Toegevoegd op 27 september:
Gilles Mezzomo over Mexicana 1

Toegevoegd op 13 september:

Olivier Balez en Pierre Christin over Robert Moses

Toegevoegd op 10 september:

Fred over Philemon 17
De volgende auteurs leverden ook al bijdragen. Klik op hun naam om verder te gaan naar hun afzonderlijke pagina:
Ivan Adriaenssens
Pierre Alary
Sytse S. Algera
Mohamed Aouamri
Virginie Augustin
Denis Bajram
Alessandro Barbucci
Antoine Aubin en Étienne Schréder
Balak
Batem en Colman
Philippe Berthet
Georges Bess
Lük Bey
Enki Bilal
Matthieu Bonhomme
Tom Bouden
François Bourgeon
Enrique Breccia en Xavier Dorison
Daniel Brecht
Ken Broeders
Frédéric Brrémaud
Brüno
Charel Cambré
Barbara Canepa
Didier Conrad en Jean-Yves Ferri
Luc Cromheecke
Robbert Damen
Sébastien Damour
Nicolas de Crécy
Erik de Graaf
Adrien Floch
Christian Gine
Criva en Verhast
Eric Heuvel
Philippe Delaby
Jean-Yves Delitte
Thierry Démarez
Pieter De Poortere
Jorg de Vos
Lode Devroe
Thomas Du Caju
Kim Duchateau
Ersel
Chris Evenhuis
Philippe Francq
Fred
Paul Gastine
Thierry Girod
Carlos Gomez en Arnaud Delalande
Mars Gremmen
Griffo
Juanjo Guarnido
Alain Henriet
Hermann
Hub
Miles Hyman
Jeroen Janssen
Philippe Jarbinet
Iouri Jigounov
Jim
Milan Jovanovic
André Juillard
Nicolas Keramidas
Patty Klein
Hanco Kolk
Jean-Charles Kraehn
Mathieu Lauffray
Christian Lax
Hec Leemans
Marc Legendre
Jérôme Lereculey en David Chauvel
Simon Léturgie
Éric Liberge
Ingrid Liman
Willy Linthout
Stéphane Louis
Love
Vincent Mallié
Wauter Mannaert
Frank Margerin
Enrico Marini
Marmus
Marvano
Fabrice Meddour
Merho
Guy Michel en Arnaud Delalande
Arno Monin
Thimothée Montaigne
Romano Molenaar en Jorg de Vos
Jean-Louis Mourier
José-Luis Munuera
Viviane Nicaise
Peter Nuyten
Tiburce Oger
Minck Oosterveer
Danker Jan Oreel
Cyril Pedrosa
Patrice Pellerin
Claude Pelet
Philippe Pellet
Jérémy Petiqueux
Federico Pietrobon
Didier Poli en Robin Recht
Jean-Michel Ponzio
Mike Ratera
Riff Reb's
Reno
Grzegorz Rosinski
Christian Rossi
Marcel Rouffa
Corentin Rouge
Marcel Ruijters
Paul Salomone
François Schuiten
Olivier Schwartz
Benoît Sokal
Kristof Spaey
Benoît Springer
Naomi J. Strijdonk
Olivier TaDuc
Jacques Tardi
Paul Teng
Béatrice Tillier
Lewis Trondheim
Gerben Valkema
Steve Van Bael
Rob van Barneveld
Sylvain Vallée en Fabien Nury
Daniel van den Broek en Ivan Claeys
Michiel van de Vijver
Maarten Vande Wiele
Hans van Oudenaarden
Jos Vanspauwen
Olivier Vatine
Vincent
Bastien Vivès
XIII Mystery
Bernard Yslaire
Zep
open brieven
 
Hardoc over De Oorlog van de Lulu's 1
30/09
TOP
Onderstaande bijdrage van Paul Giner verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 56H van februari 2013.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 14
Over structuren: "Terwijl Éditions de la Gouttière ons contacteerden voor een kortverhaal in Cicactrices de Guerre(s), verschenen in 2009, waren Régis (Hautière, red.) en ik al bezig met De Oorlog van de Lulu's. Ik heb me kunnen inzetten voor dat gezamenlijke album en ik heb kunnen nadenken over de personages van onze toekomstige serie. Sommigen zijn dezelfde gebleven, anderen zijn veranderd. Voor de gelegenheid ben ik overgegaan op een digitale inkleuring en op potlood en gemengd krijt voor diverse structuren."

Over het verouderingsproces: "Ludwig, met zijn bril, en Lucas, de kleinste van het groepje, had ik snel op papier. Dat was anders voor Lucien. Zijn eerste verschijning, in Cicatrices de Guerre(s), had iets weg van Lucky Luke. Ik weet niet waarom hij me meer moeite kostte om hem te doen leven dan de andere Lulu's. Een van de belangrijkste uitdagingen bestond erin de kinderen te laten verouderebn want hun avontuur speelt zich over vier oorlogsjaren af. Omdat ik heel weinig voorbereidende schetsen maak, zal hun verouderingsproces gaandeweg komen terwijl ik ze teken. Ik voorzie al dat de kleine Lucas, met zijn mooie gezicht en geprononceerde kaken, er verfijnder zal uitzien in de volgende delen. Ze zullen er allen nogal radicaal anders uitzien in de tweede aflevering..."

