Daedalus Don Lawrence Collection Saga Uitgaven  
 
De Commentator

Toegevoegd op 16 december:
Philippe Jarbinet over Airborne 44 7

Toegevoegd op 13 december:

Paul Cauuet over Krasse Knarren 4

Toegevoegd op 9 december:

Gerben Valkema over Suske en Wiske: Cromimi

Toegevoegd op 6 december:

Theo Caneschi over Murena 10

Toegevoegd op 2 december:

Régis Loisel over Mickey Mouse

Toegevoegd op 25 november:

Antoine Giner-Belmonte over De Meesters van White Plain 1
De volgende auteurs leverden ook al bijdragen. Klik op hun naam om verder te gaan naar hun afzonderlijke pagina:
Ivan Adriaenssens
Pierre Alary
Sytse S. Algera
Alex Alice
Christophe Alliel en Aurélien Ducoudray
Jesús Alonso en Olivier Visonneau
Anlor
Mohamed Aouamri
Dimitri Armand
Jean-Michel Arroyo

Laurent Astier
Antoine Aubin en étienne Schréder
Virginie Augustin
Philippe Aymond
Denis Bajram
Balak
Olivier Balez en Pierre Christin
Alessandro Barbucci
Jean Bastide
Raphaël Beuchot
Batem en Colman
Kristof Berte
Philippe Berthet
Georges Bess
Lük Bey
Enki Bilal
De Blauwbloezen
Frédéric Blier
Olivier Boiscommun
Matthieu Bonhomme
Cyril Bonin
François Boucq
Tom Bouden
François Bourgeon
Marc Bourgne
Enrique Breccia en Xavier Dorison
Daniel Brecht
Ken Broeders
Frédéric Brrémaud
Brüno
Max Cabanes
Charel Cambré
Barbara Canepa
Theo Caneschi
Paul Cauuet
Lounis Chabane
Jean-Christophe Chauzy
Didier Conrad en Jean-Yves Ferri
Luc Cromheecke
Criva en Verhast
Robbert Damen
Sébastien Damour
Frodo De Decker
Nicolas de Crécy
Erik de Graaf
Aimée de Jongh
Philippe Delaby
Marissa Delbressine
Jean-Yves Delitte
Marc de Lobie
Thierry Démarez
Philippe Delzenne
Pieter De Poortere
François Dermaut
Maarten De Saeger
Jorg de Vos
Lode Devroe
Geert De Weyer
Bruno Di Sano
Terry Dodson
Thomas Du Caju
Kim Duchateau
Bruno Duhamel
Ersel
Chris Evenhuis
David Felizarda Real
Adrien Floch
Philippe Francq
Fred
Paul Gastine
Philippe Gauckler
Bruno Gazzotti
Christian Gine
Antoine Giner-Belmonte
Thierry Girod
Carlos Gomez en Arnaud Delalande
Eugeen Goossens
Mars Gremmen
Olivier Grenson
Griffo
Juanjo Guarnido
Richard Guérineau
Hardoc
Alain Henriet
Hermann
Eric Heuvel
José Homs
Hub
Romain Hugault
Miles Hyman
Zoran Janjetov
Jeroen Janssen
Philippe Jarbinet
Iouri Jigounov
Jim
Milan Jovanovic
André Juillard
Nicolas Keramidas
Kerascoët
Patty Klein
Hanco Kolk
Jean-Charles Kraehn
Hugues Labiano
José Ladrönn
Juan Louis Landa en Sandro Raule
Mathieu Lauffray
Christian Lax
Olivier Ledroit en Thomas Day
Hec Leemans
Marc Legendre
Jérôme Lereculey en David Chauvel
Simon Léturgie
éric Liberge
Ingrid Liman
Willy Linthout
Régis Loisel
Régis Loisel en Jean-Louis Tripp
Stéphane Louis
Vincent Mallié
Milo Manara
Wauter Mannaert
Fabio Mantovani en Philippe Nihoul
Frank Margerin
Enrico Marini
Marmus
Marvano
Scott McCloud
Fabrice Meddour
Merho
Ralph Meyer
Mezzo
Gilles Mezzomo
Guy Michel en Arnaud Delalande
François Miville-Deschênes
Arno Monin
Thimothée Montaigne
Romano Molenaar en Jorg de Vos
Jean-Louis Mourier
José-Luis Munuera
Federico Nardo en Pierre Makyo
Viviane Nicaise
Peter Nuyten
Tiburce Oger
Minck Oosterveer
Danker Jan Oreel
Marcel Pagnol
Joël Parnotte
Frank Pé
Cyril Pedrosa
Frederik Peeters
Patrice Pellerin
Claude Pelet
Rubén Pellejero
Philippe Pellet
Régis Penet
Jérémy Petiqueux
Nicolas Petrimaux
Federico Pietrobon
Didier Poli en Robin Recht
Jean-Michel Ponzio
Francis Porcel
Bart Proost
Mike Ratera
Riff Reb's
Reno
Mathieu Reynès
Roberto Ricci
Willem Ritstier
Grzegorz Rosinski
Christian Rossi
Marcel Rouffa
Corentin Rouge
Kenny Rubenis
Marcel Ruijters
Paul Salomone
Riad Sattouf
François Schuiten
Olivier Schwartz
Stéphane Servain
Christophe Simon
Benoît Sokal
Kristof Spaey
Benoît Springer
Naomi J. Strijdonk
Roman Surzhenko
Yves Swolfs
Olivier TaDuc
Jirô Taniguchi
Jacques Tardi
Paul Teng
Marlon Teunissen
Béatrice Tillier
Lewis Trondheim
Albert Uderzo
Gerben Valkema
Sylvain Vallée en Fabien Nury
Steve Van Bael
Rob van Barneveld
Rob van Bavel
Daniel van den Broek en Ivan Claeys
Robert van der Kroft
Wilbert van der Steen
Michiel van de Vijver
Maarten Vande Wiele
Jean Van Hamme
Hans van Oudenaarden
Jos Vanspauwen
Olivier Vatine
Dan Verlinden
Vincent
Bastien Vivès
Thomas von Kummant
Colin Wilson
XIII Mystery
Bernard Yslaire
Zep
open brieven
 
Philippe Jarbinet over Airborne 44 7
16/12
TOP
Airborne 44 7
Onderstaande bijdrage van Paul Giner verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 91 van december 2017.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 38
Airborne 44 7
Over documentatie: "Bij elk nieuw tweeluik van Airborne 44 creëer ik nieuwe personages en een historische context, daarna zoek ik heel veel documentatie waarvan ik maar 5% gebruik! Hoe zorg ik ervoor dat het allemaal bruikbaar is, hoe integreer ik het in mijn verhaal? Te oordelen naar het aantal fascinerende onderwerpen waarop ik stuit, voer ik als het ware een oorlog tegen mezelf."

Over empathie: "Ik moest empathie creëren met Aurelius, mijn hoofdpersonage dat voor de Waffen-SS werkt. Het is natuurlijk mogelijk om verwerpelijke personages te schrijven, maar ik wilde hem niet radicaal maken zodat je hem kan begrijpen. Hij stapt over naar de goede kant en kijkt terug op een rotverleden. Daarom probeert hij zich te laten pakken door de jonge soldaat Jörg door het over zijn eigen leven te hebben."

Over Jörg: "De vijftien- of zestienjarige Jörg heeft geen zin soldaat te zijn. Als deserteur laat hij zijn haren groeien. Hij zag al zes maanden geen kapper. In tegenstelling tot Aurelius liet hij zich niet onderwerpen en maakte hij niet dezelfde fouten. Jörg is het makkelijkst te tekenen, ik hou het meest van hem in dit verhaal, ongetwijfeld omdat hij qua karakter op me lijkt."

Over amuseren: "Ik heb me niet erg geamuseerd met het tekenen van dit verhaal dat nogal bindend was. Dat vereiste het gekozen uitgangspunt van het verhaal. Ik ga geen verhaal met vliegtuigen vertellen alleen maar omdat we weten dat zulke verhalen goed verkopen."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 39
Airborne 44 7
Over vrouwenhoofden: "Solveig moest tegelijk knap zijn en verschillen van Gabrielle, die ze in het eerste tweeluik ontmoette, maar ook van de andere vrouwelijke personages die daarna opdoken. Doorblader maar eens De As van de Katharen of de vorige albums van Airborne 44 om te zien dat ik een specifiek type vrouw in mijn handen heb. Ik moest me dus houden aan de voorstudies van de personages zodat ze hetzelfde hoofd zou hebben. Ik heb een natuurlijke aanleg om terug te vallen op een bepaalde consensus die ik beter beheers. Daarom heb ik haar haren afgeknipt."

