Alle bijdragen van Marcel Rouffa aan de rubriek De Commentator bundelen we op deze pagina.

Klik verder naar de volgende onderwerpen:
26/03/2011 Toen we Marcel Rouffa en Marc Legendre naar aanleiding van de albumuitgave van De Familie Klipper om een bijdrage voor deze rubriek verzochten, werd ons dat ongegeven door pure nostalgie. De ontstaansgeschiedenis en de verdere beschreven evolutie tonen aan dat wij niet alleen van deze serie uit de jaren 1990 houden.
16/10/2010 Met het sublieme one-shot Asem maakt Marcel Rouffa een comeback als striptekenaar. Hij blikt terug op de eerste stapjes die aan de nieuwe samenwerking met Marc Legendre voorafgingen. En hij graaft dieper in Asem. Je krijgt ook wat aquarellen en schetsen te zien.

 
26/03
 
 
Marcel Rouffa en Marc Legendre:
"De Familie Klipper"
Hoe De Klippers begonnen, herinner ik me niet al te precies. Het was in de zomer van 1989...

Jos Wauters, die redacteur was bij Standaard Uitgeverij, belde me op. Of ik snel iets kon maken voor een Suske en Wiske-vakantiealbum, een nieuwe formule waarvoor Jos net groen licht had gekregen. De strip moest geschikt zijn voor een jeugdig publiek, drieëntwintig platen tellen en binnen de veertien dagen af zijn! Dat was een typische vraag voor Jos, die Marc en ik al kenden van toen hij hoofdredacteur van Robbedoes was en een hele rits Vlaamse striptekenaars binnen een eigen katern liet debuteren.

Na zijn telefoontje zat ik even met de handen in het haar. We kregen hier een kans, maar de tijdsdruk was o zo groot. Vooral omdat ik eigenlijk niks had liggen dat geschikt was en in elk geval geen idee had waarmee ik zomaar van start kon gaan. Dus ging ik bij Marc te rade. We woonden toen om elkaars hoek en hadden al wat projectjes samen opgestart (waaronder een protoversie van Thomas Rindt dat later door Erika Raven getekend werd). Tot dusver was daar niks definitief uit de bus gekomen, maar deze keer zou dat anders zijn.

Marc had, zoals steeds, een idee in zijn achterhoofd dat kon dienen. Hij schreef de eerste pagina en ik begon gelijk te tekenen. En snel ging het. We hadden ons op Marcs studio geïnstalleerd en ik tekende het scenario uit terwijl Marcs inkt nog nat was. Het verhaal was op tijd af en De Klippers waren geboren.

 
HET GESCHREVEN SCENARIO VAN DE EERSTE TWEE PLATEN VAN HET TWEEDE KORTVERHAAL TOI
EN HET GETEKENDE RESULTAAT

Er zijn nooit voorbereidende schetsen gemaakt. Daar was geen tijd voor. De eerste tekeningen werden gelijk de eerste plaat. Toen ik de stationwagen in de woestijn tekende, had ik zelfs nog geen idee hoe Tommi, Toi en Sandra eruit gingen zien... Leuk detail op die pagina: chauffeur Ahman is gebaseerd op Jos Wauters.

 
EERSTE TWEE STROKEN VAN HET ALLEREERSTE KORTVERHAAL
MET OPDRACHTGEVER JOS WAUTERS ALS CHAUFFEUR

Werken aan De Klippers was leuk. Marc en ik zagen de serie echt zitten en Jos was er enthousiast over. We mochten een tweede deel maken en een derde... Er was een reeks geboren.

Na twee kortverhalen van elk 23 platen, vroeg Jos een verhaal op albumlengte. Dat werd Bibi. Dat verhaal viel op toen het gepubliceerd werd en ook nu nog krijg ik ronduit positieve reacties van lezer(tje)s uit die tijd. Dat De Klippers goed bij het publiek viel, belette niet dat Marc en ik graag experimenteerden met het medium. De realistische potloodtekeningen in Toi voor de flashbacks en de uitgesproken, uit het kadertje vallende bladschikking bij Bibi zijn daar voorbeelden van. Marc durfde (en durft nog steeds) het aan om de verhalen rond sociale thema's zoals ontwikkelingshulp en mensenhandel te spinnen. Bibi was een slachtoffer van nucleaire experimenten (cfr. de kernproeven op de Bikini-eilanden) en in het laatste deel, Barranco Bonito, schuwde hij de controverse niet want het hele gebeuren draait zowaar rond een vluchtmisdrijf. Toch bleef De Klippers altijd onderhoudend, vergat Marc nooit dat het verhaal primeerde en leverde hij, zonder een betuttelend vingertje op te steken, de mooiste verhalen af. De reeks werd dan ook overal goed onthaald en ook nu nog krijg ik de vraag of er nog afleveringen verwacht mogen worden.