Over de expressies:
"Hoewel er anatomisch gezien geen verschillen zijn tussen kinderen en volwassenen, probeer ik vooral de expressies van de Lulu's te overdrijven zonder in de karikatuur te verzanden."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 15
Over familie: "Een oom van me houdt sinds zijn terugkeer uit Algerije een museum open over de oorlog. Hij toonde me familiedocumenten uit 1914 waaronder een briefwisseling tussen de broer van mijn overgrootvader, die tijdens het conflict stierf, en zijn verloofde. Zijn naam is opgenomen op het herdenkingsmonument in mijn dorp, in Picardië. Mijn ouders wonen nog altijd in het ouderlijke huis, een na de oorlog heropgebouwd boerderijtje. Door met hen te praten, raakte ik meer en meer geïnteresseerd in de oorlog. Daarna kocht ik vele boeken over het onderwerp."

Over oorlogje spelen: "De oorlog was zo'n verschrikking dat men het op alle mogelijke manieren probeerde te beschrijven en illustreren. Gewone burgers werden hierbij over het hoofd gezien, zij waren geen prioriteit. Qua documentatie weten we dus weinig over wat jongetjes in 1914 deden, vooral aan de Duitse kant. Het werk van Francisque Poulbot, een tekenaar wiens handvaardigheid ik bewonder, portretteerde kinderen en was een van mijn enige referenties, samen met enkele oude kranten en tijdschriften met karikaturen die tijdens de oorlog gepubliceerd werden en die mijn ouders verzamelden. De kinderen waren geconditioneerd door de oorlog en amuseerden zich met oorlogje spelen. Het werk van Poulbot kwam ook van pas voor de kledij van toen."

Over variatie:
"Het is delicaat om standpunten en decors in het midden van een bos vol begroeiing af te wisselen. Ik heb geprobeerd om te variëren met de bomen door ze soms vaag op de achtergrond te tekenen of door takken op de voorgrond te brengen terwijl ik ondertussen met de camera speel om het prettiger in beeld te brengen. In de laatste, nogal horizontale prent, kon ik met het perspectief spelen."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 16
Over de boomhut: "De kinderen ontsnappen van de abdij om naar hun boomhut te gaan. Die moest eenvoudig zijn, niet te klein, niet te complex om te kunnen bouwen. Als kind heb ik zelf heel wat stevige boomhutten gemaakt. We gebruikten zelfs buizen om vuurwerk op onze aanvallers af te vuren. Ik had geen plattegrondje of schema nodig voor de boomhut van de Lulu's. Ik heb alles uit het hoofd getekend."

Over digitaal inkleuren: "Digitale inkleuring kan nogal vlak en kil zijn. Ik kleurde de platen eerst in grijswaarden in met gewassen inkt, en daarop kwam de digitale inkleuring. De nuances kwamen onmiddellijk. Ik probeer digitaal te werken zoals een schilder op zijn doek schildert. Zonder te veel in details op te gaan, waardoor eventuele fouten en oneffenheden mogelijk zouden worden. Dat is hier niet het geval, maar David François, de tekenaar van De Brigues et de Sang, hiep een handje bij de inkleuring."

Over bomen in alle vormen:
"Ik werk graag met licht in de inkleuring, met de schaduw van gebladerte, schaduwen op de huid, met texturen (ik scan zelfs de papierkorrel in om die aan de inkleuring toe te voegen). In de voorlaatste prent zijn sommige bomen weergegeven door met een potlood te wrijven om de prent niet met te veel bomen te vullen. En soms geef ik ze enkel in kleur weer, zoals in prent 3."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 17
Over het dorp: "De gebouwen van Valencourt zijn sterk geïnspireerd op Buire-sur-l'Ancre, mijn eigen dorp nabij Amiens. Een deel van mijn familie heeft er altijd gewoond. In de kerk ligt de broer van mijn overgrootvaderbegraven. Daar gebeurden ook alle doopsels, communies, begrafenissen... Ons fictieve dorp is ook gebaseerd op oude postkaarten van Aisne die ik op het internet vond."

Over inspiratie voor de personages: "In 1914 leken de uniformen veel op elkaar, met kleine verschillen volgens de rangen. Dat ging van variaties in kleur tot de vorm van de sabel en de handwapens. In prent 3 is de ene een sergeant en de andere een gewone soldaat. Ik teken graag dikkere personages. Sommigen vinden dat mijn soldaat op sergeant Garcia uit Zorro lijkt. Ik baseer me heel zelden op bestaande figuren of op mijn entourage voor het uiterlijk van mijn personages. Ik vind ze liever uit."

