Daedalus Saga Uitgaven Uitgeverij L  
 
De Commentator

Toegevoegd op 20 februari:
Matthieu Bonhomme over Keizerin Charlotte 1

Toegevoegd op 10 februari:

Romain Hugault over Angel Wings 5

Toegevoegd op 6 februari:

Olivier Schwartz over Atom Agency 1

Toegevoegd op 30 januari:

Éric Hübsch over Cigalon

Toegevoegd op 19 december:

Philippe Delzenne over zijn gasthoofdredacteurschap van StripGlossy 11
 
De volgende auteurs leverden ook al bijdragen. Klik op hun naam om verder te gaan naar hun afzonderlijke pagina:
Ivan Adriaenssens
Pierre Alary
Sytse S. Algera
Alex Alice
Christophe Alliel en Aurélien Ducoudray
Jesús Alonso en Olivier Visonneau
Anlor
Mohamed Aouamri
Ger Apeldoorn
Dimitri Armand
Jean-Michel Arroyo

Laurent Astier
Antoine Aubin en Étienne Schréder
Virginie Augustin
Philippe Aymond
Denis Bajram
Balak
Olivier Balez en Pierre Christin
Alessandro Barbucci
Jean Bastide
Raphaël Beuchot
Batem en Colman
Kristof Berte
Philippe Berthet
Georges Bess
Lük Bey
Enki Bilal
De Blauwbloezen
Frédéric Blier
Olivier Boiscommun
Matthieu Bonhomme
Cyril Bonin
François Boucq
Tom Bouden
François Bourgeon
Marc Bourgne
Enrique Breccia en Xavier Dorison
Daniel Brecht
Ken Broeders
Frédéric Brrémaud
Brüno
Max Cabanes
Charel Cambré
Barbara Canepa
Theo Caneschi
Paul Cauuet
Lounis Chabane
Jean-Christophe Chauzy
Didier Conrad en Jean-Yves Ferri
Luc Cromheecke
Criva en Verhast
Steve Cuzor
Robbert Damen
Sébastien Damour
Frodo De Decker
Nicolas de Crécy
Erik de Graaf
Aimée de Jongh
Philippe Delaby
Marissa Delbressine
Nicolas Delestret en Stéphane Massard
Jean-Yves Delitte
Marc de Lobie
Thierry Démarez
Philippe Delzenne
Pieter De Poortere
François Dermaut
Maarten De Saeger
Jorg de Vos
Lode Devroe
Geert De Weyer
Bruno Di Sano
Terry Dodson
Franky Drappier
Thomas Du Caju
Kim Duchateau
Bruno Duhamel
Steven Dupré en Conz
Ersel
Chris Evenhuis
David Felizarda Real
Rino Feys
Adrien Floch
Philippe Francq
Fred
Paul Gastine
Philippe Gauckler
Bruno Gazzotti
Jean-Pierre Gibrat
Christian Gine
Antoine Giner-Belmonte
Thierry Girod
Carlos Gomez en Arnaud Delalande
Eugeen Goossens
Mars Gremmen
Olivier Grenson
Griffo
Juanjo Guarnido
Richard Guérineau
Hardoc
Alain Henriet
Hermann
Eric Heuvel
José Homs
Hub
Éric Hübsch
Romain Hugault
Miles Hyman
Zoran Janjetov
Jeroen Janssen
Philippe Jarbinet
Iouri Jigounov
Jim
Milan Jovanovic
André Juillard
Nicolas Keramidas
Kerascoët
Patty Klein
Hanco Kolk
Jean-Charles Kraehn
Hugues Labiano
José Ladrönn
Juan Louis Landa en Sandro Raule
Mathieu Lauffray
Christian Lax
Olivier Ledroit en Thomas Day
Hec Leemans
Frank Le Gall
Marc Legendre
Jérôme Lereculey en David Chauvel
Simon Léturgie
éric Liberge
Ingrid Liman
Willy Linthout
Régis Loisel
Régis Loisel en Jean-Louis Tripp
Giovanni Lorusso en Olivier Peru
Stéphane Louis
Maël
Vincent Mallié
Milo Manara
Wauter Mannaert
Fabio Mantovani en Philippe Nihoul
Frank Margerin
Enrico Marini
Marmus
Marvano
Scott McCloud
Fabrice Meddour
Merho
Ralph Meyer
Mezzo
Gilles Mezzomo
Guy Michel en Arnaud Delalande
Mikaël
François Miville-Deschênes
Arno Monin
Thimothée Montaigne
Romano Molenaar en Jorg de Vos
Jean-Louis Mourier
José-Luis Munuera
Federico Nardo en Pierre Makyo
Viviane Nicaise
Peter Nuyten
Tiburce Oger
Minck Oosterveer
Danker Jan Oreel
Marcel Pagnol
Joël Parnotte
Frank Pé
Cyril Pedrosa
Frederik Peeters
Patrice Pellerin
Claude Pelet
Rubén Pellejero
Philippe Pellet
Régis Penet
Jérémy Petiqueux
Nicolas Petrimaux
Federico Pietrobon
Didier Poli en Robin Recht
Jean-Michel Ponzio
Francis Porcel
Bart Proost
Mike Ratera
Riff Reb's
Reno
Mathieu Reynès
Roberto Ricci
Willem Ritstier
Grzegorz Rosinski
Christian Rossi
Marcel Rouffa
Corentin Rouge
Kenny Rubenis
Marcel Ruijters
Paul Salomone
Riad Sattouf
François Schuiten
Olivier Schwartz
Stéphane Servain
Christophe Simon
Fred Simon
Benoît Sokal
Kristof Spaey
Benoît Springer
Naomi J. Strijdonk
Roman Surzhenko
Yves Swolfs
Olivier TaDuc
Jirô Taniguchi
Jacques Tardi
Paul Teng
Marlon Teunissen
Béatrice Tillier
Ronan Toulhoat
Lewis Trondheim
Albert Uderzo
Gerben Valkema
Sylvain Vallée en Fabien Nury
Steve Van Bael
Rob van Barneveld
Rob van Bavel
Daniel van den Broek en Ivan Claeys
Robert van der Kroft
Wilbert van der Steen
Michiel van de Vijver
Maarten Vande Wiele
Jean Van Hamme
Hans van Oudenaarden
Jos Vanspauwen
Olivier Vatine
Dan Verlinden
Laurent Verron
Vincent
Bastien Vivès
Thomas von Kummant
Éric Warnauts en Guy Raives
Colin Wilson
Philippe Xavier
XIII Mystery
Bernard Yslaire
Zep
open brieven
 
Matthieu Bonhomme over Keizerin Charlotte 1
20/02
TOP
Keizerin Charlotte 1
Onderstaande bijdrage van Sonia Déchamps verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 116 van juli/augustus 2018.

