Toegevoegd op 8 april:
Olivier Grenson over Niklos Koda 13

Toegevoegd op 2 april:

Maarten De Saeger over Mijn begrafenis
Vincent Mallié over De Grote Dode 5

Toegevoegd op 31 maart:

Scott McCloud over De Beeldhouwer

Toegevoegd op 21 maart:
Kristof Berte: "Mijn stripjaar" (1)
De volgende auteurs leverden ook al bijdragen. Klik op hun naam om verder te gaan naar hun afzonderlijke pagina:
Ivan Adriaenssens
Pierre Alary
Sytse S. Algera
Mohamed Aouamri
Jean-Michel Arroyo

Virginie Augustin
Denis Bajram
Olivier Balez en Pierre Christin
Alessandro Barbucci
Antoine Aubin en Étienne Schréder
Balak
Batem en Colman
Kristof Berte
Philippe Berthet
Georges Bess
Lük Bey
Enki Bilal
Matthieu Bonhomme
François Boucq
Tom Bouden
François Bourgeon
Enrique Breccia en Xavier Dorison
Daniel Brecht
Ken Broeders
Frédéric Brrémaud
Brüno
Max Cabanes
Charel Cambré
Barbara Canepa
Didier Conrad en Jean-Yves Ferri
Luc Cromheecke
Robbert Damen
Sébastien Damour
Nicolas de Crécy
Erik de Graaf
Aimée de Jongh
Marc de Lobie
Maarten De Saeger
Bruno Di Sano
Adrien Floch
Christian Gine
Criva en Verhast
Eric Heuvel
Philippe Delaby
Jean-Yves Delitte
Thierry Démarez
Pieter De Poortere
Jorg de Vos
Lode Devroe
Geert De Weyer
Thomas Du Caju
Kim Duchateau
Ersel
Chris Evenhuis
Philippe Francq
Fred
Paul Gastine
Thierry Girod
Carlos Gomez en Arnaud Delalande
Eugeen Goossens
Mars Gremmen
Griffo
Juanjo Guarnido
Hardoc
Alain Henriet
Hermann
Hub
Miles Hyman
Jeroen Janssen
Philippe Jarbinet
Iouri Jigounov
Jim
Milan Jovanovic
André Juillard
Nicolas Keramidas
Patty Klein
Hanco Kolk
Jean-Charles Kraehn
Mathieu Lauffray
Christian Lax
Hec Leemans
Marc Legendre
Jérôme Lereculey en David Chauvel
Simon Léturgie
Éric Liberge
Ingrid Liman
Willy Linthout
Régis Loisel en Jean-Louis Tripp
Stéphane Louis
Love
Vincent Mallié
Wauter Mannaert
Frank Margerin
Enrico Marini
Marmus
Marvano
Scott McCloud
Fabrice Meddour
Merho
Ralph Meyer
Mezzo
Gilles Mezzomo
Guy Michel en Arnaud Delalande
François Miville-Deschênes
Arno Monin
Thimothée Montaigne
Romano Molenaar en Jorg de Vos
Jean-Louis Mourier
José-Luis Munuera
Viviane Nicaise
Peter Nuyten
Tiburce Oger
Minck Oosterveer
Danker Jan Oreel
Cyril Pedrosa
Patrice Pellerin
Claude Pelet
Philippe Pellet
Jérémy Petiqueux
Federico Pietrobon
Didier Poli en Robin Recht
Jean-Michel Ponzio
Bart Proost
Mike Ratera
Riff Reb's
Reno
Grzegorz Rosinski
Christian Rossi
Marcel Rouffa
Corentin Rouge
Kenny Rubenis
Marcel Ruijters
Paul Salomone
Riad Sattouf
François Schuiten
Olivier Schwartz
Stéphane Servain
Benoît Sokal
Kristof Spaey
Benoît Springer
Naomi J. Strijdonk
Olivier TaDuc
Jacques Tardi
Paul Teng
Béatrice Tillier
Lewis Trondheim
Albert Uderzo
Gerben Valkema
Steve Van Bael
Rob van Barneveld
Rob van Bavel
Robert van der Kroft
Sylvain Vallée en Fabien Nury
Daniel van den Broek en Ivan Claeys
Michiel van de Vijver
Maarten Vande Wiele
Wilbert van der Steen
Hans van Oudenaarden
Jos Vanspauwen
Olivier Vatine
Vincent
Bastien Vivès
XIII Mystery
Bernard Yslaire
Zep
open brieven
 
Olivier Grenson over Niklos Koda 13
08/04
TOP
Onderstaande bijdrage van Sophie Bogrow verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 79 van maart 2015.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 5
Over overlapping: "Dit soort overlappende montage gebruik ik bijzonder graag. Eerst en vooral is er de ontmoeting in een fastfoodrestaurant in Shanghai tussen No Song en Ho San Seko, twee van de vele magiërs in dit verhaal, aan de andere kant is er het verhaal van de eerste aan de tweede over Koda's dochter Seleni en de krachten de hij in haar ontwaarde. Het pakje sigaretten geeft aan dat er een pauze is tijdens de maaltijd en dat het verhaal kan beginnen. Deze vertelstijl is klassiek, maar het vergt een efficiënte regie waarbij een maximum aan info compact gemaakt moet worden."