Over het vervolg:
"Het derde deel van Le Loup, l'Agneau et les Chiens de Guerre, een serie die Régis en ik in 2004 begonnen, is al lang af, maar we kregen geen nieuws meer van de uitgever (Paquet, red.). Omdat het een Zwitserse uitgeverij is, is de wetgeving om de rechten te recupereren veel complexer dan de Franse wegteving. Wat De Oorlog van de Lulu's betreft, verschijnt deel 2 binnenkort. Régis werkt momenteel aan het derde."


Gilles Mezzomo over Mexicana 1
27/09
TOP
Onderstaande bijdrage van Sophie Bogrow verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 62H van augustus-september 2013.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 14
Over onbewuste karakterfacetten: "Sexy scènes zijn delicaat om te tekenen. Ik moet vermijden om altijd hetzelfde soort beelden te gebruiken door wel iets te tonen, maar net voldoende om het suggestief te houden. Vandaar dat de eerste prent de twee geliefden halverwege afdekt of dat een laken over hen ligt. Deze keuzes vergemakkelijken mijn taak. Over het algemeen tekent men sterk presterende mannen. Hier geeft een meisje de toon aan terwijl de jonge Kyle meedoet. Dat is meer conform de personages. Matz vroeg alleen dat zij mooie borsten zou hebben. Ik voegde er een wat nukkige air aan toe want haar rolletje is niet zo prettig... Bij het tekenen van deel 2 realiseerde ik me dat zij werkelijk een oogje op hem had. Haar mistroostigheid is dus te verklaren! Als bewijs van de kwaliteit van het scenario gaan mijn tekeningen soms onbewust vooraf aan de karakterfacetten die pas later tot uiting komen. Idem voor de volgende pagina, met de grijzende slapen van 'peetvader' Angel... die het in deel 2 over het vaderschap en opvoeding heeft tegen de held."

Over de flashbackscène: "Deze twee platen vormen een flashbackscène tijdens een gesprek. Kyle, wiens gesprekken links staan, vertelt tegen zijn vader, een agent, over het lastige parket waarin hij is terechtgekomen."

Over vals spelen:
"Ik bid er altijd voor dat interieurscènes nooit langer duren dan vier platen. Telkens schilderijen, ramen en deuren verplaatsen zonder fouten te maken naargelang het wisselende standpunt vergt veel moeite... Ik speel wel vals als er dialogen aan te pas komen. Dan verberg ik details achter tekstballonnen. Hier is het eenvoudiger, er wordt nergens aangegeven dat de scène zich op dezelfde plaats afspeelt: een Mexicaanse keet hier, een goedkoop Amerikaans interieurtje daar..."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 15
Over het precieze scenario: "Het scenario van Matz is heel precies, prent per prent bepaald, maar ook uitvoerig beschreven op zo'n manier dat de beelden zich in mijn hoofd vormen tijdens het lezen ervan. Ik heb ze enkel maar op het papier toe te vertrouwen. Als ik al iets verander aan zijn voorgestelde enscenering, dan gaat het over details. Hier moest het meisje naar de tv kijken op de achtergrond. Ik wist zelfs naar welk programma ze keek. Ik wisselde het liever om en suggereerde het scherm door het licht dat het uitstraalt."

Over tijdwinst: "Om tijd te winnen teken ik meteen heel gedetailleerde storyboards op gewoon papier op A3-formaat. Ik heb ze dan maar op de lichtbak te leggen, onder Cansonpapier, om ze in inkt te zetten. Niets meer uit te gommen! Daardoor kan ik grofweg twee platen per week tekenen oftewel zes maanden voor een album. Ik zou graag even snel een album tekenen als ik het lees..."

Over de invloed van Jean Giraud:
"De poster aan de muur is een discrete knipoog naar de westerns waarvan ik hou, met Blueberry in het achterhoofd. Op geen enkel moment wilde ik Jean Giraud imiteren, maar ik heb zodanig vaak zijn albums gelezen en herlezen dat zijn stijl zich soms opdringt. Bij de woestijndecors of de barsten en spleten in de muren bijvoorbeeld. Het is een onvrijwillige, maar wel veronderstelde hommage."

Over films als inspiratie: "Wanneer ik aan een album werk, kijk ik alleen maar naar fims waarvan het thema en de sfeer ermee overeenkomen. In lusvorm. Het helpt me bij heel wat zaken: auto's, wapens, decors, enzovoort. Ik haalde inspirate uit The New World, The Last of the Mohicans, The Patriot,... Daarna richtte ik me op Three Burrials met Tommy Lee Jones. Geen piratenfilms vóór deel 3 erop zit!"


COMMENTAAR BIJ PAGINA 16
Over de Air Hockeytafel: "Ik pikte deze bar, met het bizonhoofd, uit Midnight Run, een oude, grappige film met Robert De Niro. De referentie is een beetje gedateerd (uit 1988), maar ik denk dat dit soort decors nauwelijks verandert. Dat ding in het midden is een Air Hockeytafel waar je met twee aan speelt. Ik zag het tijdens een verblijf aldaar."

