
God dat weet waarop de advocaat de aandacht
fluks vestigt op de godsvruchtigheid van zijn
cliënt. Al die tijd zit Torpedo er als
een sinister individu bij met een boeventronie
die alle vooroordelen tegen heeft om vrijgesproken
te worden. En in feite verdient hij het ook
niet want hij wordt ervan verdacht moedwillig
een man te hebben overreden. Een kreupele
getuige helpt Torpedo alsnog vrij te spreken,
maar daarna chanteert de omgekochte kreupele
hem. Torpedo laat het hier niet bij en dwingt
de getuige 's anderendaags om een drukke straat
over te hollen. Rascal rijdt hem vervolgens
overhoop. Na het finaal afmaken van de onfortuinlijke
kroongetuige zit op zijn beurt Rascal op de
beklaagdenbank. Dezelfde advocaat stelt aan
dezelfde rechter dezelfde vragen over zijn
nieuwe cliënt.

 |
|
| |
03/03 |
|
 |
| |
Concrete
(besproken door Arnout
Capiau) |
 |
|
Concrete
of hoe je overleeft met een kop van beton
Het zal jou maar overkomen: tijdens een wandeltocht
in de bergen word je ontvoerd en gedrogeerd.
Als je weer bij bewustzijn bent, zit je ergens
in een kamer, omringd door vreemde wezens
die van steen lijken. En dan komt te echte
schok: jij bent nu ook van steen. Je weegt
een paar ton, je hebt geen gevoel in eender
welk deel van je lijf en je ziet eruit als
een golem. Voor de rest blijf je wel meester
van je gedachten, en ben je een stuk sterker.
Je hebt geen lucht meer nodig om te ademen,
en je interne temperatuur is hoog genoeg om
een kip te braden.
Dat is zowat de achtergrond van Concrete,
maar het is niet waar de reeks over gaat.
Behalve in bundel 6, de hervertelling van
Concretes kortere ontstaansverhaal uit het
eerste volume. Het hoofdpersonage is altijd
een gevoelige, welbespraakte man die eruitziet
als een goedkoop special effect.
Concrete, die v——r zijn transformatie door
't leven ging als Ron Lithgow, probeert vooral
een zo productief mogelijk leven te leiden.
Concrete is ook een alter ego voor de auteur,
Paul Chadwick. De reeks is
dé manier voor de auteur om zijn wereldvisie
te presenteren, en dan vooral via een hoofdpersonage
dat niet echt heldhaftig is.
Zo’n levend standbeeld is een eerder
vreemde keuze voor een protagonist, maar Concrete
is een heel sympathiek personage en het is
(voor mij althans) ook heel gemakkelijk om
je met hem te identificeren. In elke situatie
laat hij (en daarmee bedoel ik ongetwijfeld
zowel Concrete als Paul Chadwick zelf) dan
ook een goed doordachte visie op het leven
zien. Concrete is dan ook een creator
owned-reeks, dus Chadwick kan doen wat
hij wil, en die vrijheid maken zijn verhalen
onvoorspelbaar, doordacht en onbevreesd.

Chadwick is een redelijk klassiek getrainde
tekenaar, die naast geschilderde illustraties
en kaften voor boeken ook enkele films van
storyboards voorzag. In interviews komt hij
altijd over als een heel vriendelijke en bescheiden
man, met dezelfde scherpe intelligentie en
subtiele onzekerheid als Concrete. Hij beschrijft
Concrete zelf ook als zijn constante denkoefening:
"Hoe moet het zijn om dit of dat op die
manier door te maken?" "Hoe zou
het voelen om bedolven te zijn onder tonnen
puin?"...
Hij is van dezelfde generatie als onder andere
Frank Miller, Mark
Verheiden, Dark Horse Comics-big
shot Randy Stradley, maar
beschouwt zichzelf als de onopvallende man
in de achtergrond.
Je
wordt gelukkig nooit om de oren geslagen met
de gebreken van de mensheid, ook al hebben
enkele van de verhalen (zoals Think Like
A Mountain) heel opzettelijk een ecologisch
bewuste inslag. Chadwick loopt hier niet zomaar
het Inconvenient Truth-fenomeen achterna,
want die verhaallijn dateert oorspronkelijk
van 1996, de periode toen er nogal wat Greenpeace-geïnspireerde
ecoterroristen actief waren. Dit laat Chadwick
toe beide kanten van de medaille te tonen,
waardoor Think Like a Mountain meer
is dan een hippiemanifesto.
Milieubehoud heeft uiteraard de overhand,
maar de conclusies zijn allerminst zwart-wit.
Het is bovendien Ron Lithgows allerminst zelfzekere
houding die de verhalen zo menselijk maakt:
ondanks zijn imposante uiterlijk en bovenmenselijke
kracht, houdt hij zichzelf klein (en in de
problemen) door te hard en te lang over bepaalde
dingen na te denken, of zijn tekortkomingen
groter te maken dan ze zijn. Zonder dat het
geheel echt meelijwekkend is, want subtiele
humor en verrassende karaktermomenten zorgen
regelmatig voor de perfecte toon.
De verhalen in de verschillende volumes kunnen
zonder veel problemen door elkaar gelezen
worden, op het laatste bundel na, dat de status
quo zo dooreen schudt dat je die zeker tot
het laatst moet houden. De veelzijdigheid
van de thema's in die verhalen spreekt ook
alleen in het voordeel van de reeks: meestal
over de ambities van een man die vaak te hard
nadenkt, maar toch dingen wil bereiken. Soms
zit er echter meer een thriller/horror-sfeer
in, zoals in Killer Smile, of is
het een kroniek over de bizarriteiten van
een Hollywood-filmproductie, zoals in Fragile
Creature.
Uit die bundel komt meteen ook een van mijn
favoriete scenes. De vrouwelijke hoofdrol
uit de film waar Concrete aan meewerkt (een
soortement He-Man/Conan-geval), heeft
een onverklaarbare fascinatie voor onze seksloze
held. Zijn klunzige gelatenheid is voor mij
ZO herkenbaar...

