Alle bijdragen van Ken Broeders aan de rubriek De Commentator bundelen we op deze pagina.

Klik verder naar de volgende onderwerpen:
26/11/2011 • Renata Cornil, de echtgenote van Ken Broeders, bokste een fotoreportage in elkaar met een making of van enkele objecten en decorstukken die Ken Broeders in elkaar knutselt. Het resultaat zal te zien zijn op Strip Turnhout vanaf 10 december. Wat er nu al is te zien, is monumentaal!
25/09/2010 Om het ongeduld van zijn fans te sussen, publiceert Ken Broeders af en toe een los plaatje uit Apostata 3. Recent nog kegen we een afbeelding van een herbergtafereel in Parijs te zien. Voor ons becommentarieert hij enkele historische voorwerpen en gebruiken die in de afbeelding voorkomen. Krijg je bij het lezen van de bijdrage ook zin in een gevulde relmuis, klik dan door naar het recept ervan!
19/06/2010 Van Ken Broeders verscheen het vervolg op Apostata. Om toch nog wat aan niet-evidente zelfpromotie te kunnen doen, zocht hij tussen zijn originelen naar iets waar hij apetrots op is. Het vond iets anders: inmiddels vergeten verfstreken bijvoorbeeld, zoals in een stukje vijver. Zo simpel kan het zijn en het zit 'm daadwerkelijk in de details.

 
26/11
 
 
Master at work:
Achter de schermen van de expovoorbereiding van Apostata met Ken Broeders
"Een expo rond Apostata.
Hoe pak je zoiets aan?
Je begint met wat de mensen het meeste aanspreekt.
Juist. Je start met een vliegende piemel.
Een tintinnabulum. Geen vunzig erotisch attribuut, maar in Romeinse tijden een soort van geluksbrenger. Benodigdheden: ijzerdraad, isolatietube, keukenrol, behangerslijm, zijdepapier, milliput, een spuitbus met grondverf, fijne ketting, oogvijzen en kerstversiering.
Ziehier het verloop."


"Wie aan Romeinen denkt, legt meteen ook de link naar mozaïek.
Een stukje Apostata-vloer mocht dan ook niet ontbreken.
Piepschuim, een breekmes en Kens fantasie..."



"Een huisaltaar/tabernakel was een must. Ornamentjes in kunststof, een houten moluurtje met siermotief, en niet te vergeten een goede stofzuiger om alle piepschuimbolletjes weg te werken."



"Alsof de duivel ermee gemoeid was, vonden we op zeker ogenblik deze kruik bij onze buren op de stoep op de wekelijkse vuilnisophaaldag. In stukken en brokken. We twijfelden geen ogenblik. Na wat gepuzzel was dit het resultaat."



"In ons leven gebeurt er weinig zonder dat onze beste vriend/Kens bloedbroeder Erik erbij betrokken is. De Julianusmunt was een kolfje naar zijn hand."



"De grootste uitdaging voor Ken was de bewerking van de panelen die geleverd werden door Strip Turnhout. Aan de slag met oker en rood. En afwerken met een laagje vernis."



"Tot slot nog de tekstplaatjes."



 
25/09
 
 
Ken Broeders: "Gewetensussend plaatje"
Ik ga niet graag signeren.

Niet omdat ik dat kleine groepje lezers, dat hardnekkig mijn albums blijft volgen, niet durf te trotseren. Het wringt als ik niet achter mijn tekentafel zit.
Mijn stapeltje potloodtekeningen lijkt altijd groter te zijn dan dat van de geschilderde.
Bijgevolg voel ik me soms lichtjes schuldig dat ik mijn neus niet wat meer laat zien.
Dan plaats ik al eens een prentje op het stripforum De Getekende Reep om die onrust te bedaren en de lezers te tonen dat ik wel degelijk gestaag verder pruts aan mijn pagina’s.
En nu heeft de onvolprezen De Stripspeciaalzaak me gevraagd of ik een van die gewetensussende plaatjes wat meer wil toelichten.

Wie zich mijn vorige bijdrage aan De Commentator herinnert, weet echter misschien nog dat ik het niet vanzelfsprekend vind om over mijn eigen werk te praten. Verwacht dus geen wonderen.

Vooruit dan maar...

