
| |
Alle
bijdragen van Jeroen Janssen
aan de rubriek De
Commentator bundelen we op deze
pagina.
Klik verder naar de volgende onderwerpen:
• 03/08/2010
In het derde en laatste deel van Bakamé
voor dummies stelt Jeroen Janssen een
mislukt kinderboekenavontuur over condoomgebruik
in Afrika voor. We maken ook kennis met een
West-Vlaamse pater die een rolletje kreeg
in De Wraak van Bakamé.
• 16/07/2010
Bakamé voor dummies door Jeroen
Janssen, het tweede deel met heel wat foto's,
schetsen en stripfragmenten en als afsluitertje
een lesje 'frwandees'.
• 10/07/2010
In het eerste deel van een beeldrijke, soms
ontroerende 'cursus' "Bakamé voor
dummies" toont Jeroen Janssens
waar zijn Afrikaanse inspiratie, met name
in Rwanda waar hij ooit lesgaf in een kunstschool,
vandaan komt. Dit is het leven zoals het is,
met soms trieste gevolgen van de genocide
in tal van unieke foto's en schetsen. Een
mooie conclusie bij tekeningen van een dove
jongen is de volgende: "Mij valt altijd
op hoeveel meer ziel er zit in de tekeningen
van ongeschoolde simpele mensen dan in die
van de officiële kunstenaars." |
|
|
| |
03/08 |
|
 |
| |
Jeroen
Janssen: "Bakamé
voor dummies" (3/3) |
Een
heel klein beetje een mislukt kinderboekavontuur,
dat toch ook een beetje succesvol werd.
Hilde Baele, die de laatste twintig
jaar in Afrika woont en overal waar ze haar man
Bibi volgt die de boeren verantwoord
aardappelen en zaad leert telen, weer nieuwe leuke
pedagogische dingen bedenkt voor kinderen (boeken,
radio- en tv-programma's, een festival met Tuur
Florizoone en Arno Hintjes,
enzovoort), heeft een boekje gemaakt over condoomgebruik.
Omdat ze geen enkele illustrator kent in Rwanda
die vrolijke tekeningen maakt, vraagt ze mij. Helaas,
de eerste proeftekeningen worden door de pennenlikkers
op de ministeries van nationale opvoedkunde en de
gulle Amerikaanse donateurs afgewezen, en wel om
de volgende redenen:
Het
jongetje rechts heeft een vlek op zijn hemd: komt
niet overeen met de pedagogische doelstellingen
in verband met hygiëne.
O,
en die bananenschil op de grond... Foei! En die
slaperige winkelier, net alsof alle winkeliers luie
mensen zijn (en die onderbroek, kan dat wel?)...
En
die broek wat hangt die laag. Dat is al helemaal
onzedig. Het toppunt: de lange jongen draagt schoenen
en de dikke jongen teenslippers waaruit je dus feilloos
kunt afleiden dat de ene een hutu is en de andere
een tutsi. Want dat vooroordeel bestaat en dat moeten
we zeker tegengaan (hé, ik had niet eens
een hutu en een tutsi voor ogen?!).
Met
dat kinderboekje is het dus niks geworden. Hilde
heeft het ten einde raad zelf geïllustreerd
met haar grappige, maar niet provocerende stijltje.
Uiteindelijk hebben we samen wel een ander boekje
gemaakt, veel braver (ik maakte wellicht nog nooit
zoiets braafs). Maar het werd aanvaard en massaal
in Rwanda verspreid, en weldra ook in Bénin
(want daar woont Hilde nu) enzoverder, wellicht,
want ze zit ook nooit stil...
Ik hoop toch stiekem dat het ooit nog wat wordt
met het afgekeurde condoomboekje.
Tot
slot nog iets dat je nergens anders te lezen krijgt.
Voor een keer veel tekst, maar het is een belangrijke
sleutel om De Wraak van Bakamé nog
beter te begrijpen die ik je vooral niet wil onthouden.