Over Steve McQueen: "Dit soort confrontaties is een klassieker in films. Om Emmett Gardner te tekenen, had ik een breedgeschouderde vijftiger nodig met charisma, een voormalig soldaat... Ik dacht aan Tom Berenger in Platoon, van Oliver Stone, maar de uitgever vond het een te typisch gezicht, te indiaans ook. Ik heb er een Steve McQueen van gemaakt. Ik aarzel om het te zeggen want ik ben een nul in gelijkende karikaturen. Je herkent ze nooit, en dat is maar goed ook. Maar ik heb genoeg films met hem herbekeken om me zijn expressies, zijn houdingen, zijn glimlach, zijn manier om zijn ogen fijn te knijpen eigen te maken. Van de weeromstuit gaf ik Kyle de Ford Mustang waarmee McQueen reed in Bullitt... in 1968!"

Over hoofd- en bijrollen:
"De zoon was veel eenvoudiger: een beetje een lastigaard, wat schattig... Ik heb er een mix van allerlei acteurs van gemaakt: Brad Pitt, Leonardo DiCaprio, enzovoort. Behalve voor de hoofdrollen brereid ik op voorhand geen portrettengalerijen voor. De bijrollen zien eruit zoals ze uit mijn potlood komen. Het belangrijkste is dat ze aangenaam zijn om te tekenen, vooral als ze nog wat meegaan. Hetzelfde voor meisjes. Als ze mooi zijn, gaat het meestal om dezelfde types, op het kapsel na. Anders maak ik er een kerel van en ik voeg er lang haar aan toe."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 17
Over handen: "Sommige tekenaars hebben problemen met handen. Ik niet. Ik gebruik ze vaak op de voorgond, zelfs wanneer het scenario er niet om vraagt, zoals hier. Handen moeten telkens iets te doen hebben, iets vertellen. Ik weet niet of het door mijn Italiaanse oorsprong komt of door mijn handmatige tekenwerk..."

Over Route 66: "Ik ben niet gewoon aan grote prenten. Het verhaal van Matz, met een cinematografisch ritme, bevatte er veel. Ik moest gewoon worden aan een andere manier van kadreren, en ook iets vinden om ze te vullen! Voor deze prent hier heb ik gezocht in heel wat foto's over Route 66. Het is niet de juiste streek, maar meer in het midden van de States, de country. Daarmee heb ik een compositie gemaakt met de oude, achtergelaten Dodge, de diners met belachelijke reclameborden,..."

Over het verplaatsen van het decor:
"De actie situeerde zich oorspronkelijk in McAllen, tegenover de Mexicaanse stad Reynosa, veel dichter bij de Atlantische kust. Ik realiseerde me achteraf dat mijn woestijnen op hun Blueberry's niet overeenkwamen met het werkelijke landschap. Matz verplaatste het verhaal meer naar het westen, naar Texas. En we bevinden ons nu tussen Presidio en Ojinaga, aan de weg naar het beruchte Ciudad Juárez. "

Over de inkleuring: "Dit is het tweede album van inkleurster Céline Labriet, een vrolijke, begaafde jonge vrouw uit Metz. Behalve enkele twijfels over de huidskleur had ze mijn bedoelingen door. Hier bijvoorbeeld is er aan de horizon een gele schemer die de verlichting van de volgende stad verraadt. Je moet eens zien hoe ze haar plan trok met de kakiuniformen in interieurscènes. Die zagen er snel uit als grote, groene vlakken als bij Buck Danny!"


Guillaume Sorel over Hotel Particulier
27/09
TOP
Onderstaande bijdrage van Sophie Bogrow verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 60 van juni 2013.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 21
Over de daken: "Daken van Parijs? Daken van Rennes? Het verhaal is niet precies gesitueerd. Ik heb in beide steden gewoond en ik weet dat beide mogelijk zijn. Rennes geniet lichtjes de voorkeur omdat daar een voorbeeld van het appartementsgebouw staat. Ik ben dol op daken: de wirwar van hellingen en zinken dakgoten... Ik heb er zodanig veel geschetst in mijn schetsboek dat ik niet meer naar foto's hoef te kijken om er te tekenen. Naar eigen goeddunk heb ik de antennes achterwege gelaten, ook al is dat compleet onwaarschijnlijk. Ik heb talloze schilderijen en foto's bekeken, mijn hoofd is een ware fotodatabank geworden, maar ik werk zonder ze te bekijken naar hun nagelaten herinnering. "

Over plezante erotische scènes: "Ik wilde oorspronkelijk een boek met veel erotische scènes. Ik heb het braver gehouden, ook al is deze scène niet de enige in zijn soort. Ik begreep dat het botste met het verhaal, dat ze aan belang verloren. Maar voor de overgebleven passages heb ik me niet ingehouden. Het moet ook nog plezant blijven!"