(klik op de afbeelding voor een grotere versie)



De tekening komt uit het derde deel van Apostata en toont een van de vele drukbezochte en florerende kroegen, die het laat-Romeinse Parijs rijk is. De hitte van de zomerdag is verdreven door een fikse regenbui en de bezoekers hebben beschutting gevonden in de overdekte galerij.
In een mooie en burgerlijke stadswoning is dit het peristylium, de met zuilengangen omgeven binnenplaats, waar men geniet van de rust en schaduw.
Maar we zijn hier in een minder eerzaam deel van Parijs waar woningkazernes, winkels en werkplaatsen het straatbeeld bepalen. Geen mooie sierlijke zuilen, maar gebouwen opgetrokken uit ruwe houten balken, bakstenen en verkruimelend plaasterwerk.

Een slaaf bedient de gasten en moet zich de attenties van een klant laten welgevallen. Het is erg waarschijnlijk dat de vrouwen en mannen die in deze kroegen werken, meer doen dan alleen maar wijn schenken. Ze zijn echter niet officieel werkzaam als prostituee (die worden bezocht in bordelen) want ze hanteren (volgens sommige graffiti) veel goedkopere prijzen. Andere graffiti vertellen dan weer over bepaalde seksuele handelingen door mannelijke prostitués. Het is trouwens wel zo dat seks met een mannelijke slaaf of prostitué oogluikend wordt toegelaten… De schande ligt blijkbaar in het gepenetreerd worden.

Een pooier komt klanten ronselen voor zijn bordeel en prijst zijn nieuwste aanwinst aan die, gezien haar haartooi, waarschijnlijk uit het Midden-Oosten afkomstig is (de Romeinse wereld is een multicultureel imperium, vergeet dat niet) en overdekt is met juwelen. Dames uit eerbiedwaardigere kringen hangen eerder een less is more-mentaliteit aan. De opkomende christelijke moraal brengt ook een nieuwe hang naar soberheid met zich mee die vooralsnog niet lijkt aan te slaan bij de pooier en zijn meisjes.

Een van de herbergbezoekers heeft echter meer belangstelling voor zijn hapje: relmuis. De truc voor deze delicatesse is simpel. Vanaf het moment dat de beestjes aan hun winterslaap toe zijn, steek je de stakkerds in een speciaal voor dit doeleinde bestemd kruikje. Daarin worden de sluimerende muisjes vetgemest (om nadien misschien verdronken te worden in wijn). Vervolgens slachten, villen en opvullen met een lekkere mengeling van peper, varkensgehakt, knoflook en garum (de beroemde Romeinse vissaus die vergelijkbaar is met de hedendaagse Thaise variant). Ten slotte bestrijken met olijfolie of honing en in de oven. Smullen maar!
Dit soort voedsel is trouwens van alle tijden. In Cyrano heb ik ergens een spreeuwenpot getekend: een kruik die uitnodigend onder de dakgoot werd gehangen, waarin een nietsvermoedend spreeuwenkoppeltje ging nesten. En als de jongen dan eindelijk op het punt stonden om uit te vliegen... tja.

Op het prentje bemerk je ook het bordspel latrunculi dat nog het best als een voorloper van schaken kan worden omschreven. Het spel wordt in verschillende Romeinse teksten vernoemd, maar er is zo goed als niets geweten over de spelregels. Het is echter duidelijk dat het een populair tijdverdrijf was.

Boven het liederlijk stelletje feestneuzen zien we ietwat vreemde (gevleugelde) fallushangers: de tintinnabula. De fallus is een belangrijk symbool voor de Romeinen en staat voor vruchtbaarheid, geluk en welvaart. De belletjes onderaan fungeren als een windgong en moeten het kwade weren. Een tintinnabulum heeft dus weinig of geen erotische betekenis voor de doorsnee Romein.

Helemaal achterin zien we de gloed van een oven waar eenvoudig voedsel en brood wordt bereid. Dit deel van Parijs is dichtbebouwd, met smalle straatjes en uit hout opgetrokken gevels. Een van de maatregelen om een rampzalige brand te vermijden, bestaat erin dat de meeste kleine woningen en appartementen in de woonkazernes geen keukenvoorzieningen hebben. Dit maakt dat de stedelingen meestal uit eten gaan en bijna dagelijks de vele kleine eethuisjes of kroegen bezoeken.