Over de tatoeage: "In tegenstelling tot de soldaten van de Wehrmacht draagt de SS een tatoeage van hun bloedgroep onder de linkerarm. Dat merkteken bezorgde hun na de oorlog last, want daardoor raakten ze makkelijk herkend. Niemand liet zich bedonderen door een wonde of litteken op die plaats. Aurelius kan niet ontkennen dat hij deel uitmaakte van de SS."

Over opnieuw beginnen: "De schaduwen zorgen voor diepte en ruimte rond de personages. De rechtstreekse inkleuring is een soms delicate stap. Als ik niet in vorm ben, moet ik soms tot vier keer toe in mijn plaat snijden om een stukje papier te vervangen door een ander. Het volstaat te kijken naar de achterkant van mijn platen om te zien welke complete prenten zijn vervangen. Fouten maken is normaal, ook al overkomt me dat minder en minder. Soms hou ik niet van wat ik heb gemaakt, maar ik begin niet opnieuw. Ik moet loslaten, vooruitgaan!"


COMMENTAAR BIJ PAGINA 40
Airborne 44 7
Over specialisten: "Geen enkele grote specialist kon me informatie geven over de jaagtas van de Sonderführer, burgerwetenschappers die voor de Luftwaffe werkten. Ik bedank Fabrice Le Hénanff om me uit te leggen dat de tas die ik toonde statistisch gezien een versie is die het dichtst het origineel benadert. Er bestonden erg veel uniformen en verschillende rangen! Zelfs met de hulp van gespecialiseerde websites was het moeilijk om zeker te zijn, want de grootste kenners zijn discreet en tonen foto's van hun collecties niet op internet uit vrees dat het sommigen op verkeerde ideeên brengt. Bij mijn vriend Philippe Gillain is anderhalve maand geleden zijn volledige verzameling gestolen (een collectie van vijfduizend uniformen, insignes, hoofddeksels, enzovoort voor een geschatte waarde van 1.500.000 euro)... Voor hun eigen goed laten ze zich niet opmerken."

Over uniformen: "Duitse militairen, die altijd wat stijf zijn, zijn extreem vervelend om te tekenen. Zelfs aan het einde van de oorlog hechtten ze zich aan hun uniformen. Het tegendeel van de Amerikanen met hun rommelige uniformen. In een museum kleedde ik een volledige mannequin aan, ik liet hem bewegen en maakte er foto's van."

Over de lettering: "Ik letter graag mijn dialogen met de hand, rechtstreeks op de originele platen. Dat levert soms problemen op, want als er een pennetje kapot is, heeft het volgende zelden dezelfde souplesse. Vandaar het verschil in dikte van sommige letters in het album (de Nederlandstalige versie werd digitaal geletterd, red.). Een digitale lettering, ook als die het handschrift van de tekenaar is, is constant, het is alsof stemverbuigingen plots verdwijnen."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 41
Airborne 44 7
Over onderzoek: "Mijn verhaal speelt zich af in het massief van Harz, een soort grote bult van veertig bij tachtig kilometer in het centrum van Duitsland. Omdat het voor de Russen en de geallieerden de minst toegankelijke plek was, bouwden de nazi's er het kamp van Dora-Mittelbau in 1943 waar de V2-raketten werden gebouwd. Om de landschappen af te wisselen, wilde ik enerzijds de helling tonen en anderzijds de vallei. Ik ben drie dagen naar Duitsand gereisd om er onderzoek te doen. In het centrum van het land, dat heel Germaans-Duits is, lijkt de buitenwereld veel verder. Daar zijn geen Engelsen of Fransen te zien. En je treft er heel oude mensen in hotels."

Over het jachtvliegtuig: "In de laatste prent staat het wrak van een Amerikaanse P-57-jachtvliegtuig. Die vliegtuigen vlogen boven Duitsland, maar het is niet duidelijk wat ze in die streek deden. Als een soort decoratie ontwikkelden alle luchtvaarteenheden hun eigen logo's en beschilderingen zodat we aan het einde van de oorlog niet meer weten wie wat deed."

Over hetzelfde: "Een honderdtal platen van de reeks zullen tentoongesteld worden op het BD Boum-festival van Blois. Als ik ze naast elkaar zie hangen, zie ik vooruitgang. Ik leer bij, ik schaaf meer en meer bij tot op het punt dat ik bang ben te blokkeren, dat ik niet meer zou kunnen opschieten. Mijn materiaal is nog steeds hetzelfde. Ik gebruik onuitwisbare viltstiften en werk op hetzelfde papier. Omdat het nu niet meer bestaat, heb ik alle papierhandelaars die ik kon vinden geplunderd. Ik heb nog negentien blokken. Het hoeft niet gezegd dat ik geen zin heb te veranderen!"


Paul Cauuet over Krasse Knarren 4
13/12
TOP
Krasse Knarren 4
Onderstaande bijdrage van Sonia Déchamps verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 109 van december 2017.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 20
Krasse Knarren 4
Over verlaten: "Daar zijn Antoine en Pierre, maar Emile is er niet bij. Deze drie zeventigers en ik verlaten elkaar niet meer, behalve een halfjaar tussen de delen 3 en 4. Wilfrid Lupano was nog niet klaar en ik had zin in een pauze. Ons ritme is stevig, ik doe niets anders."

Over het platteland: "Mijn bejaarden worden altijd geholpen door jongere leden van het collectief uit Parijs. Op logistiek en praktisch gebied gaat het om een 'militaire' operatie. Ze hebben een bepaald idee over het platteland. Ik vond het prettig om opgetrokken sokken, sandalen, korte broeken en trainingspakken te tekenen. Ik probeerde me voor te stellen hoe ze zich op het platteland voortbewegen."

Over Kurdy: "Het is zomer. Het zal warm zijn. Wilfrid beschreef voor Pierre een GI-helm en een Hawaïhemd. Dat is eens wat anders dan de rode trui die hij al drie albums droeg. De helm is een hommage aan Kurdy, de vriend van Hermanns Jeremiah. Ik dacht aan hem toen ik Pierre tekende. Voor De Zeboe wilde Wilfrid talloze medailles en lintjes. En dat hij belachelijk zou zijn, compleet van de kaart."

Over doseren: "Tegenover deze dubbele pagina (pagina 20 en 21) met de bus vol grafische details was contrast nodig, rustpauzes, het gras, de hemel, het bos. Het was niet nodig om die achtergronden gedetailleerd uit te werken. Het belangrijkste zijn de personages, de bus en de dialogen. Er moet dus gedoseerd worden."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 21
Krasse Knarren 4
Over de bus: "Ik heb m'n oude bus aangepast à la Mad Max in een versie van het collectief Ni Yeux Ni Maître: met logo's, opschriften, een zeef, bloembakken,... Arno Nimousse, die uit de bus stapt, is het stereotype van de nerd, van de absolute geek uit Parijs. Hij heeft nooit een voet gezet op het platteland. Hij spuit overal insecticide om zich heen terwijl hij geacht is een insect te komen redden, de Getande Tovenares."

Over Sophie: "Sophie, die achter Antoine is te zien, brengt frisheid en sensualiteit. Ze is heel naturel en het soort meisje dat je elke dag tegenkomt. Ze is geen pin-up of femme fatale, ze heeft haar eigen karaktertje en is voor vooruitgang met steeds geweldige ideeën. Ik hou wel van haar zuiderse feelgoodkantje. Hier valt ze voor een jongen en ik het fragiele kantje dat ze zal krijgen, vind ik prettig. Ik ontdekte het verhaal van haar dochters vader tijdens het lezen van het scenario en ik voelde medelijden voor haar."

Over overacting: "Ik bewonder de films van de Coen brothers en hun voorkeur voor overacting. Ze vragen hun acteurs altijd een beetje verder te gaan dan wat doorgaans aanvaardbaar is in een moderne film. En het werkt. Zelfs in Miller's Crossing of Blood Simple. Dat register vinden we hier ook terug. We zijn openlijk komisch, maar een ernstiger gebeurtenis moet ook werken."

