Toegevoegd op 31 maart:
Scott McCloud over De Beeldhouwer

Toegevoegd op 28 maart:

Riad Sattouf over De Arabier van de Toekomst

Toegevoegd op 21 maart:

Sytse S. Algera over de lopende projecten
Stéphane Servain over Holly Ann 1

Toegevoegd op 11 maart:

Eugeen Goossens over zijn carrière

Toegevoegd op 7 maart:

Making of Alleen op de Wereld (4): Het inkleuren
De volgende auteurs leverden ook al bijdragen. Klik op hun naam om verder te gaan naar hun afzonderlijke pagina:
Ivan Adriaenssens
Pierre Alary
Sytse S. Algera
Mohamed Aouamri
Jean-Michel Arroyo

Virginie Augustin
Denis Bajram
Olivier Balez en Pierre Christin
Alessandro Barbucci
Antoine Aubin en Étienne Schréder
Balak
Batem en Colman
Philippe Berthet
Georges Bess
Lük Bey
Enki Bilal
Matthieu Bonhomme
François Boucq
Tom Bouden
François Bourgeon
Enrique Breccia en Xavier Dorison
Daniel Brecht
Ken Broeders
Frédéric Brrémaud
Brüno
Max Cabanes
Charel Cambré
Barbara Canepa
Didier Conrad en Jean-Yves Ferri
Luc Cromheecke
Robbert Damen
Sébastien Damour
Nicolas de Crécy
Erik de Graaf
Aimée de Jongh
Marc de Lobie
Bruno Di Sano
Adrien Floch
Christian Gine
Criva en Verhast
Eric Heuvel
Philippe Delaby
Jean-Yves Delitte
Thierry Démarez
Pieter De Poortere
Jorg de Vos
Lode Devroe
Geert De Weyer
Thomas Du Caju
Kim Duchateau
Ersel
Chris Evenhuis
Philippe Francq
Fred
Paul Gastine
Thierry Girod
Carlos Gomez en Arnaud Delalande
Eugeen Goossens
Mars Gremmen
Griffo
Juanjo Guarnido
Hardoc
Alain Henriet
Hermann
Hub
Miles Hyman
Jeroen Janssen
Philippe Jarbinet
Iouri Jigounov
Jim
Milan Jovanovic
André Juillard
Nicolas Keramidas
Patty Klein
Hanco Kolk
Jean-Charles Kraehn
Mathieu Lauffray
Christian Lax
Hec Leemans
Marc Legendre
Jérôme Lereculey en David Chauvel
Simon Léturgie
Éric Liberge
Ingrid Liman
Willy Linthout
Régis Loisel en Jean-Louis Tripp
Stéphane Louis
Love
Vincent Mallié
Wauter Mannaert
Frank Margerin
Enrico Marini
Marmus
Marvano
Fabrice Meddour
Merho
Ralph Meyer
Mezzo
Gilles Mezzomo
Guy Michel en Arnaud Delalande
François Miville-Deschênes
Arno Monin
Thimothée Montaigne
Romano Molenaar en Jorg de Vos
Jean-Louis Mourier
José-Luis Munuera
Viviane Nicaise
Peter Nuyten
Tiburce Oger
Minck Oosterveer
Danker Jan Oreel
Cyril Pedrosa
Patrice Pellerin
Claude Pelet
Philippe Pellet
Jérémy Petiqueux
Federico Pietrobon
Didier Poli en Robin Recht
Jean-Michel Ponzio
Bart Proost
Mike Ratera
Riff Reb's
Reno
Grzegorz Rosinski
Christian Rossi
Marcel Rouffa
Corentin Rouge
Kenny Rubenis
Marcel Ruijters
Paul Salomone
François Schuiten
Olivier Schwartz
Stéphane Servain
Benoît Sokal
Kristof Spaey
Benoît Springer
Naomi J. Strijdonk
Olivier TaDuc
Jacques Tardi
Paul Teng
Béatrice Tillier
Lewis Trondheim
Albert Uderzo
Gerben Valkema
Steve Van Bael
Rob van Barneveld
Rob van Bavel
Robert van der Kroft
Sylvain Vallée en Fabien Nury
Daniel van den Broek en Ivan Claeys
Michiel van de Vijver
Maarten Vande Wiele
Wilbert van der Steen
Hans van Oudenaarden
Jos Vanspauwen
Olivier Vatine
Vincent
Bastien Vivès
XIII Mystery
Bernard Yslaire
Zep
open brieven
 
