Alle bijdragen van Mars Gremmen aan de rubriek De Commentator bundelen we op deze pagina.

Klik verder naar de volgende onderwerpen:
07/08/2010
Mars Gremmen illustreert sinds de wederopstanding van het Nederlandse stripblad Eppo de populaire lezersrubriek. Het zijn veruit de grappigste bijdragen aan het striptijdschrift. Hij legt uit hoe hij tot zijn cartoons komt die hij bedenkt volgens een van de vijf gehanteerde manieren, allen rijkelijk geïllustreerd met voorbeelden. En dat ze om te lachen zijn, moge duidelijk zijn.

 
07/08
 
 
Mars Gremmen:
"Lezersbrieven illustreren op vijf manieren"
Wat doet een stripmaker die te moe, te lamlendig, of te druk is met Wikipedia-pagina's doorspitten naar ziektes en afwijkingen die hij — dat kan niet anders! — onder de leden heeft (laatste zelfdiagnose: syndroom van Down) om niet aan het ontwikkelen van een leuke, nieuwe strip te hoeven werken? Die houdt alledrie zijn fans zoet met het met tekeningetjes opvullen van de postpagina in een stripblad. In mijn geval elke twee weken vier cartoons voor Stripblad Eppo.
"Mars Gremmen, hoe gaat dat in zijn werk?! Vertel ons alles!" Ik hoor het hier in mijn oren schallen en zal jullie niet langer in spanning laten zitten.
De redactie stuurt mij een Word-document met daarin een vijftal brieven. Die brieven print ik uit, en gelijk al bij de eerste lezing probeer ik er een grap uit te distilleren.
Dat probeer ik zo snel mogelijk te doen want in mijn geval is het meestal zo dat hoe langer ik over een grap nadenk hoe onbegrijpelijker en onleuker hij wordt. Opmerkingen waar ik iets mee kan onderstreep ik, en in de kantlijnen van de brief maak ik een eerst, snel schetsje.

Ik heb een vijftal manieren om tot een hopelijk grappige tekening te komen. Ik laat er hier gelijk ook wat voorbeelden van zien.


MANIER 1: Als er een stripfiguur in een brief wordt genoemd dan probeer ik die zo mogelijk in de tekening te gebruiken. Gratis voordeel is de blijde ontvangenis van herkenning die dan bij de lezer optreedt. De cartoon is dan eigenlijk al voor de helft klaar. Ander voordeel is dat ik lekker kan koketteren met mijn talent om andermans poppetjes knap na te kunnen tekenen (werkt vooral goed bij realistische stripfiguren). Bovendien is het tekentechnisch gezien leuk en interessant om je even in andermans tekenstijl te verdiepen.

Peter de Smets De Generaal.

Pittig om te tekenen: Roel Dijkstra. De lichaamsverhoudingen kloppen nét niet helemaal... Stripblad Eppo is overigens nog steeds op zoek. (Maar niet hard geloof ik.)

Typisch voorbeeld van een zeer matige grap, hetgeen door het feest der herkenning niet teveel op zou moeten vallen. Ik ben hier niet helemaal consequent in het tekenen van andermans figuren; sommigen heb ik zo op het origineel gelijkend mogelijk nagetekend, anderen heb ik wat meer naar mijn eigen stijl toegetrokken. Keuzes maken, Gremmen!

Franka en Havank. Wederom gok ik erop dat de tekening en de herkenning lollig genoeg is en het niet opvalt dat er een grap ontbreekt.

Lang niet makkelijk om dat broekje zó kort en strak te tekenen! De echte tekenkenner zal zien (onder andere aan de armen en benen van matroosje Djinn) dat het me eigenlijk aan voldoende anatomische kennis ontbreekt om in realistische stijl te mogen tekenen. Die kennis heb ik er nooit voldoende in kunnen stampen in verband met mijn weerzin jegens mensenlichamen. (Dat heb ik mezelf tenminste wijsgemaakt, maar ik klets wel vaker uit mijn nek.)


