
| |
Alle
bijdragen van Marvano aan
de rubriek De
Commentator bundelen we op deze
pagina.
Klik verder naar de volgende onderwerpen:
• 07/05/2011
Met het tweede deel van de trilogie Grand
Prix achter de kiezen, pikten we er twee
keer twee pagina's uit. Op een resem voorgeschotelde
trefwoorden lieten we Marvano reageren. Bijvoorbeeld
over zijn passie voor wagens en geschiedenis,
over documentatie en authenticiteit, over
spanning en Adolf Hitler,... |
|
|
| |
07/05 |
|
 |
 |
Over
passie voor wagens: "Ik ben geboren
in Zolder. Ik was tien jaar toen het circuit officieel
geopend werd. Drie keer raden waar wij onze weekends
doorbrachten... Het circuit werd een venster op
de wereld, bij wijze van spreken. De racerij was
een exotische wereld, een totaalgegeven. Het ging
'm niet specifiek om de auto's of om de techniek
of om de coureurs. Het was het geheel dat deed dromen.
Maar het moet gezegd dat de racewagens toen veel
mooier waren dan nu. Tegenwoordig zijn het foeilelijke,
van onder tot boven met reclame volgeplakte doorslagen
van één en hetzelfde, ongetwijfeld
efficiënte prototype. Volkomen stijlloos. Toen
ik de racerij leerde kennen, waren de auto's indrukwekkend,
zuiver van lijn, mysterieus bijna. En ze hadden
karakter. Een Lotus 49 herken je nu nog altijd op
een zwart-witfotootje van een postzegel groot. En
aan de helm kan je precies zien wie ermee rijdt.
Zet het hele Formule 1-veld van tegenwoordig in
zwart-wit en er is geen mens die de auto's uit mekaar
kan houden.
Hetzelfde geldt voor het racevolkje. Karakters als
Innes Ireland, Rob Walker,
John Cooper, Chris Amon
of onze eigen Jacky Ickx vind je
niet meer. De hele racewereld is een tweedimensionale,
bordkartonnen business geworden die stijf staat
van de regeltjes en waarin het nog slechts om geld
draait. Er zit geen leven meer in."
Over passie voor geschiedenis: "Geschiedenis
fascineert me. Vooral de geschiedenis van de twintigste
eeuw omdat die grotendeels de wereld bepaald heeft
waarin we leven. Negentig percent van de problemen
waar de wereld vandaag mee kampt, vindt zijn oorsprong
in de twee wereldoorlogen, het interbellum en de
koude oorlog.
Ik lees dus geschiedenis (het gaat in de eerste
plaats om lezen; ik heb al jaren geen tv-distributie
meer) uit pure interesse, maar als een verhaal begint
vorm te krijgen ga ik natuurlijk wel gericht op
zoek en ga ik boeken en dvd’'s zoeken in functie
van."
Over documentatie: "Voor een
trilogie als Grand Prix is de hoeveelheid
documentatie redelijk gigantisch omdat ik niet enkel
probeer een accuraat beeld te krijgen van de racerij,
maar van de wereld van toen in zijn geheel: hoe
die was, ontstaan is en afliep. Dus komen er boeken
aan te pas over onderwerpen gaande van kunst in
de Weimarrepubliek tot het proces van Adolf
Eichmann. Soms haal je uit zo'n boek misschien
één klein detail, soms niet eens dàt,
maar enkel een idee van sfeer of zoiets... Het is
moeilijk uit te leggen. Eigenlijk is het een werkwijze
die voor een groot deel instinctief is.
Je kan het vergelijken met een gigantische legpuzzel
waarin elk stukje zijn plaats moet vinden. Met het
bijkomende probleem dat je ontzettend veel meer
stukjes op je tafel hebt liggen dan je uiteindelijk
nodig zal hebben om de puzzel te maken. Je zal stukjes,
soms echte pareltjes, niet eens gebruiken. Uit plaatsgebrek
of omdat ze uiteindelijk niet in de structuur van
de puzzel, het verhaal, passen."
 |
Over
competitie: "In deze specifieke scène
wou ik de schoonheid van een beweging overbrengen
in stilstaande beelden: de manier waarop Rosemeyer
iets te snel de bocht ingaat en, zeer op zijn gemak
en zeer gecontroleerd, de auto met wat ze in mooi
Nederlands een contre-braquage noemen door
de bocht laat glijden. De coureurs van toen waren
waarlijk artiesten."
Over competentie: "De basis van dit
vak kan je niet leren. Die heb je of die heb je
niet. Maar als ze er is, kan ze wel ontwikkeld worden.
Met de jaren krijg je het vak steeds beter onder
de knie, tenminste als je het een beetje serieus
aanpakt en eisen stelt aan jezelf. Zo werkt een
leerproces. Jeugd heeft zijn ontegensprekelijke
voordelen, maar die even buiten beschouwing gelaten,
is er volstrekt niets dat kan opwegen tegen ervaring.
Wat ook zeer belangrijk is, is routine. Van routine
krijg je het fingerspitzengefühl dat in dit
vak onontbeerlijk is. Ik druk me slecht uit. Je
'krijgt' het er niet van, want evenmin als de basis
kan je het leren. Maar routine verfijnt het, houdt
het alert."
