Alle bijdragen van Jean-Yves Delitte aan de rubriek De Commentator bundelen we op deze pagina.

Klik verder naar de volgende onderwerpen:
26/03/2011 Jean-Yves Delitte becommentarieert vier platen uit Tanâtos 4. Dat levert informatieve en zeker ook inzichtrijke analyses op over zijn manier van werken, over zijn hoofdpersonage en vooral over geloofwaardigheid.

 
26/03
 
 
Jean-Yves Delitte: "Tanâtos 4"
Onderstaande bijdrage van Jean-Pierre Fuéri verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 32 van december 2010.

 
COMMENTAAR BIJ PLAAT 5
Over rammelkasten: "Ik was al vertrouwd met deze periode door de stripadaptatie van De Tijgerbrigades uit 2005. Men had een tekenaar nodig die snel kon werken... Toen legde ik al eens uit dat documentatie me niet blindelings leidt. Ik heb hier ook geen voorgevel van een militair ziekenhuis gezocht, maar ik heb er wel een ontworpen die past in de neogotische stijl uit de periode die toen in zwang was in Frankrijk en België. Hetzelfde geldt voor de voertuigen. Er gaat niets boven het tekenen van oude rammelkasten! Het chassis bestaat uit twee ijzeren balken waarop het motorblok is gemonteerd. De bekleding bestaat uit hout en eenvoudig geplooid zeildoek. Het verschil tussen de verschillende merken bestond vooral uit de afwerking van de binnenkant."

Over schermen:
"Hier geen aparte kamers, maar bedden die in rijen staan opgesteld en enkele schermen. Die dienden niet voor de privacy van de soldaten, maar om de stervenden en de zwaar verminkten van de rest af te schermen. Er was nog geen sprake van plastische chirurgie. De ongelukkigen die een deel van hun gezicht verloren, en die het ook nog overleefden, moesten er de rest van hun leven mee voort. De aanblik op zulke gezichten was niet goed voor het moraal van de troepen. Vandaar de schermen."

Over een wandeling (1):
"Deze plaat is een voorbeeld van een rondwandeling waarvan ik erg hou. We vertrekken bij een groot buitenbeeld, dan wandelen we door het interieur, we komen bij een bed en in de laatste prenten houden we halt bij de gezichten."

Over geloofwaardigheid: "De overlevende van de Lusitania gaf ons een probleem. Hoe kon de drenkeling van de schipbreuk die nabij Ierland gebeurde in Frankrijk belanden terwijl niemand voor zijn plezier over het Kanaal voer dat vergeven was van de mijnen? We hebben ons ingebeeld dat hij koste wat het kost wilde terugkeren naar huis. Dat maakt het toch wat geloofwaardiger."


 
COMMENTAAR BIJ PLAAT 6
Over hertekenen: "Hier had ik niet veel werk aan. Deze drie prenten kwamen al voor in het vorige album. Ik zie niet in waarom ik ze zou moeten hertekenen. Enkel de inkleuring is aangepast. De sepiatinten geven aan dat het om een flashback gaat."

Over nauwgezetheid:
"Ik heb de Lusitania nauwgezet nagetekend naar foto's uit deze periode. Met alles wat met de zee te maken heeft, spring ik niet los om. Ik ben de officiële schilder van de Belgische marine! De Lusitania werd ernstig geraakt aan de voorsteven. Ik moest er dus vanuitgaan dat het schip niet plat horizontaal tenonderging zoals te zien is op prent 2 waarin de schoorstenen nog boven de zeeoppervlakte te zien zijn. Ik heb dat bewust gedaan zodat de lezer in één oogopslag de pakketboot kan herkennen."

Over de reuzenkrab:
"Ik zie graag de laatste prent waarin de historische werkelijkheid van de Lusitania gerijmd wordt met onze fictie met de 'reuzenkrab" van Tanâtos die zijn buit aan twee grijpers meeneemt."