Keizerin Charlotte 1
Over bravoure: "Toen ik dit verhaal leerde kennen, werd ik me ervan bewust dat ik aan iets enorms zou werken. Een historisch album met kostuums en een tijdperk vol praal door de ogen van een prinses... Ik wist dat het op tekengebied een bravourestukje zou worden."

Over kastelen: "Sommige plaatsen zijn heel iconisch. Je kan niet zomaar wat neerzetten in Wenen. Zonder documentatie zou dit kasteel banaal geweest zijn. Drie pagina's verder is er al een ander te zien in Italië. Als ik dat niet goed had gepresenteerd, zou het andere kasteel er heel zwak getekend hebben uitgezien. Gelukkig zijn er foto's te vinden van die kastelen, die je kan bezoeken, de schilderijen en het meubilair. Er was meer documentatie dan ik wist wat ik ermee moest doen. Dat allemaal sorteren is een groot deel van het werk."

Over decors: "Op deze pagina staat een grote trap en een lichtgeel, bijna saffraankleurig gebouw, met marmer en ijzerwerk. Op de volgende staat een groot salon. Als je die twee prenten weglaat, blijft er weinig decor over. Het idee is dat er af en toe grote prenten staan met gedetailleerde decors met daarnaast de eenvoudigste achtergronden. Als je die decors vanuit alle hoeken laat zien, zorgt dat er alleen maar voor dat de lezer er niets meer van ziet."

Over de symbolische trap: "Bekijk de grote prent met de trap. Er komen klein getekende personages aan in een reusachtig decor, alsof ze opgeslorpt worden door het vogelperspectief, alsof ze opgevreten worden. Ze zullen moeite moeten doen om de trappen op te gaan tot de butler aan de andere kant van de prent ernaast. Ze moeten klimmen, klimmen, klimmen, alsof ze minder zijn dan de butler. Een en al symboliek."


Keizerin Charlotte 1
Over close-ups: "Charlotte en Maximiliaan draaien zich om. De derde verbaasde is de lezer. De close-up moet ons dicht bij hen doen voelen. Op 60 van de 68 platen proberen we zo dicht mogelijk bij Charlotte te blijven. We vertellen haar verhaal, niet dat van Maximiliaan. Het verhaal van een klein meisje, verloren in een groots verhaal. Dat zien we op deze plaat."

Over de kwal: "Maximiliaan ziet een vriend uit het regiment terug. De eerder verbaasde Charlotte heeft een lichte glimlach en vraagt zich af wie hij is. De twee mannen lachen uitbundig. Ik heb dat aspect benadrukt met een close-up. Ik wou dat je hun oorverdovend gelach zou horen. Dat gelach is confronterend voor Charlotte. Tijdens de handkus lijkt hij haar te willen zeggen: 'Scheer je weg, ik blijf bij mijn maat!' Hij is echt een oude legervriend die een voet tussen de deur zet van hun huwelijk. De echtgenoot zegt niets, want hij denkt meer aan zijn vriend dan aan haar. Als Charles de Bombelles, een ongelofelijke kwal, in het verhaal komt, is dat nooit goed voor Charlotte."

Over geloofwaardigheid: "De Maximiliaan in dit verhaal lijkt op de echte, al is het bij benadering. De foto's op verschillende leeftijden zijn min of meer goed. Wat telt is dat hij een geloofwaardig strippersonage is."

Over een camerastandpunt: "Het grote salon is een kamer in het glazen paleis. In de laatste prent plaats ik de camera op de grond om het beschilderde plafond en de lusters te kunnen tonen. Het moet schitteren. De twee vrienden gaan weg en laten de prinses in het midden van de kamer achter, ver achter hen, ver achter ons. Het is een manier om haar klein en verloren te tonen."


Keizerin Charlotte 1
Over het storyboard: "Vanaf het begin wou ik dit album een ware persoonlijkheid geven. Bij het realiseren van het storyboard amuseerde ik me met het samenstellen van de beelden die in mondaine schetsboeken uit die tijd hadden kunnen staan. Hetzelfde geldt voor het huwelijk van Charlotte en Maximiliaan met veel miniaturen, pracht en praal. Ik heb gespeeld met ronde prenten, dubbele cirkels, prenten die elkaar overlappen. Na het voltooien van het storyboard gingen Fabien (Nury, de scenarist, red.) en ik op jacht naar alle dingen om er een maximum uit te halen, behalve deze die betekenis hadden, zoals deze pagina. We zitten in een grote tuin. Elisabeth, de legendarische Sissi, en Charlotte, zijn omringd door bloemen en hofdames… Het lijkt wel een royaltymagazine. Ik heb de ene prent gehouden en de andere vergroot. Daarna laste ik eronder enkele close-ups in."

Over inzoomen: "Die close-ups zijn nodig, want hier is een achtergrond met een heel groot decor. De close-ups zorgen ervoor dat we er ons niet in verliezen. En de verschillende close-ups reageren daarop. De grote prent stelt de situatie voor en de andere, nagenoeg zonder decor, sluiten daarbij aan. Je ziet wat er gebeurt door op de grote prent in te zoomen."

Over inspiratie: "Ik heb me geïnspireerd op sommige schilderijen van Franz Xavier Winterhalter, een Duitse academische schilder en lithograaf. Verschillende elementen uit het decor zijn gebaseerd op wat je kan zien in de tuinen in het park van Wenen. Ik klitte het allemaal samen om dit soort scène te tonen. En ik heb me goed geamuseerd met dit spelletje."