Over de verandering van de verhaallijn: "De verandering van de verhaallijn is op verschillende manieren aangegeven: door de mooie verschuiving van de inkleuring door Benoît Bekaert, zoals altijd efficiënt, door de overgang van een interieurscène met een vereenvoudigd decor (de achtergrond van het restaurant is meer uitgewerkt in de vorige pagina's) naar een buitenscène, en door de tegenstelling van een klassieke reeks close-ups naar een veel groter en complexer beeld."

Over de driedelige prent: "Ik ben vrij tevreden over deze prent die het begin van het verhaal van No Song als voice-over tijdens de complete scène inluidt en waardoor alle verhaalellipsen van het scenario, ten zeerste ontleed door Jean Dufaux, ingevuld raken. Ik heb gekozen voor een driedelig beeld, drie tekeningen, drie decors, drie keer het silhouet van het personage dat de lezer nadert volgens een schuine lijn die vanuit de verteller lijkt te komen. En haar driedubbele aanwezigheid in de prent loopt als het ware vooruit op het vreemde gevecht dat eraankomt."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 6
Over visuele prikkels: "De decors in Niklos Koda zijn van belang. Praag, Caïro, Barcelona, Marrakech, enzovoort. Voor elke cyclus een ander die ik aan Jean voorstel op basis van mijn eigen reizen. Jean heeft voor het schrijven nood aan visuele prikkels, aan tekeningen en foto's, en hij moet de locaties aanvoelen, fysisch, om ze te kunnen heruitvinden voor de context van de serie. We moeten voorbij de postkaarten terwijl we wel correct blijven: als we falen om geloofwaardig te zijn nog voor we overhellen naar het fantastische, is het spel op voorhand verloren!"

Over contrasten: "De megapool Shanghai bestaat uit voortdurende contrasten, die ik graag heb, tussen Pudong, de zone met futuristische wolkenkrabbers, de Bund (de grote laan in de koloniale wijk) en de vele gammele huisjes met daken van golfplaten langs oude, traditionele marktjes... Jean gaf me de kans om het allemaal te tonen. Maar ook wat ik niet had voorzien, een eiland in de Stille Oceaan, de verplichte schuilplaats voor een magiër die naar de naam Oceaan luistert! Of hoe de noden van het verhaal altijd opwegen tegen wat een tekenaar wil."

Over de valstrik: "Het scenario verlangde een smerige locatie, een soort magazijn in open lucht, in de regen, met autowrakken en oude pick-ups. Tussen mijn foto's vond ik dit gebouw terug dat zeker niet voorkomt in gelijk welke reisgids of boek, maar een spectaculair gegeven toevoegt dat blijft hangen. Het hekken komt uit de film The Grandmaster van Wong Kar-wai en de gebogen doorgang, die zich rond Seleni lijkt te vormen, onderstreept visueel het idee van de valstrik waarin het kind belandt."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 7
Over inspiratie uit The Grandmaster: "Voor deze scène liet Jean zich inspireren door een film die hij — voor één keer — als referentie gaf: The Grandmaster, waarin Wong Kar-wai het verhaal vertelt van de legendarische kungfumeester Bruce Lee, en dat vooral het China toont tijdens de Japanse invasie in de jaren 1930. Jean beschreef een KumDurka met een lange regenmantel en een soort gleufhoed. Ik heb tientallen schetsen gemaakt zonder dat het werkte. Ik heb dan een typische voorstelling van een tijdloze Chinese krijger gebruikt. Uit de film haalden we ook het kleurenpalet, de regen en het hekken uit de vorige pagina."

Over Seleni's paraplu: "Jean had de paraplu van Seleni , die in een middeleeuws uitziend zwaard verandert, niet voorzien. Hij beschreef hoe het kind een loden pijp nam uit het materiaal dat achter de vrachtwagen ligt. Een keer het getekend was, kwam het niet goed over. Ik vond het natuurlijker om haar een paraplu in de hand te geven, gezien de stortbui, en het was grafisch interessanter voor de vorige pagina's."

