Daedalus Saga Uitgaven Uitgeverij L  
 
De Commentator

Toegevoegd op 27 december:
Félix Delep over De Beestenburcht 1
Janry over De Kleine Robbe 18


Toegevoegd op 27 december:

Laurent Astier over Het Venijn 1

Toegevoegd op 21 december:

Romain Hugault over Angel Wings 6

Toegevoegd op 3 december:
Peter van Dongen en Teun Berserik over Blake en Mortimer 26

Toegevoegd op 19 oktober:

Peter Van den Ende over Zwerveling
De volgende auteurs leverden ook al bijdragen. Klik op hun naam om verder te gaan naar hun afzonderlijke pagina:
Ivan Adriaenssens
Pierre Alary
Sytse S. Algera
Alex Alice
Christophe Alliel en Aurélien Ducoudray
Jesús Alonso en Olivier Visonneau
Anlor
Mohamed Aouamri
Ger Apeldoorn
Dimitri Armand
Jean-Michel Arroyo

Laurent Astier
Antoine Aubin en Étienne Schréder
Virginie Augustin
Philippe Aymond
Denis Bajram
Balak
Olivier Balez en Pierre Christin
Alessandro Barbucci
Jean Bastide
Raphaël Beuchot
Batem en Colman
Kristof Berte
Philippe Berthet
Georges Bess
Lük Bey
Enki Bilal
De Blauwbloezen
Frédéric Blier
Olivier Boiscommun
Matthieu Bonhomme
Cyril Bonin
Mario Boon
François Boucq
Tom Bouden
François Bourgeon
Marc Bourgne
Enrique Breccia en Xavier Dorison
Daniel Brecht
Ken Broeders
Frédéric Brrémaud
Brüno
Max Cabanes
Charel Cambré
Barbara Canepa
Theo Caneschi
Paul Cauuet
Lounis Chabane
Jean-Christophe Chauzy
Didier Conrad en Jean-Yves Ferri
Patrick Cornelis
Luc Cromheecke
Criva en Verhast
Steve Cuzor
Robbert Damen
Sébastien Damour
Frodo De Decker
Nicolas de Crécy
Erik de Graaf
Aimée de Jongh
Philippe Delaby
Marissa Delbressine
Nicolas Delestret en Stéphane Massard
Jean-Yves Delitte
Marc de Lobie
Thierry Démarez
Philippe Delzenne
Pieter De Poortere
Steven de Rie
François Dermaut
Maarten De Saeger
Jorg de Vos
Lode Devroe
Geert De Weyer
Bruno Di Sano
Terry Dodson
Franky Drappier
Thomas Du Caju
Kim Duchateau
Bruno Duhamel
Steven Dupré en Conz
Ersel
Chris Evenhuis
David Felizarda Real
Rino Feys
Adrien Floch
Philippe Francq
Fred
Paul Gastine
Philippe Gauckler
Bruno Gazzotti
Vittorio Giardino
Jean-Pierre Gibrat
Christian Gine
Antoine Giner-Belmonte
Thierry Girod
Carlos Gomez en Arnaud Delalande
Eugeen Goossens
Mars Gremmen
Olivier Grenson
Griffo
Juanjo Guarnido
Richard Guérineau
Hardoc
Alain Henriet
Hermann
Eric Heuvel
José Homs
Hub
Éric Hübsch
Romain Hugault
Miles Hyman
Zoran Janjetov
Jeroen Janssen
Philippe Jarbinet
Iouri Jigounov
Jim
Milan Jovanovic
André Juillard
Nicolas Keramidas
Kerascoët
Patty Klein
Hanco Kolk
Jean-Charles Kraehn
Hugues Labiano
José Ladrönn
Juan Louis Landa en Sandro Raule
Mathieu Lauffray
Christian Lax
Olivier Ledroit en Thomas Day
Hec Leemans
Frank Le Gall
Marc Legendre
Jérôme Lereculey en David Chauvel
Simon Léturgie
éric Liberge
Ingrid Liman
Willy Linthout
Régis Loisel
Régis Loisel en Jean-Louis Tripp
Giovanni Lorusso en Olivier Peru
Stéphane Louis
Maël
Vincent Mallié
Milo Manara
Wauter Mannaert
Fabio Mantovani en Philippe Nihoul
Frank Margerin
Enrico Marini
Marmus
Marvano
Scott McCloud
Fabrice Meddour
Merho
Ralph Meyer
Jean-Claude Mézières
Mezzo
Gilles Mezzomo
Guy Michel en Arnaud Delalande
Mikaël
François Miville-Deschênes
Arno Monin
Thimothée Montaigne
Romano Molenaar en Jorg de Vos
Jean-Louis Mourier
José-Luis Munuera
Federico Nardo en Pierre Makyo
Viviane Nicaise
Peter Nuyten
Tiburce Oger
Minck Oosterveer
Danker Jan Oreel
Marcel Pagnol
Joël Parnotte
Frank Pé
Cyril Pedrosa
Frederik Peeters
Patrice Pellerin
Claude Pelet
Rubén Pellejero
Philippe Pellet
Régis Penet
Jérémy Petiqueux
Nicolas Petrimaux
Federico Pietrobon
Didier Poli en Robin Recht
Jean-Michel Ponzio
Francis Porcel
Bart Proost
Mike Ratera
Riff Reb's
Reno
Mathieu Reynès
Roberto Ricci
Willem Ritstier
Grzegorz Rosinski
Christian Rossi
Marcel Rouffa
Corentin Rouge
Michel Rouge
Kenny Rubenis
Marcel Ruijters
Paul Salomone
Riad Sattouf
François Schuiten
Olivier Schwartz
Stéphane Servain
Christophe Simon
Fred Simon
Benoît Sokal
Kristof Spaey
Benoît Springer
Naomi J. Strijdonk
Roman Surzhenko
Yves Swolfs
Olivier TaDuc
Jirô Taniguchi
Jacques Tardi
Didier Tarquin
Paul Teng
Marlon Teunissen
Béatrice Tillier
Ronan Toulhoat
Lewis Trondheim
Albert Uderzo
Gerben Valkema
Sylvain Vallée en Fabien Nury
Steve Van Bael
Rob van Barneveld
Rob van Bavel
Daniel van den Broek en Ivan Claeys
Peter Van den Ende
Robert van der Kroft
Wilbert van der Steen
Michiel van de Vijver
Maarten Vande Wiele
Peter van Dongen en Teun Berserik
Jean Van Hamme
Hans van Oudenaarden
Jos Vanspauwen
Alberto Varanda
Olivier Vatine
Dan Verlinden
Laurent Verron
Vincent
Bastien Vivès
Thomas von Kummant
Éric Warnauts en Guy Raives
Colin Wilson
Philippe Xavier
XIII Mystery
Bernard Yslaire
Zep
open brieven
 
