Daedalus Don Lawrence Collection Saga Uitgaven  
 
De Commentator

Toegevoegd op 17 januari:
Laurent Verron over Ze Noemden Hem Rooie

Toegevoegd op 30 december:

Griffo over S.O.S. Geluk seizoen 2 1

Toegevoegd op 23 december:

Griffo over Giacomo C. 16

Toegevoegd op 16 december:

Philippe Jarbinet over Airborne 44 7

Toegevoegd op 13 december:

Paul Cauuet over Krasse Knarren 4

Toegevoegd op 9 december:

Gerben Valkema over Suske en Wiske: Cromimi
De volgende auteurs leverden ook al bijdragen. Klik op hun naam om verder te gaan naar hun afzonderlijke pagina:
Ivan Adriaenssens
Pierre Alary
Sytse S. Algera
Alex Alice
Christophe Alliel en Aurélien Ducoudray
Jesús Alonso en Olivier Visonneau
Anlor
Mohamed Aouamri
Dimitri Armand
Jean-Michel Arroyo

Laurent Astier
Antoine Aubin en étienne Schréder
Virginie Augustin
Philippe Aymond
Denis Bajram
Balak
Olivier Balez en Pierre Christin
Alessandro Barbucci
Jean Bastide
Raphaël Beuchot
Batem en Colman
Kristof Berte
Philippe Berthet
Georges Bess
Lük Bey
Enki Bilal
De Blauwbloezen
Frédéric Blier
Olivier Boiscommun
Matthieu Bonhomme
Cyril Bonin
François Boucq
Tom Bouden
François Bourgeon
Marc Bourgne
Enrique Breccia en Xavier Dorison
Daniel Brecht
Ken Broeders
Frédéric Brrémaud
Brüno
Max Cabanes
Charel Cambré
Barbara Canepa
Theo Caneschi
Paul Cauuet
Lounis Chabane
Jean-Christophe Chauzy
Didier Conrad en Jean-Yves Ferri
Luc Cromheecke
Criva en Verhast
Robbert Damen
Sébastien Damour
Frodo De Decker
Nicolas de Crécy
Erik de Graaf
Aimée de Jongh
Philippe Delaby
Marissa Delbressine
Jean-Yves Delitte
Marc de Lobie
Thierry Démarez
Philippe Delzenne
Pieter De Poortere
François Dermaut
Maarten De Saeger
Jorg de Vos
Lode Devroe
Geert De Weyer
Bruno Di Sano
Terry Dodson
Thomas Du Caju
Kim Duchateau
Bruno Duhamel
Ersel
Chris Evenhuis
David Felizarda Real
Adrien Floch
Philippe Francq
Fred
Paul Gastine
Philippe Gauckler
Bruno Gazzotti
Christian Gine
Antoine Giner-Belmonte
Thierry Girod
Carlos Gomez en Arnaud Delalande
Eugeen Goossens
Mars Gremmen
Olivier Grenson
Griffo
Juanjo Guarnido
Richard Guérineau
Hardoc
Alain Henriet
Hermann
Eric Heuvel
José Homs
Hub
Romain Hugault
Miles Hyman
Zoran Janjetov
Jeroen Janssen
Philippe Jarbinet
Iouri Jigounov
Jim
Milan Jovanovic
André Juillard
Nicolas Keramidas
Kerascoët
Patty Klein
Hanco Kolk
Jean-Charles Kraehn
Hugues Labiano
José Ladrönn
Juan Louis Landa en Sandro Raule
Mathieu Lauffray
Christian Lax
Olivier Ledroit en Thomas Day
Hec Leemans
Marc Legendre
Jérôme Lereculey en David Chauvel
Simon Léturgie
éric Liberge
Ingrid Liman
Willy Linthout
Régis Loisel
Régis Loisel en Jean-Louis Tripp
Stéphane Louis
Vincent Mallié
Milo Manara
Wauter Mannaert
Fabio Mantovani en Philippe Nihoul
Frank Margerin
Enrico Marini
Marmus
Marvano
Scott McCloud
Fabrice Meddour
Merho
Ralph Meyer
Mezzo
Gilles Mezzomo
Guy Michel en Arnaud Delalande
François Miville-Deschênes
Arno Monin
Thimothée Montaigne
Romano Molenaar en Jorg de Vos
Jean-Louis Mourier
José-Luis Munuera
Federico Nardo en Pierre Makyo
Viviane Nicaise
Peter Nuyten
Tiburce Oger
Minck Oosterveer
Danker Jan Oreel
Marcel Pagnol
Joël Parnotte
Frank Pé
Cyril Pedrosa
Frederik Peeters
Patrice Pellerin
Claude Pelet
Rubén Pellejero
Philippe Pellet
Régis Penet
Jérémy Petiqueux
Nicolas Petrimaux
Federico Pietrobon
Didier Poli en Robin Recht
Jean-Michel Ponzio
Francis Porcel
Bart Proost
Mike Ratera
Riff Reb's
Reno
Mathieu Reynès
Roberto Ricci
Willem Ritstier
Grzegorz Rosinski
Christian Rossi
Marcel Rouffa
Corentin Rouge
Kenny Rubenis
Marcel Ruijters
Paul Salomone
Riad Sattouf
François Schuiten
Olivier Schwartz
Stéphane Servain
Christophe Simon
Benoît Sokal
Kristof Spaey
Benoît Springer
Naomi J. Strijdonk
Roman Surzhenko
Yves Swolfs
Olivier TaDuc
Jirô Taniguchi
Jacques Tardi
Paul Teng
Marlon Teunissen
Béatrice Tillier
Lewis Trondheim
Albert Uderzo
Gerben Valkema
Sylvain Vallée en Fabien Nury
Steve Van Bael
Rob van Barneveld
Rob van Bavel
Daniel van den Broek en Ivan Claeys
Robert van der Kroft
Wilbert van der Steen
Michiel van de Vijver
Maarten Vande Wiele
Jean Van Hamme
Hans van Oudenaarden
Jos Vanspauwen
Olivier Vatine
Dan Verlinden
Vincent
Bastien Vivès
Thomas von Kummant
Colin Wilson
XIII Mystery
Bernard Yslaire
Zep
open brieven
 
Laurent Verron over Ze Noemden Hem Rooie
17/01
TOP
Ze Noemden Hem Rooie
Onderstaande bijdrage van Sophie Bogrow verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 109 van december 2017.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 31
Ze Noemden Hem Rooie
Over de rustpauze: "Het scenario voorzag deze bijna tekstloze, dubbele pagina waarop we in het spoor van Rooie de indruk krijgen dat we vrijuit flaneren op het schip. Het is het soort scènes waar ik graag bij stilstond in mijn jeugd... Ik stelde Yves voor om die tijd uit te trekken, om de lezer een adempauze te geven. De oorspronkelijke versie was veel compacter. Uiteindelijk is het album bijna tachtig pagina's dik in plaats van zeventig. Ik denk dat het zo goed is."