Keizerin Charlotte 1
Over een recht voor de Belgen: "Charlotte, de prinses van België , is in de strip mooier dan in het echt. Ze had vast een zekere allure, een zekere elegantie, maar ze was niet echt fotogeniek. Jammer, we vonden dat de Belgen het recht hadden op een mooie meid in de cast, een aantrekkelijk, schattig meisje."

Over de krachtmeting: "Het hondje in de eerste prent werd door Sissi geschonken aan Charlotte. Op de vorige pagina is ook een grotere hond te zien. Sissi blijft neerbuigend doen. Charlotte vertelt haar schoonzus, de keizerin van Oostenrijk, dat ze voortaan deel uitmaakt van de grote wereld. En de andere blijft maar zeggen dat ze minder is, dat ze haar medeleven niet verdient. Ik vind die vrouwelijke competitie grappig. De krachtmeting tussen de twee broers drukt zich uit via de schoonzussen."

Over man en vrouw: "Charlotte beseft de gevolgen niet van wat haar man haar zegt, maar intuïtief vermoedt ze wel iets. Ze is er niet zo gerust in. Jammer, de vrouw moet haar man volgen. Charlotte heeft niets te zeggen. Ze moet gewoon trots zijn om de vrouw van die vent te zijn. Dat is al wat men haar vraagt. Ze probeert niettemin haar lot in eigen handen te nemen."

Over de inkleuring: "Ik ben superblij van het werk van Isabelle Merlet voor de kleuren. Ik wou al een tijdje met haar werken. Toen ik haar werk voor andere albums zag, wist ik dat ze heel veelzijdig is en in staat om verschillende persoonlijkheden aan verschillende albums te geven. Dat had ik nodig. Ik verander per album of reeks van formaat, techniek... en inkleurder."


Romain Hugault over Angel Wings 5
10/02
TOP
Angel Wings 5
Onderstaande bijdrage van Jean-Pierre Fuéri verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 119 van november 2018.

Angel Wings 5
Over opstijgen bij zonsopgang: "Een pagina om mezelf een plezier te doen, een beetje luchtvaartpoëzie tussen twee dodelijke luchtgevechten. Ik stijg graag 's ochtends heel vroeg op, met mijn Piper Cub die uit deze periode dateert, terwijl de zon net begint op te komen. De lucht is zacht, er zijn nog geen turbulenties en je wordt helemaal niet door elkaar geschud. Je bent alleen in de lucht op een geweldig aangenaam, romantisch moment. Ik hou zodanig veel van de Mustang dat ik besloot die te tekenen op een pagina tegen een zonsopgang met mooi licht erachter."

Over Angela's missie: "Angela stijgt op voor een missie in de Stille Oceaan: langs de kustlijn van het eiland vliegen om piloten te kunnen oppikken die bij het terugkeren van hun missies zijn neergestort. Ik wou daarom zachte kleuren, bijna baby-achtig. Ze stijgt op terwijl ze een vliegtuig passeert dat aan de kant van de landingsbaan ligt. Ze weet niet dat dit het vliegtuig van Rob, haar vriendje, is."

Over de extra tank: "Kijk naar de extra tank onder de linkervleugel die door tankbeugels wordt vastgehouden. Het bevat een opblaasbare rubberboot waarmee drenkelingen van een neergestorte bommenwerper kan gered worden, een bemanning van een dozijn mensen. We vonden maar één foto van die toestellen die Josephine genoemd werden. Komt het omdat ze nooit echt werden gebruikt of omdat piloten het niet zo prettig vonden om gefotografeerd te worden voor een toestel dat werd ingezet voor routinevluchten en die niet echt sexy waren en ver van de gevechtszone plaatsvonden? Daar hebben we het antwoord niet op."

Over brandend metaal: "Tijdens een luchtvaartmeeting heb ik de Mustang van een vriend goed geobserveerd. Ik zag het verbrande plaatijzer door de uitlaatpijpen. Ik wou dat effect van brandend metaal laten zien door de hitte uit de motor te tonen. Een detail van een tekenaar van realistische vliegtuigen."


Angel Wings 5
Over golven: "In het eerste deel, Burma Banshees, heb ik veel bladeren moeten tekenen van de Birmaanse jungle tot ik er genoeg van had. Hier kreeg ik een indigestie door de kleine golfjes. De uitdaging bestaat in het tonen van beweging zonder naar rimpeleffecten te zoeken. In werkelijkheid vind ik dat plezierig. Het komt allemaal neer op het begrijpen van hoe golven zich op het water voortbewegen en daar een grafische gimmick voor te vinden. Daardoor lijken de golven op golven zonder dat je er uren aan hoeft te werken. Ik schilder ze met de zijkant van een platte borstel. Ik ga ook nooit golven uit een vorige plaat kopiëren en op een nieuwe plakken. Daarvoor respecteer ik het tekenen te veel."

Over blabla: "Men verwijt me soms dat er niet genoeg te lezen valt in mijn albums. Dat maakt me kwaad! We maken geen verhalen van Jean-Michel Charlier met twaalf prenten per pagina. Ik heb erover gediscussieerd met Jean-Michel Arroyo die Buck Danny "Classic" tekent (hij tekent nu een tweeluik van Buck Danny op scenario van Yann, red.). Hij zegt me soms dat hij me benijdt als hij sommige platen van me ziet met maar vier prenten. Er is lucht nodig in luchtvaartscènes, anders boeten ze te veel aan belang in. Daarentegen hebben we ook blabla-scènes zoals ik ze soms noem, bijvoorbeeld op de volgende pagina. Dan nog is die blabla wel nodig om het verhaal voort te stuwen."

Over amuseren: "Samen met Yann probeer ik een zo aangenaam mogelijk evenwicht te handhaven tussen scènes op de grond, die veel dingen moeten bijbrengen, en luchtvaartscènes waarin we proberen om de lezer versteld te doen staan. Op één essentiële voorwaarde: ik moet me zowel bij het ene als het andere amuseren als ik ze teken."


