Daedalus Dark Dragon Books Don Lawrence Collection Saga Uitgaven Silvester  
 
De Commentator

Toegevoegd op 27 mei:
José Ladrönn over Final Incal 3
Zoran Janjetov over Centaurus 1

Toegevoegd op 20 mei:

Matthieu Bonhomme over Esteban 5

Toegevoegd op 2 mei:

Sytse S. Algera over 24/7

Toegevoegd op 29 april:

Making of Alleen op de Wereld (5): De tekst en tekstballonnetjes
De volgende auteurs leverden ook al bijdragen. Klik op hun naam om verder te gaan naar hun afzonderlijke pagina:
Ivan Adriaenssens
Pierre Alary
Sytse S. Algera
Mohamed Aouamri
Jean-Michel Arroyo

Virginie Augustin
Denis Bajram
Olivier Balez en Pierre Christin
Alessandro Barbucci
Antoine Aubin en Étienne Schréder
Balak
Batem en Colman
Kristof Berte
Philippe Berthet
Georges Bess
Lük Bey
Enki Bilal
Matthieu Bonhomme
François Boucq
Tom Bouden
François Bourgeon
Enrique Breccia en Xavier Dorison
Daniel Brecht
Ken Broeders
Frédéric Brrémaud
Brüno
Max Cabanes
Charel Cambré
Barbara Canepa
Didier Conrad en Jean-Yves Ferri
Luc Cromheecke
Robbert Damen
Sébastien Damour
Nicolas de Crécy
Erik de Graaf
Aimée de Jongh
Marc de Lobie
Maarten De Saeger
Bruno Di Sano
Adrien Floch
Christian Gine
Criva en Verhast
Eric Heuvel
Philippe Delaby
Jean-Yves Delitte
Thierry Démarez
Pieter De Poortere
Jorg de Vos
Lode Devroe
Geert De Weyer
Thomas Du Caju
Kim Duchateau
Ersel
Chris Evenhuis
Philippe Francq
Fred
Paul Gastine
Thierry Girod
Carlos Gomez en Arnaud Delalande
Eugeen Goossens
Mars Gremmen
Olivier Grenson
Griffo
Juanjo Guarnido
Hardoc
Alain Henriet
Hermann
Hub
Miles Hyman
Jeroen Janssen
Philippe Jarbinet
Iouri Jigounov
Jim
Milan Jovanovic
André Juillard
Nicolas Keramidas
Patty Klein
Hanco Kolk
Jean-Charles Kraehn
Mathieu Lauffray
Christian Lax
Hec Leemans
Marc Legendre
Jérôme Lereculey en David Chauvel
Simon Léturgie
Éric Liberge
Ingrid Liman
Willy Linthout
Régis Loisel en Jean-Louis Tripp
Stéphane Louis
Love
Vincent Mallié
Wauter Mannaert
Frank Margerin
Enrico Marini
Marmus
Marvano
Scott McCloud
Fabrice Meddour
Merho
Ralph Meyer
Mezzo
Gilles Mezzomo
Guy Michel en Arnaud Delalande
François Miville-Deschênes
Arno Monin
Thimothée Montaigne
Romano Molenaar en Jorg de Vos
Jean-Louis Mourier
José-Luis Munuera
Viviane Nicaise
Peter Nuyten
Tiburce Oger
Minck Oosterveer
Danker Jan Oreel
Cyril Pedrosa
Patrice Pellerin
Claude Pelet
Philippe Pellet
Jérémy Petiqueux
Federico Pietrobon
Didier Poli en Robin Recht
Jean-Michel Ponzio
Bart Proost
Mike Ratera
Riff Reb's
Reno
Grzegorz Rosinski
Christian Rossi
Marcel Rouffa
Corentin Rouge
Kenny Rubenis
Marcel Ruijters
Paul Salomone
Riad Sattouf
François Schuiten
Olivier Schwartz
Stéphane Servain
Benoît Sokal
Kristof Spaey
Benoît Springer
Naomi J. Strijdonk
Olivier TaDuc
Jacques Tardi
Paul Teng
Béatrice Tillier
Lewis Trondheim
Albert Uderzo
Gerben Valkema
Steve Van Bael
Rob van Barneveld
Rob van Bavel
Robert van der Kroft
Sylvain Vallée en Fabien Nury
Daniel van den Broek en Ivan Claeys
Michiel van de Vijver
Maarten Vande Wiele
Wilbert van der Steen
Hans van Oudenaarden
Jos Vanspauwen
Olivier Vatine
Vincent
Bastien Vivès
XIII Mystery
Bernard Yslaire
Zep
open brieven
 
José Ladrönn over Final Incal 3
27/05
TOP
Onderstaande bijdrage van Damien Perez verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 69 van april 2014.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 11
Final Incal 3
Over de bergen uit Blueberry: "De bergen op deze plaat lijken op die uit Blueberry. Ondanks alles is Middenaarde een gevaarlijke plaats die veel overeenkomsten heeft met het Amerikaanse Westen. Met dat verschil dat de bergen hier gevormd zijn door watervallen van zuur. En dat psychoratten de paarden vervangen."