Over rimpels: "Na L'Honneur des Tzarom (een niet-vertaalde reeks van Paul Cauuet en Wilfrid Lupano waarvan twee delen verschenen in 2010 en 2011, red.) wilden we iets met oude personages maken. Ik droomde van hoekige gezichten vol rimpels. Kijk eens naar de laatste prent. Een rimpel accentueert een uitdrukking. Dus twee of drie rimpels... De aders, de vlekken op de handen... Dit is wat ik wilde tekenen."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 22
Krasse Knarren 4
Over opvolging: "Ik heb de actie gesitueerd in de buurt van Moissac, in de Tarn-et-Garonne, waar ik mijn kindertijd doorbracht. Ik heb er jeugdvrienden, een ervan is een plattelandsdokter die met pensioen ging zonder een opvolger te vinden. Hier is de dokterspraktijk voortgezet, dat is wat telt. Wilfrid is altijd verrast als hij ontdekt dat de actualiteit in zijn verhalen weerklinkt. Hij krijgt er niet genoeg van."

Over vertellen: "Als beginneling wil je altijd imponeren en iedereen verbluffen. Mijn eerste serie was heroïc fantasy, de tweede komische sciencefiction. Ik sloofde me uit om zo prachtig mogelijke platen te tekenen, met veel effecten en kleur. Daarna begreep ik dat dat allemaal nergens toe dient. Je kan niet van elke prent een schilderij maken. Je kan nooit iets beters maken dan een game of de trailer van een sf-film. Ik in elk geval niet. Ik sta ten dienste van het verhaal zonder ooit een komma van Wilfrid te veranderen. Mijn tekenstijl ontwikkelt zich per album. Ik probeer een goede verteller te zijn."

Over de inkleuring: "Ik ben begonnen met een vlakke inkleuring, zonder schaduweffecten. Het idee was om de tekening op de voorgrond te brengen. De inkleuring bedient het verhaal. Voor dit deel hield Guillaume Chuffart (alias Gom) zich bezig met de inkleuring. Daar heb ik zelf geen tijd meer voor! Hij heeft al de helft van deel 3 ingekleurd en baseerde zich op mijn werk. Het is zomer, de hitte en de lichte vochtigheid moesten te voelen zijn. Hij vond sferen die ik me niet kon inbeelden. Met vlakke kleuren kan je niet eindeloos kleurtinten op elkaar stapelen."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 23
Krasse Knarren 4
Over het kamp: "Voor ons kamp heb ik vooral gekeken naar foto's van Notre-Dame-des-Landes. Ik heb me geamuseerd met het tekenen van staalplaten, paletten, kratten, oude caravannen, was die hangt te drogen. Over het algemeen vraag ik Wilfrid me niet te veel te zeggen. Ik probeer het verhaal in één keer te ontdekken. Soms voorziet hij verschillende uitwegen voor het volgende album en als hij twijfelt, vraagt hij mijn mening."

Over bejaarde kijk: "Ik hou van de manier waarop de oudjes zich voorover bukken om de eieren van de Getande Tovenares te bekijken. Ik vond het leuk om me voor te stellen wat die half blinde bejaarden zouden zien van iets microscopisch klein."

Over het landschap: "Dit vierde deel speelt zich voornamelijk af op het platteland met veel velden en bossen. Het is een landschap dat ik goed ken uit de buurt van Moissac. Mijn ouderlijke huis is niet ver. Ik breng er soms mijn zomervakanties door. In deel 5 keren we terug naar Parijs. Er ligt een grote uitdaging te wachten."

Over oei-elementen: "Krasse Knarren is het grootste succes van Wilfrid, maar zijn grootste flop is onze vorige reeks. Nochtans hebben we ons goed geamuseerd met L'Honneur des Tzarom en de ruimtezigeuners. Met Krasse Knarren wilden we een verhaal maken dat iedereen zou kunnen lezen. Uitgevers waren niet meteen gewonnen. Een serie met bejaarden? Oei. Zit er 'knarren' in de titel? Oei. Bejaarden op de cover plaatsen? Oei. Maar uiteindelijk werden we heel goed onthaald bij Dargaud."


Gerben Valkema over Suske en Wiske: Cromimi
09/12
TOP
Suske en Wiske: Cromimi

COMMENTAAR BIJ PAGINA 16
Suske en Wiske: Cromimi
Over het ontstaan: "Dit project komt zoals veel van de spannende nieuwe strips van Standaard Uitgeverij uit het brein van Johan De Smedt. Hij kreeg een vertrouwensband met Yann, die vervolgens met veel zin aan een synopsis begon. Tijdens een lunch die ik had met Johan en Sven Denis (art director bij Standaard Uitgeverij, red.) gooiden ze een bom op tafel: of ik een volledig Suske en Wiske-album wilde tekenen, in mijn eigen stijl, op scenario van Yann. Zeg daar maar eens nee tegen! Met kippenvel op mijn armen zweefde ik terug naar huis."

Over de samenwerking met Yann: "Dat Yann een enorme fan van Vandersteen is, schepte een band. Ook ik ben gek op de klassieke Vandersteenverhalen, en we vonden elkaar al snel in favoriete scènes en grappen. Ik wist aanvankelijk niet wat ik kon verwachten van deze grote Franse stripscenarist, die ik bovendien ontzettend bewonder. Ik heb een enorme rij van zijn strips in mijn kast staan, van De Onnoembaren, Marsupilami en Gastoon tot de reeks Pin-Up en nog veel meer. Ondanks zijn grote naam was het ijs al vanaf de eerste minuut gebroken, Yann is een ontzettend aardige man! En getalenteerd, het was een genot om zijn scenario uit te werken. Ik vergeleek het vaak met een sappige biefstuk, waarin ik mijn tanden met smaak zette..."

Over ideeën uitwisselen:
"Yann stuurde zijn uitgewerkte scenario in gedeeltes door, ik volgde hem op door daar steeds ruwe lay-outjes van te maken. Ik had al snel door dat ik de vrijheid had hier en daar wat af te wijken als ik een beter idee had, net als ik met Eric Hercules doe bij het maken van Elsje. Yann is slechts geïnteresseerd in de beste grap, dus als ik iets leukers had, was dat nooit een probleem. Ik luisterde ook aandachtig naar zijn reacties op mijn schetsen, want er kwamen nog geregeld extra grapjes bij. Ik vond het een ideale samenwerking."

Over de Franse taal: "Yann spreekt Frans, ik spreek Nederlands. Mijn Frans is vrij beroerd, zijn Nederlands nog slechter. Gelukkig spreken we alle twee Engels."

Over eisen en voorwaarden: "Mensen zijn steeds erg benieuwd of we geen streng eisenlijstje van de erven Vandersteen of de uitgeverij hebben gekregen. Integendeel, ons werd gevraagd om onze eigen draai te geven aan Suske en Wiske. Yann en ik waren het wel meteen eens dat we geen parodie wilden maken, maar een echte hommage. We kregen alle ruimte."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 17
Suske en Wiske: Cromimi
Over tekstverwerking: "Er zitten een paar stukjes in met veel tekst, wat Yann oplost door pauzes in te lassen en de figuren ondertussen leuke fysieke dingen te laten doen. Soms was het even passen en meten, maar ik denk dat het gelukt is om het leesbaar te houden. In de gedeeltes waarin er voorgelezen wordt in de dagboekjes van Professor Degryse (waar kennen we die naam toch van?!) heb ik mijn best gedaan om die blokken tekst zo groot en saai mogelijk te maken, zodat je meegaat met de frustratie van de figuren om het wollige taalgebruik van de oude prof."

Over de tekenstijl: "Het mocht gelukkig in mijn eigen stijl. Dat was een geschenk, want ik kan niet tekenen in de studiostijl. Eén lijntje verkeerd en ze lijken allemaal niet meer. Hoe Luc Morjaeu dat doet, is ongelooflijk. Ik weet hoe moeilijk het is, want ik heb geprobeerd om Wiske op de studiomanier te tekenen en dat zag er ontzettend beroerd uit. Gelukkig werd dat niet van me gevraagd."

