Alle bijdragen van Kristof Spaey aan de rubriek De Commentator bundelen we op deze pagina.

Klik verder naar de volgende onderwerpen:
17/09/2011 Kristof Spaey had nog een laatste bijdrage beloofd over een niet onbelangrijk element voor het maken van een afgewerkt stripverhaal: de lettering!
13/11/2010 Kristof Spaey zit tot over zijn oren in het werk om zijn deadlines voor het slot van de trilogie Misschien/Nooit/Ooit te kunnen halen. Als bewijs daarvan fotografeerde hij de pagina's in potlood waar hij zich momenteel over buigt.
09/10/2010 In zes fases ben je er getuige van hoe één enkel prentje uit Kristof Spaeys Ooit wordt ingekleurd. Hij doet daarvoor beroep op de Amerikaan Michael Birkhofer.
21/08/2010 Striplezers zien in hun album enkel het eindresultaat in inkt. Het hele proces van schets tot inkt en de keuze voor geschikte materialen legt Kristof Spaey uit aan de hand van één pagina uit het te verschijnen album Ooit, het slot van de trilogie Misschien/Nooit/Ooit.
19/06/2010 Kort en krachtig: Kristof Spaey in potlood.

02/05/2010 Deze maand werpt Kristof Spaey een blik op een paar facetten die voor een stripmaker van belang zijn, maar zelden worden opgemerkt door een lezer: het kiezen van een goeie locatie en het aankleden van strippersonages. Kortom: het zoeken naar geschikte documentatie.

13/03/2010 Kristof Spaey legt in tekst en beeld uit hoe een pagina uit het scenario van Marc Legendre naar een afgewerkte versie leidt. Hij let daarbij op een voor hem geliefkoosde gespiegelde S-leesrichting en voegt prenten toe waar hij dat nodig acht. Dit is een lesje in stripmaken.

16/01/2010 Kristof Spaey legt in twaalf stappen uit waar hij jou de rest van 2010 maandelijks op zal vergasten.

 
17/09
 
 
Kristof Spaey: de lettering
"Jaja, terug van lang weggeweest.

Het is een zeer druk jaar voor me geweest, vol met onverwachte wendingen.
Het is waarschijnlijk geen nieuws meer wanneer ik vertel dat Misschien, Nooit en Ooit vanaf 14 september samen in de winkel liggen. Misschien/Nooit wordt herdrukt in twee aparte albums en het afsluitende deel Ooit verschijnt met een extra katern vol 'speciallekes'.

De drie albums verschijnen bij de Stripgilde, die een nieuwe uitgeverij uit de grond heeft gestampt, ietwat naar het model van het Amerikaanse Image Comics.
Het komt eropneer dat ik de boeken eigenlijk zelf uitgeef, maar onder de paraplu van de Stripgilde die de administratieve taken op zich neemt.
Dat alles om te zeggen: het is druk geweest!

Terug over naar de orde van de dag...

Máánden geleden beloofde ik al dat ik het ging hebben over de lettering.
De lettering omvat het schrijven en plaatsen van de tekst op de pagina, maar eveneens de tekstballonnen en -kaders.

De grootmeesters van vroeger en nu letteren hun strips met de hand. Zo'n handgeschreven letter draagt zeer veel bij tot de sfeer van een album. Het bepaalt ook mee de smoel van een reeks. Denk maar aan de onmiddellijk herkenbare lettering van Kuifje of Suske en Wiske. Van de letter tot de slurfjes aan de ballonnen, alles is in een oogopslag herkenbaar.


Prutsers zoals ik letteren hun strips digitaal. Maar ik probeer het dan wel goed te doen.
Voor Misschien Nooit Ooit heb ik me een professioneel lettertype aangeschaft van Comicraft. Al decennialang het toonaangevende bedrijf in Amerika op het gebied van comic fonts. Opgericht door Richard Starkings, een Engelsman die als handletteraar erg gegeerd was, onder meer door zijn werk voor Alan Moore en Brian Bollands klassieker Batman: The Killing Joke. Starkings verhuisde naar de VS en richtte er Comicraft op, een van de pioniers op het gebied van digitale lettering. Bijgestaan door John Roshell creëren ze de lettertypes en worden ze ook te koop aangeboden op hun website.

