
| |
Alle
bijdragen van Kristof Spaey
aan de rubriek De
Commentator bundelen we op deze
pagina.
Klik verder naar de volgende onderwerpen:
• 17/09/2011
Kristof Spaey had nog een laatste bijdrage
beloofd over een niet onbelangrijk element
voor het maken van een afgewerkt stripverhaal:
de lettering!
• 13/11/2010
Kristof Spaey zit tot over zijn oren in het
werk om zijn deadlines voor het slot van de
trilogie Misschien/Nooit/Ooit te
kunnen halen. Als bewijs daarvan fotografeerde
hij de pagina's in potlood waar hij zich momenteel
over buigt.
• 09/10/2010
In zes fases ben je er getuige van hoe één
enkel prentje uit Kristof Spaeys Ooit
wordt ingekleurd. Hij doet daarvoor beroep
op de Amerikaan Michael Birkhofer.
• 21/08/2010
Striplezers zien in hun album enkel het eindresultaat
in inkt. Het hele proces van schets tot inkt
en de keuze voor geschikte materialen legt
Kristof Spaey uit aan de hand van één
pagina uit het te verschijnen album Ooit,
het slot van de trilogie Misschien/Nooit/Ooit.
• 19/06/2010
Kort en krachtig: Kristof Spaey in potlood.
• 02/05/2010
Deze maand werpt Kristof Spaey een blik op
een paar facetten die voor een stripmaker
van belang zijn, maar zelden worden opgemerkt
door een lezer: het kiezen van een goeie locatie
en het aankleden van strippersonages. Kortom:
het zoeken naar geschikte documentatie.
• 13/03/2010
Kristof Spaey legt in tekst en beeld uit hoe
een pagina uit het scenario van Marc Legendre
naar een afgewerkte versie leidt. Hij let
daarbij op een voor hem geliefkoosde gespiegelde
S-leesrichting en voegt prenten toe waar hij
dat nodig acht. Dit is een lesje in stripmaken.
• 16/01/2010
Kristof Spaey legt in twaalf stappen uit waar
hij jou de rest van 2010 maandelijks op zal
vergasten. |
|
|
| |
17/09 |
|
 |
| |
Kristof
Spaey: de lettering |
 |
"Jaja,
terug van lang weggeweest.
Het is een zeer druk jaar voor me geweest, vol met
onverwachte wendingen.
Het is waarschijnlijk geen nieuws meer wanneer ik
vertel dat Misschien, Nooit en Ooit
vanaf 14 september samen in de winkel liggen. Misschien/Nooit
wordt herdrukt in twee aparte albums en het afsluitende
deel Ooit verschijnt met een extra katern
vol 'speciallekes'.
De drie albums verschijnen bij de Stripgilde,
die een nieuwe uitgeverij uit de grond heeft gestampt,
ietwat naar het model van het Amerikaanse Image
Comics.
Het komt eropneer dat ik de boeken eigenlijk zelf
uitgeef, maar onder de paraplu van de Stripgilde
die de administratieve taken op zich neemt.
Dat alles om te zeggen: het is druk geweest!
Terug over naar de orde van de dag...
Máánden geleden beloofde ik al dat
ik het ging hebben over de lettering.
De lettering omvat het schrijven en plaatsen van
de tekst op de pagina, maar eveneens de tekstballonnen
en -kaders.
De grootmeesters van vroeger en nu letteren hun
strips met de hand. Zo'n handgeschreven letter draagt
zeer veel bij tot de sfeer van een album. Het bepaalt
ook mee de smoel van een reeks. Denk maar aan de
onmiddellijk herkenbare lettering van Kuifje
of Suske en Wiske. Van de letter tot de
slurfjes aan de ballonnen, alles is in een oogopslag
herkenbaar.
Prutsers
zoals ik letteren hun strips digitaal. Maar ik probeer
het dan wel goed te doen.
Voor Misschien Nooit Ooit heb ik me een
professioneel lettertype aangeschaft van Comicraft.
Al decennialang het toonaangevende bedrijf in Amerika
op het gebied van comic fonts. Opgericht door Richard
Starkings, een Engelsman die als handletteraar
erg gegeerd was, onder meer door zijn werk voor
Alan Moore en Brian Bollands
klassieker Batman: The Killing Joke. Starkings
verhuisde naar de VS en richtte er Comicraft op,
een van de pioniers op het gebied van digitale lettering.