Félix Delep over De Beestenburcht 1
11/01
TOP
De Beestenburcht 1
Onderstaande bijdrage van Thierry Wagner verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 128 van augustus-september 2019.

De Beestenburcht 1
Over vertraging: "Toen ik op mijn 23ste de Émile Cohl-tekenschool verliet, stelde ik me voor om in een animatiestudio voor games te werken en vijf jaar later met strips te beginnen... (hij is nu 26 jaar, red.) Ik besef dat ik vertraging opliep voor dit eerste deel. Ik heb verschillende manieren uitgeprobeerd om tijd te winnen, met het voornaamste resultaat dat ik heel veel tijd heb verloren. In het begin moet je je techniek vinden, je organiseren, je laten inspireren door het werk van anderen, bijhouden wat het best bij je past om de werklast op te vangen, de tijd inkorten voor de uitvoering zonder te veel op de kwaliteit toe te geven. Voor mijn eerste album had ik geen zin om mijn slag te missen!"

Over financiën: "Bovendien stelt zich een financieel probleem. Wanneer je nog geen enkele strip hebt uitgebracht, krijg je geen auteursrechten. Vandaar dat de aanlooptijd zo lang duurde uit noodzaak. Dankzij Xavier Dorison heb ik een contract met een echt goede verloning per plaat voor een debutant. Gelukkig woon ik nog bij mijn ouders in Parijs en hoef ik nog geen huur te betalen."

Over valsspelen: "Je verrijkt je grafisch en professioneel door in een atelier te werken in plaats van in je eentje in je hoek. Ik besef tot op heden hoeveel Matthieu Bonhomme me heeft geholpen. Ik ben verder geëvolueerd in de bladschikking, de manier om tot de synthese te komen, om meer te vertellen met minder, om in zwart-wit te tekenen. Zonder Matthieu zou mijn stier in kikvorsperspectief niet hebben geleken op deze versie. Je ziet zijn ogen niet bijvoorbeeld. Ik heb nogal vaak een beetje moeten valsspelen en houd de vingers gekruist in de hoop dat de lezer het spel meespeelt."


De Beestenburcht 1
Over afwezigheid van decor: "Drie prenten zonder decor. Nog een raad van Matthieu. Het decor zou niets speciaals hebben verteld en de witte achtergrond versterkt de leesbaarheid."

Over het compromis: "Het inkten met het penseel heeft me veel tijd gekost, zodanig veel dat ik begon te vrezen dat ik iets miste, ook af schiet je het meest op door je fouten te verbeteren. Ik moest een compromis vinden tussen productiviteit en kwaliteit. Door op de tekentablet over te gaan, kon ik relaxter werken. Ik heb diverse technieken gebruikt voor de potloodtekeningen en het inkten, maar de volledige inkleuring van het album is op de computer gedaan. Het tweede deel zal ik ongetwijfeld volledig op de tablet tekenen..."

Over een ander gevoel: "... behalve als ik ongelofelijk veel voorsprong zou opbouwen waardoor ik, voor het plezier, enkele pagina's met penseel kan inkten. Een mapje openen op de computer of een vel papier tussen je handen voelen, geeft je helemaal niet hetzelfde gevoel. Maar het was belangrijker om het album te voltooien — en de goede relatie met je uitgevers in stand houden! — dan te denken aan het maken van originelen. Ik heb gemerkt dat nogal wat tekenaars daarmee bijkomende inkomsten verdienen. Die vraag stelt zich later wel."

Over ritme: "Ik ben begin 2017 aan dit album met 66 stripplaten begonnen. Tweeënhalf jaar werken. Vandaag voel ik me veel meer op mijn gemak en denk ik dat ik voor de volgende drie delen het ritme van één album per jaar kan aanhouden. In de herfst (het Franse album verscheen in september 2019, red.) zal ik twee of drie dagen per maand vrijhouden voor signeersessies. Ik voel me op dat gebied nog niet op mijn gemak, vooral wanneer lezers me filmen terwijl ik teken. Dat hoort ook bij het vak!"


Janry over De Kleine Robbe 18
11/01
TOP
De Kleine Robbe 18
Onderstaande bijdrage van Sonia Déchamps verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 131 vandecember 2019.

De Kleine Robbe 18
Over Peuk: "Meneer Peuk, daar zit ik voor iets tussen. Ik had graag iets kleurrijk in de serie. Het is een grappig personage. Philippe (scenarist Tome, red.) hield niet van te simplistische personages. Peuk heeft ook iets aandoenlijks. De film van De Kleine Robbe is heel discutabel, maar ik vond François Damiens als Peuk daarin uitstekend. Het begint al bij zijn look! Maar hij slaagde vooral in een perfecte mix tussen arrogantie, zelfgenoegzaamheid en kwetsbaarheid. In de refter, waar alle leraars samenzitten en met elkaar spreken, zit de turnleraar in zijn eentje in een hoekje omdat hij zich bezighoudt met spieren terwijl de anderen voor de hersenen zorgen. Bovendien kunnen we ons met Peuk gags permitteren die simpelweg gemaakt zijn om te doen lachen! Ik weet niet wat jij vindt van de tijden waarin wij leven, maar ik heb wil lachen."