Over compositie: "De compositie van deze pagina moet de voorstelling van de wapens accentueren. In de eerste prent lijkt de KumDurka met zijn verkorte arm slecht getekend: het dient om de aandacht van de lezer te vestigen op het magische spel dat wordt voorbereid. In prent 4 komt de schuingehouden paraplu van Seleni overeen met de positie van het zwaard in prent 6, als voorbode voor de transformatie. De hele combinatie van schuine lijnen en blikken wordt versterkt door een diagonale compositie van het gezicht van de krijger linksboven tot de close-up van Seleni's oog rechtsonder. Het doel is om jouw blik te leiden, om je lezing op een precieze manier te beïnvloeden."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 8
Over toegevoegde pagina's: "Jean verspilt geen plaats: vijf prenten op een pagina komt zelden voor bij hem! Ik nam de vrijheid om twee pagina's toe te voegen aan de eerste tien die waren voorzien om de uitwssleing van blikken beter uit te spelen. De horizontale prenten met in- en uitzoomeffecten geven de personages een aanwezigheid die je niet kan bekomen als je ze samen in een prent tekent. Op die manier hecht ik waarde aan het spel van vraag en antwoord, en creëer ik een emotie door het hoofd van Seleni lichtjes te kantelen, of door in te zoomen op haar ogen terwijl de KumDurka zich begint te vermenigvuldigen. Het contrast kind met dreigende krijgers komt zo sterker over."

Over de virtuele confrontatie: "Deze panoramische voorstellingen en het ogenspel suggereren dat de confrontatie virtueel is, zelf als de scène heel indrukwekkend wordt. Het is een simpele illusie, die de macht aantoont van de overtuigingskracht, of van hypnose, tussen het jonge meisje en de magiër-krijger. Een goed voorbeeld van de vreemde en unieke wereld die we met de hele serie wilden creëren."

Over standpunten: "Hier geen ingewikkelde kadrages, kikvors- of vogelperspectief. Gewoon neutrale standpunten, heel eenvoudig. Ik heb verscheidene, meer spectaculaire bladschikkingen uitgeprobeerd: niets aan te doen, ze waren minder efficiënt. Ik heb de gewoonte om voor elke pagina heel wat potloodschetsen te maken met uiterst verschillende mogelijkheden die ik dan naar Jean breng — gelukkig wonen we bij elkaar in de buurt zodat we elkaar vaak zien! Deze tussenstap, waarbij we onze gemeenschappelijke standpunten bundelen, is voor mij het interessantst. Geen enkele pagina wordt geïnkt zonder dat we er ons gezamenlijk over gebogen hebben."


Maarten De Saeger over Mijn Begrafenis
02/04
TOP
"Toen ik begon te schrijven aan Mijn Begrafenis leek het mij interessant om een verhaal te vertellen vanuit het standpunt van een antiheld. Uit kleine observaties die ik de voorbije jaren heb neergepend in mijn schetsboek en uit semi-autobiografische kortverhalen zijn de personages dan stap voor stap gegroeid.



De setting, een begrafenis, is er pas later bijgekomen toen ik die kleine fragmenten aan elkaar probeerde te lijmen. Ik wou vooral geen klassiek verhaal vertellen dat chronologisch van A naar Z gaat. Tot een maand voor de deadline zijn er nog scènes geschrapt en bijgeschreven.

Bij de uitwerking van het boek had ik er oorspronkelijk voor gekozen om een dik zwart potlood te gebruiken. Zo'n potlood leent zich uitstekend om zwartvlakken te zetten, maar ik miste toch wat finesse in de lijntekening. Toen ik ongeveer dertig bladzijden afgewerkt had, besloot ik om heel de boel opnieuw te tekenen met een vulpotlood van 0,5 millimeter dikte.



Hiermee kon ik veel fijner te werk gaan en vooral in de gezichten van de personages was het makkelijker om subtiele emoties weer te geven. Oorspronkelijk was het ook de bedoeling om één steunkleur te gebruiken in de tekeningen. Op aanraden van enkele collega-striptekenaars ben ik uiteindelijk voor full colour gegaan.



Onder de computerinkleuring steekt een papieren laag die voor extra textuur zorgt in het beeld. Deze laag zorgt voor cohesie tussen de korrelige potloodtekeningen en de vlakke computerinkleuring, die geen enkele textuur vertoont.

Als documentatie gebruikte ik vaak zelfgenomen foto's. Soms was het moeilijk om het juiste beeld te vinden en dan kwam het internet handig van pas, zoals in onderstaand voorbeeld.