Bijgestaan door John Roshell creëren
ze de lettertypes en worden ze ook te koop aangeboden
op hun website.
Het zoeken naar het perfecte lettertype is van zeer
groot belang. Zoals ik zei, het bepaalt mee de smoel
van je reeks. De letter moet passen bij de lijnvoering
van de tekening. Een hoekige, harde tekenstijl zal
meer gebaat zijn bij een langwerpige, hoekige letter.
Net zoals de strakke lijnvoering van Hergé
ook terug te vinden is in zijn keurige, strakke
letters en ballonnen.
Mijn oog viel op het Adam Kubert-lettertype,
gebaseerd op de handlettering van, je raadt het
al, Adam Kubert. De letter was me eerder al opgevallen
in Spider-Man/Black Cat door Kevin
Smith en Terry Dodson.
Een mooie, ronde letter met zeer veel karakter die
ik mooi vond passen bij mijn tekeningen.
Net zoals de teksten, worden ook de tekstballonnen
en -kaders digitaal getekend en geplaatst.
Wat me erg aanspreekt, is om de lettering te gebruiken
als instrument om mee het verhaal te vertellen.
En dan heb ik het niet over de teksten in de ballonnen
en kaders, maar wel over de vorm en plaats ervan
op de pagina.
Zo maak ik gebruik van denkkaders in Misschien
Nooit Ooit. Ieder album is verteld vanuit het
subjectieve standpunt van zijn hoofdpersonage. Bij
Misschien volgen we Laura, in Nooit
lezen we Egons gedachten en in Ooit volgen
we Taw op de voet.

Om die verschillende stemmen van elkaar te onderscheiden,
heeft ieder personage zijn eigen kleur gekregen.
Laura (blauw/cyaan), Egon (rood/magenta) en Taw
(geel): Rood, Geel, Blauw oftewel de CMYK-kleuren
(C = cyaan, M = magenta, Y = yellow/geel). Met die
drie kleuren (plus zwart = K) kun je bij het drukken
alle kleuren in het spectrum maken.
Met andere woorden: als je hun drie perspectieven
samenvoegt dan kom je tot de waarheid.
Dat soort van kleine dingetjes zijn zowel hulpvol
voor de lezer om te weten wie aan het woord is,
zeker wanneer verschillende stemmen samenkomen op
één pagina, maar het versterkt daarenboven
ook nog eens het grotere verhaal.
In een van mijn eerste bijdragen sprak ik al over
de 'gespiegelde S-beweging' die ik in mijn pagina's
probeer te verwerken.
Daarmee hou ik rekening inde compositie van de pagina,
maar vooral bij het letteren.
Nog meer dan met de plaatsing en compositie van
je prenten, kan je met de lettering de ogen van
de lezer over een pagina leiden.
Een goed voorbeeld hiervan is pagina 14 uit Ooit.
We kijken eerst naar de pagina zonder de lettering.
Wat meteen zal opvallen is de gespiegelde S-beweging
waarrond de prenten zijn geschikt.
Een pagina als deze zou ietwat verwarrend kunnen
zijn om te lezen.
De bovenste strook is geen probleem, maar wanneer
we afzakken naar de volgende prenten zou er verwarring
kunnen ontstaan welke prent eerst gelezen dient
te worden.
Moeten we eerst Taw zien die achterover leunt in
zijn stoel? Of toch de prent waarin Laura de documenten
uit het dossier in de handen heeft?
Wanneer we de pagina in zijn afgewerkte vorm bekijken,
zien we dat de lettering eveneens de gespiegelde
S-beweging volgt.
Meer nog, het zorgt ervoor dat je probleemloos van
de ene prent naar de andere wordt geloodst. Geen
vergissing mogelijk.
Waar ik ook erg op let, is dat de ballonnen zo geplaatst
zijn dat ze het oog over alle elementen in de tekening
leiden die ik wil laten opvallen.
Neem nu de foto's en documenten die voor Taw op
de tafel uitgespreid liggen.
Door zijn tekstballonnen hiertussen te laten glijden,
neem je die elementen in de tekening ook vlot mee,
zonder dat je oog daarna nog de pagina moet afspeuren
op zoek naar elementen in de tekening die het bij
de eerste lezing over het hoofd had gezien.