Over naakten:
"Van zodra ze een naakte vrouw moeten tekenen, hebben veel collega's de neiging om weer vijftien jaar te worden en één hand elders te houden... Hun tekenstijl wordt onpersoonlijker, ze hellen over naar pin-uptekeningen die in de cabines van vrachtwagenchauffeurs hangen, verbijsterend. Ik probeer echte, niet zelfingenomen vrouwen van vlees en bloed te tekenen. Enkele jaartjes ouder of minder weelderige borsten maken hen niet lelijker! Sinds L'Île des Morts (een niet-vertaalde vijfdelige reeks op scenario van Thomas Mosdi, red.), over een schilder en zijn model, houd ik me eraan om vrouwelijke en mannelijke naakten in evenwicht te brengen. Het is mijn bescheiden bijdrage aan de feministische zaak!"


COMMENTAAR BIJ PAGINA 22
Over dagelijkse decors: "Deze badkamerscène geeft goed mijn voorkeur voor dagelijkse decors en voorwerpen weer. Zonde voor een auteur die van zijn fantasyverhalen is gekend! De tegels, het licht, de reflecties, schitteringen in een badkamer amuseren me echt. Zet op tafel twee glazen, een karaf en een kaars en ik doe er zes maanden over om ze te schilderen en te herschilderen om het lichtspel te bestuderen. Dat is noodzakelijk. Om een verhaal in het fantastische te kunnen laten glijden, moeten er als tegengewicht scènes zijn die stevig verankerd zijn in de realiteit."

Over foutjes in de plattegrond: "Voor de verplaatsingen van de personages, voorzag ik een plattegrond van het gebouw en de appartementen. Het behoedde me niet voor enkele fouten. Een bepaald personage gaat door een deur aan het eind van de gang en tien pagina's later gaat hij opnieuw binnen, net bij het trapportaal. Misschien merken de lezers het niet. En anders beweer ik wel dat hij nog bij een buur zat, dat doet hij de hele tijd!"

Over spelen met perspectieven:
"Ik had het geluk om een architectenopleiding gevolgd te hebben. Spelen met perspectieven is geen enkel probleem voor mij. Ik kan ze onophoudelijk vcervalsen, zonder zogen, waardoor ik me vervormingen permitteer die in dienst staan van de beweging en de actie — zoals bij een groothoeklens bijvoorbeeld. Ik weet dat mijn kamers en constructies toch overeind blijven. Ik beklaag tekenaars die minder op hun gemak zijn en die zich verplicht zien om braafjes technische vluchtlijnen te tekenen die hun tekeningen killer maken."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 23
Over Koken voor Dummies: "Het boek in de keuken in de derde prent achter de kat heeft de titel La Cuisine des Bas Morceaux (Koken voor Dummies, red.). Dat had werkelijk kunnen bestaan, het was een project met Pascal Rabaté, net zoals ik een hobbykok. Pascal had de titel al gevonden.De tekstballon in de tweede prent verbergt zijn naam. De tekstballonnen zijn digitaal toegevoegd door de uitgeverij. Ik had nochtans gevraagd om deze wat wat hoger te plaatsen... Het zal me leren om niet met een computer overweg te kunnen. Ik weet zelfs niet hoe ik de mijne moet aanzetten, mijn vrouw leest mijn mails en houdt me op de hoogte."

Over een glaasje whisky: "In prent 7 staat een fles whisky waarvan de vorm een Schotse fles verraadt. Ook het glaasje is een knipoogje naar Mathieu Gallié (een Franse stripscenarist, red.). Hij leerde me dat grote glazen over het algemeen aroma's laten ontsnappen terwijl ze zich in een kleiner glas met een vernauwde hals op een andere manier ontwikkelen."

Over films als inspiratie:
"Er zijn hier geen televisietoestellen te zien in deze twintigste-eeuwse appartementen. Nochtans heb ik zelf een televisie voor mijn werktafel staan die de hele tijd aanstaat.. Het herinnert me aan de periode dat ik maandenlang geen voet buitenzette. Soms speel ik films af voor de sfeer. Ik heb alle albums van Algernon Woodcock getekend terwijl ik Maigret-films van Bruno Cremer afspeelde. Dat verraste Mathieu! Soms is het voor de soundtrack: La Belle Noiseuse van Jacques Rivette in de lange versie geeft me de indruk dat ik in een schildersatelier werk. Een spannende thriller doet me veel sneller tekenen! Ik kijk naar enorm veel films, dat is te merken aan mijn kadrages. In strips is er geen beweging, maar we kunnen wel het formaat van het scherm aanpassen om illusie te creëren."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 24
Over de hommage aan een overleden kater: "De bovenste drie prenten met de kater zijn een toegift. De vertelling vraagt er niet om, maar ik liet me gaan. Mijn ouwe vriend was net gestorven, ik had gewoon zin om hem de hele tijd te tekenen. Hetzelfde voor de vorige plaat waarop hij in zijn favoriete standje indommelt. Het is bijna een hommagebeeld."