Het zoeken naar het perfecte lettertype is van zeer groot belang. Zoals ik zei, het bepaalt mee de smoel van je reeks. De letter moet passen bij de lijnvoering van de tekening. Een hoekige, harde tekenstijl zal meer gebaat zijn bij een langwerpige, hoekige letter. Net zoals de strakke lijnvoering van Hergé ook terug te vinden is in zijn keurige, strakke letters en ballonnen.

Mijn oog viel op het Adam Kubert-lettertype, gebaseerd op de handlettering van, je raadt het al, Adam Kubert. De letter was me eerder al opgevallen in Spider-Man/Black Cat door Kevin Smith en Terry Dodson.
Een mooie, ronde letter met zeer veel karakter die ik mooi vond passen bij mijn tekeningen.

Net zoals de teksten, worden ook de tekstballonnen en -kaders digitaal getekend en geplaatst.
Wat me erg aanspreekt, is om de lettering te gebruiken als instrument om mee het verhaal te vertellen. En dan heb ik het niet over de teksten in de ballonnen en kaders, maar wel over de vorm en plaats ervan op de pagina.

Zo maak ik gebruik van denkkaders in Misschien Nooit Ooit. Ieder album is verteld vanuit het subjectieve standpunt van zijn hoofdpersonage. Bij Misschien volgen we Laura, in Nooit lezen we Egons gedachten en in Ooit volgen we Taw op de voet.



Om die verschillende stemmen van elkaar te onderscheiden, heeft ieder personage zijn eigen kleur gekregen. Laura (blauw/cyaan), Egon (rood/magenta) en Taw (geel): Rood, Geel, Blauw oftewel de CMYK-kleuren (C = cyaan, M = magenta, Y = yellow/geel). Met die drie kleuren (plus zwart = K) kun je bij het drukken alle kleuren in het spectrum maken.
Met andere woorden: als je hun drie perspectieven samenvoegt dan kom je tot de waarheid.

Dat soort van kleine dingetjes zijn zowel hulpvol voor de lezer om te weten wie aan het woord is, zeker wanneer verschillende stemmen samenkomen op één pagina, maar het versterkt daarenboven ook nog eens het grotere verhaal.
In een van mijn eerste bijdragen sprak ik al over de 'gespiegelde S-beweging' die ik in mijn pagina's probeer te verwerken.
Daarmee hou ik rekening inde compositie van de pagina, maar vooral bij het letteren.
Nog meer dan met de plaatsing en compositie van je prenten, kan je met de lettering de ogen van de lezer over een pagina leiden.
Een goed voorbeeld hiervan is pagina 14 uit Ooit.
We kijken eerst naar de pagina zonder de lettering.


Wat meteen zal opvallen is de gespiegelde S-beweging waarrond de prenten zijn geschikt.
Een pagina als deze zou ietwat verwarrend kunnen zijn om te lezen.
De bovenste strook is geen probleem, maar wanneer we afzakken naar de volgende prenten zou er verwarring kunnen ontstaan welke prent eerst gelezen dient te worden.
Moeten we eerst Taw zien die achterover leunt in zijn stoel? Of toch de prent waarin Laura de documenten uit het dossier in de handen heeft?


Wanneer we de pagina in zijn afgewerkte vorm bekijken, zien we dat de lettering eveneens de gespiegelde S-beweging volgt.
Meer nog, het zorgt ervoor dat je probleemloos van de ene prent naar de andere wordt geloodst. Geen vergissing mogelijk.
Waar ik ook erg op let, is dat de ballonnen zo geplaatst zijn dat ze het oog over alle elementen in de tekening leiden die ik wil laten opvallen.
Neem nu de foto's en documenten die voor Taw op de tafel uitgespreid liggen.
Door zijn tekstballonnen hiertussen te laten glijden, neem je die elementen in de tekening ook vlot mee, zonder dat je oog daarna nog de pagina moet afspeuren op zoek naar elementen in de tekening die het bij de eerste lezing over het hoofd had gezien.