Bewust zal je hier als lezer niet bij stilstaan,
maar zaken als dit zorgt voor een vlotte en aangename
leeservaring. Maar je hoeft me niet op mijn woord
geloven, rep je naar je trouwe stripspeciaalzaak
en schaf Ooit aan (en Misschien
en Nooit als die ook nog ontbreken in je
collectie) en oordeel zelf.
En koop meteen ook een exemplaar van Steven
Duprés Midgard, dan kan
je zien hoe een grootmeester zijn pagina's vlot
leesbaar maakt met handgeschreven letters.
Veel leesplezier!"
Surf ook naar kristofspaey.wordpress.com |
| |
13/11 |
|
 |
| |
Kristof
Spaey: "Temidden de potloodpagina's" |
|
| |
09/10 |
|
 |
| |
Kristof
Spaey: "De inkleuring" |
Vorige
keer zag je hoe deze prent stap voor stap tot stand
kwam. Deze keer krijg je het afgewerkte resultaat
in kleur te zien.
Michael Birkhofer, een Amerikaan
die ik via het net heb leren kennen, is verantwoordelijk
voor de inkleuring. Hoe hij te werk gaat zal ik
proberen toe te lichten aan de hand van een close-up
van Laura, afkomstig van pagina 7.
Michael ontvangt de pagina's in zwart-wit samen
met een ruwe, Engelse vertaling van het scenario.
Daarnaast stel ik ook vaak nog een lijstje met bemerkingen
op: doorgaans vooral verhaaltechnische elementen
in de tekening die extra belicht dienen te worden.
Als
eerste stap wordt de zwart-witpagina vlak
ingekleurd. Hierbij krijgt ieder element een
eigen kleur. Die kleuren zijn eerder willekeurig
gekozen, het eigenlijk palet samenstellen
voor de pagina gebeurt pas later. Deze fase
dient vooral om het verdere verloop van de
inkleuring sneller te laten gaan. Ieder element
van de tekening kan op deze manier met een
klik geselecteerd worden, wat het later ook
gemakkelijker maakt om veranderingen door
te voeren. |
Als
de pagina is voorbereid gaat Michael over
tot het bepalen van het palet van de pagina.
Hierbij houdt hij rekening met de omgeving
(binnen/buiten), het tijdstip, de lichtbronnen
en — niet onbelangrijk — het scenario.
Zo weet hij welke elementen hij in belang
van het verhaal extra onder de aandacht moet
brengen. |
n
het screenshot dat Michael me bezorgd heeft,
is hij al begonnen met het aanbrengen van
schaduwen op haar gezicht en shirt.
In de volgende prent zie je de eerste opzet
van de schaduwen die afgewerkt zijn.
Alles krijgt al meer vorm. |
Na
deze eerste opzet van de schaduwen, licht
Michael de prent uit. |
Daarna
brengt hij hardere schaduwen aan en licht
de prent hier en daar verder op. |
Nu
de belichting van de prent op punt staat,
werkt Michael de details van de prent verder
uit. De ogen en lippen worden ingekleurd.
Haar wangen krijgen een beetje rouge. Sommige
zwarte lijnen krijgen een kleur, om een grotere
harmonie te krijgen tussen de kleur en de
lijntekening. De contouren van haar pupillen
krijgen ook een kleur, wat haar ogen extra
doen uitkomen. |
Alle
fases geanimeerd:
 |
Volgende keer zal ik de lettering belichten. Sta
me toe om dit te doen aan de hand van voorbeelden
uit Misschien/Nooit, want geletterde pagina’s
uit Ooit tonen zou al te veel verklappen
over het vervolg van het verhaal. Het moet spannend
blijven, toch? :) |
| |
27/08 |
|
 |
Af
en toe is het goed om eens iets anders te
doen. Even de benen strekken, het hoofd leegmaken,
nieuwe ervaringen opdoen. |
Met
tekenen is dat net zo.
De uitdaging bij een lang project zoals een
strip is dat je de stijl waarin je werkt continu
kan uitpuren en verfijnen. Dat is een boeiend
proces waarbij je constant dingen leert, op
problemen stoot en oplossingen bedenkt.
