Toegevoegd op 13 september:
Olivier Balez en Pierre Christin over Robert Moses

Toegevoegd op 10 september:

Fred over Philemon 17

Toegevoegd op 6 september:

Michiel van de Vijver over Geheim Agent G. Ruwel
De volgende auteurs leverden ook al bijdragen. Klik op hun naam om verder te gaan naar hun afzonderlijke pagina:
Ivan Adriaenssens
Pierre Alary
Sytse S. Algera
Mohamed Aouamri
Virginie Augustin
Denis Bajram
Alessandro Barbucci
Antoine Aubin en Étienne Schréder
Balak
Batem en Colman
Philippe Berthet
Georges Bess
Lük Bey
Enki Bilal
Matthieu Bonhomme
Tom Bouden
François Bourgeon
Enrique Breccia en Xavier Dorison
Daniel Brecht
Ken Broeders
Frédéric Brrémaud
Brüno
Charel Cambré
Barbara Canepa
Didier Conrad en Jean-Yves Ferri
Luc Cromheecke
Robbert Damen
Sébastien Damour
Nicolas de Crécy
Erik de Graaf
Adrien Floch
Christian Gine
Criva en Verhast
Eric Heuvel
Philippe Delaby
Jean-Yves Delitte
Thierry Démarez
Pieter De Poortere
Jorg de Vos
Lode Devroe
Thomas Du Caju
Kim Duchateau
Ersel
Chris Evenhuis
Philippe Francq
Fred
Paul Gastine
Thierry Girod
Carlos Gomez en Arnaud Delalande
Mars Gremmen
Griffo
Juanjo Guarnido
Alain Henriet
Hermann
Hub
Miles Hyman
Jeroen Janssen
Philippe Jarbinet
Iouri Jigounov
Jim
Milan Jovanovic
André Juillard
Nicolas Keramidas
Patty Klein
Hanco Kolk
Jean-Charles Kraehn
Mathieu Lauffray
Christian Lax
Hec Leemans
Marc Legendre
Jérôme Lereculey en David Chauvel
Simon Léturgie
Éric Liberge
Ingrid Liman
Willy Linthout
Stéphane Louis
Love
Vincent Mallié
Wauter Mannaert
Frank Margerin
Enrico Marini
Marmus
Marvano
Fabrice Meddour
Merho
Guy Michel en Arnaud Delalande
Arno Monin
Thimothée Montaigne
Romano Molenaar en Jorg de Vos
Jean-Louis Mourier
José-Luis Munuera
Viviane Nicaise
Peter Nuyten
Tiburce Oger
Minck Oosterveer
Danker Jan Oreel
Cyril Pedrosa
Patrice Pellerin
Claude Pelet
Philippe Pellet
Jérémy Petiqueux
Federico Pietrobon
Didier Poli en Robin Recht
Jean-Michel Ponzio
Mike Ratera
Riff Reb's
Reno
Grzegorz Rosinski
Christian Rossi
Marcel Rouffa
Corentin Rouge
Marcel Ruijters
Paul Salomone
François Schuiten
Olivier Schwartz
Benoît Sokal
Kristof Spaey
Benoît Springer
Naomi J. Strijdonk
Olivier TaDuc
Jacques Tardi
Paul Teng
Béatrice Tillier
Lewis Trondheim
Gerben Valkema
Steve Van Bael
Rob van Barneveld
Sylvain Vallée en Fabien Nury
Daniel van den Broek en Ivan Claeys
Michiel van de Vijver
Maarten Vande Wiele
Hans van Oudenaarden
Jos Vanspauwen
Olivier Vatine
Vincent
Bastien Vivès
XIII Mystery
Bernard Yslaire
Zep
open brieven
 
Olivier Balez en Pierre Christin
over Robert Moses
13/09
TOP
Onderstaande bijdrage van Sonia Déchamps verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 66 van januari 2014.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 28
Olivier Balez over de eerste plaat: "Dit is de eerste plaat die ik tekende. Als deze me zou lukken vond ik dat de rest van het verhaal vanzelf zou komen. Pierre waardeerde deze pagina, de uitgever ook. Op basis hiervan is de rest opgebouwd."