Over ratten en konijnen: "Ik teken graag ratten. Ik had een witte rat met rode ogen als mascotte die Marte heette. Gelukkig houd ik alle dieren die ik teken niet als huisdieren. Toen ik het kortverhaal Lágrimas de Oro van Alejandro tekende, waarin een konijn voorkwam, heb ik simpelweg een goed gedocumenteerd boek over het onderwerp gekocht."

Over zichzelf blijven: "Het zou moeilijk geweest zijn om Final Incal te tekenen als ik aan het werk van Mœbius en Janjetov denk. Ik heb beslist om mezelf te zijn. Het belangrijkste is om het scenario te bestuderen, het verhaal te begrijpen en de personages perfect te kennen. Vervolgens is er een lijst nodig van plaatsen waar ik hen naartoe moet nemen. Ik heb er sommige gecreëerd en andere aangepast die we al in de vorige cyclussen hebben gezien, zoals het paleis van de Pres dat de lezer vanuit nooit eerder getoonde invalshoeken kan ontdekken. Een hommage aan de auteurs is het wereldje dat zij creëerden respecteren."

Over grafische bevrijding:
"Ik voelde aan dat het verhaal schreeuwde om meer schaduw en details dan de vorige delen. Ik pakte dit deel aan met een minder klare lijn. Deze scène op Middenaarde bevrijdde mijn tekenstijl. Zo kon ik aan mijn dieren en mijn wilden een grafische identiteit geven die verschilde van de bewoners van de beschaafde werelden uit het begin van Final Incal."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 12
Final Incal 3
Over Gorgo: "De kledij en taal van Mœbius' Gorgo heb ik goed bestudeerd alvorens me er zelf aan te zetten. Gorgo heeft een belangrijke rol en ik heb enkele nog niet eerder verkende eigenschappen van zijn persoonlijkheid naar voor gebracht. Hij moet beschouwd worden als een denkend wezen en niet alleen als een impulsieve wilde. Ik benadruk zijn leiderschap, zijn twijfels, zijn wat romantische kantje, ook al drukt hij zich voor dat laatste op een bijzondere manier uit! Ondank dat is Gorgo niet mijn versie, het is die van Mœbius. Ik kan me geen personage eigen maken als ik het niet zelf heb gecreëerd."

Over tekenprogramma's: "Ik teken mijn ontwerp in Photoshop CS6 met een Cintiq 21UX-tekenpalet. Daarmee kan ik het verhaal in zijn geheel visualiseren en kan ik er eventuele grafische correcties op toepassen. Daarna begin ik met de tekeningen in hoge resolutie. Ik maak een kopie in lage resolutie waarop ik de tekstballonnen aanduid met Adobe Illustrator. Met Painter als aanvulling op Photoshop kan ik de anders kille digitale inkleuring bijwerken en verfijnen."

Over alle middelen gebruiken: "Ik had het moeilijk om papier, potlood, aquarel en inkt achter me te laten. Voordien gebruikte ik de computer om mijn tekeningen in te scannen en op te slaan, enkele imperfecties bij te werken en hier en daar wat in kleur te zetten. Toen ik op een evenwicht tussen tradiotioneel werk en digitaal werk uitkwam, heb ik gekozen voor het laatste, ook al doe ik het bij gelegenheid nog wel eens op fiftyfiftybasis. Mijn raad: gebruik alle middelen waarover je beschikt, beperk je nooit tot één enkele techniek. Het belangrijkste is dat je werk lijkt op wat je hoopte. Op welke manier dan ook."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 13
Final Incal 3
Over de Metabaron: "De Metabaron komt niet voor in deze cyclus van De Incal. Als hij ooit terugkomt, zal ik hem met veel plezier tekenen want het gaat om een groots personage dat elke tekenaar graag zou gebruiken. Wie zou niet graag de macht van een krijger hebben die een compleet leger kan verslaan in een handomdraai? Ik had het geluk hem te kunnen tekenen voor een Amerikaanse cover van De Incal. En het gebeurt wel eens dat ik hem op signeersessies teken. Ik heb het in gelijke mate voor Solune, Tanatah of de Kamar Raïmo. Misschien heb ik op een dag het geluk ze te mogen tekenen..."

Over sprekende prenten: "Ik heb heel graag prent 4 getekend. Sommige prenten spreken voor zich, ze bieden een soort visueel scenario aan door het meegeven van informatie. Ik hoop dat deze prent er een van is."