Scott McCloud over De Beeldhouwer
31/03
TOP
Onderstaande bijdrage van Sonia Déchamps verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 79 van maart 2015. Vertaald door Wim De Troyer.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 64
Over dromen: "Deze scène is een van de laatste die ik getekend heb. Het boek was af, maar ik heb gevraagd om deze te mogen herdoen. In het begin had David een andere droom dan deze. Deze belangrijke scène staat je toe te begrijpen wat hem echt motiveert. Niet zozeer het verlangen om herinnerd te worden, maar de angst om vergeten te worden. Dat is een verschil. Hij is als een in het nauw gedreven dier. De droom is een manier om ons te tonen hoe die angst een krachtige drijfveer is, die hem vooruit duwt."

Over de stad als persoonlijkheid: "De stad is een personage. New York is een stad die ervan houdt om in het middelpunt van de belangstelling te staan. Heel de twintigste eeuw door heeft ze staan roepen: 'Kijk naar mij! Kijk naar mij!' Dat ging goed samen met dit personage dat altijd in het zonnetje wilt staan."

Over de stad als speeltuin: "De stad wordt Davids persoonlijke speeltuin. Hij creëert een beetje overal standbeelden. Maar wanneer zijn droom werkelijkheid wordt, wanneer hij er in slaagt de aandacht te trekken, realiseert hij zich dat het allemaal vruchteloos zal zijn. Waarom eist hij uiteindelijk zoveel aandacht op? Is het enkel om zich te tonen aan de wereld? Ik laat deze vraag onbeantwoord."

Over duizenden foto's: "Ik heb me kosteloos geamuseerd met het tekenen van New York. Ik woon in Zuid-Californië, dus wanneer ik naar New York kwam, nam ik tienduizenden foto's. Maar als het je toch nog ontbreekt aan een goed zicht op de juiste plaats, is er nog steeds Google Street View. Ik heb het vaak gebruikt."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 65
Over Ivy, zijn vrouw: "David herinnert zich Meg, zonder eigenlijk nog te weten wie zij is. Meg is voor 70% Ivy, mijn vrouw. In de zeven jaar dat ik stiekem verliefd op haar was, is zij het personage in mijn hoofd geworden. Zij is mijn Muze, met een hoofdletter M. Zonder haar zou dit boek niet bestaan hebben. Ik weet dat het idee dat er maar één iemand voor je voorbestemd is in de hele wereld een illusie is. Ik weet dat ik van andere vrouwen ook zou kunnen houden. Maar zelfs wanneer dit ware en unieke liefdesverhaal een beetje belachelijk is, het lijkt me wel dat het waarachtig is voor mezelf."

Over cadeaus: "De dialogen van Meg kwamen heel gemakkelijk, want ik kon ze horen. Omdat het de stem van Ivy was. Elke keer Meg iets te zeggen had, wist ik hoe ik haar zinnen moest construeren. Het ging natuurlijk. En het was een mooi cadeau, want ik hou van haar manier van praten. Haar ritme. Ik hoop dat de vertalingen haar recht doen."

Over Meg: "Meg is groter dan Ivy. Zij heeft veel meer zelfvertrouwen. Meg houdt van zichzelf zoals ik zou willen dat Ivy van zichzelf houdt. Ik zou graag wat van mijn liefde voor haar kunnen nemen en die bij haar injecteren. Zodat zij zichzelf zou kunnen zien zoals ik haar zie."

Over leugens: "'Alles zal goed komen.' David zal het Meg nog kwalijk nemen dat zij dit hem voorgelogen heeft. Zij verschijnt de eerste keer aan hem onder een religieuze vorm, zoals een engel. Dat is wat de religies ons voorhouden: 'Alles zal goed komen, je zal sterven, maar herboren worden, je zal opnieuw met je familie zijn.' Het is een leugen, maar Meg gelooft erin. Een geloof in het onmogelijke. Dat geloof dat men zolang men kan aanhoudt. Verhalen zouden eigenlijk moeten eindigen op: 'Ze leefden gelukkig, totdat ze stierven.'"