Eens je die stijl hebt uitgepuurd kom je op
een punt dat je niet langer hoeft na te denken
over de keuzes die je maakt, je doet dat instinctief.
Wat een zegen is voor de deadlines. De pagina’s
vliegen dan van de tekentafel. Vergelijk het
met leren fietsen; in het begin heb je alle
moeite van de wereld om recht te blijven,
eens je het fietsen onder de knie hebt vergeet
je de trappers en kan je volledig focussen
op de weg.
Alleen, de verrassing is dan een beetje weg.
Op zo’n moment is het verfrissend om
tussendoor ook iets anders te proberen. Je
terug op onbekend terrein wagen. Dat houdt
je scherp.
 |
Modeltekenen
vind ik daar de ideale uitlaatklep voor. Minstens
één keer per jaar tracht ik
te tekenen naar levend model. Het ideale moment
om te experimenteren met stijlen, technieken
en materialen. Ik werk altijd in zwart-wit,
maar nu hunkerde ik ernaar om eens te werken
in kleur.
Het is van in de middelbare school geleden
dat ik nog met waterverf gewerkt heb, zonder
al te veel succes moet ik daar aan toevoegen.
Maar gezien de kennis die ik heb opgedaan
met het rechtstreeks tekenen met penseel,
leek me aquarel een goede volgende stap.
En
die keuze heb ik me niet beklaagd.
Het is lang geleden dat ik me nog
zo goed geamuseerd heb met tekenen
als met deze aquarellen. Het was spannend,
nieuw, onbekend, uitdagend,... En,
niet onbelangrijk, het resultaat mag
er wezen.
Alle aquarellen die ik gemaakt heb,
en nog enkele andere studies in zwart-wit,
heb ik gebundeld in een nieuw schetsboekje:
Tekeningen Naar Model 5.
Zondag 29 augustus zal ik deze komen
signeren op de stripbeurs van Valkenswaard,
net over de Nederlandse grens. Het
is mijn favoriete beurs om te gaan
signeren, en omdat het hun 25ste (en
voorlopig laatste) editie is, wil
ik graag langs deze weg iedereen aanmoedigen
om te gaan. |
Mocht
je zondag niet kunnen komen, maar de aquarellen
wel graag bekijken, dan kan je vanaf zaterdag
4 tot en met zondag 26 september terecht in
Temse. Daar wordt een verkoopstentoonstelling
gehouden van ‘kunstwerken van striptekenaars’
onder de titel Kunstig Gestript.
Steven Dupré, Paul
Geerts, Jeff Broeckx en
Serge Baeken zijn slechts
enkele van de auteurs die deelnemen. Zelf
zal ik er twaalf aquarellen tentoonstellen.
Dus wie in de buurt is: zeker een kijkje nemen!"
Klik hier
voor meer info over Kunstig Gestript.
Klik hier
voor meer info Valkenswaard. |
|
| |
21/08 |
|
 |
| |
Kristof
Spaey: "Van schets tot inkt" |
Even
terug oppikken bij een onderwerp van enkele
maanden geleden: de decoupage. En, in het
bijzonder, de schets voor pagina 6 van Ooit. |
Bij
het op papier zetten van mijn decoupage ben
ik enkel bezig met regiekeuzes te maken. De
opeenvolging van prenten, de camerastandpunten,
de plaatsing van de verschillende elementen
binnen een prent, etc. Net zoals bij een storyboard
voor een film (zie onderstaand voorbeeld van
een filmstoryboard).
De
vergelijking met film stopt daar niet. Voor
de hoofdpersonages in Misschien/Nooit/Ooit
heb ik enkele vrienden en vriendinnen gecast
die de personages leven geven. Het leuke aan
het werken met modellen/acteurs is dat je
snel verschillende variaties kan uitproberen
voor eennzelfde pose, maar vooral de persoonlijke
inbreng van de modellen aan hun personage
is zeer verrijkend. Ze voegen maniërismes
toe: een handgebaar, een oogopslag, die geven
het personage karakter en spontaniteit.
Ik
heb op voorhand een heel duidelijk beeld van
wat ik wil, maar laat me soms ook leiden door
het moment. Voor deze prent had ik oorspronkelijk
een closer shot uitgeschetst. Maar bij het
poseren werd me snel duidelijk dat een volledige
figuur beter ging werken. Laura’s benen
mee volledig in beeld brengen zorgt niet alleen
voor een aantrekkelijker beeld, ze leiden
het oog ook mooi doorheen de prent en naar
de volgende.