Over authenticiteit: "Eetzalen, kajuiten, een verbazingwekkend moderne gymzaal, boksgevecht op het dek... behalve de boeken die Yves me uitleende en het internet beschikte ik over veel foto's van de authentieke oceaanstomer Île-de-France. Ik hoefde dus nauwelijks vals te spelen. Voor enkele ontbrekende details, zoals de brug, of de motoren die het roer aandreven, redde ik me door me op andere schepen te baseren."

Over improvisatie: "Het watervliegtuig bezorgde me het meeste last. Hij was kort in dienst en bruikbare foto's zijn zeldzaam. Hoe waren de katapult en het lanceringsplatform bevestigd op het achterdek? Waar leek de open cockpit op (ik ben zelfs niet zeker dat er in werkelijkheid plaats was voor twee)? Ik geef toe dat ik hiervoor nogal heb geïmproviseerd."

Over de uniformen: "Rob-Vel heeft lichtjes het uniform van de bell-boys veranderd: rode broek in plaats van zwarte, vereenvoudiging van de knopen,... Ik heb de broek behouden, maar de drie reglementaire rijen met knopen teruggebracht."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 32
Ze Noemden Hem Rooie
Over verandering van lucht: "Toen Yves me belde, las ik ook net volop Le Véritable Histoire de Spirou (de boekenreeks van Christelle en Bertrand Pissavy-Yvernault over Robbedoes, red.) Een teken van het lot! Ik had verandering van lucht nodig. Na veertien jaar en tien albums van Bollie en Billie, een product met strakke deadlines, draaide ik rondjes tussen het huis, de tuin en de haag."

Over warm lopen: "Ik nam aan dat het om een echt Robbedoes-album ging en daar liep ik niet warm voor! Roba opgeven om in de schaduw van Jijé, Franquin, Fournier, Janry te gaan staan... nee, bedankt, ik kon niet voorkomen met hen vergeleken te worden."

Over bloedlijn: "Om terug te keren naar een meer realistische tekenstijl, aangepast aan dit tragikomische verhaal, moest ik de reflexen kwijtspelen van de bloedlijn van Franquin, Uderzo of Roba, die me bijvoorbeeld de theatrale overdrijving van houdingen of de verrassing aanleerde. Nu val je letterlijk in het tegenovergestelde. Ik heb veel papier volgetekend om terug te keren naar een meer natuurlijke en subtiele stijl. Hoe dan ook blijven er nog sporen van die codes over, zoals de bewegingslijntjes. Ik probeer ervan af te raken!"

Over instinct: "Ik werk instinctief, zonder lat of rekenmachine. Ik doe alles op het oog: kikvors- en vogelperspectieven, bochtige gangen, ingewikkelde trappen. Het gebeurt weleens dat ik het verknal. Maar het blijft dynamischer en plezanter dan een grasperkje in Bollie en Billie."

Over een knipoog: "Noot voor oplettende cinefielen: de filmaffiche in prent 6 is die van Frau im Mond, een sf-film van Fritz Lang uit 1929, een van de laatste Duitse stille films."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 33
Ze Noemden Hem Rooie
Over reële personages: "Ik ben niet zo tevreden over het personage Rob-Vel die ik zo goed mogelijk heb gestileerd op basis van enkele foto's. Een karikatuur naar een bewegingsloos portret is altijd moeilijk. Reële personages met pure fictie mengen is net zo moeilijk. Sommige personages, zoals de kapitein, zijn gaandeweg beter geworden, Rob-Vel helaas niet."

Over de schetsen van Rob-Vel: "Robert Velter tekende veel als hij op zee voer en een deel van zijn schetsen is gereproduceerd in de integrale van zijn Robbedoes-strips, onder meer de groom die een gans wurgt. Die heb ik hier gekopieerd in zijn schetsboek. We weten ook dat hij soms de menukaarten aan boord illustreerde."

Over details: "Yves beschreef heel nauwkeurig al zijn personages, zelfs de bijrollen. Ik weet waar ze vandaan komen, wat ze doen in hun leven. Een luxehoeveelheid details waar ik vragende partij voor was. Er is nooit te veel informatie. Op basis daarvan put ik uit mijn schetsboeken (met vluchtige silhouetten of schetsen die ik op straat maakte), of ook uit een map waarin ik foto's verzamel van interessante 'smoelen'."

Over teksthoeveelheid: "Er staat veel tekst in het scenario van Yves. Zijn betoog is dat als je de lezer meer te lezen geeft, hij door het tragere leestempo ook meer de tekeningen bewondert. Maar het is soms een kopzorg om alles erin te krijgen! Ik plaats de tekstballonnen in de eerste versie van de potloodtekeningen en ik schik ze definitief wanneer de lettering wordt uitgevoerd (handmatig, zoals Roba)! Het resultaat bevalt me niet altijd, hier bijvoorbeeld stoort me de enorme lap tekst in prent 3 tussen de personages."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 34
Ze Noemden Hem Rooie
Over Juliette: "Juliette maakte het me moeilijk. Dertien-veertien jaar is een moeilijke leeftijd, tussen een kind en een jong meisje. Maar ik heb haar graag getekend. Ze werd snel even belangrijk als Rooie. Ik heb me toegespitst op alle houdingen en expressies door veel voorstudies te maken (ze staan in de luxe-editie die in het Frans in januari verschijnt). Yves is compleet verliefd geworden op onze Juliette. We vinden haar dus terug in volgende avonturen."

Over vintagekleuren: "Ik bedenk mijn tekeningen altijd in zwart-wit. De inkleuring volgt achteraf, uitgevoerd met ecoline op de oude manier op blauwdrukken. Ik kan helemaal niet overweg met computers. Zelfs om een prent te veranderen op een plaat, haal ik er een snijmes en lijm bij. Ik ben er niet helemaal tevreden over, maar ik sta achter mijn ietwat vage kleurtinten die er een vintage look aan geven."

Over gebruiksvoorwerpen: "Bovenop mijn puntig penseel met marterharen heb ik voor het inkten van dit album een heel gamma voorwerpen gebruikt: botte scheermessen die een beetje vuile lijnen geven, watjes, sponzen, doek, een oud penseel dat zijn haren verliest, een tandenborstel om golven te besproeien met witte plakkaatverf. Opwindend."

Over het silhouet: "Het zwarte silhouet in de laatste prent is een heel efficiënte keuze, maar het is niet altijd zo simpel om een bewegend figuur te tekenen. Het geheim is om eerst het normaal belichte personage te tekenen, bijna tot de vestknopen toe, en het dan zwart te maken als hij op punt staat. Alleen maar een silhouet komt niet altijd over. Conclusie: voorstudies, en nog voorstudies!"