 
GESCHETSTE VERSIE EN HET EINDRESULTAAT VAN DE EERSTE PLAAT VAN HET VERHAAL BIBI

Nu Peter Bonte de strips heruitgeeft, (waarvoor onze eeuwige dank) lijkt het alsof die vroegere interesse weer is aangewakkerd. Marc en ik hebben er terug zin in. En ja, we hebben plannen met De Klippers. Wordt vervolgd...
Marcel Rouffa

Omdat de strip nu eenmaal ons twee aanbelangd heb ik bovenstaande tekst per e-mail ter goedkeuring naar Marc gestuurd. Zijn antwoord was veelzeggend en relevant en ook al is hij zeer royaal in het gooien van bloemetjes, wil ik de volgende reactie jou niet onthouden."


Goede Marcel,

Wat ik mij herinner.
Zoals altijd was het in het begin een beetje zoeken.
Wat kunnen de personages, hoe gedragen ze zich, welke zijn hun karaktertrekken?
Ik weet altijd graag of mijn helden en heldinnen spruitjes lusten.
Of ze houden van de muziek van Elbow.
Of ze wel eens naar de bioscoop gaan en of ze daarna nog iets drinken in de stad.
Ik wil weten in welke auto ze rijden en waarom ze niet de trein nemen.
Welke kleren dragen ze en maken ze zichzelf ook graag een keertje mooi?

Zulke dingen hoeven nadien niet noodzakelijk in de strip te zien zijn (wie weet dat Sam helemaal gek was van witlof?) maar wij moeten het weten anders kunnen we hen niet tot leven brengen.
En zoals je zelf al aangeeft, hadden we voor de eerste verhalen de tijd niet om dat al allemaal uit te zoeken.

Toen Toi van de trein stapte, zag ik haar zelf voor het eerst.
Ik wist niet wie ze was en ik dacht zelfs een ogenblik dat ze een erge ziekte had, dat ze weldra dood zou gaan.
Gelukkig dat jij zag dat ze helemaal niet ziek was, alleen heel moe en een beetje bang.
Of vreselijk bang, dat weet ik tot vandaag niet.
We hebben het nooit kunnen vragen. Ze rolde meteen een volgende avontuur in.

Vergeet niet in je stukje te schrijven dat de charme en het succes van De Klippers ook heel erg veel met jouw tekeningen en de kleuren (van je broer?) (NvMR: inderdaad, onze Peter!...) te maken heeft.
Inderdaad maakte je niet eerst schetsen waarmee je aan het priegelen ging.
Op de studio zagen we al eens mensen passeren die gebruik maakten van episcoop en lichtbak en na een dag van schuiven met schetsjes en kladjes nog geen plaat af hadden, terwijl voor De Klippers elke lijn meteen de juiste moest zijn.
Wat knap is, is dat niet elke lijn de juiste is terwijl alles toch klopt.
De spontaniteit die uit je tekenwerk knalt, zag je in die tijd niet vaak.

Ook opmerkelijk hoe je met amper enkele lijnen een heel decor tekende.
Bibi speelt grotendeels op en rond de Windbreker, de boot waarmee Kati en ik de wereld dachten rond te varen.
Ik bezorgde je enkele foto's en dacht: dat wordt niks want het is vreselijk moeilijk om een zeilboot te tekenen, al helemaal een oude dame zoals de Windbreker.
Ik herinner me hoe ik aan de grond genageld stond, toen je me het resultaat toonde.
Dat wás de Windbreker.

 
HET SCHIP DE WINDBREKER EN GEÊXPERIMENTEER MET DE BLADSCHIKKING IN BIBI,
HELAAS NIET IN KLEUR

En dan de kleuren van het water, het turkoois dat je daar laat zien... waarom denk je dat er zoveel mensen dit album in hun hart dragen?
Omdat je hen aan het dromen zet.
Omdat de wereld die je toont een warme, aardige plek is om te wonen.
En omdat je van de Klippers echte mensen gemaakt hebt.
Geen fotogenieke helden, geen sensuele heldin maar mensen die in je straat wonen en die dingen beleven die iedereen kunnen overkomen.
Je hebt altijd prachtig tekenwerk geleverd, maar De Klippers blijven iets speciaals.
Ook ik word er regelmatig over aangesproken, mensen schrijven dat ze echt genoten hebben van de verhalen.
Hoe zoiets mogelijk is. Ik snap het zelf niet.
Maar dat maakt misschien de kracht uit van deze reeks, dat we zelf niet in de gaten hadden wat we aan het doen waren.

