Alle
bijdragen van Steve Van Bael
aan de rubriek De
Commentator bundelen we op deze
pagina.
Klik verder naar de volgende onderwerpen:
• 14/08/2010
Voor Figaro 5 trok Steve Van Bael
op location hunting in Brugge, Parijs,
Brussel, Griekenland en het virtuele Rome
voor het verzamelen van documentatie waar
hij duizenden foto's nam. Over een gesloten
kerkhof in Parijs en een poging om het lijk
van een Griekse heilige te fotograferen wijdt
hij verder uit.
14/08
Steve
Van Bael: "Documentatie!"
Nu
De Duivelsbijbel in de winkelrekken ligt
(bekijk hierboven de trailer), wacht ik vol spanning
af hoe de commentaren gaan zijn. Wordt het album
enthousiast onthaald? Of wordt het met de grond
gelijk gemaakt? Natuurlijk hoop ik op het eerste,
maar dat is niet altijd zo evident. Zoals het ook
niet evident is om een 'goed' stripalbum te maken,
onder grote druk.*
* De druk van steeds strenger
bekritiserende recenten, de druk van lezers die
jonge reeksen gaan vergelijken met topreeksen die
al jaren bestaan of waar meer dan jaar aan gewerkt
is met of zonder subsidies en aan de grootste druk,
mijn ergste vijand, DE DEADLINE. Het zou zelfs een
leuke titel kunnen zijn voor een stripalbum.
Om een goed stripverhaal te maken, moet je allereerst
zorgen dat je een leuk verhaal schrijft met een
sterke plot. Aan De Duivelsbijbel heb ik
langer geschreven dan normaal. Ik voelde dan ook
dat ik een sterk verhaal aan het neerpennen was
en geen rekening had gehouden met de moeilijkheidsgraad
achteraf voor het tekenwerk.
Eenmaal het verhaal volledig geschreven was, kon
het tekenwerk beginnen. Maar tussen het schrijven
en het tekenen in is er voor mij echter nog een
heel belangrijke tussenstap. Namelijk documentatie!
Ik ga héél ver in het zoeken naar
documentatie. Zo ver zelfs, dat ik vaak het vliegtuig
neem samen met mijn fototoestel en vriendin, om
naar de locatie ter plaatse te gaan en foto's te
nemen van deze locatie en/of voorwerpen. Men noemt
dat trouwens location hunting. En de kosten
breng ik in bij de boekhouder ;-) Iets wat ik geleerd
heb van mijn grote leermeester, Merho!
Voor De Duivelsbijbel ben ik trouwens afgezakt
naar Brugge, Parijs, Brussel, Griekenland en het
virtuele Rome. Alles bij elkaar heb ik zo'n 4.500
foto's verzameld voor het album.
Om dan terug te komen op het feit dat het niet altijd
even gemakkelijk is om een stripverhaal te maken
en dat je onderweg naar de deadline toe wat ongemakken
of hilarische momenten meemaakt, wil ik graag twee
anekdotes vertellen over mijn trip naar Griekenland
en Parijs. Al de mislukte kribbels, problemen met
dialogen, inktvlekken en paginalay-out sla ik over.
Eerste anekdote, Parijs
Ik was met mijn vriendin 3 dagen naar Parijs gegaan,
putje winter, voor documentatiefoto's. Parijs speelt
dan ook een grote rol in het album, dus moest alles
toch een beetje kloppen. Op het programma stond
het nemen van foto's nemen van:
- Hotel des Invalides waar het praalgraf van Napoleon
gelegen is.
- Een ondergrondse metro voor een spectaculaire
achtervolging.
- Een vervallen zwembad.
- Gare de Lyon.
- De Seine met achtergrond.
- Cimetière du Père-Lachaise, binnen
en buitenkant.
Wel,
bij dat laatste is het behoorlijk de mist in gegaan.
Op de eerste dag stond Père-Lachaise op het
programma. Daar aangekomen, stonden we meteen voor
een gesloten poort! Het was behoorlijk koud en de
ontgoocheling was door de koude nog groter. De reden
van de gesloten deur was dat er nog te veel sneeuw
lag op de kasseien en te gevaarlijk was voor toeschouwers.
De volgende dag zou het misschien open gaan. Met
goede moed begon ik als een bezetene foto's te nemen
van de buitenkant en deed de rest van het dagprogramma.
Toch was er even hoop toen de poort plots open ging.
Al was het maar om een begrafeniswagen binnen te
laten. Zo ving ik snel een glimp op van de oprijlaan.
De
volgende dag, na het ontbijt, stonden we weer voor
een gesloten poort. De moed zakte opnieuw in de
koude schoenen en ben verder op zoek gegaan naar
de rest van de andere locaties in Parijs.