Over strategie: "Philippe was ook heel precies in de enscenering. Er bestond een grote samenwerking tussen hij en ik. Hij zei me altijd: 'Ik wacht vol ongeduld op je tekeningen, want ik vind mezelf nog beter als jij het hebt getekend'. Dat is het prachtigste compliment dat een scenarist zijn tekenaar kan geven. Op den duur hield ik er een zekere trots aan over, want ik stelde vast dat ik een goede striptekenaar ben. Hij plaatste de dingen die belangrijk zijn voorop en verdrong de onbelangrijke dingen, want er bestaat een ware strategie in de vertelling die alleen een goede scenarist kan begrijpen en overbrengen."

Over geluk: "Ik heb het geluk dat ik alles kan tekenen. Ik weet dat sommige tekenaars het moeilijk hebben om de stad, wagens of integendeel de natuur te tekenen. Dat kan de creatieve geest van de scenarist belemmeren."


De Kleine Robbe 18
Over ethiek: "We wilden een familiereeks maken en onszelf toelaten om taboeonderwerpen aan te snijden. Het mocht nooit een belediging zijn voor de intelligentie van de lezers. We handhaven de dubbelzinnigheid. Vandaag is een zeker ethische context nodig in het leven. Ik ben zelf beïnvloed geweest door wat ik als kind heb gelezen."

Over herbeginnen: "Als al wat ik heb getekend, gepubliceerd zou zijn, zou er twee keer meer platen met de handtekening Janry in de winkelrekken liggen. 'Oh, maar dat heb je niet goed begrepen, ik wou dit of dat…' Welja, zelfs na veertig jaar samenwerken, gebeurde het weleens dat ik niet zeker was wat Philippe wou. Dat is mijn straf. Dan ga ik ermee akkoord om alles te hertekenen, want het moet simpelweg in orde zijn. Je zou dan denken dat er een lijdensweg te wachten staat, maar nee, we raken er altijd uit, met genoegen en rustig. En vol vertrouwen, vooral vol vertrouwen."

Over de scenarist als dictator:
"De scenarist is een soort dictator. Als zijn verhaal het vereist, moet je soms dingen tekenen die de tekenaar niet erg graag tekent, of die weinig voldoening geven. Jammer, maar ik weet dat ik een pagina verder een supermooie tekening kan maken."

Over durven: "In ons team was Philippe Robbe en ik Vermiljoen. Robbe is degene die durft, Vermiljoen degene die bang is. En als Vermiljoen durft, verknalt hij het. De Kleine Robbe durft het onmogelijke aan. En hij heeft gelijk het te proberen. Ik erken dat ik klunzig en verstrooid ben, zoals Vermiljoen. Philippe was de mentor, die altijd gelijk had, of toch bijna."


De Kleine Robbe 18
Over regels: "Er bestaat een regel voor alle tekenaars: je best doen, is blijven evolueren. Zo simpel als dat. Ik heb een tweede regel die me belet om voortdurend hetzelfde te tekenen. Ik teken elk personage alsof het de eerste keer is. Een hand? Ik kijk naar de mijne om de precieze houding over te tekenen. Blije handen of een vuistslag in het gezicht… elke keer poseer ik opnieuw alsof ik een acteur ben in een film. Het geeft mij de indruk dat ik alles voortdurend opnieuw uitvind."

Over handen: "Ik praat met de handen op zijn Italiaans, dus let ik op de handen van mijn personages. En op hun blik. Want dat zijn de eerste twee dingen die je ziet op een tekening. De ogen zijn een heel krachtige manier van communiceren. Dit is mijn manier om graag te blijven tekenen: de dingen herbekijken. Ook al lijkt het onnodig, ook al wordt het resultaat voorspelbaar. Het geeft mij het gevoel dat ik niet wegglijd, dat ik de boot niet laat vertrekken zonder roer."

Over precisie: "Ik probeer zo precies mogelijk te zijn, vooral in de decors. Hier zijn er geen, maar als ik een straat teken met bijvoorbeeld een putdeksel op de grond moet het echt en gedocumenteerd overkomen, want het is een putdeksel dat iedereen al heeft gezien. Als het niet lijkt op een putdeksel zal de lezer denken: 'Hm, dit is niet de wereld die ik ken'. En dan haakt hij af."


De Kleine Robbe 18
Over Franquin: "Franquin ondervond hetzelfde probleem als wij wat het strakke kader van een reeks als Robbedoes en Kwabbernoot betrof. Zijn oplossing was de creatie van een antiheld, iets van zichzelf: Guust. Hij besefte snel dat Guust een op zichzelf staand wereldje kon zijn, los van Robbedoes, waarin hij zich beter zou voelen. Het ging zover dat hij Robbedoes opgaf om zich aan Guust te wijden."

Over de nieuwe Robbedoezen: "Ik volg de avonturen van Robbedoes en Kwabbernoot van ver, behalve de albums van Yoann en Fabien Vehlmann. Ik herken me niet in die politiek om het personage te laten afdwalen. De artiesten die er zich over ontfermen, zijn heel bekwaam en talentrijk, maar uiteindelijk doen ze afbreuk aan het personage. Wat ze voorstellen, valt onder een prestatie, een opvoering. Robbedoes en Kwabbernoot is niet het bezit van de auteurs, zelfs niet van de uitgeverij, maar van de lezers. Er moet eerst aan hen gedacht worden. De varianten lijken mij hen op een dwaalspoor te brengen. Ik hield veel van de eerste van Émile Bravo, maar ik wacht op de volgende, 'echte' Robbedoes."