Over steden die groeien: "Ik teken graag steden door de indruk te geven dat mijn gebouwen gegroeid zijn en blijven groeien als planten. Ik volg mijn instinct om plaatsen te creëren die het scenario verlangt en baseer me daarvoor niet op het werk van architecten, maar wel op dat van artiesten als Syd Mead en Chris Foss."

Over een gouden kans:
"Jodorowsky werkt op eenzelfde manier met mij als hij met Mœbius deed. Hij speelt het na, hij vertelt, ik neem notities. Ik pas vervolgens zijn aanwijzingen toe en schaaf sommige sitiaties bij of ik voeg er situaties aan toe als er nood aan is. Dat levert geen problemen op zolang Alejandro en ik op eenzelfde artistieke golflengte zitten. Het lezen van De Incal van het Duister op mijn veertiende overtuigde me om strips te gaan tekenen. Nu werk ik met Alejandro aan het storyboard van Los Hijos del Topo (naar de film die Alejandro Jodorowsky zelf maakte, red.). Toen hij me dat voorstelde was ik sprakeloos. Het is een gouden kans om iets unieks te maken."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 14
Final Incal 3
Over realiteiten: "Ik geef Kill een menselijke blik. Hij moest zelfverzekerd zijn en vertrouwen uitstralen. Deze waardevolle soldaat heeft ook gevoelens, hij verloor veel vrienden tijdens de oorlog en kent het belang van het leven. De Kill uit Final Incal is op slag verschillend van degene uit de vorige cyclus. Mœbius stileert de vorm van de schedel en het gezicht, ik gebruik een structuur met meer vacht. Maar de lezer herkent 'm makkelijk, zelfs zonder het fameuze gat in zijn oor. Die wonde, door een schot uit het pistool van Difool, gebeurt in een andere realiteit. In deze realiteit ontmoeten Difool, Kill en Gorgo elkaar voor het eerst."

Over vragen stellen: "Voor het tekenen van Final Incal moest ik me constant documenteren zodat het overeenkwam met het globale verhaal, maar ook om geloofwaardig te zijn. Ik stelde me telkens heel wat vragen. Hoe groot is Gorgo? Uit hoeveel verdiepingen bestaat de Putstad? Welk dier produceert melk waarmee men de groene kazen maakt? Wat is de temperatuur in Middenaarde? Is er een zee op Terra 2014?"

Over geloofwaardigheid: "Al jarenlang werk ik voor de inkleuring samen met Tatto Caballero. Hij kleurt mijn platen in tot op een bepaald punt en daar voeg ik special effects en lichtaccenten aan toe waarvan ik de enige ben die weet waar ze moeten komen. Ik heb graag dat voorwerpen die licht uitstralen dat op een realistische manier doen en dus weerschijnen op voorwerpen ernaast. Ik let goed op de belichting van een prent, dat net zo belangrijk is als de inkleuring en het perspectief voor de opstelling van de tekeningen. Als het een zonder het ander kan, is de tekening over het algemeen niet geloofwaardig."


Zoran Janjetov over Centaurus 1
27/05
TOP
Onderstaande bijdrage van Thierry Wagner verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 79 van maart 2015.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 21
Centaurus 1
Over taalkennis: "Bij het afronden van Ogregod, mijn vorige serie, stelde Élisabeth Haroche, mijn uitgeefster bij Delcourt, me indertijd voor aan Léo en Rodolphe met zicht op een samenwerking. Ik kende Rodolphe al en ik bewonderde Léo want we evolueren in dezelfde sciencefictionwereld met ruimteschepen en mysteries. Ik woon op een zestigtal kilometer ten noorden van Belgrado.Ik lees Frans, ik begrijp het, maar mijn processor is nog niet voldoende geactiveerd zodat ik het kan spreken. We hadden nochtans geen enkel probleem om samen te werken. Ze vertelden me dat ze Centaurus gecreëerd hebben voor mij."

Over het nieuwe: "Ik probeer voor elke nieuwe serie op een ander manier te werken. Deze keer vroeg ik me lange tijd af waar het op moest lijken. Ik wilde het grafisch gezien graag dichter laten aanleunen bij het werk van Léo door in zijn wereldje te integreren. Zij wilden dat ik mezelf bleef. Ik moest een evenwicht vinden tussen de twee, dus toch iets nieuw."