Angel Wings 5
Over menselijkheid: "Angela plaatst zich tussen twee rijen vliegtuigen. Het staat barstensvol vliegtuigen. Een crash bij het landen of het opstijgen — vooral bij het opstijgen wanneer de tanks nog vol zitten — zou een grote sliert schade ontketenen. Angela komt terug van een Josephine-missie. Die jonge vrouw is menselijk, dus ze heeft haar zwaktes. Soms slaagt ze, soms faalt ze. Daarom hebben we haar graag. Hier huilt ze om de piloot die ze met zijn vliegtuig zag zinken zonder dat ze iets kon doen."

Over generaal Moore: "Degene die haar troost, is generaal Mickey Moore. Hier proberen we uit te leggen dat het eens gedaan moet zijn met het voorstellen van hogere officieren die hun soldaatjes erop uitsturen om zich te laten toetakelen of erger. Moore heeft, zoals het een generaal betaamt, de eerste VLR-missie (very long range) uitgevoerd. Hij heeft een procedure ontwikkeld om zo weinig mogelijk piloten te verliezen. Er bestaan foto's van hem. Hij was heel mager, klein, hij droeg altijd een Ray-Ban op zijn neus en hij was omringd door zijn mannen. Die waren dol op hem, dat was overduidelijk op de foto's te zien."

Over badkamers: "In de onderste strook zien we een voorbeeld van een goede vondst. GI's verwarmen hun koffie op buizen waaruit heet zwavelwater van Iwo Jima komt. We vinden niets uit, Yann verzamelde hallucinerende foto's. De mannen van de genie bouwden badkamers voor de piloten die hen betaalden met flessen whisky. Op zo'n plek vinden we warme koffie terug, op andere bier, enzovoort. Ik toon de bemanning van de marine, met camouflagehelm, de kleuren voor de Stille Oceaan. We zitten hier ver van Europa."


Angel Wings 5
Over dwazen: "Ik schep er groot genoegen in om de smadelijke blik van Angela te tekenen terwijl die kerel eerst met z'n anatomie pronkt. Ik amuseer me als ik zulke dwazen teken. Dit is helemaal geen #metoo-geval, maar veeleer naar een gebruik in manga's waarin overemotionele venten lik op stuk krijgen. De sfeer heeft alles van een gay-sauna, hoewel het dat helemaal niet is. Jachtpiloten lieten hun billen inwrijven met olie om de voortdurende pijn te verzachten die ze krijgen door vluchten van acht uur lang in minuscule cockpits. Probeer eens zolang in een jeep te zitten die op aardewegjes rijdt en je hebt een idee wat die jongens te verduren kregen."

Over gelijkheid: "Zelfs omringt door halfnaakte mannen bewijst Angela zich als hun gelijke en dat laat ze hun weten ook. Ze trekt zich niets aan of ze voelt zich niet lastiggevallen door hun blikken en grapjes. Ze speelt het spel mee en doet er een schep bovenop. In het begin van het vorige deel, Paradise Birds, werpt ze bij het zien van twee Japanse, halfnaakte piloten haar co-piloot ook al een lachwekkende opmerking toe. Ze staat haar mannetje in dat ontzettende machomilieu van vrouwonvriendelijke militairen die vinden dat de keuken de plaats voor vrouwen is. In werkelijkheid waren de enige vrouwen op het eiland Iwo Jima verpleegsters."

Over blote borsten: "Op de volgende pagina ontkleedt Angela zich, maar die is gereserveerd voor de editie op groot formaat (althans in het Frans, want in de vertaling van Silvester staat de bewuste pagina in zowel de reguliere als de luxe-editie, red.). Geen blote borsten meer in de reeks! We willen niet dat een jongen die het album koopt op zijn kop krijgt van zijn papa of mama. Ik haal het wel in in mijn albums van Pin-Up Wings..."


Olivier Schwartz over Atom Agency 1
06/02
TOP
Atom Agency 1
Onderstaande bijdrage van Sophie Bogrow verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 118 van oktober 2018.

Atom Agency 1
Over actie: "Ik groeide op met comics voordat ik de klare lijn ontdekte. Ik hield er een passie voor beweging aan over. Actie, meer actie! Dat vraag ik Yann voortdurend. Hij verliest natuurlijk liever zijn tijd aan het opdelen van heel wat omslachtige tekst die je gaandeweg moet meegeven. We halen er beiden ons eigen voordeel uit, dat is het spel."

Over Spider-Man en Sempé: "Ik herinner me nog de eerste tweedehandsmagazines van Fantask met Spider-Man die mijn grootvader voor me meebracht van de markt. Ik was zeven of acht jaar. Die verhalen maakten een grote indruk op me. Ik durfde bijna het papier niet aan te raken. Daarnaast was ik omwille van de poëzie en het afstandelijke gek op de tekeningen van Sempé die ik ontdekte in Paris Match. Niet te geloven!"

Over decors: "De uitdaging in een prent zoals de bovenste is je aandacht en je blik te vestigen op de actie die zich in het midden van de prent ontspint. Vooral omdat ik het niet eenvoudig maak, want ik hou te veel van details. Ik stapel de grapjes op in de menigte: de dikke dame die gebaren maakt, een andere die breit, nog iemand die huilt omdat zijn favoriet verliest, enzovoort. Ik zit dan ook meer dan twee dagen aan zo'n prent. Dat is te lang, maar hierdoor kan ik de decors vervolgens wel vereenvoudigen zoals op de volgende pagina."

Over worstelen:
"Technisch gezien ken ik niets van worstelen. Internet heeft me daarbij geholpen, ook al was ik ietwat ontgoocheld omdat ik hét juiste beeld niet vond. Ook al gaat het nooit om het kopiëren van een foto dient het wel als inspiratie om een beweging, een houdgreep te begrijpen en er dan mijn eigen draai aan te geven."


Atom Agency 1
Over biertje aangeven: "Ik herinner me nog dat ik als kind naar het worstelen keek op tv (dat was fascinerender dan onze gevechten op de speelplaats!), maar zonder het commentaar van Léon Zitrone. Zijn karikatuur bevalt me niet echt, er waren dan ook weinig foto's uit zijn vroegere periode, maar ik vind wel dat het me aardig gelukt is. Het moeilijkste was de natuurlijke beweging te vinden voor zijn assistent die hem een biertje geeft. Yann stond erop dat ik dat tekende."