Over Adolf Hitler: "Historische personages
opvoeren in een fictief verhaal is altijd een beetje
riskant, zeker als ze, zoals in Grand Prix,
echte protagonisten zijn. In het geval van Hitler
heb ik me gebaseerd op historische feiten —
zijn liefde voor de racerij, zijn adoratie voor
de coureurs, zijn doelbewust gebruiken van de autosport
om de beperkingen van het Verdrag van Versailles
te omzeilen — en getuigenissen van allerhande
mensen die hem in die tijd privé ontmoet
hebben. Het geraamte klopt. De rest hoeft niet per
se te kloppen. Grand Prix is geen dissertatie
over de Oostenrijker Adolf Schicklgruber."
 |
Over
spanning: "Ondanks alle belang dat
ik hecht aan tekst en taal, zijn er scènes
die beter gediend zijn van beeld alleen. Tekst noch
dialoog hadden een jota kunnen toevoegen aan de
emoties van de personages op deze pagina."
Over authenticitiet en anekdotes: "De
ingrediënten van Grand Prix zijn grotendeels
historisch correct, al is het gerecht fictief. De
anekdotes in deze scène zijn authentiek,
maar ze situeerden zich anders in de tijd. Ze speelden
zich niet op hetzelfde moment af.
Nu moet je met 'historisch' in het geval van Grand
Prix eigenlijk al op je hoede zijn. Het is
namelijk duidelijk dat veel van de 'historische
bronnen' na de oorlog herschreven zijn. Dat leidt
tot talloze mekaar en zichzelf tegensprekende 'gedocumenteerde
feiten'. Nu kan ik me voorstellen dat zulks zeer
vervelend moet zijn voor een historicus, maar mij
heeft het niet echt gestoord.
Soms was het ronduit grappig: een zogenaamd 'historische
bron' die in alle vermoorde onschuld en met grote
stelligheid beweert dat de bolides nooit hakenkruisen
op hun flanken hebben gehad terwijl je die hakenkruisen
kan zien op honderden foto’s en zelfs op bewegende
beelden uit de tijd. Sommige Duitsers zijn nog altijd
niet klaar met het verleden van hun land, dat is
duidelijk. Een van de vele boeken die ik heb gelezen
in functie van Grand Prix was Alleinflug,
een biografie van de vliegenierster Elly
Beinhorn — mevrouw Rosemeyer
— uit 2007. Daarin zijn op de foto's van Elly's
vliegtuig uit de jaren 1930, de Taifun die ook in
Rosemeyer! te zien is, de hakenkruisen
weggeretoucheerd. Dan weet je het wel."
Over de inkleuring: "Ik werk met inkleurders
of inkleursters en ik moet dus telkens opnieuw aan
die mensen proberen duidelijk te maken wat ik wil.
Dat is niet altijd simpel. Op de koop toe kan het
best gebeuren dat een inkleurder perfect het ene
verhaal kan invullen, maar daarom niet automatisch
het andere. Voor Grand Prix bleven we in
het begin steken op die wat afgewassen kleuren van
de kleurfoto's uit die tijd, waar rood roze is geworden
en alle andere kleuren een variant zijn van vuilgrijs.
Die sfeer wou ik nu net niet. Ik wou evenmin het
voor dit soort verhalen gebruikelijke dreigende
kleurenpalet. Alsof de wolken en de bomen in 1935
al wisten wat er het volgende decennium in Auschwitz
ging gebeuren. Ik wou heldere, zonnige, vrolijke
kleuren.
Er waren niet zo veel mensen die die redenering
volgden. Zelfs mijn uitgever uitte op een gegeven
moment een lichte twijfel over de denkpiste, ook
al omdat de planning in het gedrang kwam. Ik heb
dan Bérengère Marquebreucq
gecontacteerd, een dame waarmee ik al had samengewerkt
voor Dallas Barr en Een Nieuw Begin.
Zij had meteen het juiste kleurenpalet te pakken,
maar ze had natuurlijk ook een planning af te werken.
Daarom is het verschijnen van het eerste deel van
Grand Prix indertijd een half jaar uitgesteld.
Ondertussen zijn de loftuitingen voor de inkleuring
niet van de lucht. Het is dus de moeite waard geweest."
 |
Over
dialogen en tekst: "Het unieke aan
het medium strip is de interactie tussen tekst en
tekening. Je vertelt het verhaal met beide instrumenten
en beide zijn in mijn ogen evenwaardig. Ik kan uren
bezig zijn met het zoeken naar een juiste formulering,
enfin: wat ik dan 'een juiste formulering' vind.
Taal is zo iets moois om mee te werken en wordt
tegenwoordig zo vreselijk stiefmoederlijk behandeld...
Voor ik begin te tekenen is elke letter dus geschreven.
Logisch. Elke letter moet haar plaats krijgen op
mijn blad en daar kan ik niet mee foefelen. Een
beeld kan ik wat kleiner of groter maken, een andere
hoek kiezen of wat weet ik al, maar een tekst neemt
zò veel plaats in, punt uit."
Over docufictie: "Ach, genres... Ik
wist geeneens dat docufictie een woord is. Blijkt
het volgens Van Dale trouwens vooralsnog ook nog
niet te zijn.
Ik probeer een verhaal zo efficiënt mogelijk
te vertellen binnen het medium waarin ik werkzaam
ben. Meer geprakkizeer dan dat komt er niet aan
te pas."
Over een volgend project: "Er liggen
een paar projecten op tafel, het ene al wat meer
uitgewerkt dan het andere. Ik moet nog eens overleggen
met mijn uitgever. In tegenstelling tot sommigen
beschouw ik uitgevers niet per definitie als 'de
vijand', als geldwolven en bedriegers. Mijn uitgever
en ik zijn partners in dezelfde onderneming. We
willen allebei zo veel mogelijk boeken verkopen.
Zo simpel is het." |
|