Over het papier: "De lichtvlek op het parket voer ik uit wanneer ik in het stadium van de inkting met de pen zit. Na de potloodtekeningen en het inkten met het penseel doe ik dat het liefst. Alles staat erop, ingekaderd vanuit het vertelstandpunt, er blijft alleen nog het spelen met licht over. Dan geef ik me eraan over: het is tegelijk een technisch als een instinctief plezier en het vergt geen minimum aan voorbedachte rade. Hier liet ik de kaderrand open tijdens het inkten. Voor dit album gebruikte ik hetzelfde papier als voor De Laatste Dagen van Stefan Zweig. Het gaf aan de Braziliaanse landschappen een helderheid met een formidabele transparantie. Ook in zwart-wit is het geweldig. Als de fabrikanten het in ere houden, ben ik nog eens twintig jaar zoet met dit papier!"

Over persoonlijkheid in het decor:
"Het Italiaanse koffietzetapparaat, de koelkast met de post-its, de vreemde lamp in het salon... de voorwerpen die uit mijn potlood komen, zijn degene die mij omringen. Meestal valt er niets achter te zoeken. Maar wanneer ik zo'n beetje overal schilderijen en beeldjes plaats, dan is dat nooit zomaar onschuldig. Hier herkennen we een naaktschilderij van Egon Schiele, en rechts een illustratie van Edgar Allen Poes The Raven, met de vogel die op de helm van Pallas Athena zit. In alle gevallen dringt mijn persoonlijkheid door in het decor."


Olivier Balez en Pierre Christin
over Robert Moses
13/09
TOP
Onderstaande bijdrage van Sonia Déchamps verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 66 van januari 2014.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 28
Olivier Balez over de eerste plaat: "Dit is de eerste plaat die ik tekende. Als deze me zou lukken vond ik dat de rest van het verhaal vanzelf zou komen. Pierre waardeerde deze pagina, de uitgever ook. Op basis hiervan is de rest opgebouwd."

Olivier Balez over de Fortune-cover: "In prent 2 is de cover van een Fortune-magazine uit 1938 afgebeeld met een illustratie van Hans J. Barschel. Dit illustratieconcept beeldde de toenmalige ambities uit als antwoord op het idee van georganiseerd transport. Fortune was een invloedrijk en karakteristiek tijdschrift in die periode. De cover geeft met zijn afwijkende stijl goed het ritme van het geheel aan op deze plaat."

Pierre Christin over Robert Moses:
"Moses was een groot liefhebber van wagens, maar hij kon zelf niet rijden. Niet erg als je deel uitmaakt van de hogere bourgeoisie zoals hij. Daar zijn chauffeurs voor."

Olivier Balez over de schipper: "Ik heb de boot verschillende keren hertekend. Ik had van de schipper eerst een Marseillees gemaakt die lijkt op Raimu (Frans acteur, red.), met een vishengel. Pierre moet er niets van weten. Ik heb er uiteindelijk een silhouet in de verte van gemaakt."

Olivier Balez over de inkleuring:
"Ik was heel wat van plan met de inkeuring. Het moest de periode weergeven en de lezer meteen in het tjdperk gooien. In het begin gebruikte ik neutrale tinten en van zodra de hippiejaren kwamen, nemen ze wat meer kleur aan. Soms zei ik tegen mezelf dat ik het te moeilijk maak en dat er nog een ander palet uit te vinden is. Ik heb geprobeerd de uitdaging tot het einde vol te houden."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 29
Pierre Christin over het huis van Moses: "Het heeft me veel moeite gekost om Moses' optrekje op Randall's Island te vinden. Mooi en weggestopt. Je merkt dat het wat mocht kosten. Het deed me denken aan het landhuis van Bruce Wayne. Je weet dat hij er ergens is... zonder goed te weten waar."

Olivier Balez over de punt van zijn potlood: "Het wapenschild komt van de beginperiode van het bedrijf Triborough Bridge and Tunnel Authority dat kort na de Grote Depressie, in 1933, was opgericht. Als documentatie gebruikte ik veel foto's. Geen van mijn vorige strips hebben zoveel diepgang als Moses. Voor de architectuur mocht ik gene fouten begaan. Ik heb geprobeerd om zo dicht mogelijk bij het personage en de stad te komen. Voor Moses moest ik me ontdoen van mijn documentatie, ik moest afstand nemen, tot er uit de punt van mijn potlood het visuele beeld dat ik van hem had uit vloeide. Ik heb gegpoogd om zijn tics te behouden, zijn houdingen zoals zijn gekruiste armen."

Pierre Christin over Moses' politieke carrière:
"Moses kende een lang en gecompliceerd leven. Ik heb dat vereenvoudigd. Hij heeft zich aan politiek gewaagd: een bominslag. Al zijn kwaliteiten van man in de schaduw keerden zich tegen hem. Kwetsbaar en onverdraagzaam overkomen, zelfs als men briljant is, werkt niet in de politiek."