Het opzoekwerk voor Apostata lijkt nooit te stoppen. Ik blijf boeken verzamelen en lezen, films en documentaires bekijken, musea bezoeken, verhalen beluisteren... Uit die smeltkroes, waar quasi dagelijks nieuwe ingrediënten aan worden toegevoegd, ontstaat dan mijn versie van een Romeinse wereld. Een wereld die ik moeiteloos voor mijn geestesoog kan oproepen.
Maar telkens weer blijkt dat hij verrekt moeilijk neer te zetten is op tekenpapier."

Voor wie graag nog meer wil weten, volgende links:
www.smulweb.nl (recept voor gevulde relmuis)
www.collectiegelderland.nl (tintinnabulum)
www.trouw.nl ("Een verdronken muis met een juridisch staartje")

Bezoek ook www.kenbroeders.be


 
08/05
 
 
Ken Broeders: "Stukje vijver"
Toen de onvolprezen De Stripspeciaalzaak enige tijd geleden liet weten dat ze een rubriek De Commentator ging oprichten was ik, geheel tegen mijn natuur in, erg enthousiast.

Een mooi initiatief om de trouwe striplezers eens een kijkje achter de schermen te gunnen en ze wat meer te laten opsteken over het ambacht strips maken. Het is, laat ons heel eerlijk zijn, ook een mooi middel voor auteurs om zich eens ongebreideld en schaamteloos schuldig te maken aan heerlijke zelfpromotie.

En inderdaad, ik heb de afgelopen maanden met plezier De Commentator gelezen en in het oog gehouden. Stripauteurs vertellen hoe ze te werk gaan, hoe ze gebruik maken van hun documentatie of stellen bepaalde toestanden aan de kaak via open brieven. Een enkeling vertoont een misschien wat vreemde fascinatie voor zijn overigens prachtige tekenstudio.
Omdat er binnenkort nog eens iets van mij op de stripmarkt gaat verschijnen, leek het dus een gepast moment om zelf ook even aan drieste propaganda te gaan doen.

...

Hier stuit ik echter op een zeer lastig probleem. Ik heb jammer genoeg ontdekt dat ik het heel moeilijk vind om over mijn eigen werk te praten of te schrijven. Nu ja, ik kan natuurlijk wel vertellen met wat voor verf ik schilder (voor de geïnteresseerden: plakkaatverf en acryl) of dat ik van maandag tot zondag aan mijn pagina’s zit te werken.

(Geheel terzijde: die website van me maakt me ook al heel ongemakkelijk. Meestal worden er illustraties of tekeningen aan toegevoegd achter mijn rug om. En omdat ik weinig begrijp van computers kan ik ze er ook niet meer afhalen. En gisteren werd ik voor het voldongen feit gesteld dat ik nu ook op dat kl...te-Facebook-gedoe zit.)

Het lukt me maar niet om journalisten, striplezers of schoolklassen (die me in hun onschuld uitnodigen om eens te komen praten over mijn strips) te overdonderen met prachtige uitweidingen over tekenen en schilderen. Ik word overvallen door een gevoel van gêne dat ik niet van me kan afschudden. Het jammerlijk gevolg hiervan is dat ik zodanig begin te mompelen of wartaal uit te slaan dat ik mijn toehoorders tot wanhoop drijf. Stel je maar eens voor wat uitgevers moeten doorstaan wanneer ik met een project afkom. Ze zullen het ongetwijfeld al even vermoeiend vinden als ikzelf.

Niettemin ben ik toch maar eens gaan rondneuzen tussen mijn originelen om misschien iets te vinden waar ik mee kan uitpakken voor De Commentator.
Tijdens mijn, ondertussen al wat moedeloze speurtocht naar een pagina of cover waar ik apetrots op kan zijn, viel me echter iets anders op.
Kleine details, soms niet meer dan enkele verfstreken, waarvan ik zelfs niet meer kan herinneren dat ik ze heb aangebracht, maken dat sommige strookjes in een album me opnieuw aangenaam kunnen verrassen.

Een voorbeeldje: in mijn laatste boek is ergens een stukje vijver te zien. Het wateroppervlak werd hier erg snel geschilderd maar lijkt, in al zijn eenvoud, wel gelukt. Op het moment zelf was ik waarschijnlijk al blij dat die pagina af was en dat ik aan de volgende kon beginnen. Maar als ik ze dan later terug bekijk, valt net dat stukje me op. Zoiets vind ik leuk.



Oh, ja. Het prentje is te bekijken in het album De Heks dat het tweede deel is van de reeks Apostata. En dat verschijnt zeer binnenkort. Dus toch een beetje promotie. Nah!"

Bezoek ook www.kenbroeders.be