Noot: pagina's in kleur
uit een vorige uitgave. De nieuwe bundels
van Dark Horse zijn zwart-wit.
Concrete is een reeks die nooit Sin
City- of Hellboy-proporties
zal aannemen, maar kwalitatief zeker niet
in de schaduw ervan moet staan. De intimiteit
van de verhaallijnen geeft de reeks een uniek
element dat je moet koesteren. Ik ben daarom
ook bijzonder verheugd te lezen dat Paul Chadwick
eindelijk, na vijf jaar, opnieuw aan een Concrete-verhaal
werkt.
Beschikbare
bundels (allen zwart-wit):
1. Depths
2. Heights
3. Fragile Creature
4. Killer Smile
5. Think Like a Mountain
6. Strange Armor
7. The Human Dilemma |
|
| |
24/02 |
|
 |
| |
Adorufu
ni Tsugu / L'Histoire des 3 Adolf / Adolf
(besproken door Jeroen François) |
Heb
je ook genoten van Monster en 20th
Century Boys van Naoki Urasawa,
reeksen die uitblonken door hun spannende
en ingenieuze plots? Lees dan zeker Adorufu
ni Tsugu (Frans: L'Histoire des 3
Adolf – Engels en Duits: gewoonweg
Adolf) van Osamu Tezuka.
Want het werk van Urasawa, en dat van de meeste
andere mangaka, is zonder meer schatplichtig
aan de grootmeester van de Japanse strip.
Explosieve
documenten
In L'Histoire des 3 Adolf (ik las
de Franse vertaling, dus ik zal de reeks dus
ook in die taal benoemen) draait alles rond
— je raadt het nooit — drie personen
die Adolf heten. Adolf Kaufmann is het zoontje
van een Duitse vader, diplomaat en lid van
de nazipartij, en een Japanse moeder. Hij
woont in Kobe en is goed bevriend met een
andere Duitse jongen: Adolf Kamil, zoon van
de plaatselijk bakker en joods. En dan is
er nog Adolf Hitler, die ik hopelijk niet
moet voorstellen.
Maar de eigenlijke hoofdrol is weggelegd voor
Sohei Togué. Deze ex-atleet verslaat
in 1936 voor een Japans persagentschap de
Olympische Spelen in Berlijn. Ook zijn jongere
broer Isao vertoeft in de Duitse hoofdstad,
maar wordt vermoord door de nazi's omdat hij
over documenten beschikt die, mochten ze publiekelijk
bekend geraken, nazi-Duitsland op zijn kop
zouden zetten. Ze tonen namelijk aan dat Hitler
van joodse afkomst is. Isao heeft deze uiterst
gevoelige bewijsstukken
nog net voor zijn dood naar Japan kunnen sturen,
waardoor ook de Adolfen Kaufmann en Kamil
bij de zaak betrokken raken. Sohei Togué
keert terug naar zijn geboorteland om op zoek
te gaan naar de documenten. Maar ook de nazi's
blijven niet bij de pakken zitten...
Filmische
stijl
L'Histoire des 3 Adolf is een spannende
thriller, die door de meeslepende filmische
stijl leest als een trein. Saai wordt het
nooit, mede door de subplots die voor de nodige
variatie zorgen. Oorlogstaferelen, spionageactiviteiten,
amoureuze verwikkelingen, er is voor elk wat
wils. Er zijn af en toe wel wat toevalligheden
om het verhaal zonder al te veel omwegen te
doen kloppen, maar dit gebeurt wel vaker in
strips, films of romans, dus daar heb ik me
niet al te veel aan geërgerd.
Ook al is het onderwerp ernstig, toch kan
Tezuka het niet laten zijn verhaal te larderen
met zijn typische, vaak wat kinderlijke humor.
Iemand als Urasawa zou er nooit weg mee komen,
maar bij Tezuka aanvaard ik dit zonder meer.
Het maakt nu eenmaal deel uit van zijn universum.
| |
VOORBEELD
VAN TEZUKA'S FILMISCHE VERTELSTIJL |
|
 |
Het tekenwerk is functioneel. Een eufemisme
om te zeggen dat je de reeks niet voor zijn
tekeningen moet kopen. Dit is niet erg, want
het wervelende scenario maakt alles goed.
Als je zo'n honderdvijftigduizend mangapagina's
op je palmares staan hebt, de zowat vijfhonderd
animatiefilms niet eens meegerekend, is het
niet verwonderlijk dat niet elke tekening
tot in de puntjes is uitgewerkt. Tezuka, die
op een bepaald moment aan tien reeksen tegelijk
bezig was, leverde tijdens zijn artistieke
loopbaan constant een gevecht tegen de deadline.
Hij beschikte bovendien niet over een studio,
maar had wel enkele assistenten, die hem evenwel
niet konden volgen.
Toch trekt Tezuka af en toe wat meer tijd
uit voor zijn tekenwerk, en dan is het genieten
van een bijzondere kadrering of erg gedetailleerde
plaat. Dit is hoe hij een verkrachtingsscène
in beeld brengt:
Ook in het overdonderde laatste deel, waarin
de dramatische gebeurtenissen elkaar in sneltempo
afwisselen, is het tekenwerk indrukwekkend.
De door bombardementen verwoeste steden Berlijn,
Tokio en Kobe zijn erg treffend in beeld gebracht.
Verloren
onschuld
Osamu Tezuka snijdt in L'Histoire des
3 Adolf een interessant, maar gevoelig
onderwerp aan. Het is boeiend om de Tweede
Wereldoorlog eens door de ogen van Japan te
zien, dat in 1940 het Driemogendhedenpact
ondertekende met Duitsland en Italië.
Tezuka gaat de kritiek niet uit de weg en
toont onder meer de wandaden van het Japanse
bezettingsleger in China.
Toen in 2004 de film Der Untergang
van Oliver Hirschbiegel in
de zalen verscheen, was er nogal wat kritiek
omdat Hitler als mens van vlees en bloed werd
geportretteerd en niet louter als de verderfelijke
figuur zoals wij hem kennen. Tezuka doet eigenlijk
net hetzelfde in L'Histoire des 3 Adolf.
Hitler is in sommige scènes een aimabele
man, met momenten van vreugde en van twijfels
zoals eenieder van ons. Om enkele platen verder
weer de vertrouwde brulboei te zijn die monsterlijke
beslissingen neemt. Het maakt de strip alleen
maar geloofwaardiger.
Ogenschijnlijk is L'Histoire des 3 Adolf
'gewoon' een uitmuntende thriller, maar het
is ook zo een van die reeksen die je doen
nadenken van zodra je de laatste bladzijde
hebt omgeslagen. Wat Tezuka ons wil tonen,
is hoe snel en gemakkelijk een onschuldig
iemand kan veranderen in een moordenaar. Adolf
Kaufmann nam het als kind op voor zijn joodse
vriend, maar na zijn opleiding bij de Hitlerjugend
wordt hij een meedogenloze nazi. Ook Adolf
Kamil blijkt op het einde van het verhaal
erg veranderd. En Hitler zelf was ooit ook
een braaf jongetje, met ambities in de artistieke
wereld.
Averechtse
Hitlergroet
| |
ACETYNE
LAMP IN (VAN LINKS
NAAR RECHTS)
METROPOLIS, L'HISTOIRE
DES 3 ADOLF EN BLACK
JACK |
|
 |
Dit
geldt misschien niet voor Acetylene Lamp,
lid van de Gestapo en het echte booswicht
uit L'Histoire des 3 Adolf. Wie al
een andere strip van Tezuka las, zal de tronie
van Lamp misschien bekend voorkomen. Tezuka
baseerde dit personage op iemand die hij vroeger
van school kende. Doorheen zijn œuvre
duikt Acetylene Lamp regelmatig als bad
guy op, zoals in Astro Boy, Metropolis,
Phoenix en Black Jack.
Osamu Tezuka schreef L'Histoire des 3
Adolf tussen 1983 en 1985. De reeks verscheen
onder meer in het Engels (vijf delen, helaas
niet allemaal even goed te vinden), het Frans
(vier delen, maar compleet) en het Duits (vijf
delen). De Nederlandse vertaling werd in 2005
door uitgeverij Xtra aangekondigd,
maar daarop is het nog steeds wachten. Mocht
het er toch ooit eens van komen, dan hoop
ik dat de oorspronkelijke Japanse leesrichting
gevolgd wordt. In de Franse en Engelse uitgaven
is dit de westerse leesrichting en zijn de
bladzijden gespiegeld. Op zich geen ramp,
ware het niet dat de Hitlergroet plots met
de linkerarm gedaan wordt. Dit is echt het
enige storende minpunt aan deze reeks dat
ik kan verzinnen, en het is niet eens de schuld
van Osamu Tezuka zelf. L'Histoire des
3 Adolf is kortom een reeks die het predicaat
klassieker dubbel en dik verdiend.
|
|
| |
17/02 |
|
 |
| |
Scalped
(besproken door Peter Moerenhout) |
Indianen
dienen in films en literatuur meestal slechts
als doelwit voor de cowboys of, als het gaat
om een film die dingt naar één
of meerdere oscars, als wijze oude mannen
die de cowboy wel even zullen doen inzien
dat zijn band met de natuur en haar beestjes
dringend aangehaald moet worden. Vandaar dat
ik indianen doorgaans retesaai vind. Niet
zo degene die in Scalped opduiken...
Scalped is de creator owned comic*
van R. M. Guéra en
Jason Aaron. Beide auteurs
verschenen als een donderslag bij heldere
hemel op de stripmarkt om vervolgens, met
de vingers in de neus, spijkers met koppen
te slaan. Guéra is een naar Barcelona
gevluchte Serviër die voor Scalped
wel een en ander had gepubliceerd, maar dan
wel zeer laag onder de radar.
*
Creator owned: Alle rechten van de strip zijn
in bezit van de auteurs. In tegenstelling
tot company owned comic (bijvoorbeeld Spider-Man
of Batman) waarvan de rechten op de personages
eigendom zijn van de uitgeverij.
 |
|
Aaron won in 2001 een wedstrijd van Marvel
Comics waarvoor hij een acht pagina's
tellend verhaal over ieders favoriete X-Man,
Wolverine, schreef. Marvel publiceerde dat
verhaal en vervolgens vernamen we vijf jaar
lang niets van Aaron. Dan kwam hij in 2006
plots met een vijfdelige comic over de Vietnamoorlog
op de proppen. Vertigo publiceerde
deze strip, The Other Side, en die
sleepte meteen een Eisner Award*-nominatie
in de wacht. Aaron kreeg nadien van Vertigo
de kans om in 2007 met de maandelijkse comic
Scalped te beginnen. Dankzij de donkere
stijl en de superieure noir-plots, die Aaron
hanteert in Scalped, heeft hij in
de jaren volgend op de publicatie van het
eerste deel aanzoeken gekregen om ongeveer
alle grim 'n gritty-personages uit
de wereld van de comics te schrijven: Wolverine,
Punisher, Ghost Rider, John Constantine (Hellblazer),...
*
Eisner Awards: Naast de Harvey Awards de belangrijkste
prijzen in de Engelstalige stripwereld.
Scalped speelt zich af in
een fictief indianenreservaat: The Prairie
Rose Indian Reservation. De reservaten, die
tot op de dag van vandaag blijven bestaan
in Amerika, zijn plaatsen waar de oorspronkelijke
inwoners, de indianen dus, zo veel mogelijk
autonomie krijgen. Ze hebben een eigen bestuur,
een eigen politie, enzovoort. Traditioneel
zijn dit echter stukken land waar de Amerikaanse
regering weinig of niets mee kan doen wegens
geen natuurlijke rijkdommen en onvruchtbaar.
 |
|
Tal van indianen vluchten heden ten dage in
de drank wegens de gigantische werkloosheidsgraad
en de alomheersende armoede in en rondom hun
woonplaatsen. Het feit dat indianen (net als
Japanners trouwens) een gen hebben dat ervoor
zorgt dat ze niet zo goed tegen drank kunnen,
helpt hen niet zo veel vooruit. In Amerika
mogen de staten zelf beslissen of ze gokken
toestaan of niet. Er zijn er echter niet zo
gek veel waar gokken niet aan banden wordt
gelegd. De reservaten worden nochtans gezien
als soevereine naties. Die moeten dus enkel
gehoorzamen aan de federale regering en niet
aan de wetgeving van de staat waarin ze liggen.
Sinds 1987 zijn er als gevolg daarvan in allerhande
reservaten casino's geopend. Die casino's
zijn een van de weinige bronnen van inkomsten
die de indianen nu nog hebben. In Prairie
Rose staat Red Crow, een rijke zakenman, voorzitter
van het bestuur en de politie van de stam
en eigenlijk ook wel een beetje een crimineel,
op het punt zo'n casino te openen. Net op
dat moment stormt ons hoofdpersonage Dashiell
Bad Horse, na vijftien jaar elders doorgebracht
te hebben, terug ten tonele.