Over het doel van een album: "Didier Convard, die nochtans zelf een tekenaar is, bezorgt me een getypt scenario dat tot driehonderd pagina's telt. Het is aan mij om dat te interpreteren en te bewerken. Ik hoef dus niet, zoals andere scenaristen eisen, woord voor woord het scenario te volgen. Ik ben er niet om de fantasie van een scenarist te tekenen. Tekeningen zijn ook een taal en die maken sommige dialogen overbodig of dubbelop. Het is dus aan de tekenaar om daarmee om te springen. Het doel is om het scenario zo aantrekkelijk mogelijk om te zetten. Auteurs die beweren dat het hoogste doel het album is, of het nu goed verkoopt of niet, kan ik maar niet begrijpen. Dat vind ik idioot. Ik maak een album zodat het kan verkopen. Ik ben gestopt met De Neptunus omdat het niet goed verkocht!"


 
COMMENTAAR BIJ PLAAT 7
Over de leesrichting: "Ik gebruik hier een klassieke paginaopbouw. Er is niets vervelenders voor een lezer dan de leesrichting te verstoren. Als ik de minste twijfel heb, gebruik ik één of twee pijlen om hem te leiden. In de montage van de eerste drie prenten geloof ik wel dat de leesrichting duidelijk is."

Over de overlevende:
"Over deze scène hebben we zwaar gediscussieerd. Didier wilde als overlevende van de scheepsramp een jong meisje dat aan de inspecteurs over de reuzenkrab met de oranje ogen vertelt. Wie zou haar geloven? Ik verkoos om van haar een oude en ervaren zeevaarder te maken die bovendien ook nog een aardig potje kan tekenen. Daardoor wordt de krab geloofwaardiger en door de moderne technologie van dit tijdperk kan de link naar Tanâtos meteen gemaakt worden."

Over een wandeling (2):
"Deze plaat is de tegenhanger van plaat 5. Nu wandelen we van het bed naar buiten om te eindigen met een groot buitenbeeld. De tussenliggende prenten tonen een wandeling door het gebouw. Het jaartal 1903 op de vloer is typisch voor deze periode waarin op tal van vloeren of gevels het jaar van constructie van het gebouw of de naam van de architect is te vinden."

Over rust en geweld: "Deze plaat is rustig opgezet. Dat is wel nodig in een serie met veel geweld. Didier vertrouwt me soms toe dat ik te gewelddadig ben in actiescènes. Maar hoe kan ik ook anders als ik geloofwaardig wil blijven, zelfs in een dergelijk dolgedraaid verhaal? We bevinden ons niet meer in de tijd waarin slachtoffers vallen zonder een druppel bloed te laten vloeien. De mens is gewelddadig, dat moet dus ook zo getoond worden, zowel in de strip als in de film."


 
COMMENTAAR BIJ PLAAT 8
Over vooruitgang: "De belangrijkste middelen van Tanâtos zijn vernield. Ik kon de kasteelvertrekken dus achter me laten en kiezen voor iets ondergronds dat meer verborgen is. Ik heb me ermee geamuseerd. De technologie is vooruit op zijn tijd waardoor ik me veel kon veroorloven"

Over Melanie:
"Didier wilde dat Tanâtos een partner vond. Ik heb hem ervoor gewaarschuwd dat een mens, zelfs als hij verliefd is, cynisch is en zonder wroeging. Wanneer op het einde Parijs is vernietigd, toont Melanie zich ontvankelijk voor haar fascinatie voor het kwade en is ze misschien zelfs bereid om Tanâtos te helpen bij zijn wandaden."

Over superhelden:
"Ik heb van Tanâtos nooit een gespierde kerel willen maken. Ik zag in hem geen Jean Marais alias Fantômas-type. Daar geloof ik niet in. Ik vind het interessanter om de wereld op de knie te krijgen voor een eerder klein en schriel figuur dan voor een grote superheld met veel spieren. Kijk maar eens naar de films van Spider-Man. Peter Parker heeft niets van een atleet of een Apollo en nochtans werkt het! Onze Tanâtos steunt veeleer op technologie dan op fysieke confrontaties. Tegenover een brutekracht zal de man een geweer treken en hem een kogel tussen de ogen jagen."

Over de ontmaskering:
"Je kan zijn neus en mond zien en dat volstaat. Er is geen sprake van dat ik zijn gezicht toon, zelfs niet in de reflectie van een glas. Jammer voor de lezer"