Bewust zal je hier als lezer niet bij stilstaan, maar zaken als dit zorgt voor een vlotte en aangename leeservaring. Maar je hoeft me niet op mijn woord geloven, rep je naar je trouwe stripspeciaalzaak en schaf Ooit aan (en Misschien en Nooit als die ook nog ontbreken in je collectie) en oordeel zelf.

En koop meteen ook een exemplaar van Steven Duprés Midgard, dan kan je zien hoe een grootmeester zijn pagina's vlot leesbaar maakt met handgeschreven letters.

Veel leesplezier!"

Surf ook naar kristofspaey.wordpress.com


 
13/11
 
 
Kristof Spaey: "Temidden de potloodpagina's"


 
09/10
 
 
Kristof Spaey: "De inkleuring"
Vorige keer zag je hoe deze prent stap voor stap tot stand kwam. Deze keer krijg je het afgewerkte resultaat in kleur te zien.

Michael Birkhofer, een Amerikaan die ik via het net heb leren kennen, is verantwoordelijk voor de inkleuring. Hoe hij te werk gaat zal ik proberen toe te lichten aan de hand van een close-up van Laura, afkomstig van pagina 7.

Michael ontvangt de pagina's in zwart-wit samen met een ruwe, Engelse vertaling van het scenario. Daarnaast stel ik ook vaak nog een lijstje met bemerkingen op: doorgaans vooral verhaaltechnische elementen in de tekening die extra belicht dienen te worden.

Als eerste stap wordt de zwart-witpagina vlak ingekleurd. Hierbij krijgt ieder element een eigen kleur. Die kleuren zijn eerder willekeurig gekozen, het eigenlijk palet samenstellen voor de pagina gebeurt pas later. Deze fase dient vooral om het verdere verloop van de inkleuring sneller te laten gaan. Ieder element van de tekening kan op deze manier met een klik geselecteerd worden, wat het later ook gemakkelijker maakt om veranderingen door te voeren.

Als de pagina is voorbereid gaat Michael over tot het bepalen van het palet van de pagina. Hierbij houdt hij rekening met de omgeving (binnen/buiten), het tijdstip, de lichtbronnen en — niet onbelangrijk — het scenario. Zo weet hij welke elementen hij in belang van het verhaal extra onder de aandacht moet brengen.

n het screenshot dat Michael me bezorgd heeft, is hij al begonnen met het aanbrengen van schaduwen op haar gezicht en shirt.
In de volgende prent zie je de eerste opzet van de schaduwen die afgewerkt zijn.
Alles krijgt al meer vorm.

Na deze eerste opzet van de schaduwen, licht Michael de prent uit.

Daarna brengt hij hardere schaduwen aan en licht de prent hier en daar verder op.

Nu de belichting van de prent op punt staat, werkt Michael de details van de prent verder uit. De ogen en lippen worden ingekleurd. Haar wangen krijgen een beetje rouge. Sommige zwarte lijnen krijgen een kleur, om een grotere harmonie te krijgen tussen de kleur en de lijntekening. De contouren van haar pupillen krijgen ook een kleur, wat haar ogen extra doen uitkomen.

Alle fases geanimeerd:


Volgende keer zal ik de lettering belichten. Sta me toe om dit te doen aan de hand van voorbeelden uit Misschien/Nooit, want geletterde pagina’s uit Ooit tonen zou al te veel verklappen over het vervolg van het verhaal. Het moet spannend blijven, toch? :)


 
27/08
 
 
Kristof Spaey: "Aquarel"
Af en toe is het goed om eens iets anders te doen. Even de benen strekken, het hoofd leegmaken, nieuwe ervaringen opdoen.

