
| |
Alle
bijdragen van Tom Bouden
aan de rubriek De
Commentator bundelen we op deze
pagina.
Klik verder naar de volgende onderwerpen:
• 20/02/2010
Tom Bouden rondt zijn driedelige making of
van Avontuur in de 21ste Eeuw af
en focust op lettertypes en retroscifi.
• 13/02/2010
In deel 2 heeft Tom Bouden het over de totstandkoming
van het scenario en hoe hij dertien verschillende
striptekenaars zo ver kreeg een eigen unieke
bijdrage aan de strip te leveren. Tom Bouden
legt tevens uit hoe dat praktisch te werk
ging.
• 06/02/2010
Tom Bouden publiceerde het album Avontuur
in de 21ste Eeuw. Aanvankelijk was dat
min of meer als test bedoeld voor een nieuw
avontuur van Piet Pienter en Bert Bibber.
Een fake cover en een proefplaat belandden
bij Pom die Bouden onverwachts
de toestemming gaf om met Piet Pienter en
Bert Bibber aan de slag te gaan. Over deze
voorgeschiedenis en de evolutie van de valse
cover naar de werkelijke cover met Boudens
personages Boelie en Kroepie Boemboem heeft
hij het in zijn eerste van drie bijdrages. |
|
|
| |
20/02 |
|
 |
| |
Tom
Bouden: "Lettertype
en retroscifi" |
De
volgende bijdrage is het vervolg van dit eerste
deel en tweede deel.
Lettertype
Bij de proefpagina’s gebruikte ik een bestaand
computerlettertype. Het letteren van een strip is
namelijk het minst leuke aspect van het striptekenen.
Dus toen de computertechnologie ver genoeg stond
om de lettering digitaal aan te pakken, was dat
een hele opluchting ten huize van studio Bouden.
Tien jaar geleden, toen ik The Importance of
Being Earnest moest herletteren in het Duits
en het Nederlands, heb ik mijn eigen lettertype
gedigitaliseerd, en sindsdien gebruik ik dat altijd.
Maar voor Piet Pienter en Bert Bibber kon
ik natuurlijk niet mijn eigen lettertype gebruiken.
Dus ging ik op zoek naar een gratis lettertype dat
Poms handschrift benaderde. Ik
gebruikte dat lettertype voor de proefpagina’s,
maar helaas was het niet perfect qua gelijkenis.
Toen ik effectief aan het tekenwerk begon, moest
ik het probleem van het lettertype oplossen. Het
programma waarmee ik indertijd mijn eigen lettertype
digitaliseerde, werkte al lang niet meer wegens
compleet verouderd. Dus moest ik een ander programma
bemachtigen. Helaas kosten die dingen behoorlijk
veel geld. Maar na een paar dagen rondsurfen op
het net had ik twee gratis ‘make your
own font’-programma’s gevonden.
Met het eerste kon je een lettertype scannen. Maar
helaas was het eindresultaat daarvan niet perfect.
Eens een lettertype gescand is, is het aan te raden
om handmatig de ruimtes tussen de verschillende
letters aan te passen. Iedere letter krijgt bij
het scannen namelijk evenveel ruimte toebedeeld.
Een letter als een o of een m vult die ruimte perfect.
Maar bij een i of een l blijft er links en rechts
van die letter veel te veel lege ruimte over. Als
je dat zo laat krijg je bij het typen een zeer onnatuurlijk
aanvoelende en slecht te lezen tekst. Gelukkig vond
ik een tweede programma waarmee je weliswaar niet
kon scannen, maar waarmee je wel een bestaand lettertype
kon aanpassen. Als ik die twee programma’s
combineerde kon ik dus hetzelfde doen als met een
programma waarvoor ik zou moeten betalen (ik ben
een kleine zelfstandige; alle beetjes helpen).
Eerst moest ik Poms lettertype scannen. Daarvoor
maakte ik fotokopieën van pagina’s uit
Piet Pienter en Bert Bibber met veel tekst.
Daarop zocht ik alle letters en leestekens die ik
nodig had. Ik knipte die uit, voegde die samen op
een blad en vergrootte alles zodat de letters ongeveer
een kleine centimeter groot waren. Met behulp van
een lichtbak tekende ik die over op de rasters die
ik nodig had om het lettertype in te scannen. Eens
alle tekens gescand en door het eerste programma
bewerkt waren, was het dus een kwestie van handmatig
iedere letter en letterteken te finetunen in het
tweede programma. Dat was een dag werk, maar het
resultaat is een perfecte digitale versie van Poms
lettertype. Nu ja, ik zeg perfect, maar eigenlijk
gebruikte Pom in de meeste van zijn strips een groter
en dikker lettertype. Ik heb me gebaseerd op zijn
oudere albums, toen zijn lettertype nog kleiner
en dunner was. Dat heeft natuurlijk als voordeel
dat je wat meer tekst in een tekstballon kwijt kan.