Over theatraal fantasme versus mogelijke realiteit: "Deze plaat moest sterk en indrukwekkend zijn. Ik wilde ook dat realisme, dat normale dat de overhand heeft in de albums van Léo. Hoewel vreemd en mysterieus moest het er toch reëel uitzien. Wat ik voordien heb gedaan, van Voor de Incal tot De Wapens van de Metabaronnen, hoort bij een groot theatraal fantasme. Centaurus zou moeten lijken op iets dat we op een dag zouden kunnen zien zonder drugs te nemen of volslagen gek te zijn. Iets dat tegelijk makkelijk en complex is."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 22
Centaurus 1
Over werklast: "De centrale as van het cilindrische ruimteschip bevat talloze technische installaties: verlichtingssysteem, een centrale om de as te controleren, enzovoort. Dit enorm complex huisvest laboratoria, kantoren, technische faciliteiten,... Ik hoop dat je als lezer de dimensies van het ruimteschip aanvoelt. Er was niet echt documentatie nodig voor zo'n album. Daar hou ik van. Je moet alles uitvinden, vandaar veel werk, maar daar zijn we voor, niet? Ik werk al volop aan het derde deel. Sommige pagina's kosten me een volledige week werk."

Over klassieke technieken en de computer: "Ik werk nog altijd volledig manueel op het papierformaat 27 x 38 cm met heel klassieke middelen: potlood, inkt en in bovenstaand geval Mitsubishi-kleurpotloden die heel snel drogen en waarvan de pigmenten na verloop van tijd niet vervagen. Vóór het computertijdperk gebruikte ik klassieke architectuurtechnieken voor de constructies. Tegenwoordig werk ik de basis van mijn structuren uit in 3D met het programma Google SketchUp, zonder al te veel details. Ik zoek vervolgens naar de juiste standpunten, ik print ze uit en ik teken de rest met de hand."

Over de inkleuring door Zoran Jr: "Mijn zoon, Zoran Jr, doet de inkleuring. Hij vindt instinctief de goede kleuren zonder dat ik veel indicaties geef. Ik kom binnen in zijn kamer, ik kijk even naar wat hij gedaan heeft en dat bevalt me. Hij doet dat veel beter dan ik."

Over kadrage als accentuering:
"De grote prent is een narratief interessante springveer. De zwaartekracht vermindert en dat maakt Bram, het hoofdpersonage in deze scène, ziek. Door hem van dicht te tekenen, met een afgesneden kadrage, wordt zijn ziekte en zijn claustrofobisch gevoel geaccentueerd."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 23
Centaurus 1
Over uitstelgedrag: "Ruimteschepen tekenen is best wel makkelijk. Het moeilijkste zijn de personages. Van deze plaat houd ik het minst want we zien alle personages in elke kader. Ik heb dit maandenlang uitgesteld en eerst alle andere platen gemaakt. De meest oplettende lezers, en nu ook jij terwijl je dit leest, zullen opmerken dat Bram niet meer op dezelfde plaats zit op de eerste prent van de volgende plaat. Mijn zoon had het ook moeilijk voor de inkleuring van deze plaat."

Over de personages en hun voorbeelden: "We hebben de personages met zijn drieën gecreëerd. Pierre lijkt een beetje op Clint Eastwood. Dat is zo beschreven in het scenario. Bram lijkt op Blueberry, maar met blonde haren. Voor de tweeling was het oorspronkelijke idee om ons te inspireren op Léa Seydoux (Franse actrice, vooral bekend door haar rol in de stripverfilming La Vie d'Adèle, red.), maar niet te opvallend zodat we haar toestemming niet moesten vragen. Tijdens het schetsen evolueerden onze personages om te lijken op wie ze nu zijn. Mary-Maë is geïnspireerd op de Engelse actrice Judi Dench zonder haar te zijn. Léo en Rodolphe wilden dat ik een oude dame tekende met een voorkomen zoals haar in het begin van haar carrière in de tv-serie A Fine Romance. Ik heb dus alle afleveringen bekeken als inspiratiebron."

Over het belang van uitdrukken van emoties: "Ik let vooral op het uitwerken van de haren van mijn personages en op hun bewegingen. Al wat hun gevoel uitdrukt, is van belang. Sommige albums zijn magnifiek getekend, maar de personages erin zijn wezenloos, hun blikken leeg. Van de weeromstuit voel je hun emoties niet. En je verliest veel."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 24
Centaurus 1
Over het ruimteschip: "Het ruimteschip in zijn totaliteit. Léo en Rodolphe hadden enkel aangegeven dat deze cilinder vijftig kilometer lang is met een diameter van tien kilometer. Ik had alle vrijheid voor de details, niet echt logisch. Ik vraag me nogal af hoe een ingenieur zo'n ruimtschip kon ontwerpen. Maar het uiteindelijk resultaat lijkt me overtuigend. Ik heb meerdere dagen uitgetrokken om het in 3D te modelleren. Dat is normaal, ik leerde pas werken met het programma."