Bwana Kero was eigenlijk een Vlaamse pater die rond
1900 in Congo verbleef. Hij stierf er uiteindelijk
ook aan "bloedwaterkoorts”, maar dit
terzijde. Zijn echte naam was Gustaaf Van
Acker, maar de Congolezen verbasterden
het tot Bwana Kero waarin je nog
een beetje Van Acker-o herkent, en het betekent
ook: mijnheer Kero.
Eerst en vooral is pater Van Acker de persoon die
in smeuïg West-Vlaams de fabels van Kaloeloe
optekende, waarop wij ook onze held Bakamé
baseerden.
Maar er is meer.
In de strip nemen wij de vrijheid om Bwana Kero
nog een eeuw of wat te laten verderleven, maar hier
een passage uit zijn prille jeugd:
Hoewel
mijn sympathie voor pater Van Acker groot is en
we hem met zijn alter ego geen eer aan doen (neem
het dan ook met een flinke korrel zout), helemaal
uit de lucht gegrepen is het personage toch niet.
Of wat te denken van onderstaand citaat?
'De welwillendheid van de missionarissen had
ook zijn duistere kanten. Zo vriendelijk glimlachend
ze de bevolking tegemoet traden, zo slinks waren
soms hun methoden. De Brugse zendeling Gustaaf Van
Acker legde uit hoe hij als witte pater omging met
de 'toovermiddelen' van het inlands geloof ('beenderen,
haar, beesteknuttels, tanden, honderd vieze dingen
en nog meer') die hij langs de weg in 'huizekotjes'
aantrof: "Om het volk niet te misnoegen en
ons onderzoek niet te verhinderen, willen we aan
al die bliksemsche vuiligheid geen kwaad doen; we
moesten onzen haat verkroppen en het was maar nu
en dan, toen we alleen waren, dat we in het duikertje
met een gildigen en nijdigen stamp geheel den boel
in duigen deden vallen. Mochten we welhaast openlijker
te werke gaan en gansch Oeroea door, in al de dorpen,
langs al de straten, al deze duivelteekens en duivelkramerijen
door het zaligmakend kruis vervangen. Ocharm! Hoeveel
werk voor zo weinig kruisplanters!"
uit: David Van Reybrouck, Congo, een geschiedenis
Het boek van David Van Reybrouck
ligt nog op mijn 'te lezen-stapeltje' maar Pieter
van Oudheusden, die honderd keer sneller
leest dan ik, maakte mij gelukkig op de valreep
attent op deze verwijzing van Van Reybrouck naar
het reisdagboek van pater Van Acker, een heel zeldzaam
boek dat ik om de twee jaar nog eens bestel in de
bib van Harelbeke :-)
Om te eindigen, een opmerking van Pieter van Oudheusden:
“Met dat 'zaligmakend kruis' weten haas en
hyena wel raad natuurlijk..."
Bezoek ook de website
van Jeroen Jannsens. |
| |
16/07 |
|
 |
| |
Jeroen
Janssen: "Bakamé
voor dummies" (2/3) |
We
gaan dieper in op mijn Rwandese inspiratie.
Met de beelden die hierna komen, wil ik aantonen
hoe het leven zoals het is in Rwanda steeds weer
opduikt in de scènes uit De Wraak van
Bakamé.
Deel 2: Mijn Rwandese
inspiratie
Dit
is een typische rugo, het omheinde erf rond de woning
van de modale Rwandees. Hier speelt zich het leven
van alledag af.
Dit is de rugo van Mpyisi, de hyena. Misschien net
iets rommeliger dan de modale Rwandese rugo, maar
dat ligt in de aard van het beestje.
Een
zichtje in Kigali, een stad in volle expansie, vandaag
de dag één grote bouwwerf.
Een
zonsopgang in Kigali. Ondanks de exploderende bevolkingsaangroei
toch nog een erg groene stad (dat zou je wellicht
niet zeggen bij dit kleurenpalet).
Maar
dat blijkt dan wel weer hier. Deze tekening maakte
ik dan wel voor ik de grote bouwwoede van deze eeuw
met eigen ogen ging aanschouwen. Nadien kwamen onze
helden niet meer in de grote stad en zo heeft de
hoofdstad in mijn boek toch nog iets provinciaals
bewaard.