Hier en daar heb ik met nieuwe technieken geëxperimenteerd. Voor onderstaand prentje heb ik een schets op een fotokopieermachine gelegd en die meermaals verschoven terwijl dat toestel het beeld scande. Het resultaat was een zigzageffect, waardoor het lijkt alsof mijn hoofdpersonage in een bedwelmende roes zit.
Toen het boek af was, restte mij enkel nog een cover te tekenen. Geen makkelijke klus gezien dat coverbeeld representatief moet zijn voor het verhaal dat je binnenin te lezen krijgt. Onderstaande voorstellen hebben het niet gehaald.



Uiteindelijk ben ik voor een beeld gegaan dat bij de titel aansluit. Je krijgt een overzicht van de locatie waar de begrafenis zich afspeelt: de binnenkant van een kerk. Stijn Dams, de vormgever, zorgde voor een gepaste typografie en plaatste de titel en mijn naam centraal in het beeld.

Nadat Ria Schulpen van uitgeverij Bries de taal had opgepoetst en alle dt-fouten er had uitgehaald, was het boek drukklaar."


Vincent Mallié over De Grote Dode 5
02/04
TOP
Onderstaande bijdrage van Paul Giner verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 76 van december 2014.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 6
Over contrast: "Momenteel heeft men het over de economische crisis en malaise en De Grote Dode heeft het ook over de economische crisis en malaise! Alle gekheid op een stokje, de huidige maatschappij zoals wij die in beeld brengen, is bekend bij de lezers, de reis in het parallelle kleine wereldje is veel exotischer. Het grafisch contrast tussen de twee universa was nog niet eerder zo sterk aanwezig, zowel op het gebied van het verhaal als de tekeningen, maar ook wat betreft de inkleuring van François Lapierre. De belichting op de pagina's is de ene keer quasi afwezig en de andere keren schijnt het opvallend sterk. "

Over veranderingen: "Door de veranderingen is elk deel van De Grote Dode bijna een nieuw verhaal in een nieuwe wereld. Het is onmogelijk om in de routine te vervallen of voor gemakzucht te kiezen. Ik heb tijd besteed aan het overbrengen van natuurlijke elementen als regen, hagel, de gevolgen van een aardbeving. Om het sombere te accentueren, moest ik een goede kadrage, een goede inkting — smeriger — en goede houdingen voor onze personages vinden. En ook al mag het maandenlang tekenen van regendruppels het moraal een beetje ondermijnen, het blijft leuker dan het tekenen van de Arche de la Défense!"

Over correcties: "Een keer het album af was, kostte het me nog eens twee maanden om mijn platen te corrigeren of diverse elementen te verbeteren. Dat was het geval voor het nieuwe nevenpersonage Antoine, die ik meerdere keren heb hertekend voordat ik hem goed had. Dat gebeurt via kledij, attitudes, maar ook hoe hij overkomt. "


COMMENTAAR BIJ PAGINA 7
Over na de ramp: "Ik heb zelf nooit een natuurramp meegemaakt — hout vasthouden! — en ik moest me dus inbeelden hoe straten er kunnen uitzien na een aardbeving. Vandaar de dekzeilen over de gebroken ramen, maar ook enkele brandende wagens. Het moest geen Mad Max-decor worden, maar zulke elementen geven een loodzware sfeer weer."

Over ecologie:
"We zijn allen begaan met de ecologische problemen, ook al lijkt het momenteel geen prioriteit te zijn voor de internationale regeringen. Het is een basis om op terug te vallen, maar De Grote Dode is lang geen militante strip. Iedereen is het erover eens om zijn gedrag aan te passen en de zaken te verbeteren, ondanks de milieuproblemen die soms abstract overkomen. Logisch, want de gevolgen worden pas binnen tien, vijftig, honderd of nog meer jaar verwacht."

Over 50% nederigheid en 50% trots: "Sinds het eerste deel is mijn tekenstijl het resultaat van 50% bescheidenheid en 50% trots. Zoals veel tekenaars zou ik graag de mooist mogelijke boeken ter wereld maken, me bewust zijn van mijn zwakheden en bekwaam zijn om ze te verbeteren, en dus nederig zijn en luisterbereid voor de feedback van personen rond me."

Over papier en plakband: "Mijn nogal traditionele manier van werken is niet veranderd. Ik verkies papier, lijm, schaar en plakband boven de computer als hulpmiddel waar ik me weinig van bedien. Een gevolg van die collages en opgeplakte correcties is dat mijn originele platen er nogal bij elkaar geplakt uitzien. Dar hou ik van!"