Retroscifi
De plot van Avontuur in de 21ste Eeuw draait
rond een antiekhandelaar in de toekomst. Dat is
een idee waar ik al heel lang mee rondloop. In de
meeste toekomstverhalen zie je namelijk nooit antiek
in de interieurs, terwijl er natuurlijk nog steeds
ruimtes en huizen zullen zijn die klassiek zijn
ingericht, met oude of pseudo-oude meubels.
Ik wist ook dat als ik dit idee ooit in een strip
zou gieten, ik mijn beeld van de toekomst zou baseren
op oude weergaves van de toekomst. Waarom? Omdat
ik een oud boekje heb liggen dat ooit aan mijn vader
toebehoorde. Het heet 't Jaar 2000 en toont
in woord en beeld hoe men in de jaren 1950 dacht
hoe het jaar 2000 er zou uitzien. En ik vind het
toekomstbeeld van toen er leuker uitzien dan het
toekomstbeeld van nu.
 |
|
Toen ik vijf of zeven jaar geleden in Londen een
boekje vond, gevuld met retrotoekomstafbeeldingen,
kocht ik dat meteen. Ik was er immers van overtuigd
dat ik ooit dat antiquair-in-de-toekomst-verhaal
zou maken en dat dit boekje daarbij een waardevolle
hulp zou kunnen zijn. Idem voor die ene kalender
gevuld met oude scifitekeningen die ik ooit eens
kreeg van een tante.
En inderdaad, uiteindelijke heb ik die allemaal
kunnen gebruiken bij het tekenen van de decors in
Avontuur in de 21ste Eeuw. En het leuke
is dat het perfect past bij Piet Pienter en
Bert Bibber. Voor velen is die reeks immers
synoniem met de jaren 1950 en 1960. Mijn verhaal
speelt zich weliswaar af in 2099, maar toch krijg
je het gevoel dat het vijftig jaar geleden is gemaakt." |
| |
13/02 |
|
 |
| |
Tom
Bouden:
"Het scenario en de gasttekenaars" |
De
volgende bijdrage is het vervolg van dit eerste
deel.
Nu
ik onverwacht de toestemming van Pom
kreeg om Piet Pienter en Bert Bibber te gebruiken
in een album à la Paniek in Stripland
moest ik een goed idee vinden om Piet Pienter en
Bert Bibber en de parodiërende stijl uit Paniek
in Stripland te combineren zonder dat ik Poms
reeks belachelijk zou maken. En hoe zou ik Kroepie
en Boelie, de reservestriphelden uit Paniek
in Stripland, kunnen gebruiken in het verhaal?
Het was eventjes zoeken hoe dat aangepakt kon worden,
maar plots kwam het idee om Piet Pienter en Bert
Bibber te laten vervangen omdat ze als gepensioneerde
stripfiguren nu eenmaal niet teveel mogen werken.
In mijn familie zijn alle vaders en nonkels ongeveer
rond die periode op pensioen gegaan, dus dat zal
wel voor de inspiratie gezorgd hebben.
Ik
ben meteen aan het scenario begonnen. Het is te
zeggen, ik ben begonnen met het herlezen van de
Piet Pienter en Bert Bibber-albums met
naast me een notitieboekje waarin ik af en toe enkele
woorden schreef. Meestal waren dat typische ‘Pom’-uitdrukkingen.
Dingen als "Dat is nog gene zever zeg!"
of "Heilige Bimbam!". Uitdrukkingen die
typisch zijn voor Piet Pienter en Bert Bibber en
dus niet mochten ontbreken in mijn versie. West-Vlaming
zijnde heb ik namelijk geen enkele feeling met het
Antwerpse vocabularium. Het is al erg genoeg dat
ik in de ge-vorm moest werken. Voor de rest van
Vlaanderen is dat blijkbaar geen probleem, maar
als je bent opgegroeid aan de kust wringt dat langs
alle kanten. Van een bevriend tv-scenarist weet
ik dat je aan het gebruik van ge en gij en de werkwoordvervoegingen
die daarna komen, kan merken of de schrijver van
een scenario uit West-Vlaanderen komt of niet.
Omdat mijn verhaal rond een reis in de tijd draaide,
vond ik natuurlijk vooral inspiratie in het album
De Tijdmachine.