Griffo over S.O.S. Geluk seizoen 2 1
30/12
TOP
S.O.S. Geluk seizoen 2 1
Onderstaande bijdrage van Sophie Bogrow verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 108 van november 2017.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 15
S.O.S. Geluk seizoen 2 1
Over een update: "Ik had al langer zin om dit verhaal weer op te pikken. Het was in 1983 mijn eerste serieuze contract. Er was volgens mij een update nodig. Al wat Jean Van Hamme indertijd voorspelde, is min of meer uitgekomen: de universele sociale zekerheidkaart, ideologische censuur onder het mom van marketing, enzovoort. Voor een lezer van nu is de eerste cyclus nauwelijks futuristisch."

Over levensduur: "Ik heb Van Hamme bijna gestalkt, maar er was niets aan te doen. Voor hem is het hoofdstuk afgesloten. Misschien was het niet zijn beste herinnering, gezien het eerst voor tv was bedoeld en het na afwijzingen in een lade belandde. Nochtans bewees het onmiddellijke succes, sinds de publicatie in Robbedoes, dat het onderwerp niet 'te zwaar was voor de jeugd'. De lange levensduur is zelfs verrassend, dat merk ik aan de auteursrechten die ik maar blijf opstrijken."

Over mode: "Het verhaal was van bij het begin een mix van retro-, hedendaagse en futuristische elementen. Ik had alles wat in de jaren 1980 te modieus was vermeden: lange haren, olifantenpijpen, disco... Prima intuïtie, want de eerste S.O.S. Geluk is niet verouderd en ik vind er nog steeds aansluiting mee."

Over kunst: "Belgische lezers herkennen misschien het Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen. Als student woonde ik er vlakbij. Op uitdrukkelijke vraag van Stephen Desberg introduceerde ik er wat Australische aboriginalkunst in. Een schilderij dat ik op internet vond, komt min of meer overeen met de interpretatie die het personage eraan geeft. Het is op de grens van het abstracte, of zelfs psychedelische hallucinatie!"


COMMENTAAR BIJ PAGINA 16
S.O.S. Geluk seizoen 2 1
Over de stad: "Bijna alle gebouwen die ik teken bestaan, inclusief de futuristische gebouwen. Ik heb ze voor de chique wijken bewaard. Maar ik meng plaatsen als Parijs, Brussel, New York, enzovoort. Mijn stad is een grote collage die onmogelijk valt te situeren in tijd en ruimte."

Over wagens: "Zoals veel tekenaars heb ik een zwak voor oude wagens — de Tractions, de 2CV, de 4L, het Volkswagenbusje of het bestelwagentje van Citroën met de golfplatencarrosserie... In dit retrofuturisme kan ik mijn hartje ophalen. Mijn favoriet blijft de DS (er zit er een in het album) die er nog steeds uitziet alsof hij van een andere planeet komt! Ik heb instinctief de neiging om Amerikaanse wagens voor de slechteriken te tekenen: grote, zwarte, bedreigende limousines."

Over kerk en staat: "Voor de sterke arm van de huwelijkspolitie voegde ik aan het Matrix-achtige uniform de Romeinse boord van geestelijken. Als herinnering aan de tijd dat ze het voor het zeggen hadden in onze maatschappij. Dat gold misschien wat minder voor Frankrijk dankzij de scheiding van kerk en staat. Maar wie in de jaren 1950 in Vlaanderen werk wilde krijgen, moest via de priester gaan. En in het Spanje van Franco knielde men nog steeds wanneer een bisschop passeerde."

Over truken: "In Franco-Belgische strips zijn haast geen bewegingslijntjes meer te zien. Ik gebruik net graag die grafische hulpmiddelen die eigen zijn aan ons medium — zoals het over elkaar plaatsen van een prent om een beving weer te geven. Ik vind het jammer dat ik niet onze hele trukendoos heb gebruikt. Is dat niet modern meer? Goed dan, laten we het er dan op houden dat ik aanleun bij de stijl van de jaren 1980."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 28
S.O.S. Geluk seizoen 2 1
Over hidjab: "Ik heb via tientallen handleidingen op YouTube bestudeerd hoe jonge moslima's hun hidjab omdoen. Het is een hele mode, een elegant spel, misschien zelfs gesofisticeerder dan de veronderstelde zedigheid van het accessoire! Laziza kwam voort uit een van die filmpjes."

Over architectuur: "Ik bezit een dik boek over stalinistische architectuur dat ik heb gekocht toen ik met Yves Swolfs aan Vlad werkte. Door ze te kruisen met de modernistische gebouwen uit de jaren 1950-1960 komen we aan een deprimerende, 'constructivistische' plek. Het 'deconstructivisme' behoud ik voor de mooie wijken vol afwijkende geometrie, bogen en zuilen."

Over slogans: "Om de sociale druk te benadrukken vond Van Hamme toepasselijke slogans uit over gezondheid, kunst, enzovoort. Desberg deed dat niet. Omdat ik die wilde behouden voegde ik in het decor oude Sovjetaffiches met herwerkte kleuren aan toe met de hulp van inkleurder Florent Daniel, die beter Photoshop beheerst dan ik."

Over filmreferenties: "Ik had graag het hele album in een gelige toon laten baden om de malaise te accentueren, zoals in de film Enemy. Films inspireren me veel voor de sfeer, de decors, de kleuren. Mijn harde schijf zit vol referentiefilms: van het verwoeste Sarajevo in Angelopolous (De Starende blik van Ulysses) over La Haine, Banlieu 13, Das Leben der Anderen tot komedies uit de seventies (Elle Court, Elle Court la Banlieu)."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 29
S.O.S. Geluk seizoen 2 1
Over zwart: "Het verhaal van Laziza is een van mijn favoriete. En het was het eerste van dit album dat ik heb getekend. Grafisch staat het dichter bij de eerste cyclus met een nogal lineaire tekenstijl. Later gaf ik geleidelijk aan meer belang aan zwart. Als ik ze al niet zelf inkleur, probeer ik mijn platen niet voor me te zien in kleur."

Over beton: "Waar ik woon, op mijn bergflank van een van de Canarische Eilanden, kan ik me makkelijker een benauwender stadsleven voorstellen en tekenen. Voor mijn venster groeit de natuur weelderig. In de stad, op elkaar gepakt, zonder hemel en bomen, zou ik ongetwijfeld depressief worden! Hoewel ik twintig jaar in Brussel of Antwerpen heb gewoond, word ik elke keer weer getroffen door de eigenschappen van beton, wagens, mensen, vervuiling. Stadsbewoners zien niets anders!"

Over visies: "De visie van Van Hamme was veeleer wanhopig. Hoewel ik het einde van deel 2 nog niet heb ontvangen, is Stephens visie minder pessimistisch. Dat is ook een kwestie van de periode. We kunnen ons pessimisme veroorloven wanneer het goed gaat, zonder terroristische of economische dreiging. Maar als het slecht gaat, hebben we hoop nodig. Hollywood produceerde zijn vrolijkste films tijdens de nasleep van de Grote Depressie."