COMMENTAAR BIJ PAGINA 8
Over Macara: "Macara, de hermafrodiete priesteres is lang van gestalte, met een simpele manier van bewegen. Ik kijk er niet bijzonder naar uit om haar te tekenen, maar ik hou wel van 'r. Ik heb haar doorheen de verhalen wat veranderd, een detail hier en daar zonder iets aan de basis te veranderen."

Over evoluties:
"Ik heb Erwan lang links laten liggen voordat ik 'm vastlegde. Placide vertegenwoordigt een ontzettende rust voordat hij meer en meer initiatieven toont terwijl hij minder en minder de zaken ondergaat. Terwijl hij psychologisch veel evolueerde, werd hij ook uiterlijk verfijnder omdat hij meer moest bewegen. Onze personages zijn niet statisch. Kijk maar naar Pauline. Van een onverdraagzame Parisienne en lerares in het eerste deel naar een vrouw die gevoeliger is geworden."

Over symmetrie: "Régis en Jean-Blaise hebben duidelijk gehamerd op de symmetrie van de prenten op pagina 7 en 8 met Erwan en Blanche op de ene kant en priesteres Macara en Somber op de andere kant van de pagina. Ik moest dat idee accentueren via de bladschikking, de kadrage, de onomatopeeën. Die onomatopeeën maken deel uit van de tekeningen en kunnen enorm veel zaken suggereren. Franquin, een meester op dat gebied, tekende extreem levendige onomatopeeën. "

Over het skelet: "Als een scenarist je voorstelt om een grote prent te tekenen met een gigantisch skelet, is er niets aangenamer dan dat! Op zich heeft een skelet niets origineels, maar de grootte, het gigantische, schept het fantstische. Het was nog werken om de structuur van de beenderen te bepalen en de planten die er na verloop van tijd mee vergroeiden. Een puur plezier."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 9
Over Somber en Blanche: "Voor het tekenen van Somber en Blanche volstond het om mijn oudste dochter en mijn jongste zoon te observeren in hun manier van bewegen en hoe ze zich gedragen. Een goeie documentatie! De personages overgieten met een sausje uit een parallelle wereld was de volgende stap. Jean-Blaise en Régis hadden het idee om Blanche een zwembril te geven om haar blik te verbergen. Het gevolg is dat het kleine meisje er schattig uitziet door haar kinderlijkheid, maar ook iets verontrustends heeft door haar gedrag."

Over vrijheid voor de decors:
"De wereld van Op Zoek naar de Tijdvogel afwisselen met die van De Grote Dode was geen probleem voor me. Enkele jaren geleden sprong ik al van de ene serie naar de andere met De Aquanauten en L'Arche. Zo kan ik energie en frisheid behouden voor de projecten, zonder me uit te putten. Ik word het dus niet moe om decors in de natuur te tekenen die een grote vrijheid en mooie composities toelaten. Dat is zeker het geval voor de Bretoense decors, maar nog meer voor die uit de parallelle wereld. Ik heb nooit de indruk dat ik rondjes draai."

Over 100% De Grote Dode: "Aan een mythische serie als Op Zoek naar de Tijdvogel werken beviel me uitermate. Het was echter meer en meer een probleem om beide series onder mijn hoede te nemen temeer omdat De Tijdvogel zoveel werk vergt. Omdat De Grote Dode me tot de orde riep en omdat deze serie me meer eigen is, had ik zin om terug mee bezig te zijn en me er voor 100% aan te wijden. Ik doe dus door tot het einde van de serie zonder er nog afstand van te nemen."


Scott McCloud over De Beeldhouwer
31/03
TOP
Onderstaande bijdrage van Sonia Déchamps verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 79 van maart 2015. Vertaald door Wim De Troyer.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 64
Over dromen: "Deze scène is een van de laatste die ik getekend heb. Het boek was af, maar ik heb gevraagd om deze te mogen herdoen. In het begin had David een andere droom dan deze. Deze belangrijke scène staat je toe te begrijpen wat hem echt motiveert. Niet zozeer het verlangen om herinnerd te worden, maar de angst om vergeten te worden. Dat is een verschil. Hij is als een in het nauw gedreven dier. De droom is een manier om ons te tonen hoe die angst een krachtige drijfveer is, die hem vooruit duwt."

Over de stad als persoonlijkheid: "De stad is een personage. New York is een stad die ervan houdt om in het middelpunt van de belangstelling te staan. Heel de twintigste eeuw door heeft ze staan roepen: 'Kijk naar mij! Kijk naar mij!' Dat ging goed samen met dit personage dat altijd in het zonnetje wilt staan."