Olivier Balez over de Fortune-cover: "In prent 2 is de cover van een Fortune-magazine uit 1938 afgebeeld met een illustratie van Hans J. Barschel. Dit illustratieconcept beeldde de toenmalige ambities uit als antwoord op het idee van georganiseerd transport. Fortune was een invloedrijk en karakteristiek tijdschrift in die periode. De cover geeft met zijn afwijkende stijl goed het ritme van het geheel aan op deze plaat."

Pierre Christin over Robert Moses:
"Moses was een groot liefhebber van wagens, maar hij kon zelf niet rijden. Niet erg als je deel uitmaakt van de hogere bourgeoisie zoals hij. Daar zijn chauffeurs voor."

Olivier Balez over de schipper: "Ik heb de boot verschillende keren hertekend. Ik had van de schipper eerst een Marseillees gemaakt die lijkt op Raimu (Frans acteur, red.), met een vishengel. Pierre moet er niets van weten. Ik heb er uiteindelijk een silhouet in de verte van gemaakt."

Olivier Balez over de inkleuring:
"Ik was heel wat van plan met de inkeuring. Het moest de periode weergeven en de lezer meteen in het tjdperk gooien. In het begin gebruikte ik neutrale tinten en van zodra de hippiejaren kwamen, nemen ze wat meer kleur aan. Soms zei ik tegen mezelf dat ik het te moeilijk maak en dat er nog een ander palet uit te vinden is. Ik heb geprobeerd de uitdaging tot het einde vol te houden."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 29
Pierre Christin over het huis van Moses: "Het heeft me veel moeite gekost om Moses' optrekje op Randall's Island te vinden. Mooi en weggestopt. Je merkt dat het wat mocht kosten. Het deed me denken aan het landhuis van Bruce Wayne. Je weet dat hij er ergens is... zonder goed te weten waar."

Olivier Balez over de punt van zijn potlood: "Het wapenschild komt van de beginperiode van het bedrijf Triborough Bridge and Tunnel Authority dat kort na de Grote Depressie, in 1933, was opgericht. Als documentatie gebruikte ik veel foto's. Geen van mijn vorige strips hebben zoveel diepgang als Moses. Voor de architectuur mocht ik gene fouten begaan. Ik heb geprobeerd om zo dicht mogelijk bij het personage en de stad te komen. Voor Moses moest ik me ontdoen van mijn documentatie, ik moest afstand nemen, tot er uit de punt van mijn potlood het visuele beeld dat ik van hem had uit vloeide. Ik heb gegpoogd om zijn tics te behouden, zijn houdingen zoals zijn gekruiste armen."

Pierre Christin over Moses' politieke carrière:
"Moses kende een lang en gecompliceerd leven. Ik heb dat vereenvoudigd. Hij heeft zich aan politiek gewaagd: een bominslag. Al zijn kwaliteiten van man in de schaduw keerden zich tegen hem. Kwetsbaar en onverdraagzaam overkomen, zelfs als men briljant is, werkt niet in de politiek."

Pierre Christin over abstracte onderwerpen: "Sommige episodes uit zijn carrière zijn grappig en geschift waar het zijn relatie met de politiek betreft, ze kunnen een boek vullen. Maar een stripverhaal is geen ideaal medium om abstracte onderwerpen zoals politiek en economie te behandelen. In een strip heb je vaart nodig, er moet iets gebeuren..."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 32
Pierre Christin over de New Yorkse geest: "Dit zijn twee werkelijk magnifieke pagina's! Dit is echt de New Yorkse geest in het hart van Oliviers werk."

Olivier Balez over de bruggen: "Bovenaan staat de Robert Moses Causeway Bridge. Onderaan de George Washington Bridge die niet door Moses was ontworpen, ook al droomde hij ervan. Ik heb er niet naar geijverd om de brug vanuit een ander standunt te tekenen. Uit de twee of drie foto's uit de juiste periode heb ik deze gekozen die me het interessantst leek, die me het meest plezier zou geven om te tekenen. Soms is het standpunt van belang. Onderaan teken ik de monumentaliteit van de brug die door de kleinheid van de wagens wordt gaccentueerd."