Met tekenen is dat net zo.
De uitdaging bij een lang project zoals een strip is dat je de stijl waarin je werkt continu kan uitpuren en verfijnen. Dat is een boeiend proces waarbij je constant dingen leert, op problemen stoot en oplossingen bedenkt.
Eens je die stijl hebt uitgepuurd kom je op een punt dat je niet langer hoeft na te denken over de keuzes die je maakt, je doet dat instinctief. Wat een zegen is voor de deadlines. De pagina’s vliegen dan van de tekentafel. Vergelijk het met leren fietsen; in het begin heb je alle moeite van de wereld om recht te blijven, eens je het fietsen onder de knie hebt vergeet je de trappers en kan je volledig focussen op de weg.
Alleen, de verrassing is dan een beetje weg. Op zo’n moment is het verfrissend om tussendoor ook iets anders te proberen. Je terug op onbekend terrein wagen. Dat houdt je scherp.

Modeltekenen vind ik daar de ideale uitlaatklep voor. Minstens één keer per jaar tracht ik te tekenen naar levend model. Het ideale moment om te experimenteren met stijlen, technieken en materialen. Ik werk altijd in zwart-wit, maar nu hunkerde ik ernaar om eens te werken in kleur.
Het is van in de middelbare school geleden dat ik nog met waterverf gewerkt heb, zonder al te veel succes moet ik daar aan toevoegen. Maar gezien de kennis die ik heb opgedaan met het rechtstreeks tekenen met penseel, leek me aquarel een goede volgende stap.

En die keuze heb ik me niet beklaagd. Het is lang geleden dat ik me nog zo goed geamuseerd heb met tekenen als met deze aquarellen. Het was spannend, nieuw, onbekend, uitdagend,... En, niet onbelangrijk, het resultaat mag er wezen.
Alle aquarellen die ik gemaakt heb, en nog enkele andere studies in zwart-wit, heb ik gebundeld in een nieuw schetsboekje: Tekeningen Naar Model 5. Zondag 29 augustus zal ik deze komen signeren op de stripbeurs van Valkenswaard, net over de Nederlandse grens. Het is mijn favoriete beurs om te gaan signeren, en omdat het hun 25ste (en voorlopig laatste) editie is, wil ik graag langs deze weg iedereen aanmoedigen om te gaan.

Mocht je zondag niet kunnen komen, maar de aquarellen wel graag bekijken, dan kan je vanaf zaterdag 4 tot en met zondag 26 september terecht in Temse. Daar wordt een verkoopstentoonstelling gehouden van ‘kunstwerken van striptekenaars’ onder de titel Kunstig Gestript. Steven Dupré, Paul Geerts, Jeff Broeckx en Serge Baeken zijn slechts enkele van de auteurs die deelnemen. Zelf zal ik er twaalf aquarellen tentoonstellen. Dus wie in de buurt is: zeker een kijkje nemen!"

Klik hier voor meer info over Kunstig Gestript.
Klik hier voor meer info Valkenswaard.


 
21/08
 
 
Kristof Spaey: "Van schets tot inkt"
Even terug oppikken bij een onderwerp van enkele maanden geleden: de decoupage. En, in het bijzonder, de schets voor pagina 6 van Ooit.

Bij het op papier zetten van mijn decoupage ben ik enkel bezig met regiekeuzes te maken. De opeenvolging van prenten, de camerastandpunten, de plaatsing van de verschillende elementen binnen een prent, etc. Net zoals bij een storyboard voor een film (zie onderstaand voorbeeld van een filmstoryboard).

De vergelijking met film stopt daar niet. Voor de hoofdpersonages in Misschien/Nooit/Ooit heb ik enkele vrienden en vriendinnen gecast die de personages leven geven. Het leuke aan het werken met modellen/acteurs is dat je snel verschillende variaties kan uitproberen voor eennzelfde pose, maar vooral de persoonlijke inbreng van de modellen aan hun personage is zeer verrijkend. Ze voegen maniërismes toe: een handgebaar, een oogopslag, die geven het personage karakter en spontaniteit.

Ik heb op voorhand een heel duidelijk beeld van wat ik wil, maar laat me soms ook leiden door het moment. Voor deze prent had ik oorspronkelijk een closer shot uitgeschetst. Maar bij het poseren werd me snel duidelijk dat een volledige figuur beter ging werken. Laura’s benen mee volledig in beeld brengen zorgt niet alleen voor een aantrekkelijker beeld, ze leiden het oog ook mooi doorheen de prent en naar de volgende.