Een van de kenmerken van Paniek in Stripland
waren de vele cameo’s van bekende en minder
bekende stripfiguren. Ook in dit verhaal wou ik
dat opnieuw doen. Al vlug speelde ik met de gedachte
om de cameo’s niet zelf te tekenen. Steven
Dupré bleek een groot liefhebber
van Paniek in Stripland te zijn, en had
al eens laten weten dat indien ik ooit een vervolg
wou maken hij daar met plezier aan wou meewerken.
Als hij dat wou, waren er misschien ook nog andere
tekenaars die dat zouden willen doen.
Zou ik genoeg tekenaars bereid vinden om hun eigen
stripfiguren zelf te tekenen? En wie kon ik daarvoor
vragen? Het moesten sowieso tekenaars zijn die hun
eigen figuren tekenen, en de figuren moesten toch
enige bekendheid genieten bij een groot publiek.
Helaas vielen daardoor al een aantal bevriende tekenaars
af. Maar uiteindelijk had ik een lijstje samengesteld
van mogelijke slachtoffers. Samen met de eerste
pagina’s die ik ondertussen had getekend,
probeerde ik de tekenaars te overhalen via een mail.
Van de veertien tekenaars die ik aanschreef, reageerden
er dertien positief en vaak ook heel enthousiast.
Heel wat tekenaars blijken een liefhebber te zijn
van het werk van Pom, en groeiden vaak op met zijn
strips. Dat hielp natuurlijk om hen te overhalen.
Het resultaat was een indrukwekkend lijst van gevestigde
waarden en aanstormend talent. Bij de gevestigde
waarden zaten enkel tekenaars waarvan ik als kind
al met plezier hun werk las. De overige tekenaars
waren vooral generatiegenoten, en in sommige gevallen
zelfs ex-klasgenoten.
Wim Swerts, Michael Vincent,
Marc Legendre, Jean-Pol,
Martin Lodewijk, Dirk Stallaert,
Luc Cromheecke en Charel
Cambré zagen het wel zitten om een
oudere versie van hun bekendste personage(s) te
tekenen.
Marc Verhaegen, Steve Van
Bael, Willy Linthout,
Kim Duchateau, Steven Dupré
en Hec Leemans zegden allen toe
om een ietwat uitgebreidere bijdrage te leveren.
Nu ik wist wie wat wou doen, begon ik het scenario
aan te passen. Nu ja, ik spreek van een scenario,
maar eigenlijk maak ik voor mezelf nooit uitgewerkte
scenario’s. Het zijn meer uitgebreide synopsissen
die bestaan uit een beschrijving van de actie per
pagina. Voor sommige scènes zijn de dialogen
al uitgeschreven. Voor andere scènes schrijf
ik die terwijl ik de pagina aan het uittekenen ben.
Het is ook al tekenend dat ik eventuele visuele
grappen toevoeg.
Omdat ik op voorhand wist dat ik zonder twijfel
ging moeten wachten op sommige bijdrages van de
collega’s, en dat het wel eens meerdere maanden
kon duren vooraleer alle bijdrages klaar waren,
besloot ik eerst de pagina’s waarop die bijdrages
moesten komen te maken.
Drie pagina’s zouden gevuld worden door telkens
twee tekenaars. Ik maakte een vage schets van die
pagina’s en stuurde die door naar de tekenaars
die de bovenste helft zouden tekenen. Dat gebeurde
samen met een enveloppe waarmee ze de plaat naar
de andere tekenaar konden sturen.
Twee andere pagina’s zouden gevuld worden
met personages van elf verschillende tekenaars.
Opnieuw maakte ik een schets. Die werd gescand en
op ware grootte naar alle tekenaars doorgestuurd
zodat ze wisten waar hun personages geacht werden
te staan en in welke houding of compositie.
Van deze tekenaars kreeg ik via mail hun bijdrages
binnen die ik dan afprintte en op de juiste plaats
op de originele plaat kleefde. Ik kon dat natuurlijk
ook digitaal samenvoegen, maar ik hou van het gevoel
een pagina met de hand te kunnen afwerken. Zo’n
plaat die voor je op je bureau ligt, is toch nog
iets anders dan een afbeelding op een computerscherm.
In de maanden die daarop volgden, sijpelden de bijdrages
langzaam maar zeker binnen. Bij de ene tekenaar
ging dat al wat vlugger dan de andere — die
eeuwige deadlines die telkens weer in de weg zitten,
je kent dat wel — en sommige tekenaars moesten
af en toe herinnerd worden aan hun belofte, maar
uiteindelijk verliep alles redelijk vlot. Toen ik
klaar was met het verhaal was het nog eventjes wachten
op de twee laatste bijdrages waardoor de platen
die zich afspelen in het bejaardenhuis meteen ook
de allerlaatste platen waren die ik heb afgewerkt.