Over de stad als speeltuin: "De stad wordt Davids persoonlijke speeltuin. Hij creëert een beetje overal standbeelden. Maar wanneer zijn droom werkelijkheid wordt, wanneer hij er in slaagt de aandacht te trekken, realiseert hij zich dat het allemaal vruchteloos zal zijn. Waarom eist hij uiteindelijk zoveel aandacht op? Is het enkel om zich te tonen aan de wereld? Ik laat deze vraag onbeantwoord."

Over duizenden foto's: "Ik heb me kosteloos geamuseerd met het tekenen van New York. Ik woon in Zuid-Californië, dus wanneer ik naar New York kwam, nam ik tienduizenden foto's. Maar als het je toch nog ontbreekt aan een goed zicht op de juiste plaats, is er nog steeds Google Street View. Ik heb het vaak gebruikt."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 65
Over Ivy, zijn vrouw: "David herinnert zich Meg, zonder eigenlijk nog te weten wie zij is. Meg is voor 70% Ivy, mijn vrouw. In de zeven jaar dat ik stiekem verliefd op haar was, is zij het personage in mijn hoofd geworden. Zij is mijn Muze, met een hoofdletter M. Zonder haar zou dit boek niet bestaan hebben. Ik weet dat het idee dat er maar één iemand voor je voorbestemd is in de hele wereld een illusie is. Ik weet dat ik van andere vrouwen ook zou kunnen houden. Maar zelfs wanneer dit ware en unieke liefdesverhaal een beetje belachelijk is, het lijkt me wel dat het waarachtig is voor mezelf."

Over cadeaus: "De dialogen van Meg kwamen heel gemakkelijk, want ik kon ze horen. Omdat het de stem van Ivy was. Elke keer Meg iets te zeggen had, wist ik hoe ik haar zinnen moest construeren. Het ging natuurlijk. En het was een mooi cadeau, want ik hou van haar manier van praten. Haar ritme. Ik hoop dat de vertalingen haar recht doen."

Over Meg: "Meg is groter dan Ivy. Zij heeft veel meer zelfvertrouwen. Meg houdt van zichzelf zoals ik zou willen dat Ivy van zichzelf houdt. Ik zou graag wat van mijn liefde voor haar kunnen nemen en die bij haar injecteren. Zodat zij zichzelf zou kunnen zien zoals ik haar zie."

Over leugens: "'Alles zal goed komen.' David zal het Meg nog kwalijk nemen dat zij dit hem voorgelogen heeft. Zij verschijnt de eerste keer aan hem onder een religieuze vorm, zoals een engel. Dat is wat de religies ons voorhouden: 'Alles zal goed komen, je zal sterven, maar herboren worden, je zal opnieuw met je familie zijn.' Het is een leugen, maar Meg gelooft erin. Een geloof in het onmogelijke. Dat geloof dat men zolang men kan aanhoudt. Verhalen zouden eigenlijk moeten eindigen op: 'Ze leefden gelukkig, totdat ze stierven.'"


COMMENTAAR BIJ PAGINA 66
Over werken: "De laatste jaren heb ik twaalf à dertien uur per dag gewerkt. Ik hou daarvan, en heb veel plezier beleefd aan het maken van dit boek. Ik heb een overeenkomst met mijn vrouw. Wanneer ik gedaan heb met zo hard te werken, gaan we reizen. Dan zijn we 24 uur per dag samen. We hebben dan ook voorzien om in april en mei naar Europa te reizen."

Over modellen: "Ik inspireer me op levende modellen om mijn personages tot leven te wekken zodat ze zo natuurlijk mogelijk overkomen. David is mijn vriend Matthew en Meg is Jennifer, zijn vrouw. Daarbovenop lijkt Meg hard op Ivy in de periode dat ik haar leerde kennen."

Over geluk hebben: "Toen ik twaalf was, heb ik deelgenomen aan een kunstwedstrijd. De jury heeft mijn werk niet gekozen. Ik heb dat van de uiteindelijke winnaar gezien. Het was goed. Maar ik verkoos toch het mijne. En dat frustreerde me. Later, als adolescent, had ik een vriend waarvan de familie mensen kende in de Symphony Hall in Boston. Dankzij hen mocht ik meewerken aan het ontwerp van enkele muurschilderingen. Bleek dat de jongen die me op twaalfjarige leeftijd geklopt had verantwoordelijk was om die schilderingen uit te voeren die ik mocht ontwerpen. Wat van mij op een bepaalde manier zijn baas maakte. Ik begreep toen dat de wereld van dat soort toevalligheden aan elkaar hangt. Ik moest er eenvoudigweg om lachen. Ik moest gewoon creëren zoals nooit ervoren. Omdat het soms werkt. En soms ook niet. Want het spel is voor de helft geluk, voor de helft artistieke competenties."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 67
Over woede: "David is boos. Aan het eind van het verhaal is al zijn woede verdwenen. Hij haalt de schouders op. De dobbelstenen rollen soms voor je, soms tegen je. Weten dat zij die hij liefheeft geld zullen hebben als hij er niet meer is, volstaat voor hem."