Bij
alle voorgaande stappen ben ik telkens aan
het denken als een regisseur. Voor het maken
van de potloodtekening zet ik mijn figuurlijke
tekenaarspet op. Dan ben ik voornamelijk bezig
met compositie, perspectief, anatomie, lichaamshouding
en gezichtsexpressie. De potloodtekening dient
als blauwdruk voor het inkten. Daarmee bedoel
ik: lijnvoering en lijndikte, dat zijn zaken
waar ik me pas om bekommer tijdens het inkten.
In potlood zorg ik dat de constructie er volledig
staat.
 |
Wanneer
de potloodtekening volledig op papier staat,
zet ik alles in inkt. Dat doe ik sinds dit
album nagenoeg volledig met een penseel en
Oost-Indische inkt. Lange tijd heb ik het
niet aangedurfd om met een penseel te werken.
Het leek me een heel onhandig instrument waarop
je weinig controle hebt en waarmee makkelijk
vlekken maakt.
Dat dacht ik toch, totdat ik stage liep bij
Steven Dupré, ondertussen
al vijf jaar geleden, en hij me wat testjes
liet uitvoeren met zijn Raphael-penseel. Wat
een wereld van verschil!
In niets zoals de goedkope penselen uit de
supermarkt waar ik tot dan toe mee had gewerkt.
De stevige haren zorgden voor verbazingwekkend
veel controle, de punt was haarscherp en bewoog
zich vlot over het papier. Van fijn detailwerk
tot dikke contourlijnen, allemaal met één
en hetzelfde instrument.
Ik
was meteen van mijn ongelijk overtuigd. De
lijnvoering die je krijgt door een penseel
is veel levendiger dan je ooit hebt met een
pen of hard potlood.
Toch heeft het nog even geduurd voor ik een
penseel voor mijn stripwerk durfde gebruiken.
Wat ik me wél onmiddellijk heb aangeschaft,
was een Pentel Brush Pen.
Zo’n
Brush Pen, of ‘penseelpen’, is
in feite een penseel met vullingen.
Het combineert de voordelen van een penseel
met die van een pen. Je hebt een variabele
lijnvoering maar met constante toestroom van
inkt. Geen inktpotjes of onderhoud (een penseel
dien je na elke beurt uit te wassen om de
haren niet te beschadigen) wat het ideaal
maakt om mee op locatie te tekenen. En daar
gebruik ik het ook voornamelijk voor: modeltekeningen,
schetsen en signeertekeningen.
Met
zo’n Brush Pen heb je niet evenveel
controle als met een echt penseel. Maar dat
vond ik op dat moment net een voordeel. Met
een penseel leren werken, is vooral een kwestie
van leren loslaten en vertrouwen hebben. Je
hoeft niet elke millimeter van je tekening
te controleren, soms moet je je materiaal
ook durven volgen. Doen, kijken en aanpassen
aan de situatie.
Volgende
keer: de inkleuring. |
|
| |
19/06 |
|
 |
(klik
op de afbeelding voor een grotere versie)

|
| |
02/05 |
|
 |
| |
Kristof
Spaey: "Documentatie" |
Op
basis van het scenario en in functie van mijn lay-outschetsen
ga ik op zoek naar de nodige documentatie.
Zo stel ik een lijstje op van alle locaties die
in het verhaal voorkomen.
Voor de loft van Egon, gelegen aan de haven in een
oud pakhuis, zocht ik naar een atypisch, niet-stereotiep
gebouw.
Via Google kwam ik dit prachtige
gebouw op het oog: De Phenix in
Zaandam, Nederland. Een oud pakhuis met zeer veel
karakter en, wat ik zo bijzonder vind, dat recht
in het water staat zodat de schepen er rechtstreeks
in konden laden en lossen.
De kade die in het verhaal voorkomt is dan ook (losjes)
gebaseerd op deze rij pakhuizen.
Voor andere, meer complexe interieurs vertrouw ik
op de smaak en inzicht van mijn vriendin. Hilde
ontwerpt de decors op basis van de aanwijzingen
uit het scenario. De enige richtlijn die ik haar
meegeef zijn mijn lay-outschetsen, zo weet ze waar
personages en bepaalde elementen in de ruimte zich
bevinden en kan ze de inrichting van de ruimte daarop
aanpassen.