Pierre Christin over abstracte onderwerpen: "Sommige episodes uit zijn carrière zijn grappig en geschift waar het zijn relatie met de politiek betreft, ze kunnen een boek vullen. Maar een stripverhaal is geen ideaal medium om abstracte onderwerpen zoals politiek en economie te behandelen. In een strip heb je vaart nodig, er moet iets gebeuren..."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 32
Pierre Christin over de New Yorkse geest: "Dit zijn twee werkelijk magnifieke pagina's! Dit is echt de New Yorkse geest in het hart van Oliviers werk."

Olivier Balez over de bruggen: "Bovenaan staat de Robert Moses Causeway Bridge. Onderaan de George Washington Bridge die niet door Moses was ontworpen, ook al droomde hij ervan. Ik heb er niet naar geijverd om de brug vanuit een ander standunt te tekenen. Uit de twee of drie foto's uit de juiste periode heb ik deze gekozen die me het interessantst leek, die me het meest plezier zou geven om te tekenen. Soms is het standpunt van belang. Onderaan teken ik de monumentaliteit van de brug die door de kleinheid van de wagens wordt gaccentueerd."

Olivier Balez over het ongeluk:
"In de middenprent staat een ongeluk. Het leek me interessant om het discours van Moses te onderlijnen die er op drukte dat dankzij zijn autowegen veel ongelukken vermeden raakten. Hier zien we een aanrijding tussen een wagen en een tram. Op andere foto's uit deze periode ontdekken we op de wegen paarden en soms een ongelofelijke menigte."

Olivier Balez over visueel geheugen: "Er bestaat veel documentatie uit deze periode. Des te beter! Ik heb geen intens visueel geheugen zoals sommige collega's die erin slagen om bijvoorbeeld een tractor uit het geheugen te kunnen tekenen. Ik heb het moeilijk om zoiets te tekenen als ik geen voorbeeld voor me heb. Bovendien is het een New York uit een ander tijdperk. Ik moest nagaan welke gebouwen er stonden. In New York heeft men al altijd afgebroken en gebouwd. Een keer ik de juiste info had, moest ik enkel nog het juiste standpunt kiezen. Het spel kon beginnen, ik voelde de drang om het New York uit deze periode bijna fotografisch te benaderen."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 33
Olivier Balez over een frustratie: "Hier is er geen Vrijheidsbeeld of Brooklyn Bridge te zien... Pierre liet ons een veeleer onbekend New York ontdekken, zonder een stad te willen tonen om die aan ons op te dringen. Ik had me nochtans geamuseerd mocht ik die iconen kunnen tekenen. Vandaar dat ik toch een beetje gefrustreerd was. Maar dat was de afspraak vanaf het begin."

Olivier Balez over de gebouwen: "Pierre had het wel voor deze gebouwen. Ik kende ze want ik huurde een appartement in deze wijk. Het enorme van het complex en de kleur van de gebouwen trok toen mijn aandacht."

Olivier Balez over de silhouetten:
"Wanneer ik voorstelde om de personages als silhouetten te tekenen, vond Pierre het idee ontroerend. Ik voelde aan dat hij wat afstand wilde nemen van de uitgezette mensen. Ik wilde geen enkele bevolking stigmatiseren. Door geen gezicht of kleur te tonen, ben je eerder geneigd om vooral de wreedheid om hele families uit hun huizen te zetten voor een andere, onzekere bestemming. De scène speelt zich tijdens de schemering af."

Olivier Balez over wegkijken: "Ik ween gemakkelijk. Maar ik hou niet van tearjerkers in de bioscoop. Ik schat regisseurs hoog in die een manier vinden om te vertellen zonder het te tonen. In Taxi Driver was er bijvoorbeeld een scène waarin De Niro iemand opbelt, en Scorsese glijdt met zijn camera naar het einde van de gang in plaats van De Niro te tonen die slecht nieuws te horen krijgt. Dat zou iemand doen als hij naast De Niro stond. Je zou je blik afwenden omdat je geen deel wil uitmaken van de pijn. Bij het bekijken van onze prent is er ook een voorkeur om weg te kijken."


Fred over Philemon 17
10/09
TOP
Onderstaande bijdrage van Bertrand Dicale verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 56H van februari 2013.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 28
Over gerechtvaardigd absurdisme: "De logica moet onwrikbaar zijn om het absurde te rechtvaardigen. Alleen zo kan men het absurde geloven. Beeld je in dat er iemand aan de deur belt. Je doet open. Het is een locomotief: 'Wat wilt u? — Ik heb water nodig voor mijn stoomketel. — Kom binnen.' Alls moet verantwoord zijn: je aanvaardt dat de locomotief aan de deur belt omdat hij water nodig heeft. Vanaf dan werkt alles."

Over de Lokkoppootjes: "Zo gaat het bij mij: ik moet er zelf in geloven opdat het werkt. Ik vertel niet zomaar iets, maar voordat ik hem begon te tekenen had ik me geen locomotief op pootjes voorgesteld. Dat gebeurde tijdens het tekenen. De Lokkoppootjes heeft geen rails en hij gaat waar hij heen wil gaan. Hij had een bijzondere brandstof nodig: de droomstoom. Er moet dus een verhaal verteld worden en dat verhaal vergt een stoom die de locomotief doet werken."