Over Star Trek: "De uitgang is zo klein dat het in feite niet te zien is in het algemene beeld. Ik heb de vierde prent moeten toevoegen zodat je begrijpt waar de uit Star Trek overgenomen ruimtesloep rechts vandaan komt. Ik kon het niet laten! Ik ben een fan van Star Wars, Star Trek, Godzilla en Gerry Anderson (de producer, regisseur en schrijver van Thunderbirds, red.), ik bewonder mensen die zulke werelden hebben geschapen."

Over vreemde dieren: "Léo bedenkt graag imaginaire dieren. Er zijn er ook in Centaurus. Dat komt goed uit, ik ben dol op ietwat afwijkende dieren. Ook hier moesten ze overtuigend overkomen. Voor dit eerste deel heb ik enkel een dinosaurus en een reuzebloem getekend, nog wat doorsnee volgens mij. Ik hoop dat ze me in het vervolg nog vreemdere wezens laten tekenen."

Over gewone mensen:
"Deze plaat was flauw en zonder diepte in zwart-wit. Het kwam pas tot leven door de inkleuring van mijn zoon. Het resultaat is erg overrompelend. Dat is wat ik zocht, de geest van Léo. We krijgen de indruk dat we een van zijn personages zouden kunnen zijn en de fantasie meebeleven: gewone personen in gewone kleren die gewone zaken doen in de vreemdste wereld ooit."


Matthieu Bonhomme over Esteban 5
20/05
TOP
Onderstaande bijdrage van Paul Giner verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 61 van juli/augustus 2013.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 13
Esteban 5
Over het aantal personages: "Mijn manier van werken voor Esteban is niet veranderd sinds het eerste deel. Zelfde formaat, zelfde techniek, enkel het papier dat ik gebruik is wat zwaarder. Belangrijkste uitdaging voor dit album: het aantal personges! Kijk naar de eerste prent, ze zijn met meer dan vijften. In de volgende met een tiental. Ik moest iedereen laten bewegen en acteren. Hoewel er voor een tekenaar niets coolers bestaat dan een eenzaat in een woestijn te tekenen, had ik hier recht op het omgekeerde."

Over schaduw- en lichtzones: "Mijn personages zijn al silhouetten en in volgorde geplaatst in zwart-wit op mijn platen. De inkleuring liet toe om een schaduwzone in te lassen en een andere zone in het licht te plaatsen, de indianen en de vluchtelingen worden daardoor afgebakend. Er kan ook aandacht gevestigd worden op Rode Adelaar, het opperhoofd terwijl de voorgrond geneutraliseerd wordt."

Over het scenario als storyboard: "Ik schrijf mijn scenario in de vorm van een storyboard, maar ik houd me in eerste instantie niet bezig met het uiterlijk van mijn personages. Ondertussen geef ik hen een een karakteristieke eigenschap om het goed te kunnen herlezen. Dat kan een litteken zijn, heel bruine haren, een snor, of lange haren en een hoofddeksel zoals voor het indianenopperhoofd."

Over Clara als vrouw:
"Clara is een kleine vrouw die slecht in haar kleren zit, die we in stadskledij opgesloten vonden in een gevangenis. Ik moest er wat op vinden om haar te verder te laten evolueren. Haar kapsel uit de jaren 1900 bijvoorbeeld raakt losser tijdens het hele album om uiteindelijk bij losse haren uit te komen die meewaaien met de wind. Een vrouw in een jongensstrip met cowboys, indianen, zeevaarders valt niet mee. Ondanks zichzelf zal ze haar karakter toch laten gelden."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 14
Esteban 5
Over het gekeuvel doorbreken: "Terwijl deze besloten locatie nogal statisch is, moest het onderhandelen snel gebeuren. Er bestaat niets slechters dan twee onbeweeglijke personages tegenover elkaar te plaatsen. Het schrijven via storyboard laat me al vroeg toe om de heikele, lange of onbeweeglijke momenten te identiciferen. Vandaar de agressieve toon in deze scène. Aanvankelijk is Rode Adelaaar niet gewelddadig, maar omdat hij verzot is op oorlogvoeren, zorgt dat voor extra spanning, paniek en dat het gekeuvel."