Die decors werkt ze verder uit in 3D met Google
SketchUp. Een zeer handig, gebruiksvriendelijk
programma dat mij in staat stelt om door de ruimtes
te bewegen zoals een regisseur dat zou doen. Rondkijken,
interessante camerastandpunten zoeken, dingen uitproberen,...
Voor de kledij van de personages neem ik er altijd
de stapel La Redoute- en 3Suisses-catalogussen
van Hilde bij. Ik heb meestal al een vaag idee wat
voor type kleren ik zoek bij elk personage, maar
laat me leiden door de modebeelden van de catalogussen
om de finale look samen te stellen.
Dingen die ik in het straatbeeld opmerk hebben hier
ook zijn invloed op. Zo ook de redelijk lichte kleding
van de (voornamelijk vrouwelijke) personages tijdens
de winter. Zowel in de catalogi als op straat valt
dit steeds meer op.
Strips tekenen heeft me in die zin wel modebewuster
gemaakt. Het verplicht je om op alles te letten:
mensen, gedragingen, kleren, gebouwen, dieren, natuur,...
Het doorbladeren van zo’n catalogus geeft
je onmiddellijk een goed beeld van wat nu modieus
is. Elementen die steeds terugkeren, bepaalde combinaties,
opvallende snit,...
Voor Ooit wilde ik Laura zeer graag in
een nieuwe outfit steken. Het arme kind had in de
vorige twee albums amper tijd gekregen veel van
outfit te veranderen.
Ik was heel tevreden met het gestreepte shirt dat
het hoofdpersonage in Back To Reality,
het eerste verhaal in Façade, droeg.
Die horizontale strepen zorgen voor een zeer leuke
dieptewerking op het lichaam.
Voor Laura wilde ik wel iets gelijkaardigs. Ietsje
sexyer dan haar vorige outfit, maar nog steeds een
tikje nonchalant. Vandaar de grote muts en de lange
sjaal.
Wanneer Laura ontwaakt in bed draagt ze een T-shirt
en slip. Inspiratie voor dat T-shirt zocht ik in
een hele andere hoek. Collega en vriendin Ephameron
maakt zeer mooie illustraties en ontwierp ook enkele
shirts. Ontwerpen waar ik Laura meteen in zie rondlopen.
Dit leek me een mooie gelegenheid om dat even te
tonen.
Volgende keer belicht ik het tekenen en inkten van
een prent en kan je zien hoe Laura eruit ziet in
haar hippe Ephameron-shirt." |
| |
13/03 |
|
 |
| |
Kristof
Spaey: "Gespiegelde
S" |
Voor
Ooit heb ik van Marc Legendre
een kant-en-klaar scenario gekregen. Dat wil zeggen:
het verhaal is onderverdeeld in prenten en pagina’s,
de dialogen staan erbij en bij iedere prent staat
een prentomschrijving. Op die manier weet je als
tekenaar perfect wat de scenarist voor ogen heeft.
Zo’n scenario is richtingaangevend. Als tekenaar
heb ik deels de vrijheid om prenten te schrappen
of bij te voegen of om een actie vanuit een andere
hoek te laten zien. Zolang dit het ritme van het
verhaal ten goede komt. Zulke wijzigingen overleg
ik altijd eerst met Marc. Vaak gaat het dan om dingen
die er voor zorgen dat de pagina visueel beter tot
zijn recht komt.
Op basis van het scenario maak ik eerst een uitgewerkte
decoupage. Hierbij schets ik alle pagina’s
in het klein uit. Ik bepaal hoe de prenten op de
pagina worden geschikt, welke camerastandpunten
er gebruikt worden, de plaatsing van de figuren
in het beeld, et cetera. Alle belangrijke beslissingen
gebeuren hier. Op die manier kan je heel het album
al lezen nog voor het getekend is en kijken of het
ritme binnen de pagina’s klopt.
