Alle bijdragen van José-Luis Munuera aan de rubriek De Commentator bundelen we op deze pagina.

Klik verder naar de volgende onderwerpen:
15/09/2011 Over het eerste deel van het tweeluik Fraternity komt José-Luis Munuera regematig terug op het belang van een vertelling boven de tekeningen. Hij beschouwt een tekenaar als een dirigent die de lezer moet leiden doorheen het verhaal. Dat en andere interessante beschouwingen lees je in zijn commentaren.

 
15/09
 
 
José-Luis Munuera over Fraternity 1
Onderstaande bijdrage van Paul Giner verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 37 van mei 2011.

 
COMMENTAAR BIJ PAGINA 21
Over een western zonder cowboys: "Juan Díaz Canales en ik wilden al lang samenwerken zonder ooit de tijd te vinden. Ik vroeg hem een western met een monster. Hij kwam terug met een poëtisch en metafysisch verhaal die zich wel afspeelt in het westen, maar zonder cowboys! In de plaats is er een driehoeksverhouding, een sociale utopie gebaseerd op ware feiten, met een wild kind en... een monster. Ik hield ervan!"

Over filmtextuur: "Deze overgangsplaat was niet voorzien in het scenario. Ik stort me graag op deze kleine momenten van stilte die een kalmer leesritme teweegbrengen. Hier bezoekt de lezer de kolonie van New Fraternity, met zijn kerk, zijn huizen, zijn natuurlijke doolhof, het bos daaromheen waarin het beest schuilt. Het wezen in prent 6 stelt de natuurlijke wereld voor tegenover de menselijke wereld van de kolonie. Hij is eigenlijk het ware wilde kind van het verhaal. Hij heeft daarom een menselijk voorkomen, hoewel irreëel, met een ouder, brutaal kantje. De sfeer is balengrijk, ik probeer de textuur terug te vinden van de Universal-films van James Whale of een goeie Terence Fisher van de Hammer-films."

Over de vertelling:
"De tekening interesseert me minder dan de vertelling. Met het ritme en de bladschikking geeft de tekenaar zijn standpunt op het verhaal, hij 'dirigeert' de lezer in het verhaal. Dat is wat acteurs doen met hun pauzes en intonaties. Het equivalent in de strip gebeurt met beelden die sneller of langzamer op elkaar volgen om de blik van de lezer te leiden. of met een groot aantal prenten om het leesritme te verhogen... Het is een vak, en dat heeft niets te maken met tekenen. Hier schuilt voor mij het plezier in."


 
COMMENTAAR BIJ PAGINA 22
Over verrijkende inspiratie: "New Fraternity is een synthese van meerdere kolonieen die echt hebben bestaan. Zoals New Harmony in de Verenigde Staten of New Lanark in Schotland, bestuurd door Robert Owen, een personage dat inspiratie bood voor onze McCorman. Het idee van het doolhof komt ook van New Harmony. We hebben het origineel — dat romantisch en burgerlijk was — in een natuurlijk en benauwend doolhof verandert. De werkelijkheid kwam niet tussen in onze verbeelding, het verrijkte het!"

Over de kerk: "Ik laat nooit documentatie primeren op het belang van een beeld. De kerk van New Harmony bestond echt. We hebben het gereconstrueerd in 3D op basis van diverse documenten om die moeiteloos te integreren. Er bestaan veel tekeningen uit die tijd van New Harmony. Via Google Maps kan je erin rondwandelen zoals het vandaag is! Helaas bestaat de kerk niet meer."

Over het licht:
"Als de oorlog nadert in de microkosmos van de kolonie, dan maakt dat lawaai! In prent 1 dient het binnenvallende licht om de enige onschuldige in het veraal te belichten: Emile, het wilde kind. Licht is van essentieel belang in mijn werk, net zoals dat het geval was in Het Teken van de Maan. Mijn techniek is trouwens identiek: gewassen grijstinten in aquarel, bijgewerkt op de computer. Zo had ik alle licht onder controle en konden de platen op die manier gepubliceerd worden. Ondertussen overtuigde Sedyas, een formidabele kerel, ons om de platen in kte kleuren. Zijn digitale techniek ging mijn petje te boven, zijn wrerk is buitengewoon. Het komt het verhaal ten goede, zonder ook maar iets aan de belichting, het voorbeeld als de textuur van mijn werk te veranderen."


 
COMMENTAAR BIJ PAGINA 23
Over voorstudies: "Net zoals bij al mijn personages interesseer ik me meer voor Emiles psychologie dan voor zijn design. De meest voor de hand liggende referentie is de film L'Enfant Sauvage van Truffaut. terwijl mijn voorstudies haast onbestaande zijn, stel ik wel duizend vragen aan Juan om alles over de personages te weten te komen alvorens ze te tekenen. Daarna volgt de tekening als vanzelf. Het personage Fanny, genuanceerd, subtiel, moeilijk te doorgronden, was het moeilijkst om te tekenen."

Over een realistische Morris: "Op grafisch gebied heb ik geprobeerd om te tekenen zoals een realistische Morris. Dat tonen de deserteurs aan. Bij het lezen van het scenario heb ik steeds tegen mezelf gezegd dat het avontuur er leuk zou uitzien als Morris het zou tekenen. Jammer voor Juan, hij moet zich tevreden stellen met mij!"

Over in de schaduw staan:
"Zelfs als de utopische gemeenschappen hun doel hebben gemist, ze waren de sociale voordelen toch decennialang vooruit. Fraternity staat ons toe om het over politiek te hebben, zonder in de doctrines te vervallen. Juan mengt in zijn werk trouwens documentatie en een historische voorstelling met een intrige vol menselijke en monsterlijke passie... Ik geloof dat dit boek hem zal vrijmaken van het fenomeen dat Blacksad is. Door de verbluffende tekeningen van Juanjo blijft hij in de schaduw staan. Mijn tekeningen zijn minder prachtig, men zal meteen zijn uitstekende kwaliteiten als scenarist opmerken."



 
COMMENTAAR BIJ PAGINA 24
Over soldatentronies: "De Amerikaanse Burgeroorlog fascineert me niet bijzonder, maar zoals elke oorlog is het een interessante historische periode, zowel voor de vertelling als voor de tekeningen. De bibliotheek van het Congres bezit tonnen en tonnen foto's uit deze periode. De soldatentronies waren formidabel!"

Over het slot van het tweeluik: "Ik heb al vanaf het begin het scenario voor het complete tweeluik. En dat is ideaal voor een tekenaar. Deel 2 begint de ochtend na de laatste plaat van het eerste deel."

Over nieuwe projecten:
"Volgende maand begin ik aan het derde luik van Walter le Loup (niet-vertaalde jeugdreeks bij Dargaud, red.), een beestige stripserie. Ik werk ook aan twee titels voor jonge lezers van zes jaar (en dit kan dus de peuterversie van Bollie en Billie zijn, red.). Als Fraternity achter de rug is, duik ik in een fantasy- en magisch verhaal geschreven door Jean Dufaux. Te verschijnen in 2012. Wat Nävis betreft, zijn er al tien platen van het volgende album afgewerkt, maar Morvan en ik hebben veel projecten lopen zodat het momenteel op standby staat."