COMMENTAAR BIJ PAGINA 66
Over werken: "De laatste jaren heb ik twaalf à dertien uur per dag gewerkt. Ik hou daarvan, en heb veel plezier beleefd aan het maken van dit boek. Ik heb een overeenkomst met mijn vrouw. Wanneer ik gedaan heb met zo hard te werken, gaan we reizen. Dan zijn we 24 uur per dag samen. We hebben dan ook voorzien om in april en mei naar Europa te reizen."

Over modellen: "Ik inspireer me op levende modellen om mijn personages tot leven te wekken zodat ze zo natuurlijk mogelijk overkomen. David is mijn vriend Matthew en Meg is Jennifer, zijn vrouw. Daarbovenop lijkt Meg hard op Ivy in de periode dat ik haar leerde kennen."

Over geluk hebben: "Toen ik twaalf was, heb ik deelgenomen aan een kunstwedstrijd. De jury heeft mijn werk niet gekozen. Ik heb dat van de uiteindelijke winnaar gezien. Het was goed. Maar ik verkoos toch het mijne. En dat frustreerde me. Later, als adolescent, had ik een vriend waarvan de familie mensen kende in de Symphony Hall in Boston. Dankzij hen mocht ik meewerken aan het ontwerp van enkele muurschilderingen. Bleek dat de jongen die me op twaalfjarige leeftijd geklopt had verantwoordelijk was om die schilderingen uit te voeren die ik mocht ontwerpen. Wat van mij op een bepaalde manier zijn baas maakte. Ik begreep toen dat de wereld van dat soort toevalligheden aan elkaar hangt. Ik moest er eenvoudigweg om lachen. Ik moest gewoon creëren zoals nooit ervoren. Omdat het soms werkt. En soms ook niet. Want het spel is voor de helft geluk, voor de helft artistieke competenties."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 67
Over woede: "David is boos. Aan het eind van het verhaal is al zijn woede verdwenen. Hij haalt de schouders op. De dobbelstenen rollen soms voor je, soms tegen je. Weten dat zij die hij liefheeft geld zullen hebben als hij er niet meer is, volstaat voor hem."

Over Finn: "Het personage Finn dat Ollie, de beste vriend van David, in zijn armen neemt, is een nogal eenvoudig personage. Maak een lijst van alles wat David is, Finn is zijn tegenovergestelde. Hij is lui terwijl David een harde werker is. Hij heeft een goed gevoel voor ironie, terwijl David, die té eerlijk is, er totaal geen heeft. Finn benadert kunst op een luchtige manier, David heeft een intense kijk op kunst. Hij speelt het spel, terwijl David geen enkel idee heeft hoe dat moet, er zelfs geen zin in heeft. Ollie bevindt zich tussen de twee."

Over Meg de actrice: "Het is op deze avond dat David Meg, de engel die voor hem op straat verscheen, zal opmerken, volgen en ontmoeten. Hij zal leren dat hij het onderwerp was van een grote straatperformance De Droevige Man. Hij zal begrijpen dat Meg een actrice is."

Over The Truman Show: "Ik heb niet aan de film The Truman Show gedacht toen ik deze scène realiseerde, maar er is zeker een verband. Ik ben dol op die film, een van de films die de ervaring overdraagt van de wereld die een nieuwe betekenis krijgt, de dingen die een nieuwe betekenis krijgen, de mensen die een nieuwe betekenis krijgen. Het idee dat men het doek ophaalt en de wereld zich op een andere manier toont. Ik heb geprobeerd om in de vorm van een beeldverhaal uiting te geven aan de gevoelens die ik onderging bij het bekijken van de film."


Kristof Berte: "Mijn stripjaar" (1)
21/03
TOP
Realiteitsbesef en uitstelgedrag versus de passie voor het striptekenen
"Zo lang ik me kan herinneren teken ik ventjes. Op cursussen en lesbanken op school, tijdens de middagpauze op het werk en pas sinds een jaar of drie ook achter de tekentafel thuis. 'Daar zou je toch eens iets mee moeten doen', is zowat het meest gehoorde cliché als vrienden en goedbedoelende familieleden mijn tekenkunsten bespreken.

Helaas, ik beschik over twee zéér problematische karaktertrekken: een gezonde dosis realisme en ongezonde dosis uitstelgedrag.