Zoals de lezers van Misschien/Nooit al
weten, wordt ieder deel verteld vanuit het standpunt
van een ander hoofdpersonage. Daar heb ik in het
tekenen ook rekening mee gehouden. Ieder deel probeer
ik subtiel zijn eigen ‘look’ mee te
geven. Misschien heeft witte paginaranden
en staan de prenten braaf gerangschikt binnen een
kader. Heel af en toe breek ik daar eens uit, maar
al bij al is het een heel sobere, ingehouden decoupage.
Bij Nooit gebruik ik zwarte paginaranden,
om het karakter van Egon extra in de verf te zetten.
Wederom zijn de prenten gerangschikt binnen een
kader (hier zelfs letterlijk) waaruit ik zelden
breek, behalve op enkele kritieke punten in het
verhaal.
De decoupage voor Misschien en Nooit
was voornamelijk geïnspireerd op Alex
Maleev zijn werk in Daredevil,
op scenario van Brian Michael Bendis.
Bij Misschien en Nooit heb ik
me bewust ‘ingehouden’, om alle registers
te kunnen opentrekken bij Ooit. Prenten
die overlappen, veel zwartgebruik, meer geïnspireerd
door Eduardo Risso’s werk
in 100 Bullits, op scenario van Brian
Azzarello.
Ieder album gooi ik mijn werkwijze een beetje om.
Voor Ooit heb ik beslist om mijn decoupage
volledig op papier uit te werken, op A5-formaat
in inkt. In inkt omdat ik in Ooit heel
veel zwart-wil gebruik en ik op die manier het effect
hiervan het beste kan inschatten.
Om het een beetje concreter te maken heb ik een
pagina uit Ooit erbij genomen. Het is pagina
6 geworden, een pagina die redelijk vrij is van
spoilers. Jammer genoeg is het daardoor
wel een pagina waarin je nog niets merkt van de
Risso-invloeden in de decoupage omdat ik op deze
pagina teruggrijp naar de opmaak van Misschien.
De meeste van de ‘Risso’-pagina’s
zouden te veel prijsgeven van het verhaal mocht
ik die tonen.
Eerst en vooral de scenariopagina van Marc.
Hier kan je zien hoe uitgewerkt zo’n scenariopagina
is. Zoals je ziet, geeft Marc een zeer ruime beschrijving
van de omgeving. Het is niet zijn bedoeling dat
alles zichtbaar zal zijn in de tekening, dit dient
allemaal om mij als tekenaar genoeg informatie te
geven om me te kunnen plaatsen in de omgeving die
Marc voor ogen heeft. De omgeving is uitvoerig beschreven,
maar van camerastandpunten is er weinig sprake.
Daarin ben ik vrij om zelf keuzes te maken.
Bij het uitschetsen van deze pagina vond ik dat
er nog een overgangsprentje ontbrak tussen prent
4 en 5.
Door die liggende prent toe te voegen van Laura
die de wekker afdrukt, krijg je een pagina die vloeiender
leest. Je oog gaat van links naar rechts over de
bovenste strook en kan nu van rechts naar links
over de nieuwe prent 5 bewegen, terug naar links
om de onderste strook te lezen.
Die gespiegelde S-beweging probeer ik zoveel mogelijk
in mijn pagina’s te verwerken. Soms via de
prenten, maar nog vaker door de plaatsing van de
tekstballonnen.
Bij deze pagina heb ik me vrij strikt aan het scenario
gehouden. De eerste vier prentjes heb ik, zoals
was aangegeven in het scenario, op één
strook gehouden. Wel heb ik de prenten telkens subtiel
iets breder gemaakt om het ontwaken van Laura op
die manier wat extra in de verf te zetten.
Prent 5 heb ik er tussengevoegd voor de vlottere
leesbaarheid van de pagina.
Bij prent 6 en 7 blijf ik bewust redelijk close
op Laura en zie je niet al te veel decor. Dat is
een bewuste keuze in Ooit, om dicht op
de personages te blijven. Zo zit je dieper in de
actie en dat geeft een meer betrokken gevoel dan
de iets afstandelijkere benadering in Misschien.
Zoals je in de laatste prent kan zien, werk ik in
deze fase ook al het zwartgebruik uit.
Volgende maand zal ik laten zien welke stappen er
nog nodig zijn om van deze decoupageschets een uitgewerkte
pagina te maken. Hopelijk tot dan!" |
| |
16/01 |
|
 |
| |
Kristof
Spaey introduceert |
|
|