
| |
Alle
bijdragen van Ivan Adriaenssens
aan de rubriek De
Commentator bundelen we op deze
pagina.
Klik verder naar de volgende onderwerpen:
• 01/10/2011
Ivan Adriaenssens maakt met ons een afspraak
in Nieuwpoort voor een graphic novel (de eerste
van uitgeverij Lannoo) over een Belgische,
een Britse en een Franse frontsoldaat tijdens
de Eerste Wereldoorlog en tien jaar na hun
ontmoeting. Deze soldaten hebben echt bestaan.
De Eerste Wereldoorlog behoort spijtig genoeg
ook tot onze geschiedenis. |
|
|
| |
01/10 |
|
 |
| |
Ivan
Adriaenssens over Afspraak in Nieuwpoort |
 |
"Wie
mij kent als scenarist van de Boeboeks, Orphanimo!!,
Pit en Puf en De Kriegels (bij Standaard
Uitgeverij) kijkt waarschijnlijk raar op
van het nieuws dat ik een complete graphic novel
heb getekend. Maar wie heeft opgemerkt dat ik twee
jaar geleden Odon en dit jaar Maurice
Braet heb uitgebracht (bij Lannoo),
heeft gezien dat de Eerste Wereldoorlog mij ertoe
heeft aangezet om even voluit de realistische toer
op te gaan. Niet alleen qua onderwerp en scenario,
maar dus ook qua tekenstijl.
Alle bovenvernoemde strips (45 stuks) heb ik ook
gelay-out (mooi woord voor 'in't klad getekend')
en voor 'de Boeboeks' was ik ook decortekenaar en
kleurder.
Maar het werd wel eens tijd om iets persoonlijks
te brengen, dat honderd procent van mij was. Dat
moest dus Odon worden. Het leven van een
Belgische WOI-soldaat. Door omstandigheden is dat
een 'gewoon' boek geworden met een pak foto's, plus...
vijftig vakjes die ik al voor de strip had getekend.
De reacties van de lezers waren lovend, zodat ik
het idee van een realistische WOI-strip zeker niet
wou opbergen.
Bij het maken van Odon heb ik de mensen
van de stad Nieuwpoort leren kennen. De schepen
van cultuur vroeg mij toen of ik Odon geen
tien pagina's lang in hun stad kon laten rondlopen.
Dan konden zij een luxe-editie uitbrengen van het
album. Odon is echter nooit in Nieuwpoort geweest
en ik kon zijn dagboek uiteraard niet vervalsen.
Maar na het bescheiden succes van Odon
kwam ik op het idee om een complete strip over Nieuwpoort
te maken. Dat viel meteen in goede Nieuwpoortse
aarde en ik kon beginnen.
Tot mijn verbazing was Lannoo geïnteresseerd
in het album, dat hun eerste graphic novel moest
worden. Omdat ik naast de Belgische soldaat ook
een Fransman en een Brit in de hoofdrollen zet,
was zelfs een internationale versie een goed idee.
En om het verhaal helemaal af te maken, kreeg ik
ook een beurs van het Vlaams Fonds voor
de Letteren.
| Op
de cover van elke taalversie staat telkens
een soldaat met een andere nationaliteit prominent
in beeld. Een Belgische soldaat voor de Nederlandstalige
versie, een Franse voor de Franse versie en
een Britse voor de, inderdaad, Engelse editie.
Klik op de covers voor een grotere versie. |
 |
 |
 |
En dat verhaal afmaken... is net gebeurd. Wat een
album van 60 bladzijden moest worden, zijn er 120
geworden. Hoe meer ik me verdiepte in de materie,
hoe meer inspiratie er op mij afkwam. Steeds meer
verhalen en anekdotes die het geheel nog versterkten,
bleven de kop opsteken. Ik zou er nog eens 50 pagina's
aan kunnen toevoegen, maar je moet ergens stoppen.
Het mooie is dat het over drie soldaten gaat die
echt hebben bestaan. Een Belg, een Fransman en een
Brit. Die hebben elkaar nooit ontmoet, maar hebben
wel op dezelfde vierkante kilometers gevochten.
Mijn artistieke vrijheid zorgt er dan voor dat ze
elkaar wel ontmoeten, op de stilte na de storm van
de Eerste Slag aan de IJzer. De volgende oorlogsstorm
kwam er al snel aan, dus de drie moeten zich weer
verspreiden. Maar ze spreken af dat ze elkaar zullen
terugzien, exact tien jaar later, op 1 november
1924. Van dan af rijst de vraag: wie van de drie
zal het overleven? Hoeveel mannen zullen er op de
afspraak zijn?
De afspraak is het eerste hoofdstuk. Hoe hebben
ze elkaar leren kennen in de chaos van de Eerste
IJzerslag van eind oktober? Dat toon ik pas helemaal
achteraan het album. Er zijn wat tijdsprongen, want
er is ook een vierde soldaat bij betrokken. Het
is een verhaal van gemiste kansen, van gefnuikt
talent, van ontbering, van opoffering. Het dagboek
van de Belg Raoul Snoeck zou al
een hele graphic novel op zich kunnen zijn. Maar
ik heb me moeten beperken tot de belangrijkste passages.
| Van
ruwe schets tot gemonteerd eindresultaat.
Klik op de afbeelding voor een grotere versie. |
 |
Normaal schrijf/schets ik eerst het volledig scenario
uit. Elk geschetst prentje geeft inspiratie voor
het volgende. Elk geschreven stukje dialoog nodigt
uit voor een volgend. Voor deze strip heb ik anders
gewerkt. Chaotischer. Vandaar dat ik op meer pagina's
uitkwam dan voorzien. Gesprekken met kenners leidden
mij tot het ontdekken van nieuwe personages. Zo
leerde ik T.E. Hulme kennen, luitenant
bij de Royal Marine Artillery, maar ook schrijver
en poëet. De weergave van zijn gedichten, in
combinatie met zijn dood, gaf plots een compleet
nieuwe — pakkende — scène.