Voor een niet-professionele striptekenaar is realiteitsbesef een echte killer. Strips maken is tijds- en arbeidsintensief, brengt weinig geld in het laatje en de kans op een verkoopsucces is bijzonder klein. Een realist zou zeggen: waarom al die moeite? En toch. Als tekenaar kan je van een maagdelijk wit blad vertrekken en een ganse wereld creëren. Enkel gewapend met een tekenpotlood sleep je de lezer mee in je eigen fantasiewereld. De voldoening wanneer die lezer gewillig en enthousiast mee in dat verhaal stapt, is niet te evenaren.


Maar bijkomend heb ik ook een aangeboren neiging tot procrastinatie: als een pagina vandaag niet af is, zal morgen ook wel goed zijn. Of anders volgende week. Daardoor maakte ik tot nu toe enkel losse illustraties, een aantal niet-afgewerkte verhalen en een afgewerkt kortverhaal. Veel te weinig dus om mezelf met recht en rede striptekenaar te noemen. Zoals iemand me ooit eens vrij direct duidelijk maakte: 'het enige verschil tussen een striptekenaar en een getalenteerde zeveraar, is pagina's afwerken en publiceren'.


Daarom begint op 1 mei 2015 mijn 'stripjaar'. Andere tijdrovende hobby's (voornamelijk voetbal en blijven plakken na het voetbal) worden stopgezet en ik smijt mij op mijn stripproject dat als werktitel Lise op Monstereiland heeft. Mijn doel? Op 1 mei 2016 moet ik beschikken over een afgewerkt stripverhaal, met concreet uitzicht op publicatie.



Ik begin niet vanaf nul. Ik heb het afgewerkte kortverhaal, waarop ik verder wil borduren. Ik heb een aanzet tot een scenario (een zogenaamde pitch) en de karakterstudies zijn grotendeels klaar.



Tijdens dit stripjaar wil ik op regelmatige basis berichten over mijn vorderingen. Een soort making of, maar dan tijdens het productieproces. Uiteraard zal ik hierbij aandacht hebben voor de technische kant (scenario, schetsen, inkten, pagina-indeling,...) maar zal ik ook de zoektocht naar een uitgeverij en een lezerspubliek bespreken, en mijn pogingen om dit alles te combineren met mijn gezinsleven en een fulltimejob.



Hoe dan ook wordt het een interessante evenwichtsoefening. Zal de passie voor het (strip)tekenen het winnen van het realiteitsbesef en mijn uitstelgedrag? Kan ik mezelf op 1 mei 2016 een volwaardig striptekenaar noemen? Ik kijk er alvast reikhalzend naar uit!"



Met vriendelijke groeten,

Kristof Berte
Aspirant-striptekenaar


Riad Sattouf over De Arabier van de Toekomst
28/03
TOP
Onderstaande bijdrage van Paul Giner en Frédéric Vidal verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 71 van juni 2014.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 124
Over conditionering tot perfecte antisemieten: "Deze en de volgende pagina's zijn geïnkt met Chinese inkt en ingekleurd op de computer. Ik vond het interessant om te vertellen over de conditionering van kinderen vanaf hun jongste jaren om van hen perfecte antisemieten te maken."

Over inprenting:
"Het oorlogje met de plastieken soldaatjes is interessant, want wat is er efficiënter dan het spel om leefregels en een moraal in te prenten? Het is heel gewelddadig, het is echt een illustratie van het overbrengen van kindergeweld naar volwassenen. Dat verken ik graag in mijn verhalen..."

Over dominante kleuren:
"Ik heb een dominante kleur per land gekozen. Libië en haar zand zijn geel, Frankrijk en Bretagne zijn grijsblauw en Syrië en haar ijzerhoudende aarde is roze-rood. Ik eigen me ook het kleurengebruik van de vlaggen van elk land toe. Groen voor Libië, blauw, wit en rood voor Frankrijk en rood, zwart en groen voor Syrië. Via deze scène wilde ik tonen dat het onmogelijk was om met deze soldaten te spelen en dat ze ook al agenten van het regime waren!"


COMMENTAAR BIJ PAGINA 125
Over implicaties: "Het gebrek aan vrijheid, dat de mensen kenden in hun leven en hun dagelijks bestaan, bestond zelfs in het spel. Niet uitgesproken, met vastgelegde rollen, was er niets anders te doen dan wat hun houdingen impliceerden. Mensen leefden in een voortdurend soort angst of wantrouwen voor alles wat als 'Joods' verondersteld was. Het nam talloze vormen aan, ik kom er nog op terug..."