Over niet te zuinig zijn: "Vroeger vond ik me niet geschikt om decors te tekenen. Ik vond dat mijn platen niet zoveel waard waren, ten hoogste een slechte Disney-productie. Ik begreep later dat de geleverde moeite om realisme en precisie betreffende het tijdperk na te streven het verschil maken. En dat je nooit te zuinig mag zijn om documentatie te verzamelen. De krant die langs de voeten van de Beul van Batignolles valt, is een nummer van L'Équipe van augustus 1949, met een foto van de Daviscup. Gelukkig koos Dupuis voor een publicatie op groter formaat (in het Frans, red.) zodat mijn inspanningen tenminste zichtbaar blijven!"

Over hernemingen met Yann: "Ik ken Yann al sinds begin jaren 2000 toen ik voor Bayard de avonturen van de inspecteur met dezelfde naam tekende. Hij dacht dat ik een Elzasser was en stelde me een gagreeks voor een lokale krant voor. Niemand wou die plaatsen. Dat moet een test geweest zijn, want hij had het al snel over zijn verlangen om reeksen te vervolgen. Een herneming van Freddy Lombard, waarvoor hij al meerdere afleveringen had geschreven voor Yves Chaland (en die al een reeks was naar het voorbeeld van andere reeksen), en een herneming van Guus Slim waarvoor hij een avontuur van 46 pagina's had geschreven en waarvoor hij alle voorbereidende werk had uitgevoerd. Voor beide projecten zeiden de erfgenamen nee. Dat moet heel pijnlijk voor hem geweest zijn."


Atom Agency 1
Over Mimi: "Dit is de eerste scène waarin het voltallig trio van Atom Agency voorkomt. Eerst en vooral Mimi, een voornaam die ik moeilijk kon aannemen, want zo heet mijn moeder! Maar ze vond het zelf grappig... Grafisch heb ik haar nog niet goed in de vingers. Ze moest wat hebben van een meisje uit de voorsteden, een beetje zoals Arletty (Franse actrice en model, red.). Ik werk mijn personages nooit op voorhand uit. Ik hou wel van het onzekere kantje aan het begin van een serie, wanneer het nog niet geolied is."

Over Texaco: "Voordat onze held een Armeniër werd, heette hij Texaco of zoiets. Die naam heeft Dupuis ooit geweigerd aan Tillieux... De eerste schetsen zijn te zien in de luxe (in het Frans, red.) van het album."

Over de golfbroek: "Yann was niet gewonnen voor een held die even tenger was als Charles Aznavour (de Franse zanger van Armeense afkomst, red.). Die is niet stevig genoeg voor een equivalent van Guus Slim. Ik heb dat ontworpen personage desondanks kunnen hergebruiken voor de rol van zijn vader, commissaris Vercorian. Met zijn golfbroek roept hij inderdaad herinneringen op! Ik was geen fan van die knickerbockers die nogal zeer jaren 1930 zijn, maar na controle bleek men die nog na de oorlog te dragen."

Over Vlinder en Jean Gabin: "Ook al heeft Lino Ventura Yann geïnspireerd voor zijn ex-worstelaar was het klaar en duidelijk dat hij geen model zou staan voor Jojo. Ik heb veel gezocht op basis van de oorspronkelijke Vlinder van Tillieux voor ik van keuze veranderde. Misschien dat ik door het herbekijken van films als La Marie du Port of Touchez pas au Grisbi Jojo heb getekend als een overdreven Jean Gabin. Bingo! Mijn favoriete film voor dit album blijft Quai des Orfèvres van Henri-Georges Clouzot, met Louis Jouvet en Bernard Blier."


Atom Agency 1
Over kleur: "Marseille anno 1949. Ik heb me gek gezocht naar het zoeken van foto's om het oude, beroemde La Canebière correct weer te geven. De straat, de trams, de lantaarnpalen, maar ook de benzinepompen (is die niet wat te hoog?) of de gestripte Peugeot 402... En zoveel werk voor de inkleurder! Niet alleen beschikten we nagenoeg niet over kleurenfoto's, maar moesten we de buitenzichten op elkaar afstemmen, met de juiste dosis zonlicht tussen twee halfdonkere scènes. Dat viel niet mee!"

Over vlotte lezing: "Ik ben niet zoals Jacobs of Schuiten die vooreerst de plaat opbouwen. Ik werk prent per prent en let enkel op een vlotte lezing. En als er een diagonaal ontstaat tussen een metalen dakgebinte en een neergelaten ijzeren rolluik is dat onbewust. Dat gebinte dient enkel om een voorgrond aan de prent te geven."

Over kotsbeu: "Hubert kleurt al mijn pagina's in. Hij is zelf scenarist en ik heb een compleet vertrouwen in hem. Dat doet hij met talent. Ik hou vooral van zijn werk voor de scène in het Cirque d'Hiver. Voor mij is dat tijdswinst, maar niet dat alleen. Ik spendeer zodanig veel uren aan elk van mijn platen dat ik ze op het einde van het inktwerk kotsbeu ben en er helemaal niet meer verder aan wil werken!"

Over gretigheid: "Ik laat een reeks of een personage nooit in de steek, zelfs Inspecteur Bayard niet. Na achttien albums heb ik die niet laten vallen omdat ik hem beu was, maar uit gretigheid. Ik zou Atom Agency zo graag zien uitgroeien tot een langlopende reeks, mijn eigen De Blauwbloezen!"


Éric Hübsch over Cigalon
30/01
TOP
Cigalon
Onderstaande bijdrage van Sophie Bogrow verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 116 van juli/augustus 2018.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 23
Cigalon
Over het eerste contact: "Ik was de eerste om verrast te zijn toen Bamboo (de Franse uitgever van Cigalon, red.) me contacteerde voor deze collectie. Dat was voor het tweeluik Topaze, terwijl ik uit de heroïc fantasy kom, en dat was helemaal niet evident. Ik geloof dat mijn vriend Christophe Cazenove mijn naam had voorgesteld. Het kwam goed uit, want ik zat zonder project. Ik heb mijn drie proefpagina's getekend. Die kwamen vrij natuurlijk... Drie albums later geniet ik er nog steeds van."