Over beweging en expressie: "Ik gebruik niet alleen figuurontwerpen die ik naar mijn eigen hand kon zetten, maar mijn manier om beweging tekenen is ook anders. Ik zit wat meer in de energiekere school van Marcinelle (de tekenstijl van komische tekenaars die verbonden waren aan het weekblad Robbedoes, red.), ten opzichte van de klare lijn van de reguliere Suske en Wiske. Dat ligt me beter, want ik geef de figuren graag grappige en soms overdreven expressies mee. Het is allemaal wat explosiever en sneller, denk ik."

Over knipoogjes: "Er zitten een enorm aantal knipoogjes in het boek, te veel eigenlijk om op te noemen. Dat laat ik aan de oplettende lezer. De eerste knipoog is wel leuk om aan te wijzen, op de eerste plaat lopen Yann, Johan en ik beschonken uit het café waar Lambik en Jerom zitten. Aan mijn houding te zien kan ik het minst tegen Belgisch bier..."

Over de Suske en Wiske-toren: "Deze grap met de Suske en Wiske-toren op pagina 17 komt van Yann. Ontzettend goed gevonden, en het past ook nog eens precies in het verhaal! Hij denkt visueel, wat enorm fijn is om uit te werken."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 18
Suske en Wiske: Cromimi
Over het Museum voor Natuurwetenschappen: "Voor de decors in het Natuurhistorisch museum zijn we ter plekke foto's gaan maken. Dat gaf heel veel meerwaarde om te zien waar de figuren rond zouden moeten lopen. Toch heb ik stiekem wat gedaan aan het plafond, want ik wilde dat het maanlicht door het glas scheen. Ik heb het plafond gesloopt en er een grote overkoepelende glazen rij ramen neergezet. Zo bleven de figuren nog wel enigszins zichtbaar in het donker." (nadat we hem vertellen dat André Franquin vaak naar dit museum ging en Gerben Valkema ook letterlijk in Franquins voetsporen liep:) "Dat wist ik niet. Wat leuk om te horen! Ik heb Yann ook uitgehoord over Franquin (en nog maar het tipje van de ijsberg gehoord, geloof ik). Het is toch een beetje alsof je dichtbij de goden komt..."

Over de promotie voor het album en de drie luxeversies: "Suske en Wiske brengen veel voordelen met zich mee. Een daarvan is een uitgever die graag verschillende versies uitbrengt. Zo is er de softcover, maar ook een mooie luxeversie met linnen kaft en zelfs eentje in velours. Daarbovenop een superluxe, op groot formaat uitgegeven met een making-ofgedeelte achterin, en twee speciaal daarvoor getekende prenten. Daar ben ik erg blij mee, dat is een wonderschoon uitgegeven boek. En vergeet de Franse versie in hardcover niet, begin volgend jaar. Alsof het niet genoeg is dat er al vijf versies van dit boek te lezen zijn, mocht ik zelf ook een schetsboek uitgeven met daarin voorschetsen en het complete verhaal in lay-outvorm. Een mens zou aan deze luxe kunnen wennen..."

Over Vandersteen of Franquin?:
"Laat me niet kiezen tussen Vandersteen en Franquin, dat is oneerlijk! Vandersteen is de meester van het verhaal, de unieke vondsten, de energieke verteller. Franquin de meester van de expressie, de levendigheid, hij kon alles leuk tekenen. Beiden zijn speelse stripmakers, ze hebben meer overeenkomsten dan je op het eerste gezicht zou zeggen."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 19
Suske en Wiske: Cromimi
Over favoriete/moeilijkste personage om te tekenen: "Lambik was om duidelijke redenen erg leuk te tekenen, hij laat zich het meeste gaan van iedereen. Wiske was erg lastig, maar toen ik afstapte van het eierkopje viel ze op haar plek. Ik gebruikte het Wiskekapsel dat Vandersteen in de jaren 1950 voor het weekblad Kuifje tekende, en ik heb haar anatomie iets meer uitgewerkt. Deed ik dat niet, dan zag ze er uit als Wiske met het lichaam van Suske, in een jurk. Brrr! Ergens halverwege het tekenen van mijn verhaal kwam de restyling van Suske en Wiske uit, waarin de studio Wiske ook borstjes gaf. Toch ben ik daarin wat terughoudender, ik wilde geen sinaasappeltjes met een decolletélijn onder haar shirt. Ik ben gegaan voor een subtielere welving, dat voelde beter. De dingen waar je als stripmaker allemaal over moet nadenken! Ook Cromimi heb ik bewust ontworpen. Het stoort me vaak dat een vrouw in veel strips vaak maar één functie heeft. Of het een vrouw iemand met een uiterlijk uit de erotische gagreeks Rooie Oortjes waarin een hoofdpersonage verliefd moet worden, of het is een lompe, lelijke dikkerd die zelf verliefd wordt op het hoofdpersonage. Humor! Gaaaap. Dat vond ik wat ouderwets, ik wilde Cromimi het fysiek meegeven van een Cro-Magnonvrouw, maar tegelijkertijd ook een frisse leuke vrouw laten zijn, iemand die bij Jerom past. Ergens daar tussenin zat Cromimi."

Over nog meer albums / andere samenwerking met Yann: "Yann heeft al een tweede en zelfs een derde synopsis klaar liggen, en hij wil graag dat ik er een van uitteken. Ik wil dat op mijn beurt ook erg graag, want dit avontuur smaakt naar meer! Maar het is aan de uitgever om te beslissen. Ook ligt er nog een ander concept van mij op tafel bij Standaard Uitgeverij, dus wat mij betreft is de samenwerking met de uitgeverij nog lang niet voorbij. Ik heb de smaak te pakken van het maken van langere verhalen..."

Over de Franse vertaling: "Straks, in februari 2018, komt de Franse versie uit. Ik ben erg benieuwd wat het Franstalige publiek zal vinden! Yann is een grote naam in Frankrijk, dus ik hoop dat men daarom onze Bob et Bobette een kans geeft. Frankrijk is een land met een enorme stripweelde, dus het zal daar ook wel weer knokken zijn. Ach, als het Elsje gelukt is om in het Frans vertaald te worden, zal dat met Suske en Wiske ook vast goed komen, niet?"


Theo Caneschi over Murena 10
06/12
TOP
Murena 10
Onderstaande bijdrage van Thierry Wagner verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 108 van november 2017.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 9
Murena 10
Over bekendheid: "Het Franse publiek kent me niet zo goed, behalve van De Lemen Troon en De Verschrikkelijke Paus, met Jodorowsky, die bij Delcourt verschijnen. Ik woon in Firenze en probeer mijn Frans te verbeteren om festivals in Frankrijk en België te bezoeken. Nog voor ik zelf tekenaar werd van strips of fumetti (Italiaanse pulpstrips, red.) kende ik Murena al dat in het Italiaans is vertaald door Panini. Philippe Delaby maakte indruk op me door zijn trefzekere tekenstijl, tussen strip, illustratie en historische reconstructie in."

Over nalatenschap: "Ik had nooit kunnen inbeelden dat mijn naam op een dag op een album van Murena zou staan. Philippe vertelde over mij, over 'die jonge Italiaan die strips begint te maken', tegen zijn uitgevers en tegen Jean Dufaux. Die band heeft mijn carrière en mijn leven veranderd. Indertijd contacteerde Dargaud me voor een spin-off van De Klaagzang van de Verloren Gewesten. Dat ging niet door, maar Jean Dufaux heeft mijn naam onthouden. Ik heb Philippe nooit opgezocht, maar nadat ik zijn familie, vrienden, collega's leerde kennen en nadat ik had bestudeerd hoe hij mannen, vrouwen, zijn techniek, zijn bladschikking, zijn kadrage bestudeerd had, kreeg ik het gevoel dat ik hem goed leerde kennen. Ik voel zijn aanwezigheid in mijn leven. Ik durf te spreken over een nalatenschap van Philippe."

Over karakter: "Ik heb het goede evenwicht moeten vinden tussen mijn stijl en de geest van Murena. Jean Dufaux en Yves Schlirf van Dargaud vroegen me een vrije interpretatie. De uitdaging bestond erin de grammatica van de serie te respecteren zonder die te kopiëren. Net voor ik het contract tekende, heb ik hun herhaald dat er tekenaars zijn die dichter bij Philippes stijl aanleunen. Ze antwoordden me dat ze iemand zochten met karakter."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 10
Murena 10
Over zekfzekerheid: "Ik heb de platen getekend in volgorde van het scenario. Van sommige prenten, die een beetje complex waren, heb ik soms drie verschillende versies in potlood getekend. In het begin was elke prent een andere uitdaging. In het tweede deel van het album was ik al zelfzekerder, ik vond het niet meer nodig om elke prent op zo'n manier te bestuderen. Stap na stap vonden we het goede evenwicht."