Over de neven:
"Mijn neven waren kleine duivels, ze waren verschrikkelijk, maar ze waren werkelijk de slechtste niet. Ze waren gevoeliger en opener dan veel kinderen die ik daar ontmoette. Ze kenden geen genade voor hun moeder, die hen duizend straffen oplegde. Maar het was alsof ze zichzelf straften: ze wisten dat hun moeder hun kattenkwaad aan hun vader zou verklappen."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 126
Over de vader: "'s Avonds kwam iedereen tot rust. Er zat iets sacraals in het wachten op de thuiskomst van de vader. Hij was echt het schoolvoorbeeld. Hij leek het recht te hebben om te beslissen over leven en dood van iedereen. De blik van de moeder geeft aan dat wat iedereen vreest zal gebeuren. De kleine zal gestraft worden, ze heeft iets verklapt aan de vader!"

Over viriliteit:
"Ik teken graag viriliteit, trotse en mannelijke poses. Sommige tekenaars zijn genieën ter zake, ik denk nu aan de allerbeste: Blutch. Hij is de koning van de viriele tekenstijl. Hij kan zelfs een bloempot viriel maken. Hij vangt fantastische zaken in de expressies. Hij is een uitstekend acteur."

Over straffen:
"Lijfstraffen, kletsen op de poep, slagen (die je op de volgende pagina in het album kan ontdekken) waren bon ton in dit dorp. Vreemd genoeg vraagt de vader bijna elke keer vergiffenis door te zeggen dat hij niet graag zijn kinderen slaat, hij geeft hen zo de verantwoordelijkheid voor hun straf. Ik vraag me ergens af of het geen vicieuze cirkel is: kinderen begingen stommiteiten om bestraft te worden en om zo de exclusieve aandacht van hun vader te trekken en van hun grootmoedigheid te genieten... Zo'n educatieve processen in beeld brengen, interesseert me uitermate. Het stripverhaal is een heel efficiënt middel voor zulke intieme scènes."


Sytse S. Algera over de lopende projecten
21/03
TOP
Lemuria - Jaar 2
"Na een succesvolle signeertournee in Nederland, België en Duitsland werd het even stil aan het Lemuria-front. De boekverkopen gingen erg goed en de lezers waren positief.


Tekenaar Apri ging weer terug naar Indonesië en pakte daar naast zijn gewone werkzaamheden ook een oude opdracht op die hij ten faveure van Lemuria had moeten laten liggen. Ook had hij tijdens de tour afspraken gemaakt met een Nederlands gamebedrijf waarvoor hij een aantal klussen zou gaan doen. Last but not least had hij natuurlijk zijn eigen teken- en ontwerpstudio, die ook gewoon doorging, dus hij moest hard aan de slag.



De opdracht die was blijven liggen, bestond uit een compleet verhaal voor de Indonesische uitgeverij PT Era Media Informasi. Hij heeft een Indonesische versie gemaakt van de klassieke Mahabharata-serie. Dat is een klassieke reeks die zijn wortels heeft in het hindoeïsme. Het is meer dan een simpel verhaal over koningen en prinsen, heiligen en wijzen, demonen en goden. Het is een epische reeks die een verbinding legt tussen het fysieke India en de spirituele principes die daar terug te vinden zijn. In een volgende aflevering van De Commentator hoop ik meer informatie en beelden te kunnen delen.

Het verhaal van deel twee van Lemuria lag al klaar, maar de Indonesische klus gaf ons extra tijd om aan het verhaal te werken. De tijd die Apri nodig had voor zijn extra boek hebben we gebruikt voor studies van het tweede verhaal en daarnaast heeft Apri een compleet geschilderd achtergrondverhaal van Carp gemaakt.


Omdat het eerste deel vooral verhaalgedreven en minder karaktergedreven was, wilden we in dit tweede boek meer over de personages vertellen. In boek twee zullen we jullie daarom ook meenemen in de historie van Lemuria en lezen we meer over Russ en waar hij vandaan komt.

Toen we aan het tweede boek begonnen hadden Ger Apeldoorn (de redacteur) en ik ook het gevoel dat we een aantal zaken nog beter konden doen dan in het eerste boek. We hebben overlegd met de nieuwe uitgever (Don Lawrence Collection) en hebben aan Fred de Heij gevraagd of hij ons wilde helpen om het tweede boek naar een hoger plan te tillen.