Over het restaurant: "Dit is het dorp en het restaurant waar Pagnol zijn film heeft opgenomen. Ik heb die met opzet niet gezien zodat ik de versheid van een oorspronkelijk scenario kon behouden. Éric Stoffel en Serge Scotto hebben me hun foto's en screenshots bezorgd. Het restaurant is een mix van de twee: huidig bord en vooroorlogse bloempotten en planten in tonnen."

Over vrij spel: "De zonnige, oranjegele gloed die zo eigen is aan de sfeer van onze komedie is volledig te danken aan onze inkleurster Sandrine Cordurié. Ze kleurt ook Pagnols verstripte jeugdherinneringen in die Morgann Tanco tekent. Ik bemoei me niet met haar werk. Mijn rol bestaat er integendeel in om haar vrij spel te geven en te vermijden dat ik mijn platen in zwart-wit volplamuur met licht en schaduw. Daarom ziet mijn origineel inktwerk er wat saai uit! De schaduw die over het gezicht van Cigalon valt, is een van de weinige correcties die ik haar heb gevraagd zodat de blik er beter uit zou komen."

Over Pagnols wereldje: "Behalve bij jongeren zit het wereldje van Pagnol min of meer in het collectief geheugen. Mijn generatie bestudeerdehem op school, in mijn geval was dat Topaze. Dat liet geen onverwoestbare indruk na, dat moet ik toegeven, maar ik geef ook toe dat ik wel van Manon des Sources hield."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 24
Cigalon
Over dynamiek in een dwingend kader: "Éric en Serge zijn precieze scenaristen. In twee kolommen staat hun scenario in detail uitgeschreven met de dialogen, beschrijvingen van elke prent, elk camerastandpunt, elke kadrage. Het is een dwingend kader dat tegen alle verwachting in de creativiteit bevordert. De uitdaging is om het naar de letter te respecteren, de dynamiek uit te spelen, prent per prent de vlotte lezing en de harmonie van de hele plaat te combineren en de plaatsing van de tekstballonnen in evenwicht te brengen."

Over trucjes: "Bij dat alles rest datgene waar ik het meest van hou: de beweging en de expressies. De trucjes die je moet vinden om op papier te zetten wat je op een scherm ziet — de mimiek, de lichaamstaal van de acteurs —, is deel van het spel. Ik heb soms de indruk dat ik een tekenfilm maak... en minder betaald word!"

Over instinct: "Omdat ik instinctmatig teken, en daarbij eerst de expressies teken vóór de verhoudingen, evolueren mijn personages vaak in de loop van de pagina's. Dat is een goede reden om nooit te beginnen met de eerste pagina's. Ik wacht tot ik de figuren goed in mijn handen heb. Ik voorzie ook de laatste pagina's, want een album eindigt vaak overhaast. De eventuele zwaktes zitten beter in het hoofddeel van het verhaal."

Over mager en met vlees aan: "Ik wou Cigalon innemend tekenen, maar niet echt sympathiek. Vinnig zoals Louis de Funès wiens zenuwachtigheid de spanning in het verhaal stuwt. Ik heb 'm mager gemaakt, maar niet té. Ik ben zelf een lange magere en ik zie graag personages met vlees aan. Zoals mevrouw Toffi die even scherpzinnige charmes heeft als haar puntneus. Die twee passen goed bij elkaar."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 25
Cigalon
Over regels aan de laars lappen: "Over het algemeen teken ik perspectieven zoals ze me uitkomen. Ze zijn meestal fout , maar mooier en juister dan wanneer ik de regels zou respecteren. In een landelijke context zijn de gebouwen schots en scheef. Ik pas enkel de regels toe als ik een burgerlijk huis moet tekenen!"

Over illusie: "Het terras in prent 2 is een goed voorbeeld van een wankel perspectief. Het lijkt rekening te houden met hoe het oog over de prent gaat: het standpunt verandert zoals de beweging van een camera. Dat moet je eens wetenschappelijk analyseren: merkt het oog het gebrek in het beeld op en creëert het de illusie van de beweging door het houvast te proberen terugvinden?"

Over de zwart-witbeelden: "De scènes in zwart-wit zijn een typisch middel in strips en ze herinneren aan toenmalige films. Het eerste beeld, met het restaurant en het balkon met uitzicht op de haven, komt van een foto. Ik vraag me nog steeds af hoe kelners op zo'n terras konden rondwandelen! Voor het tweede beeld bedacht ik een willekeurig restaurant in een niet al te beruchte buurt. Gangsterstijl en betaalde liefde met een knipoog naar het beroemde kaartspelletje. Het was dat of een partijtje petanque."

Over het inkten: "Ik heb Topaze geïnkt met een potlood. Ditmaal inktte ik weer met pen en werkte ik op veel grote formaat: A3 voor elke strook (of twee als het om een plaat met vier stroken ging). Ik scan eerst mijn potloodtekeningen, ik verander in Photoshop het zwart in blauw en dat print ik om het te inkten. De uitgever scant die platen en monteert de stroken op een pagina om ze zo naar de inkleurster te sturen."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 26
Cigalon
Over semirealisme: "Bewegingslijntjes, verrassing, duizeling,... Ik hou erg van de kleine, klassieke stripcodes die heel leuk zijn om te gebruiken. Het voordeel van het semirealisme is dat je hier in één prent naast een oldtimer een expressie karikaturaal kan overdrijven zonder dat het stoort."

Over invloeden: "Als men me uitvroeg over mijn stripinvloeden somde ik heel wat namen op in alle stijlen en uit alle periodes: van Les Pieds Nickelés over het klassieke realisme en underground tot comics en manga's... Nu vermijd ik dat, het spijt me daarna altijd dat ik er ben vergeten."

Over knipogen: "Éric en Serge zien mijn kleine koketterieën graag. Die zijn er in alle soorten. De interne knipogen zoals de leerling in het dorp die er hetzelfde uitziet als Topaze, of je ziet de kleine Marcel Pagnol op straat spelen met zijn vrienden terwijl zijn vader en oom Jules van de jacht terugkomen. In de laatste prent van het verhaal staan Stoffel en Scotto, verloren tussen de menigte. Drie boeven aan tafel zien eruit als Les Pieds Nickelés. We denken dat Pagnol daar wel van gehouden zou hebben, hij heeft die vast gelezen in zijn kindertijd."