Over visibiliteit: "Strips zijn nog nooit zo goed en divers geweest, vol geweldige dingen. Maar te veel albums zijn doodgeboren, want er is geen visibiliteit voor hen. Een ramp voor een auteur die er een jaar aan heeft gewerkt. Hij heeft zijn voorschot op de auteursrechten gekregen, maar heeft niet genoeg verkocht om daarna iets meer te verdienen. Omdat zijn album niet heeft gelopen, staat er op zijn voorhoofd 'loser' geschreven. Dat is een paradox, we hebben nog nooit zoveel middelen gehad om te communiceren, visibiliteit wordt echter moeilijker en moeilijker."


Laurent Astier over Het Venijn 1
27/12
TOP
Het Venijn 1
Onderstaande bijdrage van Paul Giner verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 122 van februari-maart 2019.

Het Venijn 1
Over de overgangsperiode: "Ik heb me geïnspireerd op Cripple Creek in Colorado om Silver Creek te tekenen. In 1900 begonnen Amerikaanse steden er helemaal anders uit te zien dan we gewoonlijk in westerns zien, want bakstenen vervingen hout. Veel gebouwen zagen er wat industrieel uit. De oude gebouwen, zoals de saloon, zijn overblijfsels van de Old West. Ondanks de overgangsperiode, wou ik enkele decors tekenen die aan de klassieke westerns herinneren."

Over evolutie: "Ook al wijzigen de fundamenten van mijn tekenstijl niet volledig, probeer ik mijn manier om elk project aan te pakken opnieuw uit te vinden. Ik werk een soort nieuwe grammatica uit en laat mijn manier om het blad te schikken evolueren. Met Het Venijn zitten we op 56 pagina's, een eerder kort album dat ik niet gewoon ben, maar vrienden hebben opgemerkt dat mijn scenario geschreven was voor een album van 80 pagina's die in een van 56 is gepropt. Het voordeel van een western is dat één beeld volstaat om een volledige filmscène van John Ford of spaghettiwesterns in herinnering te brengen."

Over klassiek formaat: "Ik heb ervoor gekozen om op het formaat 50 x 65 centimeter te werken, zoals Jean Giraud deed, om geen gebrek aan plaats te hebben en de dynamiek van de klassieke tekenaars uit de jaren 1960 tot 1980 te vinden. Zo'n formaat laat ruimte voor details en biedt veel mogelijkheden voor de tekeningen. Zo'n formaat moet gevuld worden! Door op die klassieke manier te tekenen, verlies ik mijn tekenstijl en mijn manier van vertellen niet. Ik ben een beetje te oud om plagiaat te plegen!"


Het Venijn 1
Over Emily's uiterlijk: "In mijn eerste voorstudies leek Emily te veel op Claudia Cardinale. Ze is geëolueerd en een jonge brunette geworden met azuurblauwe ogen die wat lijkt op mijn heldin uit Cellule Poison (vijf niet-vertaalde delen bij Dargaud tussen 2005 en 2013), maar ook op andere vrouwen die in mijn stripverhalen voorkomen Ik besef dat ik sommige personages uit andere reeksen hergebruik, een beetje alsof een regisseur zijn favoriete acteurs opnieuw gebruikt."

Over de blauwe ogen: "Waarom blauwe ogen? Goede vraag! Ik heb zwarte ogen geprobeerd, maar dat paste niet bij het begin van het verhaal. In de eerste prent toon ik de blik van Emily. Door die in azuurblauw te veranderen, deed ik een beetje een beroep op de lezer om empathie voor Emily te voelen, die we als kind in een bordeel van New Orleans ontdekken. Op deze pagina is ze veel ouder te zien."

Over opgroeien: "De houdingen van Emily kwamen relatief vanzelfsprekend. Sinds mijn eerste voorbereidingen in 2012 kreeg het personage de tijd om te groeien en te ontwikkelen in mijn gedachten. Emily wordt zo'n beetje zelfstandig, zoals het geval was met de heldin in Cellule Poison. Als ik haar in deze of gene context plaats, dringt de zichtbare reactie van mijn personages zich makkelijk op, alsof ik hen zag opgroeien."

Over de ontmaagding: "Ik heb een groot deel van mijn eigen verlegenheid als jongere in die achttienjarige kerel gestopt. De groep heeft beslist dat het tijd was om zich te laten ontmaagden. Je voelt aan dat hij niet echt zin heeft in een bezoekje aan een bordeel in een klotestadje. Wat moet hij doen, wat moet hij zeggen, hoe moet hij reageren? Het is ingewikkeld voor hem!"


Het Venijn 1
Over naakt: "In de eerste versie van het storyboard hadden Emily en de jongeman seks in de badkuip. Ik heb die scène uiteindelijk weggelaten omdat die nergens voor nodig was, tenzij om sommige lezers te plezieren. Als gratuite scène had die geen belang voor het verhaal en bovendien ondermijnde het het tempo van de pagina. Ik stelde me dus tevreden door Emily vanop de rug te tekenen, met haar blote billen. Een plezier voor een tekenaar, ik maak me geen illusies! Maar het is uitgesloten om haar ronduit naakt te tekenen. Het moet zinvol zijn."

Over gevolgen van daden: "Deze jongen zien we later terug wanneer hij op het punt staat gelyncht te worden. Ik ben niet zeker of Emily verwachtte wat er met hem zou gebeuren. Ze concentreert zich vooral op het precieze plan dat ze in haar hoofd heeft en op het gevolg van haar daden. Tijdens het maken van Face au Mur (een niet-vertaald tweeluik uit 2017-2018, verschenen bij Casterman) vroeg ik ex-bankovervaller Jean-Claude Pautot of hij dacht aan de psychologische gevolgen die zijn daden hebben op de mensen die tijdens de bankoverval aanwezig zijn. 'Als ik daaraan denk, doe ik het niet', antwoordde hij me. In diezelfde dynamiek kan Emily geen rekening houden met gevoelens om haar doel te bereiken."