Ik ben zeer tevreden met het resultaat. Ik hoop
dat de lezers dat ook gaan zijn. Door de meewerkende
tekenaars is Avontuur in de 21ste Eeuw
niet alleen het album geworden waarin Piet Pienter
en Bert Bibber eventjes terugkeren, maar waarin
ook personages als Biebel, Kramikse, Bakelandt,
Wolf en de Orphanimo!!-bende nog eens opduiken.
Iets wat natuurlijk een extra waarde geeft aan het
verhaal." |
| |
06/02 |
|
 |
| |
Tom
Bouden: "Avontuur in de 21ste Eeuw" |
Wat
kan ik vertellen over de cover van Avontuur
in de 21ste Eeuw? Heel wat, eigenlijk.
Het begon allemaal vele jaren geleden, ergens in
de jaren 1990, met de gedachte dat het leuk zou
zijn om een nieuw avontuur van Piet Pienter
en Bert Bibber te kunnen maken (iets wat wel
meer mensen denken of hebben gedacht, heb ik me
laten vertellen).
Natuurlijk zou de reeks dan ietwat gemoderniseerd
moeten worden. De titel Avontuur in de 21ste
Eeuw leek me geschikt om duidelijk te maken
dat de reeks niet bleef stilstaan in het verleden.
Daarvoor zouden de hoofdpersonages in de toekomst
moeten reizen, want de 21ste eeuw was op dat moment
nog toekomstmuziek.
Maar natuurlijk bleef het bij dat vaag, onrealistische
idee en een titel voor een verhaal dat er toch nooit
zou komen.
Maar
die gedachte bleef in mijn achterhoofd hangen, en
ergens in 2007 maakte ik tijdens een rustig moment
een fictieve cover voor een onbestaand Piet
Pienter en Bert Bibber-album met die ondertussen
achterhaalde titel. Ik plaatste die cover op mijn
toenmalige blog.
Wat later sprak ik met mijn uitgever bij Standaard
Uitgeverij over onze gedeelde voorliefde
voor Piet Pienter en Bert Bibber. Hij wou
heel graag de reeks laten verderzetten, en vroeg
me een proefpagina te maken waarmee zou geprobeerd
worden om de ondertussen negentigjarige Pom
te overtuigen. Die proefpagina heb ik een paar dagen
later gemaakt, samen met wat mogelijke synopsissen.
Maar het lukte de uitgever niet om Pom te bereiken.
Het project belandde dus in de koelkast.
Ondertussen hadden enkele fans van Piet Pienter
en Bert Bibber gereageerd op de cover die op
mijn blog stond. Een van die mensen raadde me aan
om contact op te nemen met Peter Busschots,
die een hele goede vriend van Pom blijkt te zijn.
Peter is eveneens een van de mensen achter vzw
’t Mannekesblad, Poms huidige uitgeverij.
In november 2008 contacteerde ik Peter via mail.
Ik kreeg een uitgebreid antwoord terug. "Ik
ben met uw strip Paniek in Stripland bij
Pom geweest en hij vond het geweldig!!!! En dat
is uitzonderlijk!!! Aan de hand van dit werk kan
ik misschien wel gedaan krijgen dat je een eenmalig
hommagealbum mag maken (…) Stuur
me misschien enkele kopieën en ik beloof je
dat ik ze zal voorleggen. Maar leg je hoop niet
te hoog!"
Ik bezorgde de tekeningen en synopsissen aan Peter.
Vijf dagen later kreeg ik een enthousiaste mail
terug.
"Soms wordt 1% plots 99%. In dit geval wil
dat zeggen dat je nu nog slechts 1% risico hebt
om geen nieuwe Piet en Bert te mogen tekenen.
Pom vindt de tekeningen zeer goed en je mag 1 ode(verhaal)
aan PP & BB maken. Liefst zelfs met
de kaft en titel die je me stuurde: Piet Pienter
en Bert Bibber in de 21 Eeuw."
Daarna werd er nog wat heel en weer gemaild en gebeld.
Er werden wat voorwaarden gesteld. Het mocht bijvoorbeeld
geen volwaardig Piet Pienter en Bert Bibber-album
worden, maar wel iets à la Paniek in
Stripland.