Over volgende projecten: "Na de volgende Pagnol (La Partie de Boules waar nu aan gewerkt wordt) denk ik aan projecten die persoonlijker zijn. Ik heb enkele ideetjes. Het worden veeleer scenario's, want mijn tekenstijl is te humoristisch voor de een en niet genoeg voor de ander. Momenteel sta ik nog niet ver genoeg op het gebied van dialogen en de kunst om daar info met gratie en luchtigheid tussen te laten glippen. Aan Pagnol werken legt de lat heel hoog! Maar geduld, het komt wel."


Philippe Delzenne over zijn gasthoofdredacteurschap van StripGlossy 11
19/12
TOP
StripGlossy 11
Voor StripGlossy nummer 11 nam Jommeke-tekenaar Philippe Delzenne het gasthoofdredacteurschap waar waardoor hij zijn stempel kon drukken op een groot deel van de inhoud. Hieronder stelt hij zijn bijdrage aan het kwartaalblad voor.

"Eind augustus viel een bericht in mijn mailbox binnen van de uitgevers, Seb en Mirjam van der Kaaden, van het Nederlandse StripGlossy. Het zou een grote eer voor hen zijn, mocht ik het gasthoofdredacteursschap willen invullen voor hun eindejaarsuitgave. 'Niet direct mijn kop thee, zo'n redacteurschap', ging even door mijn hoofd, maar al even snel zag ik wel een mooie opportuniteit om via dit prachtige voorstel wat exposure te geven aan mijn eigen werk, Trace-Noël. Ik reageerde positief, ik wilde wel eens proeven van zijn kopje thee. Bleek dat het om een glas champagne ging!

In enkele mailwissels zetten we op punt wat mijn inbreng juist inhield. En daar opende zich een fantastische deur in de zin van de mogelijkheid om vier van de zes Bommelschetsen voor wenskaarten die ik dertig jaar eerder maakte voor Marten Toonder, in inkt te zetten. De huidige Toonder Compagnie stemde daarmee in en ik ging aan de slag met penseel. Glad ijs voor mij, hoor. Ik herinner mij levendig hoe ik de heer Toonder penseelstreken uit zijn hand en brein zag toveren en in een... 'tjiptjiptjip-beweging' zijn figuren leven gaf op het witte blad. Dat 'tjiptjiptjip' komt uit een mooi interview met de meesterlijke Gerben Valkema over zijn samenwerking met de Toonder Compagnie waarin hij de vloeiende, accurate en schijnbare 'alsof-het-niets-was-beweging' van het penseel van de heer Toonder plastisch en met geluid erbij uitlegt. Ik zou dus ook een 'tjiptjiptjip-beweging' proberen te ondernemen voor de vier wenskaarten, met de nadruk op proberen! Ik herwerkte mijn originele schetsen tot een eenvoudiger setting en wroette dagen tot er een min of meer bevredigend resultaat op papier stond.

Een volgend item was het schrijven van een voorwoord. Daarin liet ik mij leiden tot een bespiegeling van hoe ik als tekenaar bij Jommeke terechtkwam. Er kwam een krant bij kijken. Een kindertekening en het grijpen van het momentum. Het katapulteerde mij terug naar 1979!...! Dat lees je juist... Bijna veertig jaar geleden, toen je als tekenaar nog een studio bij een grootmeester kon binnenstappen en er de stiel leren.

Dan was er de cover. Zeer belangrijk! Dat moest in het oog springen en een bekendheid hebben om verkoopbaarheid te vergroten. Dus opteerde ik voor de reeks waarvoor ik al zeer lang werk, waarvoor ik nog zeer lang zal werken en waarvoor ik van zijn auteur Jef Nys het vertrouwen kreeg om, samen met mijn goede collega Gerd Van Loock, zijn prachtige creatie verder te zetten. Jommeke dus! Mijn oprechte dank gaat dan ook uit naar Jef Nys, zijn erfgenamen, Alexis Dragonetti (uitgever-bestuurder van Ballon Media) en het Ballon-team die de nodige ondersteuning en vertrouwen blijven geven. Seb stelde voor om Bommel en Tom Poes op de een of ander manier mee in de coverscène te smokkelen. Dat legde een link met Nederland, maar tevens ook met mijn ontmoeting met de heer Toonder. Dat kon dus ook in Nederlandse winkels extra interesse genereren. De cover tekende lekker en werd door de gewaardeerde medewerking van Lisbeth Prinsen van Ballon Media supermooi ingekleurd!

Daarna spraken Seb en fotograaf Peter Beemsterboer een namiddag af om hier bij mij thuis een interview en fotosessie te maken. Dat werd een zeer zonnige oktoberdag waar ik de hartelijkheid van de twee Nederlandse vrienden mocht meemaken. Het werd een mooi interview met dito foto's en bijhorende illustraties. Dagen en weken nadien werd heen en weer gemaild om alles op punt te stellen. Wat kan globale verbondenheid in cyberspace toch heerlijk zijn. Ik heb niets tegen een postduif, maar dan zou een StripGlossy maar vijfjaarlijks verschijnen.

Trace-Noël

Vervolgens gaf Seb mij de mogelijkheid om voor de eerste maal in mijn carrière iets puur van mijzelf gepubliceerd te zien. Al is het kort dag, StripGlossy ligt drie maanden in de winkel, maar ze blijven wel langer liggen. Trace-Noël zit nu aan ongeveer zeventig pagina's. De prognose is vierhonderd pagina's, op zijn minst. Het eerste twintigtal pagina's is tekstueel al op punt gesteld zodat ik Seb kon voorstellen om acht pagina's te publiceren. Daarin zit een zeer speciale pagina 1, een primeur. Ik kreeg van componist en vriend Piet Swerts de toelating om composities van hem te gebruiken voor Trace-Noël waarvoor ik hem eeuwig dankbaar ben. Op één pagina staat een QR-code die een 6,07 minuten durende compositie weergeeft als je die inleest met je smartphone en een QR-app. De compositie is speciaal voor die scène uitgekozen en bewerkt met geluidsfragmenten. Het versterkt de sfeer van de desbetreffende pagina's. Wie eens werk van deze fantastische, Belgische componist wil horen, raad ik ten zeerste zijn machtige werkstuk A Symphony of Trees aan dat in september vorig jaar in Ieper in première ging en in 2020 driemaal herhaald wordt van 23 tot 25 oktober. Het is een overdonderd, belangrijk, niet te missen werk dat je live moet meemaken. Verder is de ingesproken tekst voor die pagina mooi ingelezen door een kennis uit Brugge. Pagina 3 werd magistraal ingekleurd door mijn goede vriend Marcel Rouffa die tevens het volledige Trace-verhaal zal inkleuren. Zijn manier van werken ligt heel hard in de lijn van mijn stijl van tekenen voor Trace. Grote dank en buiging aan deze meester, Marcel! Volg hem, hou hem in de gaten! Hij is met straffe dingen bezig!