Dashiell slaat hier en daar wat lowlifes
in elkaar en trekt zo al snel de aandacht
van Red Crow. Die ziet iets in de jongeman
en lijft hem in bij zijn politiemacht. Al
snel blijkt (voor ons, de lezers) dat Dashiell
undercover werkt voor de FBI. De overste van
Dashiell, de corrupte Earl Baylis Nitz, zit
nog met een onverwerkt trauma van dertig jaar
oud in zijn harses. In 1975 waren Gina Bad
Horse, de moeder van Dashiell, samen met Red
Crow, nog activisten voor de indiaanse zaak.
Op een nacht is er een en ander misgegaan
tijdens een confrontatie en stierven twee
collega's van Nitz. De zaak werd nooit opgehelderd
en Nitz zwoer wraak. Zoals je ziet is er niets
simpel aan het verhaal. Zo is geen enkel personage
zwart-wit. Iedereen heeft slechte en goede
kanten en iedereen heeft wel iets te verbergen.
Ze hebben ook realistische motieven die er
hen toe leiden om de ene keer met Pol en de
andere keer met Piet een verbond aan te gaan.
Net zoals in het echte leven, quoi?
De plot is er een die alle kanten uitschiet,
maar wel een duidelijke richting heeft. Naarmate
het verhaal vordert zien we dat de levens
van de protagonisten in hoge mate met elkaar
verweven zijn en dat het verleden zware repercussies
heeft voor het heden.
Wie een fan is van goede noir-boeken of -films
en niet bang is van een onverwachte plot twist
hier of daar is bij deze reeks zo op zijn
plaats als een motherfucker. Zonder
twijfelen noem ik deze serie, naast Criminal,
de beste thrillerreeks van de afgelopen vijf,
zo niet tien jaar.

Ook een enorme opsteker is de tijd die Aaron
neemt om interessante aspecten van het verhaal
of van een bepaald personage uit te diepen.
Soms wijdt hij een heel nummer aan bijvoorbeeld
de levensomstandigheden van een oud koppel
dat in alle voorgaande afleveringen samen
slechts één plaatje in beeld
kwam. Het is deze zorg voor zijn figuren en
het harde realisme dat van deze reeks zo'n
toptitel maakt.
Dat realisme uit zich ook in het feit dat
Aaron de donkere kanten van het leven niet
schuwt: geweld, seks, drugs, en nog zo van
die mooie aspecten van het bestaan: ze passeren
allemaal de revue. Als ik je specifieker zou
vertellen hoe of wat, dan zou je waarschijnlijk
denken: "Overdreven!" Maar dat is
nu net een forte van Aaron: je gelooft wat
hij schrijft. Na wat opzoekwerk voor dit artikel
heb ik trouwens ontdekt dat er geen jota verzonnen
is aangaande de levensomstandigheden, de gettovorming
en de misdaadcijfers in de hedendaagse reservaten.
Zet je dus gerust eerst deftig neer vooraleer
je aan deze reeks begint.
Onontbeerlijk voor de look van Scalped
zijn de tekeningen van Guéra. De man
tekent net realistisch genoeg om je een slag
in het gezicht te geven wanneer er weer een
fantastische scène in je gezicht explodeert
en net cartoony genoeg om het geheel
een frisse dynamiek en de personages een expressieve
mimiek te geven. Voeg daar de atmosferische
inkleuring aan toe en je zit gebeiteld voor
een helse, doch entertainende rit. Het kiezen
van een favoriete scène is moeilijk.
Er zijn heel wat harde en ontluisterende scènes
die de aandacht verdienen en er zijn heel
wat plot twists die staan te springen om vernoemd
te worden, maar eigenlijk ben ik vooral fan
van de plots zelve. Zelden zo'n meesterlijk
verteller als Aaron aan het werk gezien.

Als ik dan toch moet kiezen, opteer ik voor
een verstilde scène die aantoont wat
het bereik van Aaron is qua uitdiepen van
personages. Deze scène is getekend
door gasttekenaar Davide Furno.
Dashiell heeft net seks gehad met Carol Ellroy,
een aan allerhande drugs verslaafde dame.
De twee houden van elkaar, maar hun emotionele
littekens zorgen ervoor dat ze niet in staat
zijn hun emoties te uiten. Liever vluchten
ze in harde seks en nog hardere drugs. In
deze scène, die bijna volledig zonder
dialoog is, liggen de twee elkander postcoïtaal
aan te staren en denken ze aan wat ze elkaar
zouden willen zeggen. Hun emotionele onvermogen
verhoedt hen te spreken. De term "bitterzoet"
was nog nooit zo goed van toepassing.