Over Finn: "Het personage Finn dat Ollie, de beste vriend van David, in zijn armen neemt, is een nogal eenvoudig personage. Maak een lijst van alles wat David is, Finn is zijn tegenovergestelde. Hij is lui terwijl David een harde werker is. Hij heeft een goed gevoel voor ironie, terwijl David, die té eerlijk is, er totaal geen heeft. Finn benadert kunst op een luchtige manier, David heeft een intense kijk op kunst. Hij speelt het spel, terwijl David geen enkel idee heeft hoe dat moet, er zelfs geen zin in heeft. Ollie bevindt zich tussen de twee."

Over Meg de actrice: "Het is op deze avond dat David Meg, de engel die voor hem op straat verscheen, zal opmerken, volgen en ontmoeten. Hij zal leren dat hij het onderwerp was van een grote straatperformance De Droevige Man. Hij zal begrijpen dat Meg een actrice is."

Over The Truman Show: "Ik heb niet aan de film The Truman Show gedacht toen ik deze scène realiseerde, maar er is zeker een verband. Ik ben dol op die film, een van de films die de ervaring overdraagt van de wereld die een nieuwe betekenis krijgt, de dingen die een nieuwe betekenis krijgen, de mensen die een nieuwe betekenis krijgen. Het idee dat men het doek ophaalt en de wereld zich op een andere manier toont. Ik heb geprobeerd om in de vorm van een beeldverhaal uiting te geven aan de gevoelens die ik onderging bij het bekijken van de film."


Kristof Berte: "Mijn stripjaar" (1)
21/03
TOP
Realiteitsbesef en uitstelgedrag versus de passie voor het striptekenen
"Zo lang ik me kan herinneren teken ik ventjes. Op cursussen en lesbanken op school, tijdens de middagpauze op het werk en pas sinds een jaar of drie ook achter de tekentafel thuis. 'Daar zou je toch eens iets mee moeten doen', is zowat het meest gehoorde cliché als vrienden en goedbedoelende familieleden mijn tekenkunsten bespreken.

Helaas, ik beschik over twee zéér problematische karaktertrekken: een gezonde dosis realisme en ongezonde dosis uitstelgedrag.



Voor een niet-professionele striptekenaar is realiteitsbesef een echte killer. Strips maken is tijds- en arbeidsintensief, brengt weinig geld in het laatje en de kans op een verkoopsucces is bijzonder klein. Een realist zou zeggen: waarom al die moeite? En toch. Als tekenaar kan je van een maagdelijk wit blad vertrekken en een ganse wereld creëren. Enkel gewapend met een tekenpotlood sleep je de lezer mee in je eigen fantasiewereld. De voldoening wanneer die lezer gewillig en enthousiast mee in dat verhaal stapt, is niet te evenaren.


Maar bijkomend heb ik ook een aangeboren neiging tot procrastinatie: als een pagina vandaag niet af is, zal morgen ook wel goed zijn. Of anders volgende week. Daardoor maakte ik tot nu toe enkel losse illustraties, een aantal niet-afgewerkte verhalen en een afgewerkt kortverhaal. Veel te weinig dus om mezelf met recht en rede striptekenaar te noemen. Zoals iemand me ooit eens vrij direct duidelijk maakte: 'het enige verschil tussen een striptekenaar en een getalenteerde zeveraar, is pagina's afwerken en publiceren'.


Daarom begint op 1 mei 2015 mijn 'stripjaar'. Andere tijdrovende hobby's (voornamelijk voetbal en blijven plakken na het voetbal) worden stopgezet en ik smijt mij op mijn stripproject dat als werktitel Lise op Monstereiland heeft. Mijn doel? Op 1 mei 2016 moet ik beschikken over een afgewerkt stripverhaal, met concreet uitzicht op publicatie.



Ik begin niet vanaf nul. Ik heb het afgewerkte kortverhaal, waarop ik verder wil borduren. Ik heb een aanzet tot een scenario (een zogenaamde pitch) en de karakterstudies zijn grotendeels klaar.