De
laatste dag! Ik moest en zou foto's hebben van de
binnenkant van het kerkhof. Want er kwamen wel een
aantal scènes in het album voor. Maar helaas,
pindakaas! Voor de derde dag op rij stonden we samen
met een groepje Jim Morrison-fans,voor
een gesloten poort. Wat nu? Mijn vriendin, die vroeger
al eens in Parijs geweest was, vertelde me over
Cimetière du Montparnasse. Er zat niets anders
op dan daar opnames te maken voor het album. Uit
frustratie heb ik er honderden foto's genomen, zodat
ik zeker zou zijn dat ik geen tekort aan foto's
zou hebben. Ik heb er ook een klein bezoekje gebracht
bij het bescheiden graf van Serge Gainsbourg.
Achteraf bekeken zal geen enkele lezer merken dat
ik voor de binnenkant van Père-Lachaise eigenlijk
de binnenkant van Montparnasse heb gebruikt. Die
graven lijken allemaal wel fel op elkaar. Toch had
ik graag even de grafsteen van Jim Morrison, Chopin
en Oscar Wilde aanschouwt...
Tweede anekdote, Griekenland De Duivelsbijbel speelt zich voor een stuk
af in Zakynthos. Een klein eilandje van Griekenland.
Daar moest ik foto's hebben van Marathonissi, ook
wel het schildpaddeneiland genoemd waar de Caretta-caretta
schildpadden in grote getale aanwezig zijn. Ook
foto's van de heilige Dionysios,
die begraven ligt in de stad Zakynthos, waren heel
belangrijk voor het album.
Maar wie is die Heilige Dionysios eigenlijk? Wel,
op 17 december 1622 stierf Dionysios van ouderdom
op Strofades waar hij werd begraven. Toen zijn lichaam
later vrijwel intact werd opgegraven, werd hij als
heilige vereerd. In 1716 werden de relieken overgebracht
naar de Sint-Dionysiuskerk. Ieder jaar op 24 augustus
en op 17 december wordt hij herdacht. De kist met
daarin zijn overblijfselen wordt dan door de stad
van Zakynthos gedragen. Men kust ook zijn voeten
en hij krijgt nieuwe pantoffels. Ze geloven dat
zijn geest op het eiland ronddwaalt, om de zieken
te helpen. Vandaar de nieuwe pantoffeltjes. En weet
je wat merkwaardig is? In 1953 werd Zakynthos getroffen
door een zware aardbeving dat elk gebouw met de
grond gelijk maakte. Op één gebouw
na... de kerk waar de heilige Dionysios begraven
lag!
Ik
moest en zou foto's nemen van de kerk waarin hij
lag, maar ook van Dionysios zelf. Geen gemakkelijke
opdracht. Je kan moeilijk binnen stappen en vragen:
"Hé, open die kist even, ik wil een
foto van de heilige nemen!"
Maar een van mijn motto's is: “Onmogelijkheid
bestaat niet, dat is een wil om niets te moeten
doen!” Dus zo gezegd, zo gedaan. Na de buitenopnames
stapte ik binnen, vol zelfvertrouwen. Aan de eerste
priester die ik er tegenkwam, stelde ik lachend
de vraag; “Mag ik even een 'kijkje' nemen
in de crypte?”
De priester keek me boos en stomverbaasd aan! Was
het nu door de laffe warmte die in de kerk bleef
hangen of door mijn te laat opgemerkte sarcastische
vraag toen bleek dat de priester door het leven
ging met slechts één oog. Het woordje
'kijken' kwam misschien verkeerd over? Ik dacht
er nog aan toe te voegen: "Knijp even een oogje
dicht als ik foto's neem!" Mijn kansen om foto's
te mogen nemen, zag ik in één klap
met 95% dalen.
Tijd voor een tweede poging. Ik vertelde met veel
plezier en enthousiasme wat mijn job was en dat
ik de heilige zou vereren in mijn stripalbum. Op
slag leek de priester honderdtachtig graden gedraaid
en zei me dat ik tien minuten de tijd had om foto's
van de crypte te nemen. Maar niet van de heilige
zelf. Oef! De eerste slag was al binnen. Vervolgens
trok ik zo snel als ik kon met mijn fototoestel
in de aanslag naar de crypte. Toen ik net mijn eerste
foto wou nemen, kwam de hoofdpriester de crypte
binnen en vroeg wat ik van plan van. Hij was niet
op de hoogte en kon het niet appreciëren dat
ik foto's nam in de crypte. Dus vertelde ik mijn
verhaal opnieuw. Ik kon nooit geloven dat de hoofdpriester
nog enthousiaster klonk dan de one eyed priest.
Hij ging zelfs voor mij een uitzondering maken.
Ik mocht 's avonds terugkomen om 18.00 uur en mocht
foto's nemen van de crypte en van de heilige himself!
En daar stond ik dan, met mijn mond vol tanden.
Goedgeluimd
verkende ik met mijn vriendin de rest van het eiland
met een gehuurde jeep en reden terug richting hotel
voor de avondlunch. Tot plots om 16.00 uur het eiland
geteisterd werd door onweer. Een onweer dat ik nog
maar zelden gezien had. Felle bliksemschichten gevolgd
door hevige donderslagen die door merg en been gingen,
en dat in combinatie met hevige regenbuien. Een
uur later was het onweer nog erger geworden met
een lucht zo zwart als roet!