Het zesenveertigste nummer van de reeks komt
uit in februari 2011. De nummers 1 tot 42
werden reeds gebundeld in zeven trade paperbacks
(TPB's of gebundelde comics):
1. Indian Country (Scalped #1-5)
2. Casino Boogie (Scalped #6-11)
3. Dead Mothers (Scalped #12-18)
4. The Gravel in Your Gut (Scalped #19-24)
5. High Lonesome (Scalped #25-29)
6. The Gnawing (Scalped #30-34)
7. Rez Blues (Scalped #35-42) |
|
| |
11/02 |
|
 |
| |
L'Œge
de Raison (besproken
door David Steenhuyse) |
Deze
keer kunnen we potentiële uitgevers op
zoek naar steengoeie nieuwe titels voor hun
fonds geruststellen: de vertaalkostpost voor
L'Œge de Raison blijft blanco. Het
verhaal speelt zich af in de prehistorie en
naast universeel gegrom, geschreeuw en beestengebrul
staat er geen gebenedijd woord dialoog in.
Tekstloze strips zijn nochtans niet mijn dada,
een Game Over niet te na gesproken.
Zoals elke gemiddelde striplezer springt mijn
oog in een strip van tekstballon naar tekstballon
en pak ik de tekeningen tussendoor mee. Handige
stripauteurs als Régis Loisel
en Christophe Arleston kennen
dit fenomeen en spelen daarop in door respectievelijk
tekstballonnen te integreren in het beeld
en elke prent te voorzien van een tekstballon,
ook al is dat slechts een kreun of een zucht.
Tekstloze albums heb je in een wip uitgelezen.
Laatst kostte Celluloid van Dave
McKean me slechts een tiental minuten
om door de 240 pagina's te geraken. Omgerekend
las ik dus aan één euro per
minuut. Ook door L'Œge de Raison
ben je snel heen, maar op het einde ben je
wel een leeservaring rijker.
L'Œge de Raison is het albumdebuut
van Matthieu Bonhomme en
werd op het stripfestival van Angoulême
in 2003 bekroond as such. Daarna
tekende hij onder meer op scenario van Fabien
Vehlmann de erg goeie, maar helaas
ook ferm onderschatte reeks De Heer der
Dolende Zielen waarvan de vertaling bij
Dargaud na een eerste ruime
pauze werd hervat in 2008 en opnieuw stokte
na nog eens twee delen. Toch jammer voor een
reeks die met elk nieuw deel beter werd. De
twee laatste albums, deel 5 en 6, blijven
vooralsnog onvertaald. De kans op verdere
vertaling door Dargaud is onbestaande. Met
de door Gwen de Bonneval
geschreven bizarre en fantasierijke, middeleeuwse
trilogie Messire Guillaume, over
een jongen op zoek naar zijn vader, had Bonhomme
begin 2010 weer prijs in Angoulême.
Het won er de Prix Intergénérations.
Zijn laatste worp was het one-shot Omni-Visibilis
bij Dupuis dat meteen
ook het eerste serieuze verhaal van Lewis
Trondheim was.

Terug naar de oorsprong. In L'Œge de Raison
krijgt een oermens door een stamgenoot op
zijn donder omdat hij een door de gieren afgekloven
bot van een dier van hem afpakte. Wanneer
hij terug bij bewustzijn komt door een gier
die in zijn lijf pikt, bijt hij de aaseter
de kop af. Met zo'n mooie buit heeft hij dan
toch een maaltje gevonden en hij trekt terug
naar de stam. Maar daar ontpoppen zijn stamgenoten
zich op hun beurt tot aaseters. Onze vriend
wordt in elkaar geslagen, wordt daarna gepest
(niet door hem met plakband op een houten
pallet vast te binden, maar door gewoon op
zijn hoofd te schoppen) en buitengesloten.
Hij is nu een paria, een outcast, een solitaire
nomade.

Vervolgens reist hij door prachtige natuurdecors
en komt overal wel wat tegen waar een hedendaags
mens voor naar de psychiater loopt. Van een
andere stam poogt hij eten te stelen, maar
die laat zich niet doen. Er komt een Indiana
Jones-achtige achtervolging in een ravijn
aan te pas waarbij er bloed vloeit. Elders
sluit hij vriendschap met een papegaai, maar
het beest overleeft een hongerwinter niet.
In een droom zien we hem lustgevoelens krijgen.
Die droomvrouw, een kruising tussen een oervrouwtje
(denk dan eerder aan de Venus van Willendorf
met bijhorende badonkadonk-achterste) en een
apin, ziet hij afgepakt en genomen worden
door een gorilla van een stam waar hij net
nog slagen met een knots heeft uitgedeeld.
Aan een gigantische beer houdt hij een opengehaalde
rug én een bontmantel over.

Uiteindelijk komt hij bij een stam terecht
die op een hogere trap van de evolutie staat.
De stamleden kunnen vuur maken, ze kunnen
vlees roosteren en met houtskool en verfpigment
kunnen ze op de rotswanden tekenen. Het hoofdpersonage
is een snelle leerling en vertelt aan de hand
van zijn nieuw verworven kennis zijn wederwaardigheden
tot groot vermaak van zijn nieuwe vrienden.
Respect en als toemaatje een gezellin vallen
'm te beurt. Maar diep vanbinnen blijft hij
makkelijke, brutale oplossingen zoeken voor
het uiten van zijn gevoelens zoals jaloezie.
Daarmee laten we je toch nog iets om te ontdekken
in dit meesterlijk vertelde album.

Net zoals in het meeste van Bonhommes werk
bedient hij zich van een spontane tekenstijl
met beheersing van ter zake doende details.
Dit album is ook wel het best ingekleurde
van alle strips die hij al maakte. Het is
een duister en gelimiteerd kleurenpalet dat
geen uitstaans heeft met de werkelijkheid,
maar veeleer sfeerschepping nastreeft. Overheersende
kleuren wisselen per hoofdstuk af. Donkerblauwe
tinten zijn geschikt voor de winter, oranje
en rode tinten voor een grot die is verlicht
door vuur, groen en blauw voor een jungledecor.
Soms passen de kleuren geeneens bij elkaar
mocht je er een kamer mee willen decoreren,
maar daarin schuilt net ook de opmerkelijkheid
van L'Œge de Raison als een album
dat van lef getuigt.
De decoupage van de scènes is een andere
troef om de drama's te versterken. Haast filmisch
wisselt Bonhomme totalen, halftotalen en close-ups
af, bouwt hij beweeglijke sequenties op en
onderbreekt ze met rustmomenten die steevast
leiden naar een verrassende actie of climax.
Elk hoofdstuk, telkens op een andere locatie,
start steevast met een grote prent waarin
het decor wordt weergegeven, je hebt toch
nog die zekerheid.
Mijn favoriete scène is de pagina waar
het hoofdpersonage zijn talent als tekenaar
en verteller ontdekt door zijn verhaal op
de grotwand te tekenen. De andere stamleden
kijken gefascineerd toe. In de scène
daarna entertaint hij zijn publiek door dieren
te imiteren. Best geinig.
 |
|
| |
03/02 |
|
 |
| |
Stuck
Rubber Baby (besproken
door Koen Claeys) |
| |
HIERBOVEN:
REGULIERE - EN HARDCOVERVERSIE
UIT 1995 / HIERONDER: LUXEHARDCOVER
UIT 2009 |
|