Over knaleffecten: "In deze scène zitten er geen, maar ik gebruik graag grote onomatopeeën op een gele achtergrond. Dat is mijn nieuwe ding! Sinds het eerste deel baadt Esteban in grijze en groene tinten, de kleuren van Bretagne in de regen. Ik had zin in frissere, opvallendere, helderdere en toonaangevendere kleuren. Een onomatopee laten klinken op een gele kleur geeft er een levendig effect aan, het doorbreekt de monotonie van de kleurtinten, het geeft het geheel ritme terwijl het er een knaleffect aan geeft. "

Over de indianen: "Goed wetend dat deze indianen minder talrijk en gekend waren dan de Sioux en de Apachen was het vinden van documentatie over hoe ze zich kleden en optooiden niet eenvoudig. Gelukkig vond ik referentiewerken via het internet die zulke info bevatten. Ik bracht trouwens ook boeken mee over de indianen op mijn reis naar Vuurland. Hun opmaak was basic met eenvoudige motieven. Soms beschilderden ze zich helemaal."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 15
Esteban 5
Over de wartaal: "Het gezicht van Esteban kwam onbewust tot stand op mijn eerste storyboards. Om hem te onderscheiden van de anderen en te tonen dat hij een indiaan is, gaf ik hem zwarte haren, een uitgesproken neus, uitstekende jukbeenderen en beheerste ogen. Het is karikaturaal, maar hij is identificeerbaar. Op deze platen praat hij Tehuelche met de andere indianen. Heel fonetische wartaal! Soms is er sprake van 'waka', een geest, maar dat is alles. Ik wilde gewoon uitspelen dat er een andere taal wordt gesproken en ik heb er kleine tekstballonnen van gemaakt zodat het niet stoort tijdens het lezen."

Over de naam van de kapitein: "De kapitein heet 'de kapitein'. Ik ben er niet in geslaagd een naam voor hem te vinden die hem op het lijf is geschreven. Ik heb het geprobeerd, het lukte niet. En nu maakt zijn naam deel uit van het mysterie. Misschien schrijf ik ooit een avontuur waarin zijn naam onthuld wordt."

Over de wind in de zeilen: "Grote boten met zeilen tekenen is lastig, maar ook plezierig. In het begin is er een zuchtje wind, de boot beweegt, het loont de moeite er werk van te maken. Ik zoek eerst naar de sfeer en het plan. Je moet de wind in de zeilen voelen zodat de boot de golven kan doorklieven. Daarna leg ik me toe op de mast en de touwen. Nooit omgekeerd."

Over intenties voor de inkleuring:
"Voor de inkleuring overleg ik met Delphine Chedru en stuur haar soms foto's om mijn bedoelingen duidelijk te maken zoals bij het afschieten van een vuurpijl. Ik leg mijn intenties uit over dag, nacht, 's morgens, zodat ze de mise en scène kan vatten."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 16
Esteban 5
Over het bloedrode kleur: "Hoewel ik over het algemeen het album niet in kleur denk, kwam het rood van deze scène vroeg in me op. Met enerzijds rode tinten en anderzijds blauwe tinten was het een echo van de titel Bloed en IJs. De soldaten komen terwijl de indianen en de vluchtelingen met elkaar onderhandelen. De scène speelt zich 's nachts af, de boot vaart langs de kuststrook, de soldaten observeren vanop een afstand, merken iets op, lanceren een vuurpijl als bevestiging. Hoe kon de scène een dramatischer diepgang krijgen en de aankomst duidelijk maken? De rode tinten geven de toon aan... er zal bloed vloeien. "

Over de generaal: "Die generaal is een dekselse smeerlap. In het vorige deel wisten we nog niet al te goed wie hij is. We dachten dat sergeant La Paz de grote slechterik was. Iemand die martelt en zich vriendelijk voordoet. Zijn baas moest erger zijn, ronduit gek. Via de liefdesgeschiedenis met zijn vrouw heb ik van hem een door jaloezie verteerde man gemaakt. Clara is kilometers in het rond de enige vrouw. De generaal moet de blik van de mannen op zijn vrouw dulden, wat hem volslagen verzuurd maakt. Haar ontvoerd zien worden, is een vernedering, een aanslag op zijn mannelijkheid, zijn autoriteit, zijn superioriteit. Hij is tot alles bereid om Clara terug te halen, bereid om iedereen te doden, zonder meer."

Over de loser: "Hij mag dan wel een generaal zijn, hij leidt toch maar een gevangenis in Ushuaia! Dat is een straf. Hij heeft het ergens serieus verkloot. Hij is een loser die dat niet aanvaardt. Ik zadelde hem kortom met van alles en nog wat op en hij toont zijn walgelijkste kant."


Sytse S. Algera over 24/7
02/05
TOP
24/7, een nieuwe stripreeks
"Eind 2012 ontstond bij mij het idee om een strip te maken over de grote reorganisatie die momenteel plaatsvindt bij de Nederlandse politie. De grootste overheidsorganisatie van Nederland met maar liefst 65.000 mensen. Een organisatie die al jaren stof tot inspiratie is voor veel scenaristen en filmmakers, daar moest toch een verhaal in zitten.

Omdat de reeks De Vries even stilstond door de vele nieuwe strips die in het tijdschrift Eppo geplaatst werden, zorgde het voor een periode van rust en had tekenaar Patrick Van Oppen tijd om iets nieuws te proberen. Samen met mijn vaste redacteur Ger Apeldoorn hebben we toen een opzet gemaakt waarin twee jonge politiemensen de lezer mee konden nemen tijdens hun werk.