Er werd op vraag van Pom een afspraak gemaakt, zodat
hij wat tips kon geven, maar die afspraak ging om
redenen buiten mijn wil om niet door. Iets wat ik
eigenlijk niet zo erg vond, want Pom woont aan de
andere kant van het land, en ik hou helemaal niet
van autorijden. Uiteindelijk heb ik tijdens een
paar aangename telefoongesprekken de nodige adviezen
van Pom gekregen.
De titel Avontuur in de 21ste Eeuw heeft
ondertussen een vreemde, onbedoelde betekenis gekregen.
Het verhaal speelt zich, hoe je het ook draait of
keert, sowieso af in de 21ste eeuw. De scènes
in het heden én de toekomst spelen zich immers
beiden in die eeuw af. Ongewild zeg ik dus eigenlijk
dat de personages Piet Pienter en Bert Bibber niet
zijn blijven steken in de vorige eeuw. Ik kon de
titel aanpassen naar Avontuur in de 22ste Eeuw,
maar de symbolische en dubbelzinnige betekenis van
de huidige titel sprak me meer aan.
Als
ik die eerste hommagecover nu bekijk, zie ik vooral
de vele gebreken. De grootste fout is natuurlijk
de schrijffout in de titel (21e in plaats
van 21ste). Maar ook de lijnvoering van
zowel de personages als de letters zijn allesbehalve
Pom. Dat moest dus aangepast worden.
Ik begon met de titel. Om het zo 'Pommerig' mogelijk
te maken, ging ik op zoek in de Piet Pienter
en Bert Bibber-albums naar de letters die ik
nodig had om de woorden Avontuur in de 21ste
Eeuw te vormen. Daarvoor scande ik gewoon de
hoofding van een Piet Pienter en Bert Bibber-titelpagina
in (De Avonturen van Piet Pienter en Bert Bibber).
Eens ingescand versleepte ik de nodige letters tot
ik mijn titel had gevormd. Het woord "avontuur"
was gelukkig gemakkelijk gevormd. "21"
bleef leeg. Ik vergrootte alles, trok de letters
computergewijs scheef en printte dat af. Waarna
ik de "21" handmatig toevoegde. Wat ik
nu had, was een bijna perfecte titel. Maar door
al dat inscannen, vergroten en afprinten was de
lijnvoering natuurlijk niet perfect. Dus tekende
ik met behulp van een lichtbak alles over, zodat
iedere letter met dezelfde lijn was getekend. En
dat werd weer ingescand en toegevoegd op de cover.
Ik paste hetzelfde systeem toe voor de namen "Boelie
en Kroepie Boemboem" die bovenaan op de cover
de namen van Piet Pienter en Bert Bibber moesten
vervangen. De reden dat Boelie deze keer als eerste
wordt vernoemd (bij Paniek in Stripland
ging die eer naar Kroepie), is gewoon omdat Boelie
de vervanger van Piet is, en die dus eerst moest
komen. Dat ik het zo moeilijker maak voor de verzamelaars
("Vormen die twee albums nu een reeks, en zo
ja, onder welke naam moeten we dat klasseren?")
was, met dank aan mijn slecht karakter, leuk meegenomen.
Maar
ook de getekende personages moesten aangepast worden.
Kroepie en Boelie kunnen, als hoofdpersonages, natuurlijk
niet op de cover ontbreken. Dus plaatste ik ze op
de ruimtescooter in plaats van Bert. Susan werd
vervangen door Bert. En omdat ik niet tevreden was
over het hoofd van Piet tekende ik dat ook opnieuw.
Lui als ik ben, had ik natuurlijk geen zin de volledige
cover opnieuw te tekenen, dus beperkte ik me tot
de personages die ik daarna computergewijs heb toegevoegd
op de oorspronkelijke cover. Maar omdat ik na een
paar dagen vond dat Kroepie teveel in mijn eigen
stijl was getekend, heb ik hem uiteindelijk nog
eens opnieuw getekend. Deze keer in een stijl die
dichter bij Pom lag.
En om wat meer diepte in de tekening te krijgen,
heb ik de zwarte lijntjes van de gebouwen op de
achtergrond vervangen door gekleurde lijntjes.
Een aantal maanden later, toen het verhaal helemaal
getekend was, kreeg ik te horen dat Pom geen bezwaar
had tegen het vermelden van de namen "Piet
Pienter en Bert Bibber" op de cover. Dus voegde
ik die er in een discreet lettertype aan toe.
En omdat ik voor het tekenen van de decors op een
vijftiental pagina’s de hulp heb ingeroepen
van Luderei was het voor de hand
liggend dat zijn naam ook vermeld werd. Als Franquin
zijn medewerkers op de covers kon vermelden, kan
ik dat ook."
| |
KIJK
EN VERGELIJK BEIDE COVERS |
|
|
|