Over het halssnoer: "Dat belet haar niet om een fout te maken door haar halssnoer, dat ze van haar moeder kreeg voordat ze verdween, af te doen. Dat voor Emily belangrijke souvenir is problematisch als ze het verliest, want er zit een foto van haar in de hanger, ook al was ze toen pas acht jaar."


Het Venijn 1
Over waar voor je geld: "Ik ben van drie stroken in mijn vorige strips overgestapt naar vier stroken, zoals Jean Giraud in Blueberry deed. Daardoor zijn er meer prenten per pagina, meer actie en meer dialogen. Ik heb graag dat de lezer waar krijgt voor zijn geld en niet de indruk krijgt dat hij dertig pagina's in een kwartier leest."

Over bladschikking: "Deze dichtheid vormt soms problemen voor de bladschikking. Ik moest twee pagina's toevoegen aan de oorspronkelijk 54 voorziene strippagina's om niet vast te lopen door een teveel aan prenten per pagina. In de actiescènes is een pagina met twaalf prenten geen probleem. Dat is wel het geval voor overgangsscènes van enkele uren of zelfs dagen waarin het van belang is om groter te openen om het decor te laten ademen."

Over de inkleuring: "In plaats van een nogal pop art-inkleuring zoals in Cellule Poison of Face au Mur wou ik terugkeren naar iets relatief klassieks. Het probleem is dat ik niet wist hoe! Ik wou dat je er de Technicolorwarmte van oude westerns in terugvindt, maar ook de sombere sfeer van modernere westerns zoals de tv-reeksen Hell on Wheels en Godless. Ik heb veel geëxperimenteerd, eerst was het te pop art, daarna te somber. Ik moest zorgvuldig de goede kleurwaarden voor elke scène inschatten."

Over de geluiddemper: "In de laatste strook schroeft Emily een geluiddemper op haar geweer. Die uitvinding kwam in 1908 op de markt. Ik bedacht dus een prototype die in de jaren daarvoor op punt werd gezet om het te testen."


Romain Hugault over Angel Wings 6
21/12
TOP
Angel Wings 6
Onderstaande bijdrage van Sophie Bogrrow verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 130 van november 2019.

Angel Wings 6
Over sfeer: "Dit is een van de vele flashbacks in het album, één enkele pagina die ik van de rest wou onderscheiden door de sfeer. De avondschemering, rustig, bijna romantisch in de roze schijn van de zonsondergang, contrasteert met de macabere ontdekking in de laatste prenten. Ik ben een maniak en checkte op Google Earth de juiste richting van het licht. De zon gaat hier wel degelijk onder in het westen."

Over chroom: "Ik hou van vliegtuigen, maar ook van alles met een carrosserie, in chroom of blinkend. Zo'n wagen tekenen, een beetje op een manier zoals in de animatiereeks Noddy, de Detective, amuseert me ten zeerste. Vandaar dat ik die groter tekende ten koste van het landschap, zodat ik de details en reflecties kon verfijnen. Het is eens wat anders dan het militaire kakigroen!"

Over tijdrovende documentatie: "Zonder echt ingewikkeld te zijn, blijft zo'n pagina tijdrovend. Het vereist heel wat documentatie — over auto's en de uniformen van de Miami Highway Patrol — dat maar één keer van pas komt. Maar ik kan niets aan het toeval overlaten. Ik denk aan een andere scène die zich hartje winter in het centrum van Salt Lake City afspeelt. Ik heb de tijd genomen om perfecte foto's te zoeken in hoge resolutie uit de juiste periode. Ik zou de verbeelding niet hebben om op het gevoel de winkels, uithangborden, affiches, grote kerstbomen, enzovoort uit te vinden..."

Over de soundtrack: "Zoals voor een film vond Yann het leuk om een soundtrack voor deze scène te zoeken: een lied van The Andrews Sisters, grote sterren uit die tijd. Er is sprake van geld dat alles verpest in het lied Money Is the Root of All Evil. Een gepaste titel voor een scène waarin men een verrader achtervolgt die ervan verdacht wordt staatsgeheimen te gelde te maken."


Angel Wings 6
Over de vleermuisbommen: "Verandering van sfeer, we gaan over in een comic. Minder Batman dan Flash Gordon of Rocketeer, maar de vleermuisbommen die Yann vond, hebben het in zich: zelfbesturende toestellen (radar in de neus), zonder voortstuwing die tijdens de vlucht op het doel mikken. De bemanning test ze voor de eerste keer. Alles kan gebeuren. In die tijd zijn testpiloten echte waaghalzen. Uiteindelijk zijn die dingen weinig ingezet geweest. Eén op twee miste zijn doel. Men is snel overgegaan op raketten."

Over een gebrek aan ontklede meisjes: "Bat Out of Hell was echt de naam van een vliegtuig, zelfs van meerdere, maar ik heb de Bat-pin-up uitgevonden voor het plezier. Het compenseert, want dit album heeft eerlijk gezegd een beetje een gebrek aan meisjes, in ieder geval zonder kleren aan."

Over het goede vliegtuigmodel: "Dit is een Privateer, de marineversie van de B-24 Liberator-bommenwerper. De ultieme versie, heel fijne afloop met zes geschutskoepels, twaalf machinegeweren en heel wat aanvullingen, antennes, elektrische systemen, radarkoepels. Het begin van de gesofistikeerde electronica. Mijn probleem: het goede model vinden, intact (na de oorlog werden er veel veranderen in blusvliegtuigen). Deze zag ik op een meeting in Californië waar ik ze fotografeerde vanuit alle hoeken en kanten, van binnen en van buiten. We zullen die vast nog terugzien: hij deed ook dienst in Korea..."

Over roken tijdens het vliegen: "De piloot ziet er wat uit als Tom Selleck in Magnum, een beetje een piraat en een spion. Ik heb een sigaar aan 'm toegevoegd. Hoewel ze op een enorme hoeveelheid bezine zaten, rookten de jongens veel tijdens het vliegen. En de asbakken raakten snel gevuld in de cockpits."