Over een vervolg: "Op het vervolg van het tweeluik na is er momenteel geen sprake van een vervolg. Nochtans zou ik daar meteen voor tekenen! Er zijn nog zoveel thema's die ik graag zou behandelen: genetische manipulaties, het klimaat, de robotisering,... Als je er de technische evolutie sinds de jaren 1980 op naslaat, kunnen we ons in 2050 aan alles verwachten, hé?"


Griffo over Giacomo C. 16
23/12
TOP
Giacomo C. 16
Onderstaande bijdrage van Sophie Bogrow verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 107 van oktober 2017.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 16
Giacomo C. 16
Over Venetië: "Ik teken Venetië al dertig jaar, maar ik heb het enkele weken geleden pas voor het eerst met eigen ogen gezien. Ik geef toe dat ik ongerust was, ik vreesde dat de hordes toeristen en weerzinwekkend grote cruiseschepen mijn romantisch beeld zouden saboteren. In feite was het niet zo erg: de bezoekers gedragen zich en bij zonsopgang, rond vijf uur, is de stad voor jezelf. Wat een luxe! Het spijt me alleen dat ik er niet kon tekenen, ik zou snel omsingeld worden door een menigte!"

Over decors: "Ik stelde me tevreden met foto's, veel foto's. Ik moest elke steen, elke hoek van het Rialto in detail hebben, inclusief degene die je nooit in je documentatie vindt als je die nodig hebt. Ik had bijna alle decors uit de eerste vijftien albums kunnen herwerken en verbeteren. Het scenario van deel 2 ontving ik vanochtend, ik popel al om eraan te beginnen. Dat gebeurt over een maand... (dit interview werd afgelegd in september, red.)"

Over het bordeel: "Het bordeel waar Giacomo langsgaat, komt uit de vorige albums. In het echte Venetië staat het in de buurt van het Campo San Polo, een van de grootste plekken van de stad. Pikant detail: vandaag is daar de Venetiaanse zetel van de Guardia di Finanza gevestigd, de Italiaanse financiële douanebrigade."

Over drukte: "Er bestaat twijfel over alle interieurs, lijstwerk en beschilderde meubels uit deze periode. Ze zijn veel frivoler, meer rococo dan de Franse uit de achttiende eeuw. Die weelderigheid zou de achtergrond druk maken met het risico dat de personages erin verzuipen. Ik vereenvoudig het met enkele aquareltoetsen die dat allemaal suggereren zonder de tekeningen te zwaar te maken."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 17
Giacomo C. 16
Over de bordeelhoudster: "Jean Dufaux schreef deze scène door aan de bordeelhoudster uit de vorige albums te denken. Trouwe lezers zullen zich haar nog wel herinneren. Ze is zo goed als seniel, draagt een oude, scheve pruik en een dikke laag poeder op het gezicht... Ik zag haar zo vaak en ik voelde haar pas aan in die schalkse en ondeugende rol. Ik heb voorgesteld dat haar dochter haar opvolgde. Ze is rondborstiger, grappiger en heftiger!"

Over luchtigheid: "In het begin van de serie hadden we nooit zo'n aangebrande, nogal Felliniaanse scène durven brengen. We zijn verder geëvolueerd. Misschien komt dat door mijn karakter: de toon is luchtiger geworden... In Giacomo C. wisselen dramatische scènes zich af met komische waardoor ik naar het karikaturale wordt gedreven. En Jean visualiseert mijn scènes en voegt er nog meer humor aan toe."

Over kostuums: "Ik was aanvankelijk heel aandachtig voor vestimentaire details. Misschien te veel. Indertijd waren de mensen niet voortdurend op hun best gekleed! Ik heb ook begrepen dat ik de tekenstijl kon vereenvoudigen en moderniseren, op voorwaarde dat het in dezelfde toon blijft. Ik bekijk veel kostuumfilms en -reeksen, vaak met het potlood in aanslag: Casanova uit 2005, Mozart, The Red Violin, of series als Black Sails, Outlander, Turn, Harlots (over een oorlog tussen Londense pooiers). En nog andere."

Over snit en plooien: "Ik observeer de snit van kleren, maar vooral hoe ze erbij hangen. Hoe bewegen de wijde hemdsmouwen zich in de wind, hoe vallen de plooien van een jurk met baleinen als men gaat zitten of als men die opheft? Maar dan is het beter om alles uit te trekken!"


COMMENTAAR BIJ PAGINA 18
Giacomo C. 16
Over de brug: "Vroeger had Jean een plattegrond van de stad tot zijn beschikking. Nu red ik me met Google. Dit bruggetje bevindt zich achter de kerk Santa Maria Formosa. Niet echt op de juiste weg, maar kom. Ik hou van de vormen. Door het verticale beeld kan ik het pingponggesprek van de meester en de dienaar doorbreken. Jean houdt van dit soort komische effecten, maar het valt niet altijd mee er iets elegants van te maken."

Over schuimtochten: "Met mijn eerste contracten voor Giacomo C., Beatifica Blues en S.O.S. Geluk op zak kon ik op de Canarische Eilanden gaan wonen. Ik kon altijd terugkomen, mocht het niet lukken. Het lukte... Het resultaat is dat ik tot deel 15 zonder internet kon werken. Bij elk bezoek in Europa schuimde ik boekhandels en rommelmarkten af om boeken te zoeken of soms niet meer dan één of twee foto's te vinden. Jean en ik lossen het op door dezelfde boeken te gebruiken: 'Neem dat boek erbij op die pagina...'"

Over terugkerende personages: "De meeste terugkerende personages werden op het einde van de eerste cyclus geëlimineerd. Enkel dienaar Parmeno, met een karakteristieke, dus makkelijk te tekenen smoel, de slecht dichtende chef van de boeven — die in het volgende album weer opduikt en die ik wat zal herwerken — en Giacomo bleven over."

Over doorgronden: "Sinds het prille begin is onze verleider het moeilijkst te doorgronden en grafisch gelijk te houden. Een mooie jongen ontbreekt steunpunten. Bovendien is zijn karakter veranderlijk, nu weer dramatisch dan weer komisch, sensueel,... Deze keer heb ik 'm, ik voel me op mijn gemak met hem."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 19
Giacomo C. 16
Over altana: "De Venetianen noemen dit soort houten platformen op daken, die er wat uitzien als wachttorens, 'altana'. Ze laten de wind en de zon door. Naar verluidt klommen vrouwen er vroeger op om hun haren te drogen om hun gouden lokken te behouden. Er staan er quasi identieke op oude gravures en moderne foto's. Mocht Giacomo vandaag in zijn stad rondwandelen, zou hij zich niet gedesoriënteerd voelen!"