Over interpretatie: "Ik heb nogal wat voorstudies getekend om het krijgerspersonage te tekenen. Het was het eerste personage dat ik zelf moest uitvinden. De bultenaar komt al voor in het vorige album. Voor hem, en net zo goed voor Lucius en Nero, hoefde ik enkel mijn interpretatie van Philippes personage te geven."

Over techniek: "Voor elke serie verander ik van techniek. Voor Murena werk ik met penseel en pen, en we kozen voor een rechtstreekse inkleuring met aquarel. Daar ontfermde Lorenzo Pieri zich over. We werkten al samen aan De Lemen Troon, maar die inkleuring gebeurde met de computer. Daarvoor werkten we samen in ons kleine atelier in Firenze op een klassieke manier. Ik tekende op een heel dik en zwaar papier, bijna karton, en dan gaf ik mijn plaat door aan hem op het bureau achter de mijne. Ik zag hem werken. Het is heel praktisch. Ik waardeer het dat ik vrijuit kan tekenen en ik probeer hem dezelfde artistieke vrijheid te geven voor zijn aquarelinkleuring en hem zijn persoonlijke stijl te laten integreren. Het is vrij zeldzaam dat twee auteurs aan hetzelfde origineel werken!"


COMMENTAAR BIJ PAGINA 11
Murena 10
Over Lucius: "De eerste plaat waarop het gezicht van Lucius Murena is te zien. Ik mocht zijn intrede niet missen. In het midden van de plaat lijkt hij ons te willen zeggen: 'Ik ben er, ik ben terug'. Voor de lezer wilde ik per se zo'n vooraanzicht met de held van de reeks. Ik had minder moeite om Lucius te tekenen dan Nero. Philippe gaf hem een baard in de delen 8 en 9. Dat hielp me om hem een echt karakter te geven. De bestaande personages in de vorige delen kwamen vlot en makkelijk uit mijn penseel. In Lucius is wat van mezelf in het personage gegaan. Dat viel op in mijn entourage. Het verhaal van dit album verraste me, want hij vertelt zaken die dicht bij mijn leven staan en dat accentueerde gevoelsmatig de grafische en emotionele overgang tussen Lucius en mezelf."

Over Rome: "Om aan de Romeinse decors te werken, moest ik veel dingen herlezen die ik sinds mijn schooltijd niet meer had geleerd. Rome is Fellini voor Fellini. Hier staan we in de kamer van de zoon van de eigenaar van de villa. Elk standbeeld is rechtstreeks gebaseerd op een bestaand beeldhouwwerk. Ik begin pas in het antieke universum van Murena, elk detal is de vrucht van opzoekingswerk."

Over vertrouwen: "Als het nodig was, wist Jean me vertrouwen te geven. We zijn twee auteurs met hun eigen identiteit die het niet erg vinden om die aan de kant te schuiven voor de vrijheid van de ander. Twee auteurs met een artistieke maturiteit. Jean stelde me soms voor om één of twee pagina's extra te gebruiken voor een actiescène als ik dat nodig achtte. En hij paste vervolgens het vervolg van zijn scenario aan. Hij heeft me verbaasd."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 12
Murena 10
Over comics: "Philippe Delaby heeft nog academische studies tekenen aan de kunstschool van Doornik gevolgd. Ik niet. Voor de lichamen baseerde hij zich op bepaalde peplums (films over het oude Rome, red.). Ik heb het meer voor comics, meer Marvel dan klassieke strips. Door de anatomische basis te herwerken, wist ik op het einde van het album dat ik een betere tekenaar was dan aan het begin. Op menselijk gebied ook. Een overname is emotioneel gezien gecompliceerd..."

Over de Dufaux-bladschikking: "Dit is wat we de Dufaux-bladschikking noemen: twee stroken met vier prenten. Het gebruik kwam al voor in andere Murena-albums. En het is een van mijn favoriete pagina's. De inkleuring van Lorenzo is heel geslaagd, het spel met licht en schaduw ook. Deze scène is heel belangrijk voor de relatie tussen Nero en Lucius. Zelfs in acht gelijke prenten behouden we de mogelijkheid om te spelen met spectaculaire standpunten op grafisch gebied terwijl het om een dialoogscène gaat."

Over planning: "Ik heb nog twee andere reeksen lopen: De Lemen Troon en De Verschrikkelijke Paus waarvan ik momenteel het vierde en laatste album teken. Het is wat ingewikkeld voor de planning, maar ik werk liever album na album af. Na De Verschrikkelijke Paus begin ik aan de elfde Murena. Voor een historische strip maak je geen vijf pagina's per dag."

Over meer dan een overname: "Murena is een speciaal avontuur: het ging niet alleen om het overnemen van een stripreeks op artistiek - en uitgeversgebied, maar ook om het opnieuw opbouwen van een leven rond Murena. Ik denk dat dit ook opgaat voor Jean. Voor ons gaat het om veel meer dan een simpel album."


Régis Loisel over Mickey Mouse
02/12
TOP
Mickey Mouse
Onderstaande bijdrage van Jean-Pierre Fuéri en Frédéric Vidal verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 97 van november 2016.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 9
Mickey Mouse
Over de caravan: "Als kind droomde ik van vakanties in een caravan. Dat heb ik nog nooit gedaan. Ik herinner me nog een tekenfilm waarin een caravan vast komt te zitten op een berg. Ik wilde er iets gezelligs van maken, waarin de personages kunnen koken en zich kunnen wassen. Er hangen gordijnen aan de ramen en er staan bloembakken op de vensterbanken. Let ook op het oude kookfornuis, het is er een zoals van mijn grootmoeder met ronde, ijzeren deksels op het vuur, de koffiepot en het metaalwerk aan de linkerkant dat toen vaak voorkwam. Brengt het je wat in de sfeer van Magasin Général? Goed zo! Ik wilde ook tonen dat er op een slechte weg wordt gereden. Ineens kwam ik op het ene idee na het andere: alles schudt door elkaar, behalve de onverstoorbare Minnie. Clarabella maakt pannenkoeken die niet zo mooi zijn door het heen en weer schudden. Er vliegt een pannekoek in de lucht in het gezicht van een specht die ongelukkig genoeg neerstort. Mijn mooie groene vogel zou onzichtbaar zijn in het groene gras, dus maakte ik hem rood."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 10
Mickey Mouse
Over kopzorgen: "Mooi contrast tussen mijn kwaaie vogel — ik heb gezwoegd op dat beest , ik heb 'm meerdere keren hertekend — en de rustige sfeer in mijn caravan. Let in prent 2 op de elektriciteitspalen. Ik hou van verticaliteit, dus hou ik van palen, dus plaats ik die overal. Ik zag me niet verplicht er draden aan te tekenen. Laten we zeggen dat de palen er nog maar net staan en de draden nog moeten bevestigd worden. De specht vliegt vanuit vogelperspectief in de caravan. Dat perspectief zie je niet vaak bij Disney. Net zo min als bij Hergé. De specht ziet er opnieuw rood uit, maar deze keer uit woede! De eerste prent van de tweede strook bezorgde me kopzorgen. Ik had eerst de achtergrond getekend met de gordijnen, enzovoort. Dat maakte de prent ontzettend zwaar. Ik heb alles weggegumd en er een blauwe achtergrond, het fornuis en de personages op geplaatst. Ik heb niets uitgevonden, mijn Minnie is gekleed zoals in de jaren 1930. En zoals de anderen heeft ze slechts vier vingers, wat me het tekenen van een vijfde bespaarde."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 11
Mickey Mouse
Over Karel en Pluto: "Ik heb ook Karel Paardenpoot uit die periode hernomen, zonder zijn automonteursoverall. Ik gaf 'm enkel zijn schoenen en de hoed over zijn ogen die van hem een beetje een straatboef maken. En zijn halster hangt ook nog rond zijn nek, ongetwijfeld om duidelijk te maken dat hij een paard is, wat niet evident is om te zien op het eerste gezicht! Pluto heeft me doen zweten. In de jaren 1930 was hij een lelijk mormel. In de jaren 1940 kreeg hij echt zijn definitieve vorm. Hij is hier dus wat voor op zijn tijd. Als Karel een pan in zijn smoel krijgt en vierklauwens achterover valt, denk ik natuurlijk aan Uderzo. Die man heeft een geweldig gevoel voor beweging. Dat levert een grappig effect op die niet bij Disney is te vinden. Als ik teken, komen allerlei invloeden samen. Ik dank onze grote Abert. De specht, opnieuw groen, keert terug naar zijn dagelijkse bezigheden. Dat betekent dat de scène voorbij is. Kom, enkele palen om dat te vieren!"