De eerste gesprekken bij de politie verliepen voorspoedig en voor we het wisten hadden we een contract om voor het nieuwe personeelsblad van de politie 24/7 elke maand een vier pagina's tellende strip te maken. We hadden afgesproken om de twee jonge politiemensen, Herre en Marleen, langs verschillende nieuwe ontwikkelingen te leiden en tegelijkertijd een spannend verhaal te vertellen.


24/7, jaargang 1
In 2013 begon de publicatie en de lezers waren erg enthousiast. Ze vonden de strip herkenbaar, grappig en realistisch. De strip gaf een mooi beeld van de dagelijkse werkzaamheden bij de Nederlandse politie. Het daaropvolgende eerste verhaal van 45 bladzijden speelde zich af in Den Haag en begon met een moord uit 1993 die pas in 2013 werd opgelost.


Het tweede verhaal begon in 2014 en we hadden samen met de redactie besloten om de hoofdpersonen naar een ander gedeelte van het land te sturen om de strip verrassend te houden. Tegelijkertijd konden we de politiecollega's die het blad lazen, meenemen in bijzonderheden van de grootste politie-eenheid Oost.

Het personeelsblad wordt in het gehele land gelezen (oplage zeventigduizend exemplaren, verschijnt elf keer per jaar) en dan is het leuk om ook verschillende gebieden in het land als achtergrond te gebruiken.


24/7, jaargang 2
Het tweede verhaal van 44 bladzijden bestond uit losse korte verhalen met als overeenkomst de hoofdpersonen Herre en Marleen, de reorganisatie, het gebied, Twente en de politie. Er zat geen doorlopend verhaal in en dit gaf mij als scenarist de mogelijkheid om veel actuele gebeurtenissen in de strip te brengen.

In 2014 speelde bijvoorbeeld de discussie over het gebruik van drones op zowel mijn werk, het Ministerie van Veiligheid en Justitie, als bij de politie en dat zagen we terug in de strip. Een element uit de wetgeving werd gebruikt voor een grappig verhaal en had tot gevolg dat een professioneel bedrijf, dat zich met dones” bezighoudt, de strip ging gebruiken om zaken aan mensen uit te leggen. Voor ons als stripmakers is dat natuurlijk een mooi compliment.




Ook een gebeurtenis zoals het 'donkere dagen offensief', waarbij extra inzet van de politie bij de donkere maanden in het najaar wordt ingezet, kwam van pas als decor voor een spannend verhaaltje.

Het leuke van deze aflevering was dat tekenaar Patrick Van Oppen een aantal scènes heel lokaal mocht tekenen. Deze aflevering werd namelijk ook gebruikt in folders over inbraakvoorlichting in het gehele land. Hier bestaan dus tien verschillende versies van, een voor elke politie eenheid in Nederland.

Hieronder vind je een reeks voorbeelden met een prent die achtereenvolgens in Groningen, Den Haag en Roterdam is gesitueerd.






En hieronder een andere scène met opnieuw achtereenvolgens Groningen, Den Haag en Roterdam als decor.







24/7, jaargang 3
Dit jaar, in 2015, hebben we net weer een overleg gehad met de hoofdredacteur van het personeelsblad 24/7 en we hebben afgesproken dat we het derde jaar van 24/7 opnieuw anders aanpakken dan de eerste twee jaren.

In tegenstelling tot de eerste twee jaren, waar actuele en realistische gebeurtenissen plaatsvonden in de strip, wordt jaargang 3 een verhaal dat niet alleen fictief, maar ook veel rauwer en vooral grimmiger van toon zal zijn.

Omdat de tekenstijl van Patrick perfect paste bij de setting van de verhalen in jaargang 1 en 2 (realistisch, grappig en soms wat serieus) leek het ons goed om jaargang 3 door een andere tekenaar te laten maken. Een rauw, gewelddadig verhaal vraagt nu eenmaal om een iets minder 'brave' tekenstijl en we zijn dan gaan kijken welke tekenaar dit zou kunnen en ook tijd had voor dit project.

Daarom hebben we twee tekenaars een kortverhaal laten maken voor 24/7 en daaruit bleek dat de redactie een sterke voorkeur had voor een tekenaar met wie ik al eerder had samengewerkt.




Tekenaar Przemyslaw Klosin, met wie ik werk aan de reeks Cell, zal dus het komende jaar niet alleen de verhalen van Cell maken, maar ook het nieuwe verhaal voor 24/7. De titel: Cop-Killer. Meer hierover in een volgende aflevering van De Commentator.