Howard Cruse groeide in de jaren
1960 op als zoon van een dominee in Alabama.
Hij is momenteel al veertig jaar actief als
striptekenaar en specialiseerde zich vanaf
de jaren 1980 meer in homoseksuele thema's.
Toch heeft de man slechts één
beeldroman op zijn naam staan: Stuck Rubber
Baby. Het boek, dat dateert van 1995,
behandelt het racisme en de homofobie in het
Amerikaanse zuiden van zijn jeugd. In 1996
won het de Eisner (de oscar
van de strip) voor Best Graphic Album
en in 2002 bekwam de Franstalige editie Un
Monde de Différence (Vertige
Graphic) de Prix de la Critique
op het festival van Angoulême. Vorig
jaar werd deze belangrijke strip eindelijk
herdrukt in een mooi hardcoverjasje door Vertigo.
Deze heruitgave bevat een inleiding door de
bekende lesbische stripauteur Alison
Bechdel wiens Fun Home onlangs
in het Nederlands werd uitgegeven door Xtra.
Mijn exemplaar uit 1995 wordt ingeleid door
Tony Kushner (schrijver van
onder meer Angels in America) waarbij
hij onder andere nadrukkelijk ingaat op de
volwassenwording van comics. In een tijd als
vandaag, waarin geregeld een sterke beeldroman
wordt uitgegeven, is het goed te weten dat
vijftien jaar geleden, met uitzondering van
Maus, er niet zoveel aandacht werd
gegeven aan de graphic novel. Daarom vond
ik het gepast om na zoveel jaar deze ondergewaardeerde
strip eens in de schijnwerpers te plaatsen.
 |
|
Het verhaal speelt zich af in het fictieve
Clayfield waar het hoofdpersonage, de pas
afgestudeerde Toland Polk, worstelt met zijn
homoseksuele gevoelens terwijl raciale spanningen
hoogtij vieren. Via zijn vrienden komt hij
in contact met de beweging tegen rassensegregatie.
Deze woelige periode wordt door Toland vol
twijfels en angsten beleefd. Hij heeft steeds
goede bedoelingen maar zijn schrik weerhoudt
hem soms om de juiste stappen te zetten. Zo
tracht hij bijvoorbeeld een zo heteroseksueel
mogelijk leven te leiden en stelt hij zijn
betrokkenheid bij de mensenrechtenactivisten
in vraag. We maken tevens kennis met een groot
aantal perfect uitgewerkte nevenpersonages,
elk van hen met een uniek verhaal dat de lezer
niet onberoerd laat.
De auteur heeft tonnen research over kleding,
auto's muziek, enzovoort verricht om een zo
correct mogelijk tijdsbeeld te bekomen. Voor
het verhaal liet hij zich inspireren door
waargebeurde feiten en vraaggesprekken met
vrienden en bekenden. Een verslag over de
vier jaar durende periode waarin Cruse aan
dit boek werkte valt te lezen op zijn website.
Deze inspanningen hebben hun vruchten afgeworpen.
Het boek voelt namelijk zo authentiek aan
dat je onterecht zou denken dat het autobiografisch
is. Zo zijn de personages nooit echt goed
of slecht, met uitzondering van de radicale
racisten. Elk personage maakt fouten of slechte
keuzes en het boek is zeker geen relaas van
een gewonnen strijd, er vallen ook nederlagen
te verteren. De enige ware overwinning op
het eind blijkt Tolands acceptatie van zijn
geaardheid, iets wat al van de eerste bladzijde
duidelijk is.
Het verteltempo ligt laag, maar dit zorgt
er dan ook voor dat we als lezer meer opgaan
in de gebeurtenissen en de impact ervan met
de jonge Toland mee ervaren. Cruse hanteert
een realistische tekenstijl met veel oog voor
detail. Zijn zwart-wittekenwerk doet me denken
aan de stijl van Robert Crumb,
maar is verre van zo grotesk. Hij maakt intensief
gebruik van arceerwerk wat enorm veel tijd
moet hebben gekost. Er wordt vaak creatief
met de bladindeling omgesprongen en Cruse
is duidelijk ook niet bevreesd om eens te
experimenteren met camerastandpunten. Aan
deze strip kan je terecht het label 'beeldroman'
toekennen door zijn literaire kwaliteiten
en de blijvende indrukken die het bij de lezer
achterlaat.
Stuck Rubber Baby bestempelen als
een homostrip zou even idioot zijn als Maus
een jodenstrip noemen. Het is een boek dat
door zoveel mogelijk mensen verdient gelezen
te worden, zowel omwille van zijn historische
en maatschappelijke waarde als gewoonweg zijn
kwaliteit en intensiteit. |
|
| |
27/01 |
|
 |
| |
Hack/Slash
(besproken door Peter Moerenhout) |
In
deze rubriek wordt een lans gebroken om anderstalige
strips die dat waard zijn naar het Nederlands
te vertalen. Strips met een boodschap, strips
met diepgang of strips die het summum zijn
van levensechte karakterontwikkeling.
Deze keer echter geen strips voor de meerwaardezoeker.
Canvas-kijkers: gelieve u
te onthouden. Deze keer breken wij een lans
voor de dingen die er echt toe doen: humor,
bloed en tetten...
 |
|
Tim Seeley is een stripmaker
die deze Heilige Drievuldigheid weet te waarderen
en creëerde de reeks Hack/Slash.
Seeley begon als tekenaar van de licentie-uitgave
G.I. Joe vs. Transformers, maar werd
door zijn werkgever, de Amerikaanse uitgeverij
Devil's Due, al snel erkend
als een groot tekentalent. Prompt smakten
zij een belangrijk project op zijn bord: Forgotten
Realms: The Dark Elf Trilogy.
Die titel doet misschien bij weinigen een
belletje rinkelen, maar de fantasyfans onder
ons weten dat deze trilogie deel uitmaakt
van het gigantische œuvre van een van
de meest gewaardeerde fantasy- en sciencefictionauteurs
van deze kant van onze kosmos: R.A.
Salvatore.
Seeley adapteerde de boeken en tekende de
comics met bravado. Hij scoorde bij de critici
én bij de lezers. Vooral de verkoopcijfers
ontgingen de bedrijfsbobo's van Devil's Due
niet. Zij zorgden ervoor dat Seeley een eigen
project kon pitchen: Hack/Slash.
Seeley creëerde ondertussen ook het gelauwerde
Loaded Bible voor Image Comics.
Hack/Slash kwam eerst uit in verschillende
aparte limited series (series met
een gepland einde) maar werd al snel een zogenaamde
ongoing (een serie die blijft lopen).
Seeley liep na een dispuut over uitgestelde
betalingen van Devil's Due, met medeneming
van de hele back catalogue van Hack/Slash,
over naar uitgeverij Image Comics.
 |
|
De premisse van Hack/Slash is simpel:
Cassie Hack, een muurbloempje in volle ontwikkeling,
ontdekt dat haar moeder een seriemoordenares
zonder scrupules is, rekent met haar af en
dweilt nadien verbitterd de VS af op zoek
naar meer seriemoordenaars om in de pan te
hakken.
Deze psychopaten of slashers zijn
een bekend fenomeen in de Amerikaanse cinema.
Denk maar aan Freddy Krueger, Jason en recenter
de killers uit de Scream-films. Inherent
aan deze bloeddorstige tienermoordenaars zijn
hun vaak bovennatuurlijke eigenschappen, de
massa's bloed en ingewanden die zij vergieten
in hun films en de meestal onbegrijpelijk
debiele jongvolwassenen die ze bij sloten
over de kling jagen. (Voor meer informatie
over de 'regels' van dit genre raden wij u
de eerste Scream-film aan. De twee
sequels zijn te bekijken op straffe van hersenbloeding
en totale debilisering.)
Op het einde van de film wordt de slasher
meestal verslagen door het hulpeloze meisje
dat in de eerste scènes nog werd bestempeld
als frigide of seuterig. Daarna komt de slasher
in de onvermijdelijke sequel uiteraard weer
tot leven om verzeild te raken in een eindeloze
reeks afgekookte vervolgen, spin-offs, remakes
of prequels.
Hack/Slash gaat echter verder waar
de andere films in het genre ophouden. Wat
gewordt er van dat studiebolletje dat transformeerde
tot dappere heldin en idool van puisterige
beugeldragers in The States? Wel,
zij vindt zichzelf een stoere sidekick in
de vorm van een gemuteerde spierbal (Vlad)
en heeft één missie: de levens
van de gefliptste slashers op een
zo freaky mogelijke wijze termineren.
Seeley
liep al enkele jaren met het Hack/Slash-project
in zijn achterhoofd. De eerste incarnatie
van het verhaal bestond uit een filmscript
dat echter door tal van studio's werd geweigerd.
Toen Seeley de kans kreeg een eigen project
te ontwikkelen dacht hij eerst zijn filmscript
te adapteren. Gaandeweg ontdekte hij dat dit
een te mager beestje was om klakkeloos in
stripvorm te gieten, dus besloot hij het filmscript
als een soort van korte flashback te verwerken
in stripvorm om vervolgens van daaruit voort
te gaan met het verhaal.
Het is een groot geluk dat Seeley dit besefte,
want dankzij deze zet heeft hij de grenzen
van het genre verlegd en het zelfs van voor
de neus van de filmwereld weggekaapt.
Wat is er nu juist zo speciaal aan deze strip?
Allereerst zijn er de tekeningen van Seeley,
die zijn om vingers en duimen bij af te likken.
Seeley heeft verstand van de erotiek van het
net niet onthullen en het suggereren en de
dames die hij op papier tovert zullen niet
snel vervelen.
De strip staat ook garant voor intelligent,
maar pretentieloos entertainment. De plots
zitten goed in elkaar maar dat staat over