Bij alle voorgaande stappen ben ik telkens aan het denken als een regisseur. Voor het maken van de potloodtekening zet ik mijn figuurlijke tekenaarspet op. Dan ben ik voornamelijk bezig met compositie, perspectief, anatomie, lichaamshouding en gezichtsexpressie. De potloodtekening dient als blauwdruk voor het inkten. Daarmee bedoel ik: lijnvoering en lijndikte, dat zijn zaken waar ik me pas om bekommer tijdens het inkten. In potlood zorg ik dat de constructie er volledig staat.

Wanneer de potloodtekening volledig op papier staat, zet ik alles in inkt. Dat doe ik sinds dit album nagenoeg volledig met een penseel en Oost-Indische inkt. Lange tijd heb ik het niet aangedurfd om met een penseel te werken. Het leek me een heel onhandig instrument waarop je weinig controle hebt en waarmee makkelijk vlekken maakt.
Dat dacht ik toch, totdat ik stage liep bij Steven Dupré, ondertussen al vijf jaar geleden, en hij me wat testjes liet uitvoeren met zijn Raphael-penseel. Wat een wereld van verschil!
In niets zoals de goedkope penselen uit de supermarkt waar ik tot dan toe mee had gewerkt. De stevige haren zorgden voor verbazingwekkend veel controle, de punt was haarscherp en bewoog zich vlot over het papier. Van fijn detailwerk tot dikke contourlijnen, allemaal met één en hetzelfde instrument.

Ik was meteen van mijn ongelijk overtuigd. De lijnvoering die je krijgt door een penseel is veel levendiger dan je ooit hebt met een pen of hard potlood.
Toch heeft het nog even geduurd voor ik een penseel voor mijn stripwerk durfde gebruiken.
Wat ik me wél onmiddellijk heb aangeschaft, was een Pentel Brush Pen.

Zo’n Brush Pen, of ‘penseelpen’, is in feite een penseel met vullingen.
Het combineert de voordelen van een penseel met die van een pen. Je hebt een variabele lijnvoering maar met constante toestroom van inkt. Geen inktpotjes of onderhoud (een penseel dien je na elke beurt uit te wassen om de haren niet te beschadigen) wat het ideaal maakt om mee op locatie te tekenen. En daar gebruik ik het ook voornamelijk voor: modeltekeningen, schetsen en signeertekeningen.

Met zo’n Brush Pen heb je niet evenveel controle als met een echt penseel. Maar dat vond ik op dat moment net een voordeel. Met een penseel leren werken, is vooral een kwestie van leren loslaten en vertrouwen hebben. Je hoeft niet elke millimeter van je tekening te controleren, soms moet je je materiaal ook durven volgen. Doen, kijken en aanpassen aan de situatie.

Volgende keer: de inkleuring.


 
19/06
 
 
Kristof Spaey in potlood
(klik op de afbeelding voor een grotere versie)



 
02/05
 
 
Kristof Spaey: "Documentatie"
Op basis van het scenario en in functie van mijn lay-outschetsen ga ik op zoek naar de nodige documentatie.

Zo stel ik een lijstje op van alle locaties die in het verhaal voorkomen.

Voor de loft van Egon, gelegen aan de haven in een oud pakhuis, zocht ik naar een atypisch, niet-stereotiep gebouw.

Via Google kwam ik dit prachtige gebouw op het oog: De Phenix in Zaandam, Nederland. Een oud pakhuis met zeer veel karakter en, wat ik zo bijzonder vind, dat recht in het water staat zodat de schepen er rechtstreeks in konden laden en lossen.

De kade die in het verhaal voorkomt is dan ook (losjes) gebaseerd op deze rij pakhuizen.


Voor andere, meer complexe interieurs vertrouw ik op de smaak en inzicht van mijn vriendin. Hilde ontwerpt de decors op basis van de aanwijzingen uit het scenario. De enige richtlijn die ik haar meegeef zijn mijn lay-outschetsen, zo weet ze waar personages en bepaalde elementen in de ruimte zich bevinden en kan ze de inrichting van de ruimte daarop aanpassen.