Net
als hier is iedereen in Rwanda tegenwoordig overal
bereikbaar met de gsm, behalve ik. Tenzij ik naar
het kioskje bij de brug ga.
Hier
mijn eigen stalletje waarmee ik soms op beurzen
sta.
En
dit is het stalletje van Papa Mbogo waar alle nieuwtjes
worden uitgewisseld en de laatste roddels worden
besproken.
Ook
in de plaatselijke cafés (cabarets) worden
bij een Primus de belangrijke zaken des levens besproken.
Hier
zit Lennert, mijn stiefzoon met
wie ik in 2007 in Rwanda was, verscholen achter
een Primus.
Een
geschilderde primusreclame heb ik niet bij de hand,
maar Coca Cola, Nido (melkpoeder) en maracuja behoren
eveneens tot de nationale dranken.
Bakamé
bezoekt een van zijn stamkroegen. De mooie, geschilderde
reclames zullen op een dag uit het straatbeeld verdwijnen,
vrees ik, enerzijds door de opkomst van gelikte
Photoshopprints en anderzijds de aversie van de
nieuwe regeerders voor alles wat typisch Afrikaans
is.
Wij
zijn gelukkig met een simpele hotelkamer, zelfs
al is het bij de nonnetjes in de procure (de nonnetjes
zijn er overigens niet meer alomtegenwoordig zoals
in de jaren 1990.
Maar
daar heeft Bakamé zeker geen last van.
Let
vooral op de vernuftige flessenopener ofte fungulateur,
van het Rwandese gufungura (openen) en
het Franse -teur (dinges). Deze is gemaakt
in de coöperatieve KIAKA,
vlakbij Nyundo. Je ziet hem ook op de caféschetsen
van enkele plaatjes eerder.
Prudence.
De moeder van de porceleinwinkel.
Hoe
dom Mpyisi ook is op alle vlakken, vrijen doet hij
steeds verstandig. Met altruïsme heeft dat
wellicht weinig te maken. Of zijn het de vrouwtjes
die hem veilige seks opleggen, uit lijfsbehoud?
De
konijnenhokken van het weeshuis van Nyundo. Bij
gebrek aan giraffen en apen in de streek, ging ik
er geregeld dieren schetsen met de leerlingen van
de Ecole d'Arts.
Het
konijnenhok van Fleurette.
Een
interieur bij de ouders van de kleine Prince
(let ook op de alomtegenwoordige fungulateur
van KIAKA).
Het
interieur van Babeth, een vriendin van Fleurette.
Het
merendeel van het transport gebeurt te voet, en
de vrouwen torsen de merkwaardigste lasten.
Markten
trekken mij overal ter wereld aan. De markt van
Gisenyi.
Cabaretje
bij de markt van Buruseri
En de markt van Buruseri.
In een naaiatelier in Mahoko, een plattelandsdorp
waar op dinsdag en vrijdag steeds een indrukwekkende
markt is, lieten we van lokale stoffen een paar
hemden maken voor ons.
Keuze te over...
Fleurette laat een prachtige jurk vervaardigen voor
haar grote feest.
Helaas ontsnapt ook Nyundo niet aan de vooruitgang.
Na mijn laatste bezoek wordt de hoofdweg verbreed
om plaats te maken voor meer en sneller verkeer.
Wanneer ik de voorgaande foto ontvang van Hilde,
mijn reporter ter plaatse, neem ik het beeld prompt
op in de strip.
Een dolle taxirit.
Dit is zo'n taxi waarin op vernuftige wijze officieel
plaats is voor zestien personen, maar waarin op
nog veel vernuftiger wijze vijfendertig personen
en drie geiten ingestopt worden.
Het vervoermiddel bij uitstek in Afrika (ik krijg
er prompt weer heimwee van) en hier staat Mpyisi
op het punt zijn grote reis aan te vatten.
Tot
slot een beetje taalkunde.
La Revanche de Bakamé werd
gelijktijdig met De Wraak van Bakamé
gedrukt. Dit was een probleem voor de hoofdstuktitels
die eigenlijk een onderdeel zijn van de tekening.