Trace-Noël

Een ander item was om een interview gepubliceerd te zien met een bekende Vlaming of Nederlander. Dat zag ik wel zitten, maar na veel zoeken wie ik graag zou interviewen, kwam ik tot de conclusie dat een persoon vinden niet zo moeilijk was, maar wel wat ik hem of haar zou vragen. Ik sprokkelde wat vragen bijeen en stelde mij in de plaats van die persoon. het vinden van originele vragen bleek voor mij onmogelijk. Ik gaf het bedenktijd tot ik op het idee kwam om mijn hoofdfiguur uit Trace-Noël, Jules Vandergraef, een hoofdfiguur van een bekende persoon te interviewen. Dan moest die bekende persoon wel een hoofdfiguur hebben. En plots schoot Alfred Jodocus Kwak mij te binnen. Seb zag de originele invalshoek helemaal zitten, contacteerde de zoon van Herman van Veen en de persoonlijke assistente van de heer van Veen en enige tijd later kon Seb mij berichten dat Herman van Veen akkoord ging! Dat interview lees je natuurlijk ook in StripGlossy met een fijne intro. Wat ben ik daar blij mee!

Ik stelde Seb ook voor om een ander stokpaardje van mij de kans te geven een forum te geven. Het betreft korte stripjes van één tot twee stroken waarin twee hoofdfiguren met elkaar filosoferen over de meest uiteenlopende onderwerpen. Het zijn de heren Mr. Hum en Mr. Bug, The Bottleneck Brothers genaamd. Ik zie wel hoe zij evolueren in komende StripGlossy's en of daar interesse voor is. Deze stripjes zijn afgeleiden van een kaartensysteem met woorden. Meer uitleg daarover vind je op mijn website www.amianart.net.

Het Lot

Een grote pluim en diepe buiging breng ik hier ook graag uit naar mijn vriend en co-auteur voor Trace, Ed Solie. Hij verzorgt alle digitale invulling, is maker van mijn website, mijn rechterhand in de ontdekkingstocht bij het maken van de Trace-vertelling. Kortom, zonder hem zou alles veel trager verlopen. Ik zie Ed als mijn eerste stuurman. Trace-Noël is weliswaar mijn idee — ik stuur veel aan en ik teken uiteraard alles —, maar de bijdrage van Ed valt gewoon niet in te schatten. Trace-Noël is voor mij dus een gezamenlijk werkstuk. Merci, Ed!

Ik hoop van harte dat StripGlossy nummer 11, sinds 18 december beschikbaar in vele winkels, jullie erg zal bevallen! Mijn grote dank gaat natuurlijk ook uit naar Seb van der Kaaden en zijn vrouw Mirjam. Hartelijk dank, beste noorderburen, beste Frieslanders!"


Over Trace-Noël
"Trace-Noël vertelt de levensloop van Jules Vandergraef, een hoogbegaafde en uiterst gevoelige jongen die fysiek niet tegen onrecht kan. We volgen Jules vanaf zijn zeven jaar tot ver na zijn overlijden. Het verhaal ontstond oorspronkelijk uit mijn fascinatie voor familiesaga's, vertellingen die over generaties heen gaan. Trace-Noël is een verhaal zonder ontploffingen, wapengeweld, spattend bloed en andere wild om zich heen slaande monsters...

De naam Trace-Noël is trouwens een anagram van tolérance. De namen van enkele andere personages vloeiden ook voort uit een anagram van tolérance onder wie de Zuid-Afrikaan Éclat-en-or. Een schitterende naam voor een schitterend personage, of hoe het vinden van een naam kan leiden tot een sterk personage.

Verdraagzaamheid en empathie zijn een rode draad doorheen de vertelling. Ik werk samen met mijn eerste stuurman Ed Solie gestaag verder om het over enkele jaren klaar te krijgen. We werken echter wel aan een manier om vlugger regelmatige uitgaven te plannen die het eigenlijke verhaal voorafgaan, prequels als het ware. Geduld is een schone deugd, beste toekomstige lezer. Weet dat Ed en ikzelf evenveel geduld moeten opbrengen om van Trace-Noël een mooi verhaal te maken. Wij danken jullie daarvoor!"

TOEKOMST
Te Verschijnen
Op Stapel
TOPPERS
13 x XIII
14-18
De 25 bekendste konijnen
20 jaar Arcadia, 20 topstrips
25 jaar Vrije Vlucht
30 jaar Kiekeboe
49 Kanjers van Oranje
50 jaar De Rode Ridder
60 jaar Nero
70 jaar Kuifje-weekblad
80 jaar Robbedoes
Aantrekkelijkste Heldinnen Top 540
Asterix Top Six
Batmanspecial
BelgenTop 100
De Blauwbloezen Top 49
De Grenzeloze Top 500 (2010)
De Grenzeloze Top 500 (2012)
De Honderd Hoogtepunten van Willy Vandersteen
De Rest van de Wereld Top 50
FransenTop 100
Jaartoppers
Jommeke Top 10
De Kiekeboes top-15 (M/V)
Koppeltjestop 20
Napoleon in de strip
ReeksTop 50
Robbedoes
Schrijvers over Strips
Schurken- & Feeksentop
Star Wars
Suske en Wiske: 70 stroken in 70 dagen
Urbanus Top 15
De Wereld rond Franquin
Westernstrips