Tijdens beurzen, signeersessies en zelfs tijdens mijn werk werd de afgelopen maanden regelmatig gevraagd of er van 24/7 ook een album zou komen. Omdat er een aantal scenario's waren waar ik mee bezig was kon ik die vraag eerder nog niet beantwoorden.

Inmiddels is de kogel door de kerk en is het duidelijk dat we na de zomer de eerste twee delen van de reeks 24/7 uit gaan brengen. Beide albums zullen dan verkrijgbaar zijn bij de stripspeciaalzaken in België en Nederland . Ze zullen uitgebracht worden door uitgeverij Don Lawrence Collection, waar al mijn reeksen verschijnen.

In augustus en september is het ook de bedoeling dat ik samen met tekenaar Patrick Van Oppen een signeertour langs stripspeciaalzaken in Vlaanderen en Nederland maak om beide albums van 24/7 en natuurlijk deel 3 van de reeks De Vries, Ontspoord, voor de lezers te signeren."


Making of Alleen op de Wereld (5):
De tekst en tekstballonnetjes
29/04
TOP
Maandelijks verschaft Bart Proost ons een kijkje op zijn vorderingen aan de strip Alleen op de Wereld. Oudere updates vind je hier.

"Er zijn — ruwweg — twee manieren om tekstballonnen toe te voegen aan een stripverhaal: ofwel teken je de ballonnetjes met de hand (rekening houdend met de hoeveelheid tekst die er in komt te staan, zie scenario) ofwel plaats je de ballonnetjes met de computer (met de nodige software, bijvoorbeeld Comic Life)...

Het heeft allebei zijn voor- en nadelen. De eerste werkwijze (ballonnen tekenen) spaart je wat tekenwerk uit (waar je een ballon plaatst, moet je niks tekenen natuurlijk), maar je kan dan achteraf ook niet meer spelen met de plaats, de vorm of het formaat van de ballon. En da's natuurlijk wel handig als je je tekst nog wat wil wijzigen (uitbreiden of inkorten). Maar ook bij vertalingen is het digitaal plaatsen van ballonnen meegenomen: de ene taal is nu eenmaal wat bondiger dan de andere.

Voor Alleen op de Wereld was de keuze snel gemaakt: daar ik mezelf de vrijheid wou geven om achteraf nog wat te zoeken en te spelen met de teksten (bewoordingen, zinsconstructies, enzovoort), koos ik al vanaf de eerste schetsen voor volledige uitgewerkte tekeningen zonder handgetekende tekstballonnen. Deze heb ik dus achteraf (zelfs pas nà de inkleuring) toegevoegd met het digitale pakket Comic Life. Het was ook deze versie die ik — in mijn korte zoektocht naar een publicatie — omzette in pdf'en en doormailde naar mogelijke uitgevers. Deze versie kon je trouwens ook zien en lezen in Stroke (Alleen op de Wereld werd voorgepubliceerd in dit digitale magazine van de Vlaamse Stripgilde)...



Tot mijn grote verbazing bleken er meerdere uitgeverijen serieuze interesse te hebben om dit album uit te geven. En aangezien ik alleen uitgeverijen had aangeschreven voor wiens catalogus ik het grootste respect heb, was dat natuurlijk een hele eer... Uiteindelijk viel de keuze op een uitgeverij die prat gaat op kwaliteit en mooie uitgaven: Saga Uitgaven.

Na een overleg met beide sympathieke heren, Martin Claeys en Johan Gerlings, werd besloten om de 'lettering' licht aan te passen: de ballonnen werden behouden, maar in de uiteindelijke opmaak zou de uitgeverij een lichtjes aangepast lettertype gebruiken. Zonder enig probleem werd het uiterst geschikte lettertype en de beste grootte gezocht en gevonden. Na enkele aanpassingen hier en daar en enkele tekstuele toevoegingen van Jorikus-scenarist Stijn Verhaeghe stond de lay-out eindelijk op punt. Nog eens een dikke merci, Stijn!

Vergelijk onderstaande lettering. In het eerste geval mijn eigen versie via Comic Life (BPROOST). Eronder de versie van Saga Uitgaven via het opmaakprogramma InDesign.




En nu? Momenteel wordt de cover nog onder handen genomen... en daarna is het wachten tot september 2015!

Volgende keer, in de laatste episode van deze making of, vertel ik nog wat meer over het ontwerp van die cover(s), over de releasedata en de verschillende edities. Je krijgt ook de trailer van het album voorgeschoteld. Benieuwd of je die zal lusten.

De titel is ondertussen al definitief: Alleen Op De Wereld: Chavanon.
Meer info volgt dus nog, beloofd!

Tot slot een extra vergelijking tussen mijn eigen lettering en die van de uitgever."




TOEKOMST
Te Verschijnen
Op Stapel
Compleet