Fred is niet alleen een geweldige tekenaar en schilder, maar is daarnaast ook perfect in staat om verbeteringen in lay-out of op het gebied van anatomie in duidelijke aanwijzingen te beschrijven. Iets wat zowel Apri als mijzelf zal helpen dit tweede boek nog mooier te maken.



Door Fred nu al, in het stadium van de lay-out, erbij te betrekken zijn we ervan overtuigd dat het tweede boek een duidelijke sprong voorwaarts in kwaliteit zal maken.


Natuurlijk zullen we je de komende maanden meenemen in de verschillende beslissingen die we genomen hebben en we zullen de beelden hier als eerste met je delen.





Daarnaast zal ik je hier ook op de hoogte houden van mijn andere reeksen zoals Cell, De Vries, 24/7, Delta 4 (zie cover en plaat hierboven) en Aqua Invicta (zie plaat hieronder)."



Stéphane Servain over Holly Ann 1
21/03
TOP
Onderstaande bijdrage van Paul Giner verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 78 van februari-maart 2015.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 11
Over New Orleans: "Ik kende scenarist Kid Toussaint niet tot Reynold Leclercq, uitgever bij Casterman, aan mij dacht om Holly Ann te tekenen. Als liefhebber van de tv-serie Treme, die zich afseelt in New Orleans na orkaan Katrina, was ik gewonnen voor het idee om deze stad in Louisiana in beeld te brengen."

Over aantrekkingskracht:
"Ik heb weinig schetsen gemaakt voor Holly Ann. Ze kwam meteen tot stand op de pagina's, beetje bij beetje. Ik zag haar als een schoonheid, verleidelijk, zonder in een vrouwelijk cliché te vervallen. Haar bevriende schrijver stond snel op papier, net zoals veel nevenpersonages. Ik wilde hem een symathieke air geven, met vuurrood haar. Wat de politiesergeant betreft, moest hij imposant en opmerkelijk zijn zodat je een zekere aantrekkingskracht tussen hem en de heldin voelt."

Over progressiviteit: "In deze scène, een zware scène, ontdekken we het lijk van de kleine Georges Gerbaud. Er was geen sprake van om er iets goors of in de horrorsfeer van te maken. Vandaar een progressieve plaat, waarin je het lichaam te zien krijgt op een sobere en discrete manier. De plaat is zo samengesteld dat alle prenten discreet leiden naar Georges en de voodooaanwijzingen."

Over de inkleuring: "Dit album speelt zich in enkele dagen af, vandaar de voortgang van de dagen van zonsopgang tot zonsondergang. Ik hecht veel belang aan de inkleuring, vooral als het zowel de impact als de overgang van scènes in de hand werkt."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 12
Over het verband: "Bijna twintig jaar geleden zat ik in de polarsfeer met De Geest van Warren, op scenario van Luc Brunschwig waarvan de sfeer een beetje in het fantastische lag. Ik kom erop terug in Holly Ann in een wat realistischer register, maar niet vastomlijnd omdat ik er decors, personages en voodoo-elementen in harmonie in moet terugbrengen. Kortom, ik moet een huis tekenen zoals ik een boom zou tekenen. Het moet in dezelfde lijn liggen, er moet een verband zijn."

Over inspiratie:
"We tonen New Orleans op het einde van de negentiende eeuw, een scharniermoment waar ik weinig van afweet. Ik heb mijn visie op de stad verrijkt met tal van gelezen boeken, bekeken documentaires en films — voornamelijk My Name Is Nobody (een door Sergio Leone geschreven en geproduceerde spaghettiwestern met Terence Hill en Henry Fonda uit 1973, red.) die eindigt in New Orleans in 1899. Er zijn er nog vele andere die zich afspelen tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog of de belle époque."

Over barok: "Op het internet gevonden archieffoto's in hoge resolutie lieten me toe om een veranderend New Orleans te tonen, waarin paarden, trams en binnenkort de eerste wagens voorkomen. Omdat er slechts enkele foto's bestaan van de tegenwoordig compleet verdwenen wijk Storyville, speel ik met de voorstelling ervan, daarbij geholpen door een inkleuring met verouderde tinten die niets meer te maken hebben met het feestelijke en kleurrijke kantje dat aan het New Orleans van nu kleeft. Ik had de personages boven de decors kunnen verkiezen, maar deze stad is zodanig barok dat ik er een dermate plezier in schiep om balkonnen, gebouwen en straatmeubilair te tekenen."