Angel Wings 6
Over onevenwicht: "Ik mikte op een cinematografisch travellingeffect met drie identiek brede prenten. De zacht naderende boot en de bom die erop afvliegt moeten te zien zijn. Daarna wankelt de horizon en helt het vliegtuig over naar de andere kant. Het schudt hevig tekeer na het afwerpen van een van de twee bommen en dat onevenwicht is niet gezond. De positie van de vleugels toont aan dat de piloot het toestel doet klimmen."

Over crashen: "Het is niet zeker dat zo'n ongeval werkelijk heeft plaatsgevonden, maar het is heel geloofwaardig. We hebben een reden nodig voor een nieuwe crash. Daar maken we ge- en misbruik van in Angel Wings en dat moeten we iets nieuws verzinnen! Logisch gezien is het toestel niet langer zelfdragend bij de landing, door een gebrek aan snelheid, en valt het met zijn volle gewicht op de landingsbaan. Game over. Omdat ze vooral op vliegdekschepen hard neerkomen tijdens de landing, kunnen heel wat bommen loskomen. Dat is niet de bedoeling. Daarom zijn er procedures om ze op voorhand te dumpen."

Over bijnamen: "Om de namen van vijandelijke vliegtuigen niet te hoeven onthouden, gaven de Amerikanen bijnamen aan elk model: Oscar, Zero, enzovoort. Vrouwelijke voornamen voor de bommenwerpers, mannelijke voor de jachtvliegtuigen. De Japanners hadden hun eigen, soms poëtische bijnamen: zij noemden de Oscars hayabusa's, slechtvalken. De bijnamen van boten bevatten altijd het woord sugar. Ik weet niet waarom."

Over de hemel en het licht: "Na drie albums in de Stille Oceaan met een hemelsblauwe lucht en kobaltblauwe zeeën, satureer ik die kleuren wat om te veranderen. Let eens op de licht sluimerende hemel en dat verstikkende licht..."


Angel Wings 6
Over huiselijke legerbasissen: "In prent 3 is een uitgestrekte wildernis van 100 m2 te zien waarvan we vergeten dat het nog steeds bewoond wordt, en er zelfs in wordt geteeld. Toen de Amerikanen er zich vestigden, werden hun basissen in enkele dagen kleine steden met bars, een bioscoop en bloemenperkjes. Home sweet home!"

Over de Green Hornet: "Een nieuwe flashback, over de Green Hornets, de vrachtvliegtuigen die de logistiek van het atoomproject verzekerden. De Douglas C-54 Skymaster is klassiek, mooi zoals een locomotief uit de jaren 1940. Voor zover we weten, maakte er minstens één een noodlanding. Volgens de geruchten verdwenen er documenten. Dat is het voordeel van spionageverhalen. Wat men niet weet, biedt ruimte voor fictie."

Over de weerspiegelende romp: "Ik amuseer me nogmaals met een mooi, blinkend vliegtuig. Het is oogstrelend en niet zo ingewikkeld. De romp is zoals een omgekeerde spiegel: je zoekt wat er wordt weerspiegeld — de horizon, de zon. Het zachte licht in de woestijn, ergens tussen blauw en roze, maakt het me moeilijker. In mijn smartphone zit het vol aantekeningen over foto's."

Over vrijheid: "Ik heb niet het talent om dezelfde hyperrealistische effecten met aquarel te schilderen, maar ik gebruik mijn tekentablet als een penseel, toets per toets. Ik heb in het programma alle artificiële effecten, verloopjes, doezeleffecten, airbrushpenselen, texturen en andere penselen gewist die in hun eentje grassprieten tevoorschijn toveren... De vrijheid om risicoloos te testen, en naar believen in of uit te zoomen, is onbetaalbaar."


Peter van Dongen en Teun Berserik over Blake en Mortimer 26
03/12
TOP
Blake en Mortimer 26
Onderstaande bijdrage van Jean-Pierre Fuéri verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 130 van november 2019.

Gunfighter 1
Peter van Dongen over de tekenstijl: "Teun en ik delen het werk, elk 27 pagina's.* Als kind las en hield ik van enkele Blake en Mortimers, meer bepaald Het Mysterie van de Grote Piramide, maar ik las liever Kuifje van Hergé en Suske en Wiske van Willy Vandersteen. Ik heb de uiteindelijke bladschikking bepaald van het eerste deel en met Teun heb ik de bladschikking van deel 2 uitgewerkt. We volgen de tekst van Yves Sente door ons te baseren op de bladschikking van Het Mysterie van de Grote Piramide. We moesten een tekenstijl kiezen, wetende dat Jacobs zijn stijl voor bijna elk album veranderde. Onze tekenstijl situeert zich tussen Het Geheim van de Zwaardvogel en Het Mysterie van de Grote Piramide met een benadering van Het Mysterie van de Grote Piramide met een heel klare lijn, de stijl die we zelf verkiezen."

Peter van Dongen over problemen: "Ik werk met Het Mysterie van de Grote Piramide op mijn tekentafel. Als ik een probleem heb, duik ik terug in het werk van de meester. Het gebeurt weleens dat ik me laat inspireren. Waarom zou je het wiel opnieuw uitvinden? Het is aan de lezers om dat uit te zoeken. De planten in de eerste prenten hebben me niet veel grote problemen opgeleverd, in tegenstelling tot de hoge prent onderaan waaraan ik veel tijd heb gespendeerd."

Peter van Dongen over een reconstructie:
"Voor de reconstructie van Hongkong uit 1949 gebruikten we Google, YouTube en boeken die Sente ons bezorgde. En we deden ons best! We zullen eventuele fouten verbeteren bij een herdruk."

Peter van Dongen over een aangename Olrik: "Mortimer is de makkelijkste om te tekenen. Misschien door zijn baard. Blake is delicater, ik weet niet waarom. In Het Mysterie van de Grote Piramide ziet hij er anders uit van de ene op de andere pagina. De meest aangename om te tekenen is ontegensprekelijk slechterik Olrik!"

