Toegevoegd op 22 november:
Making of Tara (2): het storyboard

Toegevoegd op 18 november:

Philippe Francq over Largo Winch 19

Toegevoegd op 15 november:

Régis Loisel en Jean-Louis Tripp over Magasin Général 9
Geert De Weyer over de Antwerpse Boekenbeurs


Toegevoegd op 11 november:

Jean-Michel Arroyo, Alexandre Paringaux en Philippe Charlier over Buck Danny Classic 1
De volgende auteurs leverden ook al bijdragen. Klik op hun naam om verder te gaan naar hun afzonderlijke pagina:
Ivan Adriaenssens
Pierre Alary
Sytse S. Algera
Mohamed Aouamri
Jean-Michel Arroyo

Virginie Augustin
Denis Bajram
Olivier Balez en Pierre Christin
Alessandro Barbucci
Antoine Aubin en Étienne Schréder
Balak
Batem en Colman
Philippe Berthet
Georges Bess
Lük Bey
Enki Bilal
Matthieu Bonhomme
Tom Bouden
François Bourgeon
Enrique Breccia en Xavier Dorison
Daniel Brecht
Ken Broeders
Frédéric Brrémaud
Brüno
Max Cabanes
Charel Cambré
Barbara Canepa
Didier Conrad en Jean-Yves Ferri
Luc Cromheecke
Robbert Damen
Sébastien Damour
Nicolas de Crécy
Erik de Graaf
Aimée de Jongh
Marc de Lobie
Adrien Floch
Christian Gine
Criva en Verhast
Eric Heuvel
Philippe Delaby
Jean-Yves Delitte
Thierry Démarez
Pieter De Poortere
Jorg de Vos
Lode Devroe
Geert De Weyer
Thomas Du Caju
Kim Duchateau
Ersel
Chris Evenhuis
Philippe Francq
Fred
Paul Gastine
Thierry Girod
Carlos Gomez en Arnaud Delalande
Mars Gremmen
Griffo
Juanjo Guarnido
Hardoc
Alain Henriet
Hermann
Hub
Miles Hyman
Jeroen Janssen
Philippe Jarbinet
Iouri Jigounov
Jim
Milan Jovanovic
André Juillard
Nicolas Keramidas
Patty Klein
Hanco Kolk
Jean-Charles Kraehn
Mathieu Lauffray
Christian Lax
Hec Leemans
Marc Legendre
Jérôme Lereculey en David Chauvel
Simon Léturgie
Éric Liberge
Ingrid Liman
Willy Linthout
Régis Loisel en Jean-Louis Tripp
Stéphane Louis
Love
Vincent Mallié
Wauter Mannaert
Frank Margerin
Enrico Marini
Marmus
Marvano
Fabrice Meddour
Merho
Mezzo
Gilles Mezzomo
Guy Michel en Arnaud Delalande
François Miville-Deschênes
Arno Monin
Thimothée Montaigne
Romano Molenaar en Jorg de Vos
Jean-Louis Mourier
José-Luis Munuera
Viviane Nicaise
Peter Nuyten
Tiburce Oger
Minck Oosterveer
Danker Jan Oreel
Cyril Pedrosa
Patrice Pellerin
Claude Pelet
Philippe Pellet
Jérémy Petiqueux
Federico Pietrobon
Didier Poli en Robin Recht
Jean-Michel Ponzio
Bart Proost
Mike Ratera
Riff Reb's
Reno
Grzegorz Rosinski
Christian Rossi
Marcel Rouffa
Corentin Rouge
Kenny Rubenis
Marcel Ruijters
Paul Salomone
François Schuiten
Olivier Schwartz
Benoît Sokal
Kristof Spaey
Benoît Springer
Naomi J. Strijdonk
Olivier TaDuc
Jacques Tardi
Paul Teng
Béatrice Tillier
Lewis Trondheim
Gerben Valkema
Steve Van Bael
Rob van Barneveld
Rob van Bavel
Robert van der Kroft
Sylvain Vallée en Fabien Nury
Daniel van den Broek en Ivan Claeys
Michiel van de Vijver
Maarten Vande Wiele
Wilbert van der Steen
Hans van Oudenaarden
Jos Vanspauwen
Olivier Vatine
Vincent
Bastien Vivès
XIII Mystery
Bernard Yslaire
Zep
open brieven
 
Making of Tara (2): het storyboard
22/11
TOP
"Ik denk dat er geen eenduidige manier is om aan een storyboard te werken. Het is vooral afhankelijk van de interactie tussen tekenaar en scenarist. Beschrijf je in een paar zinnen wat er op een pagina moet komen te staan, of werk je alles uit tot in detail. Wie maakt eigenlijk het storyboard? De tekenaar of de scenarist?"