Over de klassieke samenwerking: "Kid Toussaint woont in België, ik in Angoulême, we werken hoofdzakelijk via internet. Hij stuurt me het scenario, ik werk voorstellen uit. Heel klassiek!"


COMMENTAAR BIJ PAGINA 13
Over digitaal werken: "Net zoals de twee delen van Le Livre de Skell, geschreven door Valérie Mangin, heb ik Holly Ann op een Cintiq-tablet getekend. Digitaal werken heeft me bevrijd. Tot dan was mijn manier van werken heel slordig. Ik maakte weinig potloodtekeningen, voegde veel zwart en dekwit toe, ik plakte de ene verbetering op de andere. Het informaticamiddel liet me toe verstandiger en soepeler te zijn zonder daarom sneller te worden want je bent geneigd je werk oneindig veel te verbeteren en te verfijnen. De meeste tijd spendeer ik aan de decoupage. Dooor deze nieuwe manier van werken kan ik ontwikkelen wat ik wil."

Over ritmische tekstballonnen:
"Er was een tijd dat een plaat met veel tekst mij echt hoofdbrekens bezorgde. Gelukkig zijn de dialogen van Kid zodanig levendig dat ik de teksten in meerdere, kleinere tekstballonnen kan verdelen. Dat geeft meer ritme aan het geheel en meer ademruimte aan de tekeningen en het levert geen grote witte tekstballonnen op."

Over de voodookoningin: "In prent 4 maken we kennis met de voodookoningin. Die zat meteen in mijn pen zoals ik haar wilde. Een goed oude, wat kwaadaardige vrouw. Uit haar gezicht vloeide de rest van het personage."

Over de blik: "De blik is het belangrijkste element. Het bepaalt de personages, bevordert het begrip voor de lezer. Ik spendeer heel wat tijd, soms dagen, aan het bijwerken van een gezicht tot het de juiste blik vertoont. Ik ben een waar werkpaard, het is een obsessie."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 14
Over voodoo: "Voordat ik aan Holly Ann werkte, kende ik niets van voodoo. Het maakt deel uit van de mythologie, van de mysteries die voortkomen uit New Orleans en de bayou, uit die uitgestrekte en stilstaande wateren. Het personage Holly Ann biedt een interessant contrast want het draait om voodoo terwijl het ook rationeel blijft."

Over dynamiek:
"De eerste versie van het voodooritueel bestond uit een relatief klassieke decoupage van drie stroken met een grote prent in het midden. Ik heb die plaat en de volgende, die je in het album kan ontdekken, herwerkt. Op de ene heb ik minder, op de andere meer prenten getekend. Die dynamiek versterkt de hevigheid van de dans."

Over mossen en wortels: "Ik heb al altijd graag bomen getekend. Als kind woonde ik in de natuur. De vegetatie van de bayous, met zijn korst- en andere mossen, geven een interessante diepte bovenop het extreem levensechte. Hetzelfde voor de bomen met enorme, kronkelende wortels die ik met heel veel plezier tekende."

Over Siloë 3: "Ik werk aan het tweede deel van Holly Ann en Kid bezorgde me al het scenario voor deel 3. In mijn vrije tijd leg ik de laatste hand aan het derde deel van Siloë (waaravan slechts één deel verscheen in vertaling, red.). Door een persoonlijk probleem, dat me jaren achterstand bezorgde, heb ik de zeventig reeds getekende pagina's opnieuw bovengehaald. Ik moet nog slechts anderhalve plaat tekenen voordat ik aan de inkleuring begin. Ik sta erop dat het album voltooid raakt!"


Eugeen Goossens over zijn carrière
11/03
TOP
In bovenstaand interview met Eugeen Goossens blikt de trouwe medewerker van Willy Vandersteen uitgebreid terug op zijn tijd bij de tekenaar en op de rest van zijn carrière.
© De BeeldBazaar


Making of Alleen op de Wereld (4):
Het inkleuren
07/03
TOP
Om de zoveel tijd verschaft Bart Proost ons een kijkje op zijn vorderingen aan de strip Alleen op de Wereld. Oudere updates vind je hier.