*Peter Van Dongen tekende de pagina's 3, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 18, 19, 24, 25, 26, 27, 30, 31, 33, 35, 44, 45, 46, 47, 48 49 en hij verzorgde de complete inkleuring.
Teun Berserik tekende de pagina's 4, 5, 16, 17, 20, 21, 22, 23, 28, 29, 32, 34, 36, 37 38, 39, 40, 41, 42, 43, 50, 51, 52, 53, 54, 55, 56.



Gunfighter 1
Peter van Dongen over vrijheid: "Het staat me vrij om prenten toe te voegen als ik dat nodig vind. Ik moest ook de prenten 9 en 10 uitvinden om beter de actie te tekenen die in prent 8 wordt voorzien. Op pagina 19 heb ik de twee laatste prenten omgewisseld. De prent met de draak leek me een betere cliffhanger."

Peter van Dongen over zijn beste herinnering: "In het eerste deel moest ik op één pagina Het Geheim van de Zwaardvogel samenvatten en de aanval op Lhassa tonen. Ik voegde meteen de bom toe die Blake lanceerde in een typische badschikking van Jacobs. Die pagina is mijn beste herinnering aan dit tweeluik."

Peter van Dongen over harmonie: "We werpen een blik op elkaars in potlood getekende pagina's. Er is altijd iets dat niet werkt en een frisse blik helpt om een te korte arm op te sporen en alles in harmonie samen te brengen. Er mag geen van Dongen- of Berserik-toets zijn, maar wel een tekenstijl die de tekenstijl van Jacobs benadert."

Peter van Dongen over zijn bijbel: "De overvloed aan teksten stoort me niet. Daar hou ik van! Ik plaats ze in potlood en teken in de resterende ruimte. Eén pagina kost me drie dagen in potlood, anderhalve dag inkten en een dag inkleuring. Ik teken op het formaat 30 x 40 centimeter. Ik inkt de personages met een fijne pen. Ik kleur het complete album in met Photoshop. Mijn bijbel is de oorspronkelijke editie van Het Mysterie van de Grote Piramide dat zoals Kuifje manueel werd ingekleurd. Prachtig! Teun tekende de cover van het eerste deel, ik die van deel 2."


Gunfighter 1
Teun Berserik over mechaniek: "Van kleins af aan ben ik een fan van oude mechaniek, zeker niet van moderne techniek, ongetwijfeld omdat mijn grootvader in de jaren 1930 een garage had. Ik voel me dus op mijn gemak met de vele toestellen die in dit verhaal voorkomen. Ik ben geboren in een artistieke familie. Eind jaren 1960 ging ik naar een kunstschool. Helaas was enkel abstracte kunst in de mode, het was onmogelijk om op deze wereldbol een plek te vinden waar je realistisch kon leren tekenen of schilderen. Ik richtte me daarom op het herstellen en restaureren van vooroorlogse wagens voor ik twaalf jaar later terug begon te tekenen. Sindsdien heb ik de stijl van Jacobs aangenomen voor talloze schoolboeken die ik illustreerde."

Teun Berserik over thee: "Natuurlijk werk ik met een album van Jacobs binnen handbereik. Af en toe herbekijk ik de tekenstijl van de meester. Ik raadpleeg ook Rampokan van Peter, een album in de klare lijn over Indonesië (inmiddels als integraal herdrukt bij Dupuis, red.) om me eveneens wat aan te passen aan zijn stijl. Ik illustreer al vijfendertig jaar schoolboeken en evolueerde van de klare lijn naar een realistische tekenstijl. Die souplesse is misschien een antwoord. Ofwel ligt het aan de thee die we drinken!"

Teun Berserik over Blake: "Ik had mijn handen vol aan Blake, net zoals Peter. Wij zijn niet de enigen. Bekijk eens goed pagina 32 van het tweede deel van Het Mysterie van de Grote Piramide. Vier prenten, vier verschillende Blakes. Alsof Jacobs niet wist welke hij moest kiezen. Olrik is veel interessanter!"


Gunfighter 1
Teun Berserik over de Skylantern: "De laatste uitvinding van Mortimer, de Skylantern, wordt voortgedreven door twee Pratt & Whitney-motor (die uit overblijfselen van het leger komen) voor elke propeller. Elk van de twee drijft in tegengestelde richting een propeller aan.. De ring rond de onderdelen (een Italiaanse uitvinding van voor de oorlog) wordt gebruikt voor het besturen. De lange staart verzekert de stabiliteit, zoals een dobber bij het vissen. De cockpit van het toestel is zo gebouwd om zich te kunnen scheiden van de Skylantern en in zijn eentje te vliegen. Bekijk het aandachtig, de vorm lijkt goed op de eerste foto's van vliegende schotels. Ik heb deze vliegende cockpit ook in volle actie in potlood getekend. Wie weet zien we het misschien terug in een volgend verhaal."

Teun Berserik over het zware einde: "Een anekdote. Toen we in Brussel kwamen, vroeg Etienne Schréder, de helpende hand die vaak tekenaars van de reeks te hulp schiet als ze vertraging hebben opgelopen, ons of we in goede gezondheid verkeren. We waren verbaasd en hij voegde er in alle ernst vaderlijk aan toe: 'Want het einde kan heel zwaar zijn'. We moesten lachen om die verwittiging, imbecielen als we toen waren."

Teun Berserik over uithuilen: "We rusten nu even uit voor we, nog steeds op dezelfde manier, het volgende album van Blake en Mortimer, geschreven door Jean Van Hamme, aanpakken. Zijn uitspraak dat het volgens hem zijn beste scenario is, zet een beetje meer druk op ons. We troosten ons met de gedachte dat het voordeel van werken als duo is dat we bij elkaar kunnen uithuilen. De voorziene release is november 2021."