COMMENTAAR BIJ PAGINA 12
Mickey Mouse
Over Donald: "Die geweldige Donald, opviegend, laf, gluiperig, een kostbaar personage dat ik er absoluut bij wilde in dit landelijke decor. Met zijn lange snavel was Donald uit de jaren 1930 geen mooi personage. Ik verkoos de proporties van de latere Donald, die van Al Taliaferro. Let erop dat hij zijn boot Daisy noemt terwijl zijn schatje pas in 1937 opdook, eerst op het scherm, daarna op papier in 1940 door Taliaferro. In de close-up forceer ik de expressie en maak ik gebruik van rood. Dat leverde me een moeilijkheid op. Het is een van de vallen als het in album gepubliceerd raakt. Als je deze dubbele pagina opentslaat, is de eerste prent van de eerste strook een groter zicht in kleur alsof het het vervolg is van de laatste prent van de eerste strook van de vorige pagina. Dat zou een verwarrende volgorde van lezen in de hand kunnen werken. Door mijn stroken in volgorde te tekenen, had ik het niet door."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 13
Mickey Mouse
Over beweging: "Ik hou van Donald als hij doorslaat en zich opwindt zodra iets niet werkt zoals hij het wil. Zoals hier dus. 'Ik hou niet van koppige karakters.' We begrijpen later waarom zijn boot niet beweegt, het is heel dwaas. Donald heeft niet nagedacht. Alle prenten in de eerste strook vertonen een boog die Donald door de lucht maakt. Zo is er toch nog een beweging in de hoogte in een formaat, een strookje, dat bedoeld is voor een horizontale lezing. Ik had in prent 4 ook een traject kunnen kiezen buiten het kader, maar dat komt niet voor in Disneystrips. En ik wilde toch nog een stukje Donald laten zien zodat de lezer het zeker zou snappen. Ik wilde voortdurend dat de lezer zich in een tekenfilm waant als hij de strip leest. Het moet dus voortdurend bewegen. Het feit dat Donald onderaan naar links gaat en dan naar rechts dwingt het oog om met hem mee te gaan, wat dus onbewust de indruk geeft dat er tijd is verstreken."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 14
Mickey Mouse
Over uitdrukkingen: "Van de eerste tot de laatste pagina heb ik alle potloodtekeningen, alle inktwerk en de complete inkleuring uitgevoerd. Ik denk al aan de kleuren vanaf de potloodfase. In prent 3 bovenaan wist ik dat ik het oog van de lezer niet mocht afleiden van Donalds bravourestuk. Daar was het dus niet nodig om de natuur op de achtergrond uit te werken, een gekleurde achtergond volstond. In de onderste strook gaat de zon onder en dat geeft aan dat de tijd verstrijkt. Let ook op de richtingaanwijzers op de boomstam. Die teken ik al even graag als elektriciteitspalen. In mijn caravannetje schudt het nog altijd en ik maak gebruik van de gelegenheid om uitdrukkingen te gebruiken die niet uit de jaren 1930 komen uit de Verenigde Staten, maar uit mijn jeugd in Frankrijk. 'Avoir le dos en compote' (vertaald als 'M'n rug is gebroken') en 'En avoir ras le pompon' (vertaald als 'Ik heb er al m'n buik van vol') worden tegenwoordig niet meer gezegd, maar ze werden vaak gebruikt door mijn ouders."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 15
Mickey Mouse
Over het licht: "Ik probeer een tekeningetje te maken in elk tekstkader. Het feestje bij het kampvuur, waarin worstjes worden gegrild — vegetarische uiteraard —, herinnert me aan mijn jeugd, maar ook aan de muzikanten uit de jaren 1930 die rondreisden met enkel hun banjo. Strips maken, is ook een beetje beelden en emoties uit het leven oproepen. Let op de hartjes boven Minnies hoofd, ze is verliefd zonder Mickey te kussen. Dat wordt niet gedaan bij Disney. Mijn arceringen op de achtergrond van prent 3 maken de overgang van het licht van het vuur en de enkel door het maanlicht doorboorde zwarte nacht. Het perspectief van de boot klopt niet, want die ziet er te klein uit volgens de vorige pagina in vergelijking met de personges. De roeiende Karel vond ik amusant om te tekenen, de tekening straalt energie uit!"