18.00 uur! Ik was zo woedend dat het onweer naast
me verbleekte als een verschrompelde olijfboom.
Een half uur later was het onweer wat geluwd en
waagde ik het met mijn vriendin om met de jeep door
het onweer te rijden. Aangenaam is anders. Eenmaal
aangekomen in Zakynthos renden we tussen de donderslagen,
bliksemschichten en regenbuien door, richting de
kerk en arriveerden we een uurtje later als twee
waterhoentjes in de kerk.
In een imitatie als bliksemschicht snelde ik naar
de crypte die onherroepelijk gesloten bleek te zijn.
Dat was de eerste keer dat ik gevloekt heb in een
kerk. Tot plots de hoofdpriester achter mij stond
en mijn vloek plots een geschenk uit de hemel bleek
te zijn. Hij zei me nog tien minuten te wachten.
Om de tijd wat te doorstaan, tekende ik de wandtapijten
na die in de kerk hingen. Toen mijn tekening net
voltooid was, riep de hoofdpriester ons tot bij
hem. We volgden hem tot in de crypte, samen met
twee andere priesters en vijf Italianen. Eenmaal
we allemaal binnen waren, ging de deur achter ons
dicht!
Daar stonden we dan, in een piepkleine crypte met
vreemde mensen en een lijk van honderden jaren oud.
Van opwinding begon mijn hart te bonzen als een
bezetene. Het felle onweer had er wellicht ook iets
mee te maken.
Opeens begon de hoofdpriester uit een bijbel allerlei
verzen te prevelen terwijl de tweede priester de
sarcofaag met wierrook begon te, euh, bewieroken.
De derde priester had ook een functie. Hij haalde
een sleuteltje uit zijn binnenzak en opende een
slot van de sarcofaag, gevolgd door het tweede slot.
Weldra ging de kist open en ik was razend benieuwd
hoe de heilige er zou uitzien. Ik voelde mijn hartslag
al in mijn hals kloppen. En toen gebeurde het. De
derde priester liet een luik van de sarcofaag zakken
waardoor het stoffelijk overschot van de heilige
Dionysios zichtbaar werd. Hij lag veilig achter
glas. Het onweer was op zijn hoogtepunt wat de sfeer
alleen maar enger maakte. De verzen van de priester
leken me net verzen van Satan! Alleen een witte
bliksemschicht op de achtergrond ontbrak nog. Toen
ik net mijn fototoestel wou bovenhalen, gebeurde
het. De derde priester bleek nog over een tweede
sleuteltje te beschikken waarmee hij een ander glazen
luikje aan de voeten van de Heilige opende. Voel
je het al komen?
De eerste Italiaan werd naar voor geroepen. Hij
deed zijn gebed, maakte een kruisteken en kuste
pardoes de voeten van een lijk dat al 388 jaar oud
is. Het ging zo maar door tot al de andere Italianen
het voorbeeld van de eerste gevolgd hadden. En daar
stond ik dan, samen met mijn vriendin voor de sarcofaag,
klaar om de voetjes van de heilige te kussen. Ik
zag het niet zitten en duwde met een onopvallende
elleboogstoot mijn vriendin naar voren. Dapper,
maar met schoenen vol lood, zag ik dat ze hetzelfde
ritueel volgde van onze voorgangers. Maar tja, toen
was ik nog aan de beurt. Ik zette mijn verstand
op nul en herhaalde het ritueel. Heel het gedoe
had iets weg van een sekte en ik had nog geen enkele
foto genomen. Toen ik klaar was door de heilige
zijn voetjes te kussen, klapte de derde priester
de sarcofaag terug dicht terwijl de hoofdpriester
zijn verzen beëindigde. De Italianen gingen
tevreden naar buiten en ik was nog steeds onder
de indruk van het spektakel met de onderliggende
gedachte dat ik geen enkele foto genomen had. Ik
nam me al voor om voorbeelden op het internet te
zoeken over de Dionysios.
Ik
bedankte de hoofdpriester met mijn tekening van
de wandtapijten in de hoop dat ik nog even een glimp
kon opvangen van Dionysios. Als een tevreden klein
kind bedankte de priester mij op zijn beurt en riep
de tweede priester terug bij hem. Hij sprak hem
toe en verdween onmiddellijk met de noorderzon om
meteen weer terug te komen met een boek. De hoofdpriester
gaf het mij cadeau. Ik bladerde het boek even door
en al gauw verscheen een glimlach op mijn lippen.
Het boek stond vol beeldmateriaal over de heilige.
Missie geslaagd!
En zo had ik mijn zoektocht naar alle locaties,
voorwerpen en personen beëindigd en kon het
tekenwerk beginnen. Is het leven van een striptekenaar
toch niet fantastisch?!"