Over overzicht: "Op basis van het eerste beeld, dat ik op internet vond, waakte ik over het overzicht om de camera te kunnen draaien zoals ik wou. Maar ik maakte het me makkelijk door zoveel mogelijk de lucht te blijven tonen. Als de lezers zich focussen op de personages zullen ze er zelfs niet op letten."

Over de inkleuring: "Oorspronkelijk kleurde mijn vrouw de albums in op een traditionele manier op blauwdrukken. Na een tiental albums kreeg ik zin om wat meer rechtstreeks in aquarel te werken. Ineens wilde ze niet meer aan mijn platen komen, ze wist dat als ze zich er zou op teleggen, ik het toch allemaal zou veranderen. Moraal van het verhaal: nu doe ik al het werk, maar we zijn nog steeds samen!"

Over computerwerk: "Intussen leidt digitaal werken alles in goede banen. Ik werk nog altijd handmatig op glad papier, met fijn potlood en daarna Duitse, heel zwarte, waterdichte inkt tot de aquarelinkleuring. In geval van nood kan ik een prent herwerken op mijn plaat zonder erin te snijden of er papier op te kleven. Dat gebeurde twee of drie keer in dit album. De computer komt ook van pas om de tekstballonnnen te plaatsen: heel praktisch, want als ik verstrooid ben, komt het weleens voor dat ik tekst vergeet."


Philippe Jarbinet over Airborne 44 7
16/12
TOP
Airborne 44 7
Onderstaande bijdrage van Paul Giner verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 91 van december 2017.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 38
Airborne 44 7
Over documentatie: "Bij elk nieuw tweeluik van Airborne 44 creëer ik nieuwe personages en een historische context, daarna zoek ik heel veel documentatie waarvan ik maar 5% gebruik! Hoe zorg ik ervoor dat het allemaal bruikbaar is, hoe integreer ik het in mijn verhaal? Te oordelen naar het aantal fascinerende onderwerpen waarop ik stuit, voer ik als het ware een oorlog tegen mezelf."

Over empathie: "Ik moest empathie creëren met Aurelius, mijn hoofdpersonage dat voor de Waffen-SS werkt. Het is natuurlijk mogelijk om verwerpelijke personages te schrijven, maar ik wilde hem niet radicaal maken zodat je hem kan begrijpen. Hij stapt over naar de goede kant en kijkt terug op een rotverleden. Daarom probeert hij zich te laten pakken door de jonge soldaat Jörg door het over zijn eigen leven te hebben."

Over Jörg: "De vijftien- of zestienjarige Jörg heeft geen zin soldaat te zijn. Als deserteur laat hij zijn haren groeien. Hij zag al zes maanden geen kapper. In tegenstelling tot Aurelius liet hij zich niet onderwerpen en maakte hij niet dezelfde fouten. Jörg is het makkelijkst te tekenen, ik hou het meest van hem in dit verhaal, ongetwijfeld omdat hij qua karakter op me lijkt."

Over amuseren: "Ik heb me niet erg geamuseerd met het tekenen van dit verhaal dat nogal bindend was. Dat vereiste het gekozen uitgangspunt van het verhaal. Ik ga geen verhaal met vliegtuigen vertellen alleen maar omdat we weten dat zulke verhalen goed verkopen."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 39
Airborne 44 7
Over vrouwenhoofden: "Solveig moest tegelijk knap zijn en verschillen van Gabrielle, die ze in het eerste tweeluik ontmoette, maar ook van de andere vrouwelijke personages die daarna opdoken. Doorblader maar eens De As van de Katharen of de vorige albums van Airborne 44 om te zien dat ik een specifiek type vrouw in mijn handen heb. Ik moest me dus houden aan de voorstudies van de personages zodat ze hetzelfde hoofd zou hebben. Ik heb een natuurlijke aanleg om terug te vallen op een bepaalde consensus die ik beter beheers. Daarom heb ik haar haren afgeknipt."

Over de tatoeage: "In tegenstelling tot de soldaten van de Wehrmacht draagt de SS een tatoeage van hun bloedgroep onder de linkerarm. Dat merkteken bezorgde hun na de oorlog last, want daardoor raakten ze makkelijk herkend. Niemand liet zich bedonderen door een wonde of litteken op die plaats. Aurelius kan niet ontkennen dat hij deel uitmaakte van de SS."

Over opnieuw beginnen: "De schaduwen zorgen voor diepte en ruimte rond de personages. De rechtstreekse inkleuring is een soms delicate stap. Als ik niet in vorm ben, moet ik soms tot vier keer toe in mijn plaat snijden om een stukje papier te vervangen door een ander. Het volstaat te kijken naar de achterkant van mijn platen om te zien welke complete prenten zijn vervangen. Fouten maken is normaal, ook al overkomt me dat minder en minder. Soms hou ik niet van wat ik heb gemaakt, maar ik begin niet opnieuw. Ik moet loslaten, vooruitgaan!"


COMMENTAAR BIJ PAGINA 40
Airborne 44 7
Over specialisten: "Geen enkele grote specialist kon me informatie geven over de jaagtas van de Sonderführer, burgerwetenschappers die voor de Luftwaffe werkten. Ik bedank Fabrice Le Hénanff om me uit te leggen dat de tas die ik toonde statistisch gezien een versie is die het dichtst het origineel benadert. Er bestonden erg veel uniformen en verschillende rangen! Zelfs met de hulp van gespecialiseerde websites was het moeilijk om zeker te zijn, want de grootste kenners zijn discreet en tonen foto's van hun collecties niet op internet uit vrees dat het sommigen op verkeerde ideeên brengt. Bij mijn vriend Philippe Gillain is anderhalve maand geleden zijn volledige verzameling gestolen (een collectie van vijfduizend uniformen, insignes, hoofddeksels, enzovoort voor een geschatte waarde van 1.500.000 euro)... Voor hun eigen goed laten ze zich niet opmerken."

Over uniformen: "Duitse militairen, die altijd wat stijf zijn, zijn extreem vervelend om te tekenen. Zelfs aan het einde van de oorlog hechtten ze zich aan hun uniformen. Het tegendeel van de Amerikanen met hun rommelige uniformen. In een museum kleedde ik een volledige mannequin aan, ik liet hem bewegen en maakte er foto's van."