the top gore niet in de weg. De dialogen
zijn van topniveau en levensecht, maar ruimen
af en toe ook de baan vrij voor silly
oneliners.
Eerlijkheidshalve geef ik wel toe dat niet
per sé alle materiaal het vertalen
waard is. Omdat zijn ster bleef rijzen en
hij lucratievere opdrachten kon gaan doen,
gaf Seeley na een tijdje de tekenteugels door
aan mindere goden. Dat verminderde meteen
ook de kwaliteit van het tekenwerk. Ondertussen
werden verschillende tekenaars ingeschakeld
om enkele deeltjes te tekenen. Dat gebeurde
echter met slechts wisselend succes.
Er kwamen ook een resem crossovers met andere
strips uit die meestal wel lollig zijn, maar
doorgaans ook niet meer dan dat: een gimmick.
 |
|
Seeley bleef de reeks schrijven, maar koos
er plots voor om de reeks een overkoepelende
verhaallijn mee te geven. Hij bedacht een
geheime cult die achter de resurrecties van
de slashers zat en smeet er maar
meteen ook een eeuwige strijd tussen de cultisten
en doders van slashers tegenaan.
Dat is zoiets als de herkomst van de zombies
in een goede zombieflick willen verklaren
of op het idee komen om Star Wars-prequels
te maken: te veel gezever staat de fun in
de weg.
Maar dat de eerste delen garant staan voor
fun, dat staat vast.
Mijn favoriete scène komt uit het one-shot
Girls Gone Dead (een one-shot is
een compleet verhaal in één
uitgave die buiten de hoofdreeks staat).
In dit verhaal sluipt er een slasher
rond, belust op het bloed van jonge studentes
tijdens Spring Break. In de lente hebben de
Amerikaanse universiteitsstudenten een week
vakantie. Vele jongeren trekken dan naar vakantiebestemmingen
met veel zon en strand en geven zich over
aan tal van losbandige bachanalen en pleziertjes.
De cynische goth chick Cassie moet
undercover gaan bij al die leeghoofdige blondjes
om hen te beschermen tegen het nakende onheil.
Het contrast tussen haar en haar leeftijdsgenoten
zorgt voor hilarische toestanden.
De Amerikaanse deeltjes werden tot nog toe
verzameld in acht bundelingen (of drie omnibussen).
De eerste vier daarvan zijn zwaar aan te raden.
Leesvoer, allen te verkrijgen van Image Comics:
Volume 1: First Cut Hack/Slash: Euthanized
Volume 2: Death By Sequel
Volume 3: Friday the 31st
Volume 4: Revenge of the Return
Volume 5: Reanimation Games
Volume 6: In Revenge and In Love
Volume 7: New Blood Old Wounds
Volume 8: Super Sidekick Sleepover Slaughter
|
|
| |
20/01 |
|
 |
| |
Vinland
Saga (besproken door
Bert Gevaert) |
 |
Woooooooh,
wooooh, tjac, bam, babam, foosh, tzing, tzing,...
honderden gewapende krijgers storten zich
vol enthousiasme op een goed verdedigde vroegmiddeleeuwse
stad. Pijlen snorren door de lucht en treffen
meerdere keren hun onfortuinlijke doel. Een
arme soldaat krijgt een zware kruisboogpijl
recht in zijn oog... Wacht even, is dat geen
opvallend groot oog? Een groot oog in een
boekje van 215 bladzijden, met slechts enkele
kleurenplaatjes, heel veel klanknabootsingen
en gruwelijk geweld, af en toe een cartoonesk
figuurtje... Dat kan alleen een manga zijn!
Inderdaad, je leest en ziet het goed: Vinland
Saga is een manga over onze Europese
middeleeuwen. Het verhaal situeert zich aan
het begin van de elfde eeuw wanneer Vikingen
overal aan de Europese kusten de plak zwaaiden.
Wat weten Japanners nu over Vikingen? Samoerai
en ninja's, hooguit wat middeleeuwse fantasy
(zoals Berserk), is dat niet eerder
hun sector en zouden ze zich niet beter daarmee
bezig houden in plaats van zich met onze geschiedenis
te bemoeien? Hebben wij bovendien niet de
ultieme Vikingenstrip hier in België,
namelijk het succesvolle Thorgal?
| |
DE
DEENSE VINKINGENHEERSER
SVEN GAFFELBAARD |
|
|
|
InMangaka's
hebben echter al meerdere keren succesvol
bewezen dat ze in staat zijn om ook Europa
(en de rest van de wereld) een plaats te geven
in hun strips en dat is ook bij Vinland
Saga zeker het geval. In het verleden
bewees Osamu Tezuka dit trouwens
al met het nog steeds onvertaalde Adolf
(ooit als te vertalen strip aangekondigd door
Xtra) waarin onder andere
Adolf Hitler centraal staat.
Veel bekender (en makkelijker verkrijgbaar
dan Adolf) is Naoki Urasawa's
Monster, dat zich grotendeels in
Duitsland afspeelt, en bij ons een stijgende
populariteit kent.
Maar goed, in Vinland Saga zijn het
de Deense Vikingen die de hoofdrol spelen.
Ze worden geleid door de oude en wegrottende
Sven Gaffelbaard (965-1014).
Zijn vader, Harald Blauwtand,
leende zijn naam aan het bekende Bluetooth
van gsm-fabrikant Ericsson, een leuk en hoogstwaarschijnlijk
oninteressant weetje waarmee je vriend en
vijand kunt verrassen op een saaie receptie,
waarom niet?
Gaffelbaard is volop bezig met de verovering
van Engeland en laat zijn krijgers de vrije
hand om zich als huurling aan te bieden in
de onderlinge machtsspelletjes van de Europese
vorsten. En zo maken we kennis met Thorfinn,
het hoofdpersonage van deze reeks van Makoto
Yukimura die ondertussen al negen
delen kent in het Japans. Ze zijn vertaald
in het Engels (zij het niet officieel in drukvorm),
Frans (deel 9 verschijnt in maart bij Kurokawa),
Italiaans en nog wat talen. Thorfinn is het
geheim wapen van Askeladd, een machtige huurling
en uitstekend zwaardvechter.
Dit
blondgelokte opdondertje is immers bliksemsnel
en onvoorstelbaar bedreven in het hanteren
van twee vlijmscherpe messen waarmee hij geen
enkel gevecht verliest. Kortom, Thorfinn heeft
alles om een succesvolle carrière uit
te bouwen in de wereld van de Vikingen. Zijn
vaardigheden maken hem nochtans niet gelukkig.
Al snel wordt voor de lezer in een flashback
duidelijk gemaakt dat de diepere drijfveer
voor Thorfinns ongebreidelde vechtlust zijn
drang naar wraak is. Als kleine jongen moest
hij met lede ogen toezien hoe zijn eigen vader,
Thors, voor zijn ogen werd gedood door toedoen
van Askeladd.
VÑÑr zijn dood had Thors echter Askeladd laten
zweren zich de opvoeding van zijn zoon aan
te trekken. Dus werd Thorfinn ingelijfd in
diens huurlingenlegertje. Het spreekt voor
zich dat Thorfinn niets liever wil dan zijn
vader wreken door Askeladd te doden. Deze
laatste speelt handig in op dit verlangen
door de 'woeste wees' een duel tot de dood
te beloven na elke succesvolle opdracht. Zijn
voogd is zoals gezegd een bedreven zwaardvechter
die nog nooit zijn meerdere heeft ontmoet,
laat staan tegenover een veel te onstuimig
kereltje dat zich eerder door woede dan door
taktiek laat leiden.
En zo komen we weer bij het huurlingenleger
van Askeladd dat het de Europese vorsten knap
lastig maakt. Dat is in Engeland niet anders.
Loki, generaal van Gaffelbaard, is het eiland
aan het veroveren en is bijgevolg een dankbare
werkgever voor de huurlingentroep van Askeladd.
Zo komt het legertje in Londen waar de verdediging
in handen is van Thorkell, een boom van een
krijger die Thorfinn in een gevecht bijna
het onderspit laat delven.
Hoewel Thorkell in dit gevecht een aantal
vingers verliest, en in een volgend gevecht
ook nog eens een oog, belet dit hem niet om
later in de reeks een van de beste vrienden
van Thorfinn te worden. In Engeland krijgt
het leven van de bende van Askeladd plots
een andere wending wanneer ze in contact komen
met Knut, de zoon van koning Gaffelbaard.
Knut is een softie en lijkt een makkelijk
manipuleerbare marionet in handen van een
machtige krijger zoals Loki of Askeleladd.
Door enkele handige politieke manœuvres
slaagt Askeladd erin de gunst van de vorst
te winnen om zo zijn eigen verborgen agenda
uit te voeren. Maar is Knut werkelijk zo zwak?
En wat met de nog steeds ongestilde wraak
van Thorfinn?
Kortom, in een grotendeels historisch verhaal
over ambitie en verloren dromen krijgen we
te maken met de diepmenselijke wereld van
dappere mannen (en vrouwen!), waar goed of
slecht niet bestaan, waar wraak overheerst,
maar ook twijfel hard kan toeslaan. Zowel
Thorfinn als Askeladd worden geslingerd tussen
de uitersten van haat en bewondering voor
elkaar. Is Thorfinn voor Askeladd de zoon
die hij nooit gehad heeft, maar die hem meer
dan ooit haat? Of is Askeladd voor Thorfinn
de vader die hij altijd bewonderd heeft die
weet wat het inhoudt om een echte krijger
te zijn? Is een echte krijger iemand die geen
zwaard nodig heeft? Deze diepfilosofische
vragen over de ware ziel van de krijger, de
zoektocht van een getormenteerd mens naar
zingeving is slechts één briljant
aspect van dit verhaal.
Als geen ander bewijst het team van Makoto
Yukimura zijn ongelofelijk talent in de weergave
van de realistische weergave van de kledij,
wapens, woningen, schepen, meubilair, enzovoort
van Vikingen en hun tijdgenoten.