MANIER 2: De briefschrijver te kakken zetten. Dit kan door een eventuele klacht van de lezer belachelijk te maken. Klachten over te veel bloot voor de jongere lezers van Eppo zijn bij mij favoriet. (Je kind zou maar eens een erectie krijgen; je moet er niet aan denken...!)


Ook mag ik graag de schrijver van een brief met een onaantrekkelijk voorkomen in de cartoon laten figureren. Vooral het buitengewoon beledigen van collega's wordt door mij afgestraft met een zo onnozel mogelijk getekend hoofd.

Deze lezer hoopte dat wethouder en Elsje-scenarist Eric Hercules snel burgemeester zou worden zodat hij geen tijd meer over zou houden voor zijn schrijfpraktijken.


Vanzelfsprekend teken ik vrijwel alle stripliefhebbers als dikke, nerderige, boos opgewonden, begin veertigers. Kijk in de spiegel en u begrijpt waarom.

Deze lezer vond de meeste humorstrips zeer onleuk.
Vooralsnog prijs ik mezelf gelukkig met het nog niet hebben hoeven ontvangen van gemene hate mail of een stripbeursvuist in mijn gezicht.


MANIER 3: Als ik geen mogelijkheid zie om een grap rond andermans stripfiguur te bedenken dan kan ik nog mijn toevlucht zoeken in een grap over de stripmaker zelf. Met een beetje geluk heb ik eerder al een karikatuur van de de desbetreffende persoon gemaakt zodat ik niet al te lang op een gelijkend portret hoef te ploeteren.
 
Een lezer ziet graag werk van Daan 'Danier' Jippes terug in Eppo.

Voor deze cartoon had ik een bekende, op klein formaat nog steeds herkenbare stripmaker nodig.

Soms is alleen de naam van een stripmaker al voldoende voor een cartoon. (In werkelijkheid houden collega Leever en ik heel veel van elkaar.)

Marq Van Broekhoven krijgt ervan langs in een brief. De briefschrijver had lelijker gekund, zie ik nu. Ik leg vaak een non repro blue-lijnvloertje op de tekening om te voorkomen dat de figuren door het papier zakken. En in dit geval om te zorgen dat Marq stevig genoeg aangestampt kan worden. (Zie Eppo 13 uit 2010 voor de ingekleurde versie.)

Om te laten zien wat een enorm incasseringsvermogen ik heb wat (zelf)spot betreft, teken ik mezelf meestal als een lelijke, onsympathieke idioot. (In werkelijkheid ben ik een beeldschone jongen, lief, attent, zorgzaam en met het lichaam van een jonge god. (Maar dan wel een god met één duim aan de verkeerde kant van zijn hand.)


MANIER 4: is bij het bedenken van een cartoon één zinnetje uit de brief halen en hem letterlijk uittekenen. Dat levert meestal uiterst flauwe grappen op. Maar van de vier cartoons mag er van mij best één heel slecht zijn.
Liefst moeten er twee best aardig zijn en als het even kan, moet er toch wel één zijn die de mondhoeken licht omhoog doet krullen.

Typisch voorbeeld van een wanhoopsgrap. Pure zelfkastijding dat ik hem hier durf te laten zien!

Hoogtepunt uit mijn carrière als cartoonist... 


MANIER 5: Laatste noodgreep, voor als ik het écht niet meer weet en mijn inspiratie totaal droogstaat, is het mijzelf met behulp van grote borsten richten op de libido van de gemiddelde hetero Eppo-lezer. Borsten scoren altijd. Meestal breng ik daarvoor de jongens van redactielid Ellen in stelling. Doorgaans laat ik haar dan wel bedenkelijk of bozig kijken en schilder ik de andere redactieleden extra macho-dom af.

Zucht. (Zie Eppo 13 uit 2010 voor de ingekleurde versie.)

Kreun.

Baas boven baas.

De beste grap is overigens dat ik voor deze onzin betaald word.
Morgen ga ik overigens werken aan het ontwikkelen van een leuke nieuwe strip. Nee écht. Heus. Geloof me nou. Toe!"


Surf ook naar www.marsgremmen.com, marsgremmen.blogspot.com en stripsingelderland.blogspot.com.