Olivier Balez over het ongeluk:
"In de middenprent staat een ongeluk. Het leek me interessant om het discours van Moses te onderlijnen die er op drukte dat dankzij zijn autowegen veel ongelukken vermeden raakten. Hier zien we een aanrijding tussen een wagen en een tram. Op andere foto's uit deze periode ontdekken we op de wegen paarden en soms een ongelofelijke menigte."

Olivier Balez over visueel geheugen: "Er bestaat veel documentatie uit deze periode. Des te beter! Ik heb geen intens visueel geheugen zoals sommige collega's die erin slagen om bijvoorbeeld een tractor uit het geheugen te kunnen tekenen. Ik heb het moeilijk om zoiets te tekenen als ik geen voorbeeld voor me heb. Bovendien is het een New York uit een ander tijdperk. Ik moest nagaan welke gebouwen er stonden. In New York heeft men al altijd afgebroken en gebouwd. Een keer ik de juiste info had, moest ik enkel nog het juiste standpunt kiezen. Het spel kon beginnen, ik voelde de drang om het New York uit deze periode bijna fotografisch te benaderen."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 33
Olivier Balez over een frustratie: "Hier is er geen Vrijheidsbeeld of Brooklyn Bridge te zien... Pierre liet ons een veeleer onbekend New York ontdekken, zonder een stad te willen tonen om die aan ons op te dringen. Ik had me nochtans geamuseerd mocht ik die iconen kunnen tekenen. Vandaar dat ik toch een beetje gefrustreerd was. Maar dat was de afspraak vanaf het begin."

Olivier Balez over de gebouwen: "Pierre had het wel voor deze gebouwen. Ik kende ze want ik huurde een appartement in deze wijk. Het enorme van het complex en de kleur van de gebouwen trok toen mijn aandacht."

Olivier Balez over de silhouetten:
"Wanneer ik voorstelde om de personages als silhouetten te tekenen, vond Pierre het idee ontroerend. Ik voelde aan dat hij wat afstand wilde nemen van de uitgezette mensen. Ik wilde geen enkele bevolking stigmatiseren. Door geen gezicht of kleur te tonen, ben je eerder geneigd om vooral de wreedheid om hele families uit hun huizen te zetten voor een andere, onzekere bestemming. De scène speelt zich tijdens de schemering af."

Olivier Balez over wegkijken: "Ik ween gemakkelijk. Maar ik hou niet van tearjerkers in de bioscoop. Ik schat regisseurs hoog in die een manier vinden om te vertellen zonder het te tonen. In Taxi Driver was er bijvoorbeeld een scène waarin De Niro iemand opbelt, en Scorsese glijdt met zijn camera naar het einde van de gang in plaats van De Niro te tonen die slecht nieuws te horen krijgt. Dat zou iemand doen als hij naast De Niro stond. Je zou je blik afwenden omdat je geen deel wil uitmaken van de pijn. Bij het bekijken van onze prent is er ook een voorkeur om weg te kijken."


Fred over Philemon 17
10/09
TOP
Onderstaande bijdrage van Bertrand Dicale verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 56H van februari 2013.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 28
Over gerechtvaardigd absurdisme: "De logica moet onwrikbaar zijn om het absurde te rechtvaardigen. Alleen zo kan men het absurde geloven. Beeld je in dat er iemand aan de deur belt. Je doet open. Het is een locomotief: 'Wat wilt u? — Ik heb water nodig voor mijn stoomketel. — Kom binnen.' Alls moet verantwoord zijn: je aanvaardt dat de locomotief aan de deur belt omdat hij water nodig heeft. Vanaf dan werkt alles."

Over de Lokkoppootjes: "Zo gaat het bij mij: ik moet er zelf in geloven opdat het werkt. Ik vertel niet zomaar iets, maar voordat ik hem begon te tekenen had ik me geen locomotief op pootjes voorgesteld. Dat gebeurde tijdens het tekenen. De Lokkoppootjes heeft geen rails en hij gaat waar hij heen wil gaan. Hij had een bijzondere brandstof nodig: de droomstoom. Er moet dus een verhaal verteld worden en dat verhaal vergt een stoom die de locomotief doet werken."