"
Voor de inkleuring van deze Alleen op de Wereld ben ik meermaals aan het twijfelen geweest. Eerst — in den beginne — was het mijn bedoeling om het verhaal zwart-wit te laten. Vandaar dat ik ook — in tegenstelling tot bijvoorbeeld de lijntekeningen van mijn Alexander De Grote-strips — bij het inkten al extra veel werk had gestoken in het werken met schaduwen en sterke licht-donkercontrasten. Zonder inkleuring leek het me belangrijk om terug te vallen op een beetje good old clair-obscur, voor de dieptewerking, maar ook voor de sfeer... Maar dat had ik vorige keer ook al deels besproken.

Iets wat me in dit stadium al redelijk snel duidelijk werd, was dat ik in de opmaak van de bladspiegel niet wilde werken met een klassieke, witte kadrage maar eerder met pikzwarte randen, kaders en boordjes.


Als in een Droom, het befaamde 'experimentele' Robbedoes-album van Tome & Janry was het eerste album dat ik onder ogen kreeg dat volledig gebruik maakte van zulk een kadrering en da's blijkbaar altijd blijven hangen. Toen ik 2008-2009 in functie van mijn exposities in Neerpelt (Dommelhof) en Turnhout (Warande) voor de eerste keer uitpakte met wat somberder en grafischer werk dat was gebaseerd op liedjesteksten, wel, toen waren de zwarte randen en kaders ook automatisch van de partij. Eens ik diezelfde prenten even later herwerkte (voor Plots! Magazine) tot kortverhaaltjes, wel: hetzelfde verhaaltje. Sobere, beetje zwaarmoedige verhaallijnen met even zwarte en zware kaders. Noem het gerust een stilistische afwijking...



Maar na een tijdje sloeg de twijfel dus toe... Misschien was het toch beter om de pagina's wat kleur te geven? Enkele ingekleurde proefplaten zouden duidelijkheid scheppen.
Inkleuren, oké. Maar hoe? Welke techniek zou ik uitproberen. De klare, kleurrijke en strakke digitale illustratorinkleuring van Alexander zou te commercieel, te clean en te tijdrovend zijn voor dit project. Te tijdrovend? Ja, na een fulltimejob in het onderwijs, een druk gezinsleven, een basketbalcompetitie en een andere stripreeks, schiet er nu eenmaal niet héél véél tijd over voor nog een extra stripalbum. Als ik Alleen zou inkleuren, dan zou het op een knappe maar deadlinevriendelijke manier moeten gebeuren.

Optie 1: laat iemand anders de inkttekeningen inkleuren. Bijgevolg had ik gevraagd of mijn moeder, gerenommeerd grafisch kunstenaar Bie Flameng (www.bieflameng.be), een paar proefplaten wilde inkleuren in haar gespecialiseerde techniek (kleurpotlood, digitaal bewerkt). De resultaten waren zéér knap, sfeerrijk en — zeker — origineel. Maar bij nader inzien stak ze er toch wel érg veel tijd in en daar voelde ik me niet op mijn gemak bij. Het was niet de bedoeling om zelf te besparen op werktijd om dan anderen met een berg onbezoldigd werk op te zadelen. Profiteren, noem ik dat. ;-)

 
Optie 2: op zoek gaan naar een alternatieve, bewust ruwe, efficiënte digitale inkleuring, liefst gebaseerd op grijswaarden, gecombineerd met één steunkleur. Na wekenlang experimenteren in Photoshop (spelen met lagen, tinten, enkele filters, verschillende steunkleuren, enzovoort... Het exacte proces houd ik liever voor mezelf) had ik uiteindelijk mijn gewenste techniek gevonden: gebaseerd op blauwgrijze tinten maar vooral een techniek die authentiek en grafisch is, maar tegelijk ook expres een beetje buiten de lijntjes kleurt.

 
En toen begon... de rondvraag: een digitale proefversie van de zwart-witversie ging overal mee naartoe en werd voorgelegd aan iedereen die enigszins geïnteresseerd was... Stripverzamelaars op stripbeurzen, gerespecteerde stripkenners, collega-tekenaars en -scenaristen, uitgevers, familie en vrienden,... De vraag was eenvoudig: zwart-wit of toch eerder ingekleurd?

 
Na een wekenlange enquête was het antwoord duidelijk: inkleuren maar! Eventjes slikken... Maar de ondervraagden hadden natuurlijk gelijk: dit album verdiende een kleurtje. Dus: vier maanden extra werk... Maar het resultaat mag (hopelijk) gezien worden... Oordeel vooral zelf."




TOEKOMST
Te Verschijnen
Op Stapel
Compleet