Die decors werkt ze verder uit in 3D met Google SketchUp. Een zeer handig, gebruiksvriendelijk programma dat mij in staat stelt om door de ruimtes te bewegen zoals een regisseur dat zou doen. Rondkijken, interessante camerastandpunten zoeken, dingen uitproberen,...


Voor de kledij van de personages neem ik er altijd de stapel La Redoute- en 3Suisses-catalogussen van Hilde bij. Ik heb meestal al een vaag idee wat voor type kleren ik zoek bij elk personage, maar laat me leiden door de modebeelden van de catalogussen om de finale look samen te stellen.

Dingen die ik in het straatbeeld opmerk hebben hier ook zijn invloed op. Zo ook de redelijk lichte kleding van de (voornamelijk vrouwelijke) personages tijdens de winter. Zowel in de catalogi als op straat valt dit steeds meer op.

Strips tekenen heeft me in die zin wel modebewuster gemaakt. Het verplicht je om op alles te letten: mensen, gedragingen, kleren, gebouwen, dieren, natuur,...

Het doorbladeren van zo’n catalogus geeft je onmiddellijk een goed beeld van wat nu modieus is. Elementen die steeds terugkeren, bepaalde combinaties, opvallende snit,...


Voor Ooit wilde ik Laura zeer graag in een nieuwe outfit steken. Het arme kind had in de vorige twee albums amper tijd gekregen veel van outfit te veranderen.

Ik was heel tevreden met het gestreepte shirt dat het hoofdpersonage in Back To Reality, het eerste verhaal in Façade, droeg. Die horizontale strepen zorgen voor een zeer leuke dieptewerking op het lichaam.


Voor Laura wilde ik wel iets gelijkaardigs. Ietsje sexyer dan haar vorige outfit, maar nog steeds een tikje nonchalant. Vandaar de grote muts en de lange sjaal.


Wanneer Laura ontwaakt in bed draagt ze een T-shirt en slip. Inspiratie voor dat T-shirt zocht ik in een hele andere hoek. Collega en vriendin Ephameron maakt zeer mooie illustraties en ontwierp ook enkele shirts. Ontwerpen waar ik Laura meteen in zie rondlopen. Dit leek me een mooie gelegenheid om dat even te tonen.


Volgende keer belicht ik het tekenen en inkten van een prent en kan je zien hoe Laura eruit ziet in haar hippe Ephameron-shirt."


 
13/03
 
 
Kristof Spaey: "Gespiegelde S"
Voor Ooit heb ik van Marc Legendre een kant-en-klaar scenario gekregen. Dat wil zeggen: het verhaal is onderverdeeld in prenten en pagina’s, de dialogen staan erbij en bij iedere prent staat een prentomschrijving. Op die manier weet je als tekenaar perfect wat de scenarist voor ogen heeft.

Zo’n scenario is richtingaangevend. Als tekenaar heb ik deels de vrijheid om prenten te schrappen of bij te voegen of om een actie vanuit een andere hoek te laten zien. Zolang dit het ritme van het verhaal ten goede komt. Zulke wijzigingen overleg ik altijd eerst met Marc. Vaak gaat het dan om dingen die er voor zorgen dat de pagina visueel beter tot zijn recht komt.

Op basis van het scenario maak ik eerst een uitgewerkte decoupage. Hierbij schets ik alle pagina’s in het klein uit. Ik bepaal hoe de prenten op de pagina worden geschikt, welke camerastandpunten er gebruikt worden, de plaatsing van de figuren in het beeld, et cetera. Alle belangrijke beslissingen gebeuren hier. Op die manier kan je heel het album al lezen nog voor het getekend is en kijken of het ritme binnen de pagina’s klopt.