Peter Van den Ende over Zwerveling
19/10
TOP
Deze maand verscheen het stripdebuut Zwerveling van Peter Van den Ende bij Querido. We nodigden de tekenaar uit om zijn strip voor te stellen en uit te leggen hoe hij te werk ging. Klik op de afbeeldingen voor grotere versies.

Kweekgrond voor een idee?
"De dingen die ik zelf ervaar, zie, hoor en verlang in het leven zijn vaak de basis voor mijn ideeën. Ik hou ervan om persoonlijke ervaringen op een cryptische manier te vertalen in een meer fantastische versie van de werkelijkheid.
Ik heb twee jaar gewoond op de Kaaimaneilanden waar ik als natuurgids mijn brood verdiende. Daar was het mijn missie om mensen de wonderen van het koraalrif en de mangroven te tonen. Onder water zag ik er de meest sublieme landschappen en de vreemdste dieren. Als je in het mangrovebos snorkelt, lijkt het alsof je een mysterieuze droomwereld aan het exploreren bent. De onderwaterbegroeiing en de dieren daar hebben iets buitenaards. Sommige van die close encounters vormden de inspiratie voor de bewoners van Zwerveling.

Zwerveling

Zwerveling


Een papieren bootje van vlees en bloed

Het hoofdpersonage mag dan wel van papier gemaakt zijn, toch heeft het de gevoelens en verlangens van een mens. Voor mij is het bootje vooral een symbool voor hoop of moed. De moed die je nodig hebt om iets te doen dat maar een kleine kans van slagen heeft. Zo maakt het fragiele bootje een schijnbaar onmogelijke reis en trotseert hij overweldigende obstakels. Net als het bootje zelf is die moed en hoop in het echte leven vaak fragiel en verlopen de dingen niet zonder slag of stoot.

Zwerveling

Het bootje is iemand die niet naar aandacht verlangt. Hij is geen "Ik, ik, ik!"-personage, maar eerder iemand die zijn eigen nietigheid waardeerd en ons aanzet om naar de wijde wereld rondom hem te kijken.
Symboliek en betekenis zijn dus erg belangrijk voor mij. Ik wil alles wat ik teken kunnen verklaren. Ieder domein (riffen, mangroven, polen, diepzee,...) en ieder wezen heeft een betekenis. Dus ik teken die dingen niet zomaar omdat ze maf of cool zijn.
Eigenlijk wil ik dat mensen er hun eigen betekenis achter zoeken, want dat is de bedoeling van een woordloos boek. Ik heb hier al te veel verraden!

Zwerveling

Zwerveling


Artiesten die mij inspireerden
De gravures van Edouard Riou en Alphonse de Neuville uit de boeken van Jules Verne zijn een grote inspiratie. Die sfeervolle illustraties romantiseren een verlangen om te ondekken dat ik in mijn eigen hart vaak ervaar. Hun werk is de reden waarom Zwerveling bestaat uit inkttekeningen in zwart-wit. Ik was ongeveer elf jaar toen ik hun illustraties voor het eerst zag in de schoolbibliotheek van Pius X. Vooral door 20.000 Mijlen onder Zee was ik geobsedeerd. Ik fantaseerde over hoe ik dat boek zou kunnen stelen om het helemaal voor mezelf te hebben maar daar was ik veel te braaf voor.

Zwerveling

Zwerveling


Werkwijze
Eerst maak ik kleine, ruwe potloodschetsen om een goede compositie te vinden. Soms zijn dat er slechts enkele, maar dat kan oplopen tot een stuk of veertig. Daarvan maak ik er eentje in het groot die nog steeds heel ruw is. Pas wanneer ik die schets traceer, worden de details eraan toegevoegd. Dat proces is vaak ploeteren tot het goed is, want ik ben geen virtuoos. Als de uiteindelijke lijntekening in potlood goed is, zet ik het over op papier en ga ik er met pen en inkt over. Voor het fijnste werk gebruik ik technische tekenpennetjes. Om de uiteindelijke contrasten te versterken beschilder ik bepaalde delen met nog verdunde indische inkt.

Zwerveling

Zwerveling

Zwerveling

Plannen voor de toekomst?
Ik hoop dat dit het eerste is van vele boeken. Momenteel werk ik aan iets compeet anders dat toch in hetzelfde universum als Zwerveling plaatsvindt. Ik ben aan het experimenteren met inkt en acrylverf op het schraapbord. Dus in plaats van met fijne pennetjes ga ik deze keer met fijne mesjes werken. Kleur zal dit keer een belangrijke rol spelen. Het verhaal zelf moet een surrealistisch feest worden vol onverwachte wendingen en met hier en daar een donker kantje. Binnen een maand hoop ik genoeg schetsen bij elkaar te hebben om het voor te stellen aan de uitgeverij."

TOEKOMST
Te Verschijnen
Op Stapel
TOPPERS
13 x XIII
14-18
De 25 bekendste konijnen
20 jaar Arcadia, 20 topstrips
25 jaar Vrije Vlucht
30 jaar Kiekeboe
49 Kanjers van Oranje
50 jaar De Rode Ridder
60 jaar Nero
70 jaar Kuifje-weekblad
80 jaar Robbedoes
Aantrekkelijkste Heldinnen Top 540
Asterix Top Six
Batmanspecial
BelgenTop 100
De Blauwbloezen Top 49
De Grenzeloze Top 500 (2010)
De Grenzeloze Top 500 (2012)
De Honderd Hoogtepunten van Willy Vandersteen
De Rest van de Wereld Top 50
FransenTop 100
Jaartoppers
Jommeke Top 10
De Kiekeboes top-15 (M/V)
Koppeltjestop 20
Napoleon in de strip
ReeksTop 50
Robbedoes
Schrijvers over Strips
Schurken- & Feeksentop
Star Wars
Suske en Wiske: 70 stroken in 70 dagen
Urbanus Top 15
De Wereld rond Franquin
Westernstrips