En zo kan ik nog een aantal voorbeelden geven. Het
was dan ook een mooi moment toen de hele puzzel
in elkaar viel en de totale structuur duidelijk
werd. Eén hoofdstuk voor de afspraak, daarna
één hoofdstuk per soldaat. En dan
de apotheose. Een hoofdstukkenindeling kon omdat
ik intussen aan 120 pagina's zat.
De Eerste Wereldoorlog is een kleurrijk stuk vaderlandse
geschiedenis, die op ons netvlies staat als lichtjes
versnelde zwart-witbeelden vol krassen. De Eerste
Wereldoorlog was de eerste gefotografeerde en gefilmde
oorlog. Maar in zwart-wit dus. Vandaar dat ik de
strip niet in kleur wou maken. Ook al omdat het
een hel zou zijn om bij alle (op zich al gedetailleerde)
kostuums het juiste kleur te voorzien. Nee, zwart-wit
geeft de juiste sfeer. Ik heb nog sepiaeffecten
toegevoegd voor de oorlogspassages, en in contrast
daarmee baden de hedendaagse scènes (nou
ja, in 1974 dan) in een blauw licht. Ik gebruik
eigenlijk enkel rood, voor het bloed en voor de
rode pompon op de mutsen van de Fusiliers Marins.
En oranje/geel voor het vuur en de ontploffingen.
Sinds Odon heb ik enkele meters WOI-boeken verzameld
en een archief van duizenden foto's op m'n computer
staan. Ik kan de oorlog niet verzinnen, dus ik moet
me baseren op deze fotoschat. Maar soms is het behelpen.
Er zijn maar een paar foto's van het stationnetje
van Ramskapelle, bijvoorbeeld, dus het interieur
en het bovenaanzicht moest ik reconstueren aan de
hand van andere foto's en informatie. Zo kwam ik
bij veel decors tot nieuwe inzichten in het slagveld
en (vooral) de Ganzenpoot, het sluizenstelsel aan
de IJzermonding.
Kortom, ik heb bijna twee jaar in de loopgraven
gezeten. Figuurlijk gesproken, al ben ik natuurlijk
de loopgraven (of wat ervan over is) gaan fotograferen
in Nieuwpoort, Ieper en Diksmuide. Aan de tekentafel
kwam alles dan samen. Een nieuw stuk verhaal dat
moest worden uitgeschetst, uitgetekend, opgekleurd
in sepia en daarna voorzien van figuren. Want ik
teken mijn figuren niet op dezelfde laag als mijn
decors. Als een figuur mislukt, is ook het decor
om zeep.
De opkleuring in sepia is niet echt in bruinwaarden.
De potloodschets 'ink' ik met zwarte balpen. Dat
geeft een vrij, schetsachtig gevoel, meer dan een
inktpen. Het nodigt ook uit om te arceren. Dit alles
maakt de lijnvoering wat vrijer en minder strak
afgelijnd. De lijntekening 'kleur' ik vervolgens
in met zwarte inkt en water. Het toevoegen van veel
water geeft lichtgrijs, weinig water donkergrijs.
Het is eigenlijk mijn heel lichtgeel papier dat
het water absorbeert, en zo de grijze inkt een sepia
toon geeft. Eenmaal gescand kan ik dit dan nog benadrukken,
of afzwakken. Kortom, alle vrijheid. Maar de techniek
moet natuurlijk consequent blijven doorheen de volle
120 bladzijden.
Voor de hoofdstukkenindeling wou ik iets anders,
maar toch binnen het zwart-witgeheel van de strip.
Daar heb ik dus grote canvassen voor geschilderd,
die ook op de tentoonstelling (oktober-november-begin
december in Stadshallen Nieuwpoort) zullen hangen.
De canvasstructuur zorgt voor een andere look en
is dus perfect voor de zes dubbele hoofdstukbladzijden.
Het schilderen op doek was ten eerste lang geleden,
en ten tweede een verademing ten opzichte van het
eeuwige vakjesvullen, wat striptekenen per slot
van rekening is. Het was fijn om groot te gaan.
Wordt zeker vervolgd, dat canvas.
Het zit er dus op. Ik laat WOI even aan de kant
(héél even) want er staan nog twee
'gewone' strips op de agenda. Eén die ik
ga schrijven en schetsen en één die
ik weer zelf ga tekenen. Digitaal deze keer. Wacom
Syntic is het toverwoord. En na twee jaar
feiten en geschiedenis is het intussen ook tijd
voor een nieuw, groot fantasyverhaal. Wordt ook
vervolgd.
Afspraak in Nieuwpoort is de titel van
het boek. De Franse titel wordt Les Retrouvailles
de Nieuport. In het Engels is dat The Nieuport
Gathering.
Er hangt zoveel af van het slagen van een boek,
zeker internationaal. De promotie, de verdeling,
de pers, en vooral de reactie van het publiek. Ik
hoop dat de lezer met Afspraak in Nieuwpoort
een nieuwe inkijk zal krijgen in de Eerste Wereldoorlog,
om vervolgens Nieuwpoort en de andere frontsteden
te gaan bezoeken en zich onder te dompelen in deze
fascinerende periode, die bijna honderd jaar achter
ons ligt, maar nooit zal worden vergeten."
— Ivan Petrus Adriaenssens |
|