COMMENTAAR BIJ PAGINA 16
Mickey Mouse
Over kleureffecten: "De energie die Karel inzet op de vorige pagina brengt niets op, want het bootje zinkt! Ik had prent 2 al normaal ingekleurd tot ik erachter kwam dat het geheel te homogeen oogde. Een likje groen en het was opgelost... Morris gebruikte dat systeem dikwijls in Lucky Luke. Deze strook en pagina 8, waarop ze een badkuip dragen, waren de eerste die ik had getekend om aan uitgever Jacques Glénat te tonen en hem te laten zien in welke geest ik zou werken. Sindsdien zijn die nogal veranderd. De eerste prent onderaan staat te vol. Dat is een van mijn gebreken. De oplossing was het decor achteraan weg te laten en alle personages achter Karel, Mickey en Donald met blauw te verenigen. We herkennen hen, maar enkel Karel, Mickey en Donald in kleur staan los van hen. Hetzelfde geldt voor de laatste prent waarin Donald en Karel van Mickey (en de reddingsboei) de ster van de prent maken. Mickey heeft in deze strip trouwens nog een staart. In de tekenfilms is die een tijdlang verdwenen omdat het te moeilijk was om te animeren. En die staart droeg niets bij tot het verhaal, wat niet het geval is voor de Marsupilami."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 54
Mickey Mouse
Over uitbuiting: "Een bulldozer heeft alles verwoest bij Clarabella. Zij en Minnie laten Goofy zich uitsloven. En daar zijn mijn palen weer, deze keer om het wasgoed aan op te hangen. Deze prent moest echt goed lukken. Ik ben altijd gefascineerd geweest door wasdraad. Mijn moeder bevestigde een slazwierder aan een van de palen om er wasknijpers in te leggen, zoals hier. Ik had veel zin om een eenvoudig tafereel te maken met het trapladdertje, de wasmand, de bloemen. En de onderbroekjes die Minnie aan de wasdraad hangt, komen uit die periode! De uitgeputte Goofy beseft goed dat de meisjes hem uitbuiten, maar het zit niet in zijn natuur om daartegen in te gaan. Net zo min als de uitgebuite arbeiders die totaal uitgeput naar huis gaan. Let op de uitspraak van Minnie: 'Als je dat graag wilt, natuurlijk! Het is geen verplichting!' Dat zei mijn vader me wanneer ik uit de kelder een fles wijn of iets anders moest halen. 'Als je dat graag wilt...' heeft me zwaar getekend."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 55
Mickey Mouse
Over Mickeys ogen: "Oorspronkelijk waren Mickeys ogen helemaal zwart. Rond 1938 vond Ward Kimball (de tekenaar van onder meer van Jiminy Crickett) het leuk om hem te tekenen met wat wit in de ogen. Dat beviel Disney waarop hij besliste om Mickeys ogen voortaan zo te laten tekenen. Daar hou ik minder van. Maar de blik van Mickey levert soms probemen op. Kijk, zonder het wit in zijn ogen lijkt het alsof hij ze uit elkaar spreidt. Met integendeel wat wit werkt het! Om dat probleem uit te schakelen, moeten vooral vooraanzichten zijaanzichten en driekwartzichten gebruikt worden. Ik heb ook gespeeld met de oren. Normaal zijn ze mooi rond, ik heb er ovalen van gemaakt om hen beter te laten bewegen. Ik zie hier graag hoe Goofy er alleen maar aan denkt om weg te lopen van de meisjes. Minnies uitspraak komt van mijn tante. Minnie is op haar manier ook een beetje een slavendrijfster, ook al beseft ze het later pas."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 56
Mickey Mouse
Over verleidjng: "Waarom zoveel tekstblokken? Omdat er niets gebeurt en omdat de inhoud van de teksten belangrijker is dan de beelden. Door het raam zien we enkel de zwaaiende bloemetjes op de hoedjes van Minnie en Clarabella. Minnie, die Goofy de hele dag heeft afgebeuld, is verschrikt door de gewoontes van slavendrijvers. Clarabella is realistischer. En er is toch wat animatie nodig, vandaar de kat die op een muis jaagt (ja, een kat kan op een muis jagen in Mickey Mouse, op voorwaarde uiteraard dat het om met haar te spelen is en niet om op te eten!), de muisjes in de kamer van Goofy, die arme drommel... Ik heb weerstaan aan de verleiding om grijze schaduwen te gebruiken. Die komen niet voor bij Disney: het is ofwel wit of zwart, om techniche redenen, want de stroken verschenen in kranten op papier dat inkt opslorpte."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 57
Mickey Mouse
Over inkten: "Ik wissel graag eenvoudige zichten af met meer gecompliceerde, met meer personages op de voorgrond zoals in de eerste prent. Bij Disney zal je nooit een been in close-up zoals hier aantreffen, noch een beeld vanuit de lucht zoals de prent eronder. De indruk dat er wordt gelopen, is benadrukt door Mickeys oren die naar achter zijn gericht. Ik heb me verplicht om dagelijks twee of drie stroken in potlood te tekenen. De tekenaars uit die tijd maakten dagelijks een complete strook. Voor de inkting deed ik er één of anderhalf per dag. Ik moest het weer wat leren, want Jean-Louis Tripp heeft al onze negen delen van Magasin Général geïnkt die ik in potlood tekende. Ik had wat problemen met het papier, de inkt liep uit. Ik ben drie keer van papier veranderd en de inkt liep nog altijd uit. Ik heb dan maar een pen in plaats van een penseel gebruikt of ook soms een onuitwisbare viltstift."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 58
Mickey Mouse
Over de sidecar: "Ik wilde zo graag een sidecar gebruiken, een fantastisch voertuig, ook al ben ik er nooit in geklommen. De motor is een Indian, de referentie uit die tijd. Natuurlijk loopt het snel fout met Minnie die niet kan rijden. Blijkbaar heeft Floyd Gottfredson Mickey in dezelfde situatie getekend aan de stuurknuppel van een vliehgtuig in een van zijn verhalen, maar ik zweer je dat ik dat verhaal niet kende. Wat hier het belangrijkste is, wat me fascineert, is de noodzaak om beweging te tonen. De motor stuift weg en om dat over te brengen, is er een beweging van links naar rechts met de indruk van snelheid. Het oog is daaraan gewoon. Als je de tekeningen zou spiegelen, zou het niet meer werken. In een andere prent rijdt de sidecar van rechts naar links omdat Claraballa wil remmen. En dat werkt! Door naar deze strook te kijken, gaat een gedachte uit naar de arme kip die zich afvraagt wat haar overkomt..."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 59
Mickey Mouse
Over Boris en Sylvester: "Clarabella pompt, Minnie helpt haar op haar manier... En hier is het 'vakantiekamp' waar de families van de slavenarbeiders zijn verzameld. 'Vakantiekamp' is veel gezegd, er zijn een uitkijkpost en een afsluiting te zien die aan een sinister verleden herinneren. Boris Boef is een favoriet personage van me, hij is geweldig als slechterik van dienst. Oorspronkelijk was hij een grote kater die sindsdien veel is veranderd. Tegenwoordig is hij heel anders en heeft hij een kropgezwel. Dat doet me aan een anekdote denken. De Franse tekenaar Calvo weigerde voor Disney te werken waarop Disney met een proces dreigde omdat zijn wolf volgens hem te veel leek op die uit de drie biggetjes. Op de originelen van Calvo's Het Beest Is Dood zijn nog aanpassingen te zien waarop het hoofd van de wolf is hertekend... Sylvester Slibber, de handlanger van Boris, dook slechts op in de eerste twee of drie jaar van Mickeys stripcarrière voor hij in de vergetelheid belandde. Ik vond dat ze een leuk duo vormen en ik heb hen opnieuw bij elkaar gebracht."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 60
Mickey Mouse
Over roken: "De slechteriken hebben een wasknijper op de neus om de geur die iedereen naar hun hamburgers lokt te weerstaan. Alleen de baas heeft geen wasknijper. Als nijlpaard passen twee champagnekurken beter in zijn neusgaten. Dat is hij zijn standing verplicht. Het is de enige verwijzing naar alcohol. Elders in het album heeft Clarabella het nog over het elixer van haar oma. Ik had eerst 'drankje' geschreven, maar dat moest ik veranderen. Uiteindelijk maakt het geen verschil uit. Ik was hier eindelijk tevreden over Rook Füller rechtsbovenaan, een creatie van mezelf. Het evenwicht tussen de ogen, de hoed en zijn schofterigheid lijkt me geslaagd. Nochtans heb ik hem op de vorige pagina's niet hertekend... Füller rookte in het begin een sigaar en Bernie, de ooievaar, een pijp die gemaakt was uit een maïslkolf. Dat was verboden. Füller kauwt daarom op worstjes sinds zijn vrouw hem de tabak verbood. Maar het probleem is dat hij daarvan dikker wordt..."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 61
Mickey Mouse
Over het gevecht: "Het spuiten van mosterd betekent het einde van de scène vol close-ups. Dit soort kadrage hoort niet bij de Disneycultuur, maar ik kan er de aanwezigheid van de slechteriken mee versterken. Hier is Boris weer met zijn houten been. De lezer zal natuurlijk zoeken waar ik me van been heb vergist. Dat heb ik soms gedaan in potlood, maar dat corrigeerde ik in de inkting. En ik ben niet alleen... Om korte metten te maken met alle vergissingen, beslisten de Amerikanen om Boris' houten been weg te laten. We kunnen veronderstellen dat hij voortaan een prothese draagt. Hier staat ook het begin van een mooi gevecht. Ik wreef bij voorbaat in mijn handen. Als de goeden en de slechten klappen krijgen, is het echt. Er valt niets te lachen, ze slaan door. Maar uiteraard gaat het om een strip en staat iedereen weer recht met in het slechtste geval een paar builen die snel weer verdwijnen."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 62
Mickey Mouse
Over het einde: "En ik schud je dooreen, en ik wurg je! En ik sla je tegen de vloer! Mickey gaat met twee vuisten en de tanden op elkaar tot het uiterste tegen Boris. Ik zal niet zeggen dat de verhoudingen tussen de twee altijd kloppen, maar wie let daarop? Ook hier weer denk ik tijdens het tekenen van die prent aan de oplawaaien die Asterix en Obelix de Romeinen geven. In de bovenste strook had ik problemen met de ogen van Clarabella. Haar ogen met pupillen werkten niet, het leek wel alsof ze de situatie prettig vond. Met een motorbril was er geen probleem meer. In de vierde prent teken ik Clarabella en de motor in tegenlicht om Minnie, maar vooral het arme biggetje, uit te spelen. Net zoals de kip op een eerdere pagina vraagt hij zich af wat hij daar doet. Op het einde van het verhaal publiceer ik een aftiteling met de acteurs, zoals in de cinema. Daar net voor schrijf ik het woord 'einde' terwijl Mickey mompelt: 'Mja, dat valt af te wachten!'"


Antoine Giner-Belmonte over De Meesters van White Plain 1
25/11
TOP
De Meesters van White Plain 1
Onderstaande bijdrage van Sophie Bogrow verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 103 van mei 2017.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 11
De Meesters van White Plain 1
Over de duisternis: "Dit is een wat speciale scène, want de duisternis is subjectiever dan gewoon de nacht die is gevallen. Het vertaalt het humeur van de kleine Charles die net een gewelddadig treffen had met zijn vader en die zijn moeder confronteert met het feit dat hij haar op een onbegrijpelijk bezorgde manier zag omgaan met een jonge zwarte van de plantage van de buren. Zijn woede, zijn jaloezie die is ingegeven door een oedipuscomplex en het zwaarwichtige geheim maken van de woning een soort verlaten kasteel dat nog vergroot wordt door perspectieven die lichtjes vervalst zijn."