Marc de Lobie: "Ik heb vanuit het verhaal een indeling gemaakt en elke pagina beschreven. Voor de juiste sfeer en specifieke omgevingskenmerken heb ik foto's toegevoegd. In de hoop dat ik de juiste toon kon overbrengen aan Rik."

Rik Wielheesen: "Om een juiste toon te krijgen heb ik samen met de foto's die Marc mij opstuurde en enkele verzamelde afbeeldingen van internet een soort compilatie gemaakt. Dit vooral om een bepaalde sfeer neer te zetten en alvast te kijken naar kleurgebruik en patronen.
Bij het storyboard ging het meer om het verhaal zelf, het ritme en de indeling. De eerste versie was een zeer globale ruwe versie met thumbnails. Ik deed mijn best om het nog enigszins leesbaar te maken voor Marc, door ook enkele notities toe te voegen. De tweede versie heeft al behoorlijk wat meer detail en is in feite compleet leesbaar. Gek genoeg vergt de eerste versie vele malen meer denkwerk."


Marc: "De beginpagina heeft zijn oorsprong in de allereerste herinnering die ik had in mijn leven. Ik was twee en woonde met mijn ouders in een flat in Deventer. Ik speelde buiten op het balkon toen op een gegeven moment een van mijn speelgoedautootjes naar beneden viel. Niets bijzonders natuurlijk als je het bekijkt op kosmologische schaal, maar voor een kind van twee de moeite van het onthouden waard. Vreemd dat je na al die jaren nog exact weet welke kleur, vorm en smaak (kinderen stoppen van alles in hun mond) het autootje had."

Rik:
"De eerste pagina's van de strip speelt zich af in een omgeving waar Marc een bepaalde band mee heeft. Hij is er echt in opgegroeid. Het is dus belangrijk dat ik met de gebouwen de juiste toon weet te raken. Het nadeel is dat je pas echt bij de uitwerking ziet of je het echt hebt weten te benaderen. Het kan namelijk soms in hele subtiele dingen zitten."

Marc:
"Met het maken van het storyboard kom je erachter of het verhaal klopt en of wat de tekenaar hetzelfde in gedachten heeft als de scenarist. Dan zie je pas of het ritme goed is. Of de pagina’s goed bij elkaar passen. Of er technische fouten in zitten."



Rik:
"Voor mij is het zinvol om zo vroeg mogelijk met een storyboard te beginnen. Hoe grof het er dan ook mag uit zien. Er staat dan tenminste iets op papier om je gedachtes aan te toetsen. Anders blijft het allemaal theorie. Je ontdekt ook gelijk waar het nog niet lekker loopt.
De bovenste laag van het storyboard wordt gevormd door de teksten. Ik moet zeggen dat me dat een hoop moeite heeft gekost. Voor het verhaal moest ik voornamelijk beschrijven en omschrijven. De teksten echter, moesten iets toevoegen aan het verhaal. Hier moet je niet de fout maken om te vertellen wat er op de plaatjes staat, maar juist beschrijven wat je niet ziet, of wat je juist voelt of hoort. Het is de wereld achter de tekeningen die je in beeld brengt."

Rik: "Dit was en is het meest lastige. Toen ik het verhaal eenmaal visueel in kaart had gebracht, moest er tekstueel een omschakeling worden gemaakt. Het beeld had vele taken overgenomen, en hier en daar voelde de tekst dan ook repetitief. Iets wat je juist niet wil in een strip. De twee hoofdkarakters waren echter nog niet volledig uitgewerkt, en het mooie was dat de tekst nu vrij baan had gekregen om zich daar nu volledig op te richten. In dit proces zijn we inmiddels al wat verder gevorderd, en ik denk dat we in de juiste richting zitten."