Daarom moesten ze, ook de zwarte gedeelten,
in vierkleuren gedrukt worden en kon ik geen
andere titel gebruiken voor de Franse als
voor de Nederlandse versie.
Daarom gebruikten we een taaltje dat noch
Frans, noch Nederlands is: het Frwandees.
Een vriendin, Tinne die reeds
als kind op de Rwandese schoolbanken zat was
me hierbij van dienst.
Om Frwandees te begrijpen moet je de teksten
snel lezen met een Rwandees accent, dan krijg
je min of meer goed Frans.
Message.ajeroen.salus.jecontacte. ladresse.de€dwin.sansnamarchepas.
tupeux.verifier.jeveux.oussi.numero. detel.de€dwin.c,est.damasc'ene.au.
rwanda.salue.toute.lafamille |
 |
Chapitre dans lequel on présente les
factures à Mpyisi et on fait payer son épouse.
Darokeri: Dans lequel. In het
Kinyarwanda (Rwandees) klinken l en r gelijk en
in de spelling wordt er dan ook vaak verwisseld.
De n is hier verdwenen omdat je ze niet hoort en
verder zijn de klinkers genoteerd met een Rwandese
tongval. En een i erachter om het mooi te doen naklinken.
In Rwanda eindigen woorden niet op van die stomme
medeklinkers.
Zafagitiri: za- is een voorvoegsel dat
duidt op meervoud in het Kinyarwanda;
fagitiri is gewoon factures, maar
dan met een klinker tussen alle medeklinkers. In
Rwanda houden ze niet zo van veel medeklinkers achter
elkaar. Maar eigenlijk spreek je het verder wel
ongeveer uit als in het Frans.
Ishyuze komt van het werkwoord kwishyura,
maar in plaats van het netjes op z'n Rwandees te
vervoegen, zet men er een franse e achter voor de
derde persoon enkelvoud.
Sonépuze: simpel: son épouse.
 |
L'histoire du chauffeur.
Istwari: dat had je na voorgaande les allicht
zelf kunnen bedenken.
Umushofeli: chauffeur. Umu is
het voorvoegsel dat in het Kinyarwanda aanduidt
dat het om een menselijke persoon gaat (umugabo:
man, umukobwa: meisje, umufurama: Vlaming).
En shofeli is een alternatieve schrijfwijze
voor chauffeur (met l-r verwisseling).
Bezoek ook de website
van Jeroen Jannsens. |
| |
10/07 |
|
 |
| |
Jeroen
Janssen: "Bakamé
voor dummies" (1/3) |
 De
Wraak van Bakamé en andere afgeleide
producten van Jeroen Janssen worden
wellicht algemeen beschouwd als een buitenbeentje
in de stripwereld.
Ik geef je in deze rubriek gedurende enkele afleveringen
graag een inkijkje in mijn inspiratiebronnen, laat
ons maar zeggen in mijn diepste privéleven
(of toch heel een klein deeltje daarvan).
Dit is ook nog maar een fractie van waar ik allemaal
mee bezig ben, een belangrijk deel bij momenten.
Na lezing van deze pagina's mag je je zeker nog
geen Jeroen Janssen-kenner noemen.
Maar je zal tenminste beter begijpen waar ik voor
De Wraak van Bakamé mijn mosterd
haalde, en dit zal je zeker en vast met meer plezier
of minder weerzin (geheel onterecht overigens) naar
dit boekwerk laten grijpen of teruggrijpen.
Ik neem mij voor je niet te vermoeien met veel tekst,
maar laat nu vooral de beelden spreken.
De meeste foto's en schetsen maakte ik tijdens mijn
laatste reis naar Rwanda in 2007. De strippagina's
komen uit het pas verschenen De Wraak van Bakamé.
Deel 1: Mijn Afrikaanse
inspiratie
 |
Ooit,
van 1990 tot 1994 gaf ik les aan een kunstschool
in Nyundo, Rwanda, Na de genocide in 1994 raakte
de school in verval maar toen ik er terugging in
2007 was men alles weer duchtig aan 't restaureren.