Om werkelijk duimen en vingers af te likken,
zijn de spectaculaire actiescènes in
het verhaal. Ze worden doorgaans breed uitgesmeerd
over meerdere bladzijden waardoor je als lezer
midden in het geweld wordt opgezogen.

Het is niet eenvoudig om mijn favoriete scène
in deze manga uit te kiezen. Er zijn er zoveel!
Het eerste duel tussen Thorfinn en Askeladd,
het epische gevecht tussen Thors en tientallen
tegenstanders die hij zonder zwaard (en zonder
hen te doden) allemaal neerslaat, de dramatische
dood van Thors, de flashback over de jeugd
van Thorkell, de dood van Gaffelbaard die
symbolisch wordt weergegeven door een vallende
kroon,...
Als ik toch één scène
moet kiezen uit Vinland Saga, dan
is het de volgende uit deel 6: een van de
krijgers van Thorkell is berserker geworden
door het eten van een giftige paddenstoel.
Als een razende vernietigt hij alles wat op
zijn weg komt, zelfs zijn eigen vrienden…
Tot hij opeens oog in oog komt met de ijzingwekkende
kalmte van de jonge prins Knut. Ik rilde en
kreeg het warm in de sneeuw!


 |
|
| |
14/01 |
|
 |
| |
Les
Cœurs Solitaires (besproken
door David Steenhuyse) |
Alle
pogingen om humorstrips in een collectie uit
te brengen, zijn tot mislukken gedoemd. Dat
kan je wel afleiden uit het falen van onder
meer Derde Graad bij Le Lombard
en Expresso bij Dupuis
die kort na elkaar werden gelanceerd en kort
na elkaar roemloos verdwenen. Dupuis had het
nochtans kunnen weten want voorloper Vrolijke
Vlucht hield er ook plots mee op.
Een restant uit Vrolijke Vlucht werd
hernomen in Expresso: twee albums van Zep
die onlangs door Daedalus
in wéér een nieuw jasje werden
heruitgegeven als Happy Rock en Happy
Girls. Naast nieuwe delen van Meneer
Johan, Green Manor en Van Dorpswege
deel 5 (de eerste vier delen verschenen
nochtans nooit in het Nederlands) betekende
de collectie vooral een kennismaking met verrassende
albums van Nicolas de Crécy
(Salvatore), Christian Durieux
en Jean-Luc Cornette (Central
Park), Grégory Mardon
(Incognito), Marzena Sowa
en Sylvain Savoia (Marzi)
en Loo Hui Phang en Hugues
Micol (Een Tweede Huid).
Vlaamse en Nederlandse lezers lustten Expresso
niet en ook in het Frans werd de collectie
opgedoekt, hoewel enkele series (Salvatore,
Marzi) tot op vandaag de dag nog wel
vervolgen.
Toen het al duidelijk was dat de collectie
geen succes was, achtte Dupuis het niet raadzaam
om nieuwe uitgaven binnen de collectie te
lanceren. Zo ging het one-shot Les Cœurs
Solitaires uit 2006 van de toen nog onbekende
Cyril Pedrosa helemaal verloren.
Onterecht.
Pedrosa wordt vandaag geroemd om zijn dikke
pil Drie
Schimmen waarin een vleugje fantasy
en vooral erg veel drama en emotie schuilgaan.
In AutoBio toont hij zich van zijn
komische kant met gags over zijn bewust groene
manier van leven, het begaan van kleine zonden
bij die levenswijze incluis. We hadden het
hier in deze rubriek net zo goed kunnen hebben
over zijn Franse doorbraakserie, het vierdelige
Ring Circus, of het doorgeslagen
Shaolin Moussaka (allebei op scenario
van David Chauvel), maar
we staan dus liever stil bij de, mja, feelgoodstrip
Les Cœurs Solitaires.

Jean-Paul leidt een kabbelend leventje. Sinds
de dood van zijn liefhebbende vader staat
hij aan het hoofd van het familiebedrijf dat
houten speelgoed fabriceert. Hij is enig kind
en zijn moeder ziet 'm doodgraag, maar ze
bemoeit zich in overvloed, zoals vele mama's
die hun zoontje bepamperen. Dat ze er anders
alleen voor staat en dat ze soms nog de stem
van haar overleden echtgenoot hoort, levert
ontroerende scènes op, maar 't is ook
wel een beetje emotionele chantage.
Het bedrijf maakt zich op voor een grote herdenking
van Jean-Pauls vader want het is bijna de
verjaardag van zijn overlijden. Een belangrijke
voetbalmatch tussen zijn bedrijf en een ander
is daarbij de talk of the town. Hoe
dichter die datum nadert, hoe ongemakkelijker
Jean-Paul zich voelt. Zelfs z'n aquariumvisje
maakt 'm depressief. Is dit nou wat hij van
zijn leven verwachtte? Is er echt niets meer?
De liefde bijvoorbeeld? Waar ontelbare anderen
in zijn plaats zich berusten in de dagelijkse
zekerheden en andermans bemoeienissen over
zich laten gaan, durft Jean-Paul het toch
aan om een keuze te maken, om een stapje verder
te zetten. Dan hebben we het nog niet over
het aanspreken van de joggende vrouw die hij
bij zijn eigen dagelijkse loopsessies tegenkomt
(uit zijn fantasie blijkt dat lustgevoelens
hem niet vreemd zijn), nee, hij daagt op de
voetbalmatch gewoon niet op.
We vinden 'm terug op een cruiseschip waar
hij snel kennismaakt met de vrolijke, overjaarse
gold digger Caro. Net zoals zij en
enkele andere rimpelige oudjes maakt Jean-Paul
deel uit van de 'cœurs solitaires',
de eenzame harten, singles op zoek naar een
partner. Dit is de Love Boat, alleen
blijft hier het kleffe van de tv-serie achterwege.
Jean-Paul ziet de joviale animatrice Marie-Ange
al meteen zitten. Goed voor hem dat de koppelaarster
zich een beetje om hem bekommert want hij
staat er anders ook maar verloren bij, alweer!
Een tip om een single lady op een
glaasje te trakteren ziet hij wel zitten,
maar de enige geschikte kandidate is Marie-Ange.
Eerste fout, want zij draagt geen roze hart
met haar naam op geschreven. Zij doet haar
werk.
Terwijl Jean-Paul zich tussen de eenzame harten
gestadig opwerpt als een sociale en aangename
vent en tussendoor een écht eenzame
vrouw doet inzien dat ze de liefde van haar
leven al heeft beleefd, ondergaat hij ook
plagerijen van de gymleraar. Na een bijna-verdrinking
peutert de dokter naar de oorzaak van zijn
tristesse... De liefde!
Mocht dit een romcomniemendalletje geweest
zijn, dan had Jean-Paul die liefde ook gevonden.
Op een bepaald niveau klopt de liefde ook
wel aan op zijn deur, maar hij krijgt uiteindelijk
een groter cadeau: levensvreugde.
Tja, als Les Cœurs Solitaires
één iets duidelijk maakt, is
dat je als eenzame ziel niet bij de pakken
moet neerzitten. Dat deed Jean-Paul ook niet.
Hij ondernam actie. In de uitvergrote situatie
aan boord van een minigemeenschap wordt hij
geconfronteerd met zijn fouten zijn falen,
zijn verleden (hij werd gepest). Dat verandert
allemaal gedeeltelijk ten goede door te volharden
in het 'zichzelf zijn' als proces in het openbloeien.
Les Cœurs Solitaires is een
mooie vertelling, een opsteker voor singles,
een gids voor mensen die zichzelf nog een
beetje moeten vinden. Schrijf je nu niet in
op een cruise, vaar liever mee met Cyril Pedrosa.
In mijn favoriete scène overschouwt
Jean-Paul verschillende singles om aan een
van hen een drankje te kunnen aanbieden. Dat
er variaties in singles zijn, maakt de serie
prenten duidelijk. Je hebt happy singles,
zij die het niet lang blijven, singles voor
wie een dikke portefeuille van tel is en waarlijk
eenzame singles die hoofdzakelijk medelijden
opwekken. Wellicht is deze laatste categorie
de grootste.
 |
|
| |
06/01 |
|
 |
| |
Empowered
(besproken door Arnout
Capiau) |
Adam
Warren, tekenaar en schrijver van
een boel dingen, was en is een tekenaar die
steeds op de rand vertoeft tussen twee stijlen:
hij is te manga voor de fans van traditionele
superheldencomics en niet authentiek manga
genoeg voor fans van 'echte' Japanse manga.
Hij is zich daar zelf ook goed van bewust,
wat hem een (on)gezond gevoel voor zelfkastijdende
humor heeft gegeven zonder dat er bitterheid
merkbaar is in interviews. Maar net zo min
past hij zijn stijl en zijn werk in die mate
aan dat hij beter in een succesvorm zou passen.
Op het eerste gezicht kloppen de vooroordelen
over zijn tekenwerk dan ook: veel 'speedlines',
grote ogen en monden, veel van de typische,
snel herkenbare grafische clichés die
met manga geassocieerd worden. Denk maar aan
grote, rondborstige vrouwen om maar iets te
noemen.
| |
UITGEKLAPTE
COVER VAN EMPOWERED DEEL 2 |
|