"Eigenlijk zijn we ook wel benieuwd wat de lezers van De Stripspeciaalzaak vinden van Tara. Wil je een reactie geven of heb je een vraag? Wil je iets meer weten? Stuur ons dan een berichtje naar lobie@xs4all.nl"


Philippe Francq over Largo Winch 19
18/11
TOP
Onderstaande bijdrage van Jean-Pierre Fuéri en Frédéric Vidal verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 74 van oktober 2014.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 4
"De eerste prent was niet voorzien in het scenario en de tekstballon stond in prent 3. Ik wilde Saïdee ontspannen ten tonele voeren. Het zou interesant geweest zijn om Domenica in vooraanzicht te zien, maar ik wilde de aandacht meer vestigen op Saïdee zodat de lezer zich bewust wordt van haar verschijning. Ze zijn heel verschillend, Domenica is ouder, ronder, ze heeft haar haren vastgemaakt. Bij Saïdee accentueren haar losse haren haar jeugdige onschuld."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 5
"In deze scène moet je aanvoelen dat Domenica Saïdee onder haar beschermende vleugels neemt. Ik heb in de tweede strook een laatste prent toegevoegd om twee redenen. Meer van Domenica's benen en de desk in de prent erboven tonen, zou verloren plaats opgeleverd hebben. Dat noem ik de dode gedeelten van een beeld. Dan toon ik liever een close-up van Saïdee die laat uitschijnen dat ze niet zo onschuldig is dan ze wil laten geloven."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 6
"Ik veranderde de look van de vliegtuigen van Winch Air. Het logo is belangrijker en de kleuren zijn minder primair dan in Dutch Connection. Veel tekst, weinig plaats voor de tekening. Een amusante oefening. Onderaan staat het vliegtuig een tweede keer. Daar volg je beter wat Domenica allemaal denkt. In potlood is het niet nodig om de haren al uit te werken, ik kan Domenica regelrecht en automatisch in inkt uitwerken."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 7
"Jean (Van Hamme, red.) wilde een luchtaanzicht van de Draillac-firma. Dat zou me drie vierde van de pagina hebben gekost! Ik toon er enkel het uiteinde van, met een weerkaatsing van een vliegtuig, en ik monteerde er luchtaanzichten uit het album van Dany* in op de muren van het kantoor. Als knipoogje aan Dany heb ik ze gedateerd in 1999. Over het algemeen hebben mijn personages geen bovenlip, dat behoud ik voor de vrouwen. Draillac heeft er wel een, het doet hem nog meer verschillen van Largo."

*Laurent Draillac komt als volwassen personage voor in het album Twintig Jaar Later door Dany en Jean Van Hamme, verschenen bij Le Lombard.


COMMENTAAR BIJ PAGINA 12
"In prent 3 zet ik de personages in rugaanzicht neer, en ik laat het aan de ezer over om zich in te beeden hoe de twee haar wellustig nakijken... In prent 4 en 5 was het onmogelijk om Saïdee groter voor te stellen. In Londen zijn de aanduidingen van de metro namelijk hoog geplaatst. Ik hoop dat de lezer haar in een oogopslag herkent, zelfs al is ze anders gekleed, van zodra ze gesluierd is. Ik gaf haar een blauwe, bijna turkooizen hoofddoek, een beetje zaols van de maagd Maria in kerken."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 13

"Nog meer dubbelzinnigheid. Saïdee wordt in de tweede prent bij haar echte naam genoemd. De imam gaf me wat probmemen. Jean voorzag een eerbiedwaardige ouderling met witte baard. Ik dacht dat hij niet strookte met een pedofiel, alcoholisch individu. Hij zou te oud zijn om nog te dromen van een pensioen in een paleis op een verlaten eiland. Een foute casting. Ik hield dus geen rekening met het scenrio en bedacht een jongere, meer geloofwardige imam.

Het is trouwens de eerste keer dat ik een pagina hertekende. Toen ik deze pagina had getekend, terwijl ik het scenario van Jean Van Hmmae volgde, had ik zodanig veel andere zaken in het achterhoofd, zoals