Voor het eerst sinds dertien jaar keerde ik hier
terug, met mijn schetsboek. De school ligt er nog
steeds even landelijk bij, de leerlingen houden
nog steeds van basket, en het gras op het voetbalveld
is groener dan dat op de andere heuvel.
Mijn
lievelingsplek was de bibliotheek. Toen al door
de hoogbejaarde Frère Pierre
omwille van de mooie strips die hij uit Frankrijk
ontving, en nu weer, ondanks het feit dat alle strips
verdwenen zijn, omwille van de mooie typmachine
en de iets minder mooie Pelagie.
Het
cementen beeld van Sint Jean-Baptiste Delasalle
heeft nooit enige beroering in mij teweeggebracht,
maar de mooie tuin des te meer. Daarom maakte ik
op de valreep deze schets, want...
...
De hartenpijn die ik enkele dagen later op die winderige
septemberdag van 2007 voel, heeft meer te maken
met de gevallen umuvumu (ficus) dan met
de hoofdpijn van de heilige kindervriend.
Al
bij al bekijk ik het positief: op die manier hoeft
hij zich het hoofd niet meer te breken over de stormen
die de katholieke kerk vandaag teisteren.
Dit
is Emmanuel, een leerling van de
school. Op zijn schoenen kom ik later terug.
Nyundo
was ooit een pleisterplaats voor kunstenaars. Daar
zijn er nog weinig van over.
Er
is nog enkel het atelier ADAMU.
De
baas, Jean Damascene, ken ik van
vroeger. Hij heeft de genocide overleefd, maar heeft
veel familie en vrienden verloren.
Hij
vindt voor mij enkele werken van Jean Kanyabugoyi
terug. Hoewel ongeschoold kende ik niemand die zoveel
ziel in zijn werk stak. Hij heeft de ontberingen
van de voorbije oorlog niet overleefd.
Alle
leerlingen die ik kende, zijn weg... Vervangen door
nieuwe generaties, maar er zijn vaste waarden: Alexie
de kok van het internaat, roert als vanouds in de
pap.
En
de werkman Gabriël trekt een
schoon overhemd aan...
...
wanneer ik hem portretteer bij de omgewaaide ficus.
Ook
de leerkrachten zijn grotendeels vervangen, Maar
Kofi, die ik op zijn atelier in
Kigali bezoek, blijft trouw op post (al pendelt
hij nu wekelijks van Kigali naar Nyundo omdat in
het dichterbijgelegen Goma, waar zijn gezin nog
steeds woont, geen cent meer te verdienen valt voor
een eerlijk mens).
Dit
is de vrouw van Kofi, die heen en weer pendelt tussen
Goma, waar haar kinderen wonen, en Kigali, waar
haar man zijn carrière als kunstenaar uitbouwt.
In
de heuvels achter de school zijn de sporen van de
oorlog overal aanwezig.
Ook
daar zijn vele doden gevallen, Hutu's en Tutsi's.
Maar voor de overlevenden gaat de strijd om het
bestaan gewoon verder.
Een
terugzien van oude bekenden. Ik wandelde vroeger
uren tussen de groene heuvels en kom nog steeds
graag terug.
Dit
is Prince die apetrots is op de
nieuwe geit.
Jong
tekentalent in de lagere school van mijn voormalige
huisbazin Jeanne d'Arc.
Dit
is iets bijzonders: deze man is doof en ging als
kind naar een dovenschool heel ver van huis. Met
zijn schriftje leerde hij later doventaal aan een
dove dorpsgenoot.
Dit
is het leven zoals het is. Mij valt altijd op hoeveel
meer ziel er zit in de tekeningen van ongeschoolde
simpele mensen dan in die van de officiële
kunstenaars.
Ook
in Rwanda krijgen strips vandaag de dag meer en
meer belangstelling.
Dit zijn toekomstige onderwijzers en ze lezen niet
van de minste strips: naast de strips op de foto
kregen ze van mijnheer Faustin
onder andere ook Aya uit Yopougon te verwerken.
Bezoek ook de website
van Jeroen Jannsens. |
|