Over de machinist-uitgever:
"Iemand vroeg me of de machinist geen uitgever was, mijn uitgever. Daar had ik nooit aan gedacht. Als ik erover had nagedacht durfde ik hem niet te gebruiken. Ik analyseer niet spontaan mijn verhalen, dus ik denk niet aan alles. Die kerel verlangt verhalen en daarna zegt hij dat ze nergens op lijken. Dààr moet die vergelijking dus vandaan komen!"

Over omgekeerd functioneren: "Mocht ik zo'n dingen overwegen, zou dat me blokkeren, het zou verstrengelen met andere zaken en me op zijwegen brengen... In feite functioneer ik omgekeerd: een keer het is geschreven — en zelfs gedrukt — besef ik wat ik heb gemaakt. Niet eerder. Doorgaans denkt een schrijver na vooaleer te schrijven. Bij mij is het omgekeerd."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 29
Over Philemons debuut: "Philemon is 15, misschien 16 jaar. Hij heeft een heel jeugdig gezicht. Zijn eerste verhalen verschenen in Pilote. Ik wilde dat de jonge lezers zich met het personage konden identificeren. Philemon verscheen dus toen ik bij Pilote kwam. In het eerste verhaal (opgnomen in Avant la Lettre, red.) hypnotiseert een man de inwoners van een dorp om van hen artiesten te maken voor zijn circus. Maar de lezers waren in de war door de tekeningen en het verhaal. Ik maakte vervolgens een ander verhaal met Philemon. Zelfde probleem. Nochtans was ik er zeker van dat mijn verhalen goed waren en dat de lezers zich vergisten. Goscinny (toenmalig hoofdredacteur van Pilote, red.) stelde me gerust en zei me dat de lezers gewoon moesten raken aan mijn tekeningen."

Over De Drenkeling van de A:
"Ik schreef veel. Op een dag bracht ik zeventig pagina's mee die ik op een maand schreef voor andere tekenaars. Verhalen van twee, vier of zes pagina's. En De Drenkeling van de A telde er 28, een gangbare lengte in die tijd. Het hele verhaal van de waterput en de letters in de Atlantische Oceaan was er. Goscinny vond het formidabel: 'Aan wie geven we dit? — Aan niemand. Een verhaal zoals dit, wil ik niet afgeven, of ik het bij u publiceer of elders.' Hij aanvaardde het."

Over Philemons echte start: "Op het einde van de voorpublicate schreef een achtjarige lezer naar Pilote: 'Zo'n mooi verhaal, maar ik ben verdrietig omdat de putgraver niet met Philemon terugkwam uit de put.' Ik dacht meteen: daar is het vervolg van het verhaal. Ik toonde de brief aan Goscinny die me zei: 'Vooruit dan.' Ik liet Philemon opnieuw vertrekken op zoek naar Bartholomee. Vanaf dan begon eigenlijk alles."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 30
Over handen: "Een kind zet zijn vingers zo en speelt met zijn hand, hij maakt er een personage van dat galoppeert, springt, vecht met een andere hand. Handen zijn erg moeilijk om te tekenen in een stripverhaal, velen doen het verkeerd. Ik heb schriften volgetekend voordat ik goed handen kon tekenen. Op een dag plaatste ik een personage naast een hand en dat werd een olifant, een dier, een Manu-Manu. Dat was uiteraard niet voorzien, dat gebeurde na verloop van tijd."

Over linker- en rechterhand: "De Manu-Manu is een linkerhand. Ik ben rechtshandig. Ik kan mijn rechterhand niet tekenen want dat is degene waarmee ik teken. Anders zou ik mijn linkerhand in een spiegel moeten bekijken, of in spiegelbeeld opnieuw tekenen op een lichttafel of een raam. En zo werd de linkerhand een rechterhand. Simpel, hé?"

Over een fout:
"Bij het doorbladeren van een album viel mijn oog op een personage met twee linkerhanden. Een reden om zelfmoord te plegen! Nu ja, bijna. Toen zag ik dat het een inkleurfout was: het personage achter hem droeg een hemd in dezelfde kleur en de tweede linkerhand kon de zijne geweest zijn. Ik leidde eruit af dat ik me al die jaren nooit had vergist bij het tekenen."

Over collages met gravures: "Ik gebruik al collages van oude gravures in mijn strips sinds Hara-Kiri (een in 1960 opgericht Frans stripblad, red.). Ik ben niet echt ordelijk en ik klasseerde niet alles netjes in mappen. Ik hield hopen zaken ineens bij en gebruikte ze wanneer ik er bij toeval op kwam. Maar het binnenste van een tunnel der verbeelding zou niet mogelijk kunnen zijn met dit licht van een kathedraal. De tekst zegt dat er een kat ligt te soezen boven de lege bankjes. En hij is er. Maar ik kan me helemaal niet herinneren waar de gravure vandaan komt "

TOEKOMST
Te Verschijnen
Op Stapel
Compleet