Wij hebben er erg van genoten om ermee bezig te zijn, ik hoop dat ook de mensen er wat aan hebben.
Dat zou mooi zijn.

Warme groet vanop een zonnig El Hierro,"

M.


 
16/10
 
 
Marcel Rouffa: "Over Asem..."
Toen Marc Legendre mij aanbood om samen Asem te maken heb ik, zonder daar te veel bij na te denken, enthousiast ja gezegd. Ik had jaren geen strips meer getekend en eigenlijk had ik er ook geen zin meer in. Anderhalf decennium hield ik mij met andere dingen bezig. Zo heb ik heb onder meer veel geschilderd, van monumentaal groot tot anekdotisch klein. Een paar keer ook mijn living. Ik verhuis nogal eens. Van tijd tot tijd werd ik nog wel eens door de microbe gebeten. Dan schetste ik en schreef scenario's. Mijn ladenkast ligt vol met tekeningen, studies en probeersels. Ooit haal ik dat materiaal nog wel eens tevoorschijn. Je weet nooit. Maar nooit heb ik in die periode iets afgewerkt. Telkens waren er weer andere dingen te doen. Het leven eiste mij steeds weer op.
Tot Marc opeens met Asem op de proppen kwam. Ik ben dadelijk beginnen schetsen en kreeg zowaar het gevoel dat ik terug thuis kwam. Zoals Odysseus die plots de rook van de kookvuren boven Ithaka ziet opstijgen.


Met Marc heb ik altijd een fijne samenwerking gehad. De Klippers, die we samen voor de vakantiealbums van Standaard Uitgeverij maakten, zijn daar de getuigen van. Hoewel ik lang andere stijlen en technieken hanteerde, leek Asem grafisch een logische opvolging van onze vroegere samenwerking. Alsof de manier waarop Marc het scenario uitschreef daarom vroeg. De teneur van de tekeningen is eenvoudig, soms naïef van uitwerking. Maar schijn bedriegt. Onder elke tekening zit een verborgen wereld van onuitgesproken gevoelens. Toch zijn ze dat, net als het verhaal, niet. Eigenlijk zetten we de lezer op het verkeerde been. Asem begint lieflijk, maar eindigt bitter en dramatisch. Zelfs al laat het einde hoop doorschemeren, je blijft er een beetje mee zitten.


Eenvoudig werken was het niet. Asem bevat nauwelijks tekst. Ik voelde me plots een mimespeler die door middel van een volledig nieuw instrumentarium gevoelens, gebaren, situaties vorm moest geven. Er ontstond plots een andere spankracht die uitdrukkingen en gebaren nieuwe betekenissen gaf, een grotere draagkracht. Lijken de scènes met de nazigroet bijzonder expliciet dan heeft dat vooral met de afwezigheid van tekst te maken. Het beeld zuigt alle aandacht naar zich toe. Tekst om de kracht van het beeld te verzachten, te verdoezelen, te ontkennen ontbreekt. Soms moesten we theatraal overdrijven, een andere keer konden we enkel ingehouden acteren. Niets was vanzelfsprekend. Vaak is het nodig dat de lezer duidelijk kan overzien wat er aan de hand is. In andere scènes vragen we van hem of haar dan weer een inspanning om te begrijpen wat er echt gebeurt. Ook de lezer wordt zo een beetje vreemdeling in een vreemd land. Niets is wat het lijkt en het ware verhaal zit verborgen achter een mist van onbegrip. Want dat is het verhaal dat Asem vertelt. Over hoe eenvoudig alles kan lijken en zo moeilijk is om te doorgronden.


Er worden in Asem hier en daar wel woorden gebruikt. Het zijn uitroepingen, beleefdheidsformules, beledigingen. Het blijven pogingen tot communicatie. Niets wordt echt uitgesproken, niets opgelost. Voor ons, Nederlandstaligen, zijn die woorden dan nog in een vreemde taal geschreven. Wie de betekenis ontglipt, begrijpt beter wat er in de personages omgaat. In dit geval zorgt onbegrip voor een beter begrijpen."