Over de machinist-uitgever:
"Iemand vroeg me of de machinist geen uitgever was, mijn uitgever. Daar had ik nooit aan gedacht. Als ik erover had nagedacht durfde ik hem niet te gebruiken. Ik analyseer niet spontaan mijn verhalen, dus ik denk niet aan alles. Die kerel verlangt verhalen en daarna zegt hij dat ze nergens op lijken. Dààr moet die vergelijking dus vandaan komen!"

Over omgekeerd functioneren: "Mocht ik zo'n dingen overwegen, zou dat me blokkeren, het zou verstrengelen met andere zaken en me op zijwegen brengen... In feite functioneer ik omgekeerd: een keer het is geschreven — en zelfs gedrukt — besef ik wat ik heb gemaakt. Niet eerder. Doorgaans denkt een schrijver na vooaleer te schrijven. Bij mij is het omgekeerd."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 29
Over Philemons debuut: "Philemon is 15, misschien 16 jaar. Hij heeft een heel jeugdig gezicht. Zijn eerste verhalen verschenen in Pilote. Ik wilde dat de jonge lezers zich met het personage konden identificeren. Philemon verscheen dus toen ik bij Pilote kwam. In het eerste verhaal (opgnomen in Avant la Lettre, red.) hypnotiseert een man de inwoners van een dorp om van hen artiesten te maken voor zijn circus. Maar de lezers waren in de war door de tekeningen en het verhaal. Ik maakte vervolgens een ander verhaal met Philemon. Zelfde probleem. Nochtans was ik er zeker van dat mijn verhalen goed waren en dat de lezers zich vergisten. Goscinny (toenmalig hoofdredacteur van Pilote, red.) stelde me gerust en zei me dat de lezers gewoon moesten raken aan mijn tekeningen."

Over De Drenkeling van de A:
"Ik schreef veel. Op een dag bracht ik zeventig pagina's mee die ik op een maand schreef voor andere tekenaars. Verhalen van twee, vier of zes pagina's. En De Drenkeling van de A telde er 28, een gangbare lengte in die tijd. Het hele verhaal van de waterput en de letters in de Atlantische Oceaan was er. Goscinny vond het formidabel: 'Aan wie geven we dit? — Aan niemand. Een verhaal zoals dit, wil ik niet afgeven, of ik het bij u publiceer of elders.' Hij aanvaardde het."

Over Philemons echte start: "Op het einde van de voorpublicate schreef een achtjarige lezer naar Pilote: 'Zo'n mooi verhaal, maar ik ben verdrietig omdat de putgraver niet met Philemon terugkwam uit de put.' Ik dacht meteen: daar is het vervolg van het verhaal. Ik toonde de brief aan Goscinny die me zei: 'Vooruit dan.' Ik liet Philemon opnieuw vertrekken op zoek naar Bartholomee. Vanaf dan begon eigenlijk alles."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 30
Over handen: "Een kind zet zijn vingers zo en speelt met zijn hand, hij maakt er een personage van dat galoppeert, springt, vecht met een andere hand. Handen zijn erg moeilijk om te tekenen in een stripverhaal, velen doen het verkeerd. Ik heb schriften volgetekend voordat ik goed handen kon tekenen. Op een dag plaatste ik een personage naast een hand en dat werd een olifant, een dier, een Manu-Manu. Dat was uiteraard niet voorzien, dat gebeurde na verloop van tijd."

Over linker- en rechterhand: "De Manu-Manu is een linkerhand. Ik ben rechtshandig. Ik kan mijn rechterhand niet tekenen want dat is degene waarmee ik teken. Anders zou ik mijn linkerhand in een spiegel moeten bekijken, of in spiegelbeeld opnieuw tekenen op een lichttafel of een raam. En zo werd de linkerhand een rechterhand. Simpel, hé?"

Over een fout:
"Bij het doorbladeren van een album viel mijn oog op een personage met twee linkerhanden. Een reden om zelfmoord te plegen! Nu ja, bijna. Toen zag ik dat het een inkleurfout was: het personage achter hem droeg een hemd in dezelfde kleur en de tweede linkerhand kon de zijne geweest zijn. Ik leidde eruit af dat ik me al die jaren nooit had vergist bij het tekenen."