Er is gelukkig meer aan de hand. Achter die
verzameling voorspelbare elementen schuilt
een auteur met een heel herkenbare, unieke
en plezierige stijl, iets wat je niet altijd
even gemakkelijk terugvindt.
| |
TWEE
COVERS VAN DIRTY PAIR, VROEGER
WERK VAN ADAM WARREN |
|
Elk werk dat Warren aflevert, van zijn vroege
beginselen als de Amerikaanse kroniekschrijver
van Dirty Pair, zit propvol innovatieve
ideeën. Hij heeft een duidelijke voorliefde
voor sf en datgene wat altijd de doorslag
moet geven: interessante, veelzijdige en onvoorspelbare
personages.
Hij schreef bijvoorbeeld (en zoals bij veel
van zijn projecten tekende hij het ook uiteindelijk)
de laatste zoveel nummers van Gen 13,
een reeks die haar populariteit haalde uit
de toen ontzettend hippe Jim Lee-emulerende
stijl van J. Scott Campbells
tekeningen en veel minder uit goeie verhalen
of interessante personages.
| |
LINKS
COVERARTWORK VAN J. SCOTT
CAMPBELL EN RECHTS VAN ADAM
WARREN |
|
 |
|
Tijdens zijn run echter, was de titel
niet alleen erg grappig en stond de actieknop
niet alleen op 150.000, de personages kregen
een echt doordachte stem en klonken niet allemaal
als stereotype (maar erg onrealistische) tieners.
Een indrukwekkend staaltje was dat. Alsof
dat alles nog niet genoeg is, kan Adam Warren
ook een serieus eindje tekenen. Zo goed zelfs
dat hij voor zijn nieuwste reeks enkel met
potlood werkt. Inkt komt er dus niet aan te
pas. In andere gevallen kan dat nogal tegenvallen,
met een eerder onafgewerkte uitstraling als
resultaat. Empowered heeft daar zeker
geen enkele last van: de pagina's barsten
van talent, bruisen van energie en tonen elke
keer de meesterlijke Adam Warren-storytelling.
En nu we 't toch over de story hebben: het
vrouwelijke hoofdpersonage Empowered (ze geeft
zelf grif toe wat een domme keuze die superheldennaam
was) of Emp is wellicht de minst competente
superheld ooit. Ze maakt deel uit van de reserves
van het superheldenteam van dienst, de Superhomeys,
meer uit medelijden dan iets anders. Ongeveer
elke keer ze effectief ook probeert mee te
helpen aan gevechten tegen supervillains of
er in haar eentje een te lijf gaat, loopt
het toch nog slecht af. En met slecht aflopen
bedoelen we: haar kostuum wordt aan flarden
gescheurd en zij komt in een erg onterende
en compromitterende bondagesituatie terecht.
Tot haar eigen grote afgrijzen trouwens, want
het is (onder andere) een reden dat Emp altijd
zo onzeker is. Ze leeft met duizend angsten
en voelt afgrijzen voor wat er allemaal weer
zal mislopen als ze zich aan nog maar een
riskante situatie waagt.
| |
BONDAGEFRAGMENT
UIT EMPOWERED, VOLLEDIG GETEKEND
IN POTLOOD |
|
Gelukkig wordt Emp bijgestaan door enerzijds
haar vriendje Thugboy, een voormalige handlanger
van diverse boosdoeners en malafide organisaties
en anderzijds haar huisgezel en beste vriendin
Ninjette. Zij moeten er een beetje voor zorgen
dat Emp niet volledig toegeeft aan haar onzekerheden,
want van haar teamgenoten moet ze alvast geen
steun verwachten: die zijn er stuk voor stuk
van overtuigd dat zij een totale nietsnut
is.
Voor de rest zijn de albums (tot nu toe zijn
er zes, met meer in de maak) rijkelijk bevolkt
met de meest bizarre, onnozele, grappige en
angstaanjagende helden en hun tegenstanders,
met namen als Laser Brain, Femifist, Death
Monger, Willy Pete, Phallik, Mind Fuck, Sistah
Spooky,... We laten jou zelf uitzoeken wie
de helden zijn en wie de boosdoeners.
Het grote obstakel voor Empowered om een betere
superheldin te worden, is ook meteen het enige
wat van haar een superheld maakt: haar mysterieuze
kostuum. Het ding is zo broos dat het bijna
vanzelf in stukken scheurt, maar da's dus
ook waar haar krachten vandaan komen. Het
lijkt wel dat elke keer ze in de penarie zit,
het kostuum het ook laat afweten. Waar het
vandaan komt is onduidelijk, waarom het zo
slecht werkt evenzeer, maar dan zijn er toch
die momenten waarop het (uiteraard als niemand
iets in de mot heeft) meer dan uitstekend
werk levert.
Het mysterie van dat kostuum is ook een van
de langlopende elementen van dit verhaal,
dat in hoofdstukken verdeeld is die soms maar
een paar pagina's en op andere momenten de
helft van een volume kunnen vullen.
Empowered is een titel die superheldenclichés,
blockbusteractiescènes, romcomelementen
en lichte erotica, sf-invloeden en een hoop
andere dingen met een weelderig sausje humor
en zelfspot overgiet om tot een unieke, nooit
eerder geziene mix te komen. De meesterlijkheid
van Adam Warrens werk ligt erin al die elementen
samen te brengen en er iets uitmuntend leesbaar
van te maken. Je moet namelijk weten dat Empowered
ooit het levenslicht zag als een commissie
bondageprenten... ongetwijfeld op een moment
in Warrens carrière waar er niet veel
andere betalende opdrachten aan 'm werden
toegekend. Hij bouwde daar deze heel bezielde
en innovatieve reeks uit.
Een knap staaltje sequentiële kunst is
deze uitsmijter. Het zijn enkele pagina's
met een van de leukste personages uit de reeks
(en het zijn er een boel): the caged demon-wolf,
ooit door Emp gevangengenomen in een buitenaards
bondageapparaat. Nu ligt de demon-wolf op
Emps bijzettafeltje en kijkt tv. Regelmatig
geeft hij ook commentaar op gebeurtenissen,
en wel op zijn eigen hilarische manier.
|
|
|