Zoals de lezers van Misschien/Nooit al weten, wordt ieder deel verteld vanuit het standpunt van een ander hoofdpersonage. Daar heb ik in het tekenen ook rekening mee gehouden. Ieder deel probeer ik subtiel zijn eigen ‘look’ mee te geven. Misschien heeft witte paginaranden en staan de prenten braaf gerangschikt binnen een kader. Heel af en toe breek ik daar eens uit, maar al bij al is het een heel sobere, ingehouden decoupage. Bij Nooit gebruik ik zwarte paginaranden, om het karakter van Egon extra in de verf te zetten. Wederom zijn de prenten gerangschikt binnen een kader (hier zelfs letterlijk) waaruit ik zelden breek, behalve op enkele kritieke punten in het verhaal.

De decoupage voor Misschien en Nooit was voornamelijk geïnspireerd op Alex Maleev zijn werk in Daredevil, op scenario van Brian Michael Bendis.


Bij Misschien en Nooit heb ik me bewust ‘ingehouden’, om alle registers te kunnen opentrekken bij Ooit. Prenten die overlappen, veel zwartgebruik, meer geïnspireerd door Eduardo Risso’s werk in 100 Bullits, op scenario van Brian Azzarello.


Ieder album gooi ik mijn werkwijze een beetje om. Voor Ooit heb ik beslist om mijn decoupage volledig op papier uit te werken, op A5-formaat in inkt. In inkt omdat ik in Ooit heel veel zwart-wil gebruik en ik op die manier het effect hiervan het beste kan inschatten.

Om het een beetje concreter te maken heb ik een pagina uit Ooit erbij genomen. Het is pagina 6 geworden, een pagina die redelijk vrij is van spoilers. Jammer genoeg is het daardoor wel een pagina waarin je nog niets merkt van de Risso-invloeden in de decoupage omdat ik op deze pagina teruggrijp naar de opmaak van Misschien. De meeste van de ‘Risso’-pagina’s zouden te veel prijsgeven van het verhaal mocht ik die tonen.

Eerst en vooral de scenariopagina van Marc.


Hier kan je zien hoe uitgewerkt zo’n scenariopagina is. Zoals je ziet, geeft Marc een zeer ruime beschrijving van de omgeving. Het is niet zijn bedoeling dat alles zichtbaar zal zijn in de tekening, dit dient allemaal om mij als tekenaar genoeg informatie te geven om me te kunnen plaatsen in de omgeving die Marc voor ogen heeft. De omgeving is uitvoerig beschreven, maar van camerastandpunten is er weinig sprake. Daarin ben ik vrij om zelf keuzes te maken.

Bij het uitschetsen van deze pagina vond ik dat er nog een overgangsprentje ontbrak tussen prent 4 en 5.


Door die liggende prent toe te voegen van Laura die de wekker afdrukt, krijg je een pagina die vloeiender leest. Je oog gaat van links naar rechts over de bovenste strook en kan nu van rechts naar links over de nieuwe prent 5 bewegen, terug naar links om de onderste strook te lezen.


Die gespiegelde S-beweging probeer ik zoveel mogelijk in mijn pagina’s te verwerken. Soms via de prenten, maar nog vaker door de plaatsing van de tekstballonnen.


Bij deze pagina heb ik me vrij strikt aan het scenario gehouden. De eerste vier prentjes heb ik, zoals was aangegeven in het scenario, op één strook gehouden. Wel heb ik de prenten telkens subtiel iets breder gemaakt om het ontwaken van Laura op die manier wat extra in de verf te zetten.

Prent 5 heb ik er tussengevoegd voor de vlottere leesbaarheid van de pagina.

Bij prent 6 en 7 blijf ik bewust redelijk close op Laura en zie je niet al te veel decor. Dat is een bewuste keuze in Ooit, om dicht op de personages te blijven. Zo zit je dieper in de actie en dat geeft een meer betrokken gevoel dan de iets afstandelijkere benadering in Misschien.

Zoals je in de laatste prent kan zien, werk ik in deze fase ook al het zwartgebruik uit.

Volgende maand zal ik laten zien welke stappen er nog nodig zijn om van deze decoupageschets een uitgewerkte pagina te maken. Hopelijk tot dan!"


 
16/01
 
 
Kristof Spaey introduceert