Over collages met gravures: "Ik gebruik al collages van oude gravures in mijn strips sinds Hara-Kiri (een in 1960 opgericht Frans stripblad, red.). Ik ben niet echt ordelijk en ik klasseerde niet alles netjes in mappen. Ik hield hopen zaken ineens bij en gebruikte ze wanneer ik er bij toeval op kwam. Maar het binnenste van een tunnel der verbeelding zou niet mogelijk kunnen zijn met dit licht van een kathedraal. De tekst zegt dat er een kat ligt te soezen boven de lege bankjes. En hij is er. Maar ik kan me helemaal niet herinneren waar de gravure vandaan komt "


Michiel van de Vijver over
Geheim Agent G. Ruwel
06/09
TOP
Strips voor jonge ogen
"Ik weet nog dat ik vroeger op de basisschool best moeite had met lezen. Ik kon de concentratie lastig vasthouden. Die lappen tekst waren erg uitdagend. En vaak niet heel belonend als je ze was doorgeworsteld. Strips waren aantrekkelijker, je kon sneller bladzijden lezen en het zag er mooi uit. Maar het probleem was de tekst: die was vaak te moeilijk om te lezen. En dan snapte je het alsnog niet. De teksten hielden geen rekening met de jonge leeftijd van de lezer.

Mijn collega Gerben Valkema en ik vinden het vreemd dat er nu nog steeds, net als toen wij zelf in de schoolbanken leerden lezen, heel weinig aan strips op de markt is voor deze doelgroep. Met onze reeks Kijk en Lees (start in 2012) brengen we daar wat verandering in. Wij maken nu dus de boekjes die wij zelf vroeger in de kast hadden willen hebben staan. Strips op leesniveau, voor elk niveau een boekje. We begonnen twee jaar geleden met stripboeken voor lezers in het eerste en tweede leerjaar (met de serie Kik en de serie Joep). Nu hebben we drie nieuwe boeken voor lezers het derde leerjaar — of zoals wij zeggen: groep 5.


Beste geheim agent van de monsterwereld
De strips van Kijk en Lees zijn bundelingen van korte grappige verhalen. De drie nieuwe boekjes gaan over het wel en wee van de beste geheim agent van de monsterwereld, Geheim agent G. Ruwel. Het idee voor de strip kreeg ik enkele jaren geleden toen ik gevraagd werd om een strip te maken voor het tijdschrift van Dolfje Weerwolfje.

Het idee is simpel. Wat als monsters bestaan, maar dat wij mensen daar niets vanaf weten? Dit wordt namelijk angstvallig stilgehouden door de monsters zelf. Zodat ze lekker hun gang kunnen blijven gaan, zonder pottenkijkers. Een conspiracy theory voor de allerkleinsten. De redactie vond het idee leuk en zo is de strip geboren.

De strip begon met in elke aflevering een monster die verborgen gehouden moest worden voor de mensen. Geheim agent G. Ruwel loste het klusje altijd met verve op. Ondertussen is de focus iets meer verschoven naar de karakters die een beetje botsen in plaats van het werk van een geheim agent die toevallig monster is. Maar je kunt genoeg te weten komen over de monsterwereld, en ook meteen van de huis-tuin-en-keuken problemen bij G. Ruwel thuis.

Speciaal voor de boeken heb ik nieuwe verhalen gemaakt. Het stramien van de afleveringen die ik maak voor Dolfje Weerwolfje Tijdschrift (elke keer twee pagina's) is leuk, maar soms heb ik zin om meer te vertellen. Dat kon ik mooi doen met deze boeken. In elk boek zit minimaal één langer verhaal opgenomen waar ik wat meer kan laten zien van de karaktertjes en de monsterwereld. Erg leuk om te doen. Het smaakt wel naar meer, maar voorlopig ben ik even aan het bijkomen van drie boeken in één keer uit te brengen."

Meer info: www.kijkenlees.nl




TOEKOMST
Te Verschijnen
Op Stapel
Compleet