Over de lettering: "Ik letter graag mijn dialogen met de hand, rechtstreeks op de originele platen. Dat levert soms problemen op, want als er een pennetje kapot is, heeft het volgende zelden dezelfde souplesse. Vandaar het verschil in dikte van sommige letters in het album (de Nederlandstalige versie werd digitaal geletterd, red.). Een digitale lettering, ook als die het handschrift van de tekenaar is, is constant, het is alsof stemverbuigingen plots verdwijnen."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 41
Airborne 44 7
Over onderzoek: "Mijn verhaal speelt zich af in het massief van Harz, een soort grote bult van veertig bij tachtig kilometer in het centrum van Duitsland. Omdat het voor de Russen en de geallieerden de minst toegankelijke plek was, bouwden de nazi's er het kamp van Dora-Mittelbau in 1943 waar de V2-raketten werden gebouwd. Om de landschappen af te wisselen, wilde ik enerzijds de helling tonen en anderzijds de vallei. Ik ben drie dagen naar Duitsand gereisd om er onderzoek te doen. In het centrum van het land, dat heel Germaans-Duits is, lijkt de buitenwereld veel verder. Daar zijn geen Engelsen of Fransen te zien. En je treft er heel oude mensen in hotels."

Over het jachtvliegtuig: "In de laatste prent staat het wrak van een Amerikaanse P-57-jachtvliegtuig. Die vliegtuigen vlogen boven Duitsland, maar het is niet duidelijk wat ze in die streek deden. Als een soort decoratie ontwikkelden alle luchtvaarteenheden hun eigen logo's en beschilderingen zodat we aan het einde van de oorlog niet meer weten wie wat deed."

Over hetzelfde: "Een honderdtal platen van de reeks zullen tentoongesteld worden op het BD Boum-festival van Blois. Als ik ze naast elkaar zie hangen, zie ik vooruitgang. Ik leer bij, ik schaaf meer en meer bij tot op het punt dat ik bang ben te blokkeren, dat ik niet meer zou kunnen opschieten. Mijn materiaal is nog steeds hetzelfde. Ik gebruik onuitwisbare viltstiften en werk op hetzelfde papier. Omdat het nu niet meer bestaat, heb ik alle papierhandelaars die ik kon vinden geplunderd. Ik heb nog negentien blokken. Het hoeft niet gezegd dat ik geen zin heb te veranderen!"


Paul Cauuet over Krasse Knarren 4
13/12
TOP
Krasse Knarren 4
Onderstaande bijdrage van Sonia Déchamps verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 109 van december 2017.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 20
Krasse Knarren 4
Over verlaten: "Daar zijn Antoine en Pierre, maar Emile is er niet bij. Deze drie zeventigers en ik verlaten elkaar niet meer, behalve een halfjaar tussen de delen 3 en 4. Wilfrid Lupano was nog niet klaar en ik had zin in een pauze. Ons ritme is stevig, ik doe niets anders."

Over het platteland: "Mijn bejaarden worden altijd geholpen door jongere leden van het collectief uit Parijs. Op logistiek en praktisch gebied gaat het om een 'militaire' operatie. Ze hebben een bepaald idee over het platteland. Ik vond het prettig om opgetrokken sokken, sandalen, korte broeken en trainingspakken te tekenen. Ik probeerde me voor te stellen hoe ze zich op het platteland voortbewegen."

Over Kurdy: "Het is zomer. Het zal warm zijn. Wilfrid beschreef voor Pierre een GI-helm en een Hawaïhemd. Dat is eens wat anders dan de rode trui die hij al drie albums droeg. De helm is een hommage aan Kurdy, de vriend van Hermanns Jeremiah. Ik dacht aan hem toen ik Pierre tekende. Voor De Zeboe wilde Wilfrid talloze medailles en lintjes. En dat hij belachelijk zou zijn, compleet van de kaart."

Over doseren: "Tegenover deze dubbele pagina (pagina 20 en 21) met de bus vol grafische details was contrast nodig, rustpauzes, het gras, de hemel, het bos. Het was niet nodig om die achtergronden gedetailleerd uit te werken. Het belangrijkste zijn de personages, de bus en de dialogen. Er moet dus gedoseerd worden."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 21
Krasse Knarren 4
Over de bus: "Ik heb m'n oude bus aangepast à la Mad Max in een versie van het collectief Ni Yeux Ni Maître: met logo's, opschriften, een zeef, bloembakken,... Arno Nimousse, die uit de bus stapt, is het stereotype van de nerd, van de absolute geek uit Parijs. Hij heeft nooit een voet gezet op het platteland. Hij spuit overal insecticide om zich heen terwijl hij geacht is een insect te komen redden, de Getande Tovenares."

Over Sophie: "Sophie, die achter Antoine is te zien, brengt frisheid en sensualiteit. Ze is heel naturel en het soort meisje dat je elke dag tegenkomt. Ze is geen pin-up of femme fatale, ze heeft haar eigen karaktertje en is voor vooruitgang met steeds geweldige ideeën. Ik hou wel van haar zuiderse feelgoodkantje. Hier valt ze voor een jongen en ik het fragiele kantje dat ze zal krijgen, vind ik prettig. Ik ontdekte het verhaal van haar dochters vader tijdens het lezen van het scenario en ik voelde medelijden voor haar."

Over overacting: "Ik bewonder de films van de Coen brothers en hun voorkeur voor overacting. Ze vragen hun acteurs altijd een beetje verder te gaan dan wat doorgaans aanvaardbaar is in een moderne film. En het werkt. Zelfs in Miller's Crossing of Blood Simple. Dat register vinden we hier ook terug. We zijn openlijk komisch, maar een ernstiger gebeurtenis moet ook werken."

Over rimpels: "Na L'Honneur des Tzarom (een niet-vertaalde reeks van Paul Cauuet en Wilfrid Lupano waarvan twee delen verschenen in 2010 en 2011, red.) wilden we iets met oude personages maken. Ik droomde van hoekige gezichten vol rimpels. Kijk eens naar de laatste prent. Een rimpel accentueert een uitdrukking. Dus twee of drie rimpels... De aders, de vlekken op de handen... Dit is wat ik wilde tekenen."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 22
Krasse Knarren 4
Over opvolging: "Ik heb de actie gesitueerd in de buurt van Moissac, in de Tarn-et-Garonne, waar ik mijn kindertijd doorbracht. Ik heb er jeugdvrienden, een ervan is een plattelandsdokter die met pensioen ging zonder een opvolger te vinden. Hier is de dokterspraktijk voortgezet, dat is wat telt. Wilfrid is altijd verrast als hij ontdekt dat de actualiteit in zijn verhalen weerklinkt. Hij krijgt er niet genoeg van."

Over vertellen: "Als beginneling wil je altijd imponeren en iedereen verbluffen. Mijn eerste serie was heroïc fantasy, de tweede komische sciencefiction. Ik sloofde me uit om zo prachtig mogelijke platen te tekenen, met veel effecten en kleur. Daarna begreep ik dat dat allemaal nergens toe dient. Je kan niet van elke prent een schilderij maken. Je kan nooit iets beters maken dan een game of de trailer van een sf-film. Ik in elk geval niet. Ik sta ten dienste van het verhaal zonder ooit een komma van Wilfrid te veranderen. Mijn tekenstijl ontwikkelt zich per album. Ik probeer een goede verteller te zijn."