Tijdens dit stripjaar wil ik op regelmatige basis berichten over mijn vorderingen. Een soort making of, maar dan tijdens het productieproces. Uiteraard zal ik hierbij aandacht hebben voor de technische kant (scenario, schetsen, inkten, pagina-indeling,...) maar zal ik ook de zoektocht naar een uitgeverij en een lezerspubliek bespreken, en mijn pogingen om dit alles te combineren met mijn gezinsleven en een fulltimejob.



Hoe dan ook wordt het een interessante evenwichtsoefening. Zal de passie voor het (strip)tekenen het winnen van het realiteitsbesef en mijn uitstelgedrag? Kan ik mezelf op 1 mei 2016 een volwaardig striptekenaar noemen? Ik kijk er alvast reikhalzend naar uit!"



Met vriendelijke groeten,

Kristof Berte
Aspirant-striptekenaar


Riad Sattouf over De Arabier van de Toekomst
28/03
TOP
Onderstaande bijdrage van Paul Giner en Frédéric Vidal verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 71 van juni 2014.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 124
Over conditionering tot perfecte antisemieten: "Deze en de volgende pagina's zijn geïnkt met Chinese inkt en ingekleurd op de computer. Ik vond het interessant om te vertellen over de conditionering van kinderen vanaf hun jongste jaren om van hen perfecte antisemieten te maken."

Over inprenting:
"Het oorlogje met de plastieken soldaatjes is interessant, want wat is er efficiënter dan het spel om leefregels en een moraal in te prenten? Het is heel gewelddadig, het is echt een illustratie van het overbrengen van kindergeweld naar volwassenen. Dat verken ik graag in mijn verhalen..."

Over dominante kleuren:
"Ik heb een dominante kleur per land gekozen. Libië en haar zand zijn geel, Frankrijk en Bretagne zijn grijsblauw en Syrië en haar ijzerhoudende aarde is roze-rood. Ik eigen me ook het kleurengebruik van de vlaggen van elk land toe. Groen voor Libië, blauw, wit en rood voor Frankrijk en rood, zwart en groen voor Syrië. Via deze scène wilde ik tonen dat het onmogelijk was om met deze soldaten te spelen en dat ze ook al agenten van het regime waren!"


COMMENTAAR BIJ PAGINA 125
Over implicaties: "Het gebrek aan vrijheid, dat de mensen kenden in hun leven en hun dagelijks bestaan, bestond zelfs in het spel. Niet uitgesproken, met vastgelegde rollen, was er niets anders te doen dan wat hun houdingen impliceerden. Mensen leefden in een voortdurend soort angst of wantrouwen voor alles wat als 'Joods' verondersteld was. Het nam talloze vormen aan, ik kom er nog op terug..."

Over de neven:
"Mijn neven waren kleine duivels, ze waren verschrikkelijk, maar ze waren werkelijk de slechtste niet. Ze waren gevoeliger en opener dan veel kinderen die ik daar ontmoette. Ze kenden geen genade voor hun moeder, die hen duizend straffen oplegde. Maar het was alsof ze zichzelf straften: ze wisten dat hun moeder hun kattenkwaad aan hun vader zou verklappen."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 126
Over de vader: "'s Avonds kwam iedereen tot rust. Er zat iets sacraals in het wachten op de thuiskomst van de vader. Hij was echt het schoolvoorbeeld. Hij leek het recht te hebben om te beslissen over leven en dood van iedereen. De blik van de moeder geeft aan dat wat iedereen vreest zal gebeuren. De kleine zal gestraft worden, ze heeft iets verklapt aan de vader!"

Over viriliteit:
"Ik teken graag viriliteit, trotse en mannelijke poses. Sommige tekenaars zijn genieën ter zake, ik denk nu aan de allerbeste: Blutch. Hij is de koning van de viriele tekenstijl. Hij kan zelfs een bloempot viriel maken. Hij vangt fantastische zaken in de expressies. Hij is een uitstekend acteur."

Over straffen:
"Lijfstraffen, kletsen op de poep, slagen (die je op de volgende pagina in het album kan ontdekken) waren bon ton in dit dorp. Vreemd genoeg vraagt de vader bijna elke keer vergiffenis door te zeggen dat hij niet graag zijn kinderen slaat, hij geeft hen zo de verantwoordelijkheid voor hun straf. Ik vraag me ergens af of het geen vicieuze cirkel is: kinderen begingen stommiteiten om bestraft te worden en om zo de exclusieve aandacht van hun vader te trekken en van hun grootmoedigheid te genieten... Zo'n educatieve processen in beeld brengen, interesseert me uitermate. Het stripverhaal is een heel efficiënt middel voor zulke intieme scènes."



TOEKOMST
Te Verschijnen
Op Stapel
Compleet