Over vooruitgang: "Vóór dit album heb ik nauwelijks zes professionele strippagina's getekend voor een verzamelalbum. Dit is dus mijn grootste ervaring! Met het blote oog is mijn vooruitgang te volgen tijdens het verhaal. Ik leer gaandeweg bij."

Over zwaktes: "Ik erken dat de neiging om gezichten te tekenen met een wisselende samenstelling een van mijn fouten is. Een personage hetzelfde tekenen, is moeilijker dan het lijkt, vooral in flashbacks. De kinderen zijn het delicaatst om te tekenen. De beginnersfout om zwaktes te verdoezelen met een overload aan penseellijntjes helpt niets. Om die wisselvalligheid te beperken, forceer ik me om voor deel 2 alle scènes uit dezelfde periode samen te tekenen."

Over Christian Rossi: "Drie of vier jaar geleden toonde ik verlegen mijn tekeningen aan Christian Rossi tijdens een stripfestival in Lyon. Hij was supervriendelijk en hij behandelde me als een collega. Hij legde me uit dat een strip geen onhaalbare kinderdroom was. Sindsdien, en omdat we zo'n beetje buren zijn, betoont hij me de eer om mijn mentor te zijn. Hij leert me de kneepjes van het vak. Het is dan later mijn beurt om die aan anderen door te geven."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 12
De Meesters van White Plain 1
Over 3D: "Na mijn studies decoratieve kunsten in Straatsburg — waar ik met Mathieu Sapin, Marjane Satrapi, Alexis Nesme, Jérôme Jouvray en anderen studeerde — ben ik afgeweken naar sectors met meer zekerheid dan illustratie. Eerst reclame, daarna architectuur. Ik teken de gebouwen en interieurs in 3D en in perspectief. Vervelend, maar nuttig. In één oogopslag zie ik de groottes van de gebouwen, de bomen, de mensen,..."

Over foto's natekenen: "Ik heb veel oude foto's gevonden op de website van het Library of Congress. Christian heeft me geleerd die te gebruiken zonder ze trouw na te tekenen en ze aan te passen aan mijn tekenstijl. Voor de vlotheid en de coherentie van het verhaal is het belangrijk dat er geen verschil is op het gebied van tekenstijl."

Over details: "Zonder me daar al te bewust van te zijn, verwaarloosde ik sommige details waarvan het belang me onbeduidend leek. Zoals de kragen van moderne hemden die cooler om te tekenen zijn dat de stijve boorden en de stropdassen in die tijd. Of ruiters die als cowboys rijden terwijl men in het zuiden van de Verenigde Staten meer op een Europese manier met een paard reed met een Engels zadel en rechte rug. Christian maakte die opmerking waar ik maar voor de helft rekening mee heb gehouden. Ik had ongelijk, ik moet aandachtiger zijn."

Over verschillende stappen: "Nog altijd dankzij Christian heb ik begrepen dat een strip een millefeuilletaartje is waarvan mooie tekeningen slechts de bovenste suiker- en caramellaag zijn. In die volgorde zijn de eerstvolgende stappen die daaraan voorafgaan de vertelling, de compositie van de voor- en achtergronden, de plaatsing van de personages en de decors. En daarna, wanneer alles duidelijk is, de regie van de acteurs. Zoveel stappen die ik een na een leer beheersen."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 13
De Meesters van White Plain 1
Over Gone with the Wind: "Gone with the Wind was een van de films die Edouard me had aangeraden om te bekijken. Dat heb ik gedaan, zonder enthousiasme en me aan een vervelende film verwachtend... Uiteindelijk heeft Henri Berthier iets van Clark Gable en het zusje Josephine (volgens Edouard een brutaaltje uit zuiderse saga's) is grotendeels ge¥nspireerd op het personage Eugenie 'Bonnie Blue' Butler uit de film. Hetzelfde geldt voor het imposante kindermeisje dat in de film werd vertolkt door Hattie McDaniel, de eerste Afro-Amerikaanse die in 1940 een Oscar kreeg."

Over Kuifje: "De eerste strip die ik in mijn bezit kreeg, was een kerstcadeau op mijn acht jaar, De Zaak Zonnebloem. Ik kende Kuifje niet — mijn Spaanse familie las geen strips — en de densiteit van dat spionageverhaal maakte ene diepe indruk op me. Die densiteit vind ik hier met plezier terug, ook al kosten veel prenten me veel werk. Aan deel 1 heb ik twee jaar gewerkt. Deel 2 is al goed opgeschoten en zal sneller verschijnen."

Over het inkten: "Als bewonderaar van Jean Giraud, Jijé en het werk van Rossi voor Jim Cutlass had ik zin om in een gelijkaardige stijl te werken die al sterk is in zwart-wit en die zou herinneren aan strips van twintig of dertig jaar geleden. Het was een beetje om de chronologie aan tekenstijlen te leren, maar later vond ik mijn eigen stijl. Ook hiervoor leerde Christian me, met kalkjes erbij, hoe een potloodtekening in inkt te zetten en met penseel te tekenen door het overbodige weg te laten. Dat is een essentiële stap bij het tekenen die ik naïef beschouwde als 'in het net zetten'."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 14
De Meesters van White Plain 1
Over de inkleuring: "De sfeer van Huckleberry Finn in de bayou waar eb en vloed komen en gaan op het ritme van de getijden en de stand van de Mississippi. De inkleurders hebben het licht en het vochtige moerasklimaat treffend weergegeven. Ik moet hen bedanken. Zelf was ik te onzeker om in te kleuren, ook al zou ik daar op een dag natuurlijk wel zin in krijgen."

Over debuteren: "Ik ontmoette Edouard enkele jaren geleden op een gespecialiseerd forum. Ik wilde graag debuteren met een schrijver die zelf geen volslagen debutant was om in de beste omstandigheden mijn voet tussen de deur te krijgen. Hij zocht een tekenaar voor een soort uchronie die in een game was gesitueerd. Ik heb enkele voorstudies getekend, maar begreep al snel dat het project te complex was met mijn mogelijkheden. Tot grote spijt van ons beiden gooide ik de handdoek in de ring. Ik ben dan ook heel blij dat hij me zich herinnerde voor De Meesters van White Plain. Met Christian Rossi die me deze keer steunde, was ik er klaar voor!"

Over begrijpen: "In het begin van onze samenwerking durfde ik Edouard niet te veel lastig te vallen door het scenario aan te passen. Ik had al heel wat omgegooid door voor te stellen om te beginnen met de scène waarin de slaaf wordt afgeranseld (te vergelijken met Django Unchained voor de film uitkwam) en dat hield in dat er gegoocheld moest worden met flashbackscènes. Het resultaat is dat enkele pagina's niet geheel goed zitten op het gebied van tekeningen omdat ik de actie niet volledig begreep. Raymond Poïvet, de tekenaar van Les Pionniers de l'Espérance in het stripblad Vaillant, zei eens: 'Ik teken enkel goed wat ik goed begrijp'."


TOEKOMST
Te Verschijnen
Op Stapel
TOPPERS
13 x XIII
14-18
De 25 bekendste konijnen
20 jaar Arcadia, 20 topstrips
25 jaar Vrije Vlucht
30 jaar Kiekeboe
49 Kanjers van Oranje
50 jaar De Rode Ridder
60 jaar Nero
70 jaar Kuifje-weekblad
Aantrekkelijkste Heldinnen Top 540
Asterix Top Six
Batmanspecial
BelgenTop 100
De Blauwbloezen Top 49
De Grenzeloze Top 500 (2010)
De Grenzeloze Top 500 (2012)
De Honderd Hoogtepunten van Willy Vandersteen
De Rest van de Wereld Top 50
FransenTop 100
Jaartoppers
Jommeke Top 10
Koppeltjestop 20
Napoleon in de strip
ReeksTop 50
Robbedoes
Schrijvers over Strips
Schurken- & Feeksentop
Star Wars
Suske en Wiske: 70 stroken in 70 dagen
Urbanus Top 15
De Wereld rond Franquin
Westernstrips