Over de inkleuring: "Ik ben begonnen met een vlakke inkleuring, zonder schaduweffecten. Het idee was om de tekening op de voorgrond te brengen. De inkleuring bedient het verhaal. Voor dit deel hield Guillaume Chuffart (alias Gom) zich bezig met de inkleuring. Daar heb ik zelf geen tijd meer voor! Hij heeft al de helft van deel 3 ingekleurd en baseerde zich op mijn werk. Het is zomer, de hitte en de lichte vochtigheid moesten te voelen zijn. Hij vond sferen die ik me niet kon inbeelden. Met vlakke kleuren kan je niet eindeloos kleurtinten op elkaar stapelen."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 23
Krasse Knarren 4
Over het kamp: "Voor ons kamp heb ik vooral gekeken naar foto's van Notre-Dame-des-Landes. Ik heb me geamuseerd met het tekenen van staalplaten, paletten, kratten, oude caravannen, was die hangt te drogen. Over het algemeen vraag ik Wilfrid me niet te veel te zeggen. Ik probeer het verhaal in één keer te ontdekken. Soms voorziet hij verschillende uitwegen voor het volgende album en als hij twijfelt, vraagt hij mijn mening."

Over bejaarde kijk: "Ik hou van de manier waarop de oudjes zich voorover bukken om de eieren van de Getande Tovenares te bekijken. Ik vond het leuk om me voor te stellen wat die half blinde bejaarden zouden zien van iets microscopisch klein."

Over het landschap: "Dit vierde deel speelt zich voornamelijk af op het platteland met veel velden en bossen. Het is een landschap dat ik goed ken uit de buurt van Moissac. Mijn ouderlijke huis is niet ver. Ik breng er soms mijn zomervakanties door. In deel 5 keren we terug naar Parijs. Er ligt een grote uitdaging te wachten."

Over oei-elementen: "Krasse Knarren is het grootste succes van Wilfrid, maar zijn grootste flop is onze vorige reeks. Nochtans hebben we ons goed geamuseerd met L'Honneur des Tzarom en de ruimtezigeuners. Met Krasse Knarren wilden we een verhaal maken dat iedereen zou kunnen lezen. Uitgevers waren niet meteen gewonnen. Een serie met bejaarden? Oei. Zit er 'knarren' in de titel? Oei. Bejaarden op de cover plaatsen? Oei. Maar uiteindelijk werden we heel goed onthaald bij Dargaud."


Gerben Valkema over Suske en Wiske: Cromimi
09/12
TOP
Suske en Wiske: Cromimi

COMMENTAAR BIJ PAGINA 16
Suske en Wiske: Cromimi
Over het ontstaan: "Dit project komt zoals veel van de spannende nieuwe strips van Standaard Uitgeverij uit het brein van Johan De Smedt. Hij kreeg een vertrouwensband met Yann, die vervolgens met veel zin aan een synopsis begon. Tijdens een lunch die ik had met Johan en Sven Denis (art director bij Standaard Uitgeverij, red.) gooiden ze een bom op tafel: of ik een volledig Suske en Wiske-album wilde tekenen, in mijn eigen stijl, op scenario van Yann. Zeg daar maar eens nee tegen! Met kippenvel op mijn armen zweefde ik terug naar huis."

Over de samenwerking met Yann: "Dat Yann een enorme fan van Vandersteen is, schepte een band. Ook ik ben gek op de klassieke Vandersteenverhalen, en we vonden elkaar al snel in favoriete scènes en grappen. Ik wist aanvankelijk niet wat ik kon verwachten van deze grote Franse stripscenarist, die ik bovendien ontzettend bewonder. Ik heb een enorme rij van zijn strips in mijn kast staan, van De Onnoembaren, Marsupilami en Gastoon tot de reeks Pin-Up en nog veel meer. Ondanks zijn grote naam was het ijs al vanaf de eerste minuut gebroken, Yann is een ontzettend aardige man! En getalenteerd, het was een genot om zijn scenario uit te werken. Ik vergeleek het vaak met een sappige biefstuk, waarin ik mijn tanden met smaak zette..."

Over ideeën uitwisselen:
"Yann stuurde zijn uitgewerkte scenario in gedeeltes door, ik volgde hem op door daar steeds ruwe lay-outjes van te maken. Ik had al snel door dat ik de vrijheid had hier en daar wat af te wijken als ik een beter idee had, net als ik met Eric Hercules doe bij het maken van Elsje. Yann is slechts geïnteresseerd in de beste grap, dus als ik iets leukers had, was dat nooit een probleem. Ik luisterde ook aandachtig naar zijn reacties op mijn schetsen, want er kwamen nog geregeld extra grapjes bij. Ik vond het een ideale samenwerking."

Over de Franse taal: "Yann spreekt Frans, ik spreek Nederlands. Mijn Frans is vrij beroerd, zijn Nederlands nog slechter. Gelukkig spreken we alle twee Engels."

Over eisen en voorwaarden: "Mensen zijn steeds erg benieuwd of we geen streng eisenlijstje van de erven Vandersteen of de uitgeverij hebben gekregen. Integendeel, ons werd gevraagd om onze eigen draai te geven aan Suske en Wiske. Yann en ik waren het wel meteen eens dat we geen parodie wilden maken, maar een echte hommage. We kregen alle ruimte."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 17
Suske en Wiske: Cromimi
Over tekstverwerking: "Er zitten een paar stukjes in met veel tekst, wat Yann oplost door pauzes in te lassen en de figuren ondertussen leuke fysieke dingen te laten doen. Soms was het even passen en meten, maar ik denk dat het gelukt is om het leesbaar te houden. In de gedeeltes waarin er voorgelezen wordt in de dagboekjes van Professor Degryse (waar kennen we die naam toch van?!) heb ik mijn best gedaan om die blokken tekst zo groot en saai mogelijk te maken, zodat je meegaat met de frustratie van de figuren om het wollige taalgebruik van de oude prof."

Over de tekenstijl: "Het mocht gelukkig in mijn eigen stijl. Dat was een geschenk, want ik kan niet tekenen in de studiostijl. Eén lijntje verkeerd en ze lijken allemaal niet meer. Hoe Luc Morjaeu dat doet, is ongelooflijk. Ik weet hoe moeilijk het is, want ik heb geprobeerd om Wiske op de studiomanier te tekenen en dat zag er ontzettend beroerd uit. Gelukkig werd dat niet van me gevraagd."

Over beweging en expressie: "Ik gebruik niet alleen figuurontwerpen die ik naar mijn eigen hand kon zetten, maar mijn manier om beweging tekenen is ook anders. Ik zit wat meer in de energiekere school van Marcinelle (de tekenstijl van komische tekenaars die verbonden waren aan het weekblad Robbedoes, red.), ten opzichte van de klare lijn van de reguliere Suske en Wiske. Dat ligt me beter, want ik geef de figuren graag grappige en soms overdreven expressies mee. Het is allemaal wat explosiever en sneller, denk ik."

Over knipoogjes: "Er zitten een enorm aantal knipoogjes in het boek, te veel eigenlijk om op te noemen. Dat laat ik aan de oplettende lezer. De eerste knipoog is wel leuk om aan te wijzen, op de eerste plaat lopen Yann, Johan en ik beschonken uit het café waar Lambik en Jerom zitten. Aan mijn houding te zien kan ik het minst tegen Belgisch bier..."

Over de Suske en Wiske-toren: "Deze grap met de Suske en Wiske-toren op pagina 17 komt van Yann. Ontzettend goed gevonden, en het past ook nog eens precies in het verhaal! Hij denkt visueel, wat enorm fijn is om uit te werken."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 18
Suske en Wiske: Cromimi
Over het Museum voor Natuurwetenschappen: "Voor de decors in het Natuurhistorisch museum zijn we ter plekke foto's gaan maken. Dat gaf heel veel meerwaarde om te zien waar de figuren rond zouden moeten lopen. Toch heb ik stiekem wat gedaan aan het plafond, want ik wilde dat het maanlicht door het glas scheen. Ik heb het plafond gesloopt en er een grote overkoepelende glazen rij ramen neergezet. Zo bleven de figuren nog wel enigszins zichtbaar in het donker." (nadat we hem vertellen dat André Franquin vaak naar dit museum ging en Gerben Valkema ook letterlijk in Franquins voetsporen liep:) "Dat wist ik niet. Wat leuk om te horen! Ik heb Yann ook uitgehoord over Franquin (en nog maar het tipje van de ijsberg gehoord, geloof ik). Het is toch een beetje alsof je dichtbij de goden komt..."

Over de promotie voor het album en de drie luxeversies: "Suske en Wiske brengen veel voordelen met zich mee. Een daarvan is een uitgever die graag verschillende versies uitbrengt. Zo is er de softcover, maar ook een mooie luxeversie met linnen kaft en zelfs eentje in velours. Daarbovenop een superluxe, op groot formaat uitgegeven met een making-ofgedeelte achterin, en twee speciaal daarvoor getekende prenten. Daar ben ik erg blij mee, dat is een wonderschoon uitgegeven boek. En vergeet de Franse versie in hardcover niet, begin volgend jaar. Alsof het niet genoeg is dat er al vijf versies van dit boek te lezen zijn, mocht ik zelf ook een schetsboek uitgeven met daarin voorschetsen en het complete verhaal in lay-outvorm. Een mens zou aan deze luxe kunnen wennen..."

Over Vandersteen of Franquin?:
"Laat me niet kiezen tussen Vandersteen en Franquin, dat is oneerlijk! Vandersteen is de meester van het verhaal, de unieke vondsten, de energieke verteller. Franquin de meester van de expressie, de levendigheid, hij kon alles leuk tekenen. Beiden zijn speelse stripmakers, ze hebben meer overeenkomsten dan je op het eerste gezicht zou zeggen."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 19
Suske en Wiske: Cromimi
Over favoriete/moeilijkste personage om te tekenen: "Lambik was om duidelijke redenen erg leuk te tekenen, hij laat zich het meeste gaan van iedereen. Wiske was erg lastig, maar toen ik afstapte van het eierkopje viel ze op haar plek. Ik gebruikte het Wiskekapsel dat Vandersteen in de jaren 1950 voor het weekblad Kuifje tekende, en ik heb haar anatomie iets meer uitgewerkt. Deed ik dat niet, dan zag ze er uit als Wiske met het lichaam van Suske, in een jurk. Brrr! Ergens halverwege het tekenen van mijn verhaal kwam de restyling van Suske en Wiske uit, waarin de studio Wiske ook borstjes gaf. Toch ben ik daarin wat terughoudender, ik wilde geen sinaasappeltjes met een decolletélijn onder haar shirt. Ik ben gegaan voor een subtielere welving, dat voelde beter. De dingen waar je als stripmaker allemaal over moet nadenken! Ook Cromimi heb ik bewust ontworpen. Het stoort me vaak dat een vrouw in veel strips vaak maar één functie heeft. Of het een vrouw iemand met een uiterlijk uit de erotische gagreeks Rooie Oortjes waarin een hoofdpersonage verliefd moet worden, of het is een lompe, lelijke dikkerd die zelf verliefd wordt op het hoofdpersonage. Humor! Gaaaap. Dat vond ik wat ouderwets, ik wilde Cromimi het fysiek meegeven van een Cro-Magnonvrouw, maar tegelijkertijd ook een frisse leuke vrouw laten zijn, iemand die bij Jerom past. Ergens daar tussenin zat Cromimi."

Over nog meer albums / andere samenwerking met Yann: "Yann heeft al een tweede en zelfs een derde synopsis klaar liggen, en hij wil graag dat ik er een van uitteken. Ik wil dat op mijn beurt ook erg graag, want dit avontuur smaakt naar meer! Maar het is aan de uitgever om te beslissen. Ook ligt er nog een ander concept van mij op tafel bij Standaard Uitgeverij, dus wat mij betreft is de samenwerking met de uitgeverij nog lang niet voorbij. Ik heb de smaak te pakken van het maken van langere verhalen..."

Over de Franse vertaling: "Straks, in februari 2018, komt de Franse versie uit. Ik ben erg benieuwd wat het Franstalige publiek zal vinden! Yann is een grote naam in Frankrijk, dus ik hoop dat men daarom onze Bob et Bobette een kans geeft. Frankrijk is een land met een enorme stripweelde, dus het zal daar ook wel weer knokken zijn. Ach, als het Elsje gelukt is om in het Frans vertaald te worden, zal dat met Suske en Wiske ook vast goed komen, niet?"


TOEKOMST
Te Verschijnen
Op Stapel
TOPPERS
13 x XIII
14-18
De 25 bekendste konijnen
20 jaar Arcadia, 20 topstrips
25 jaar Vrije Vlucht
30 jaar Kiekeboe
49 Kanjers van Oranje
50 jaar De Rode Ridder
60 jaar Nero
70 jaar Kuifje-weekblad
Aantrekkelijkste Heldinnen Top 540
Asterix Top Six
Batmanspecial
BelgenTop 100
De Blauwbloezen Top 49
De Grenzeloze Top 500 (2010)
De Grenzeloze Top 500 (2012)
De Honderd Hoogtepunten van Willy Vandersteen
De Rest van de Wereld Top 50
FransenTop 100
Jaartoppers
Jommeke Top 10
Koppeltjestop 20
Napoleon in de strip
ReeksTop 50
Robbedoes
Schrijvers over Strips
Schurken- & Feeksentop
Star Wars
Suske en Wiske: 70 stroken in 70 dagen
Urbanus Top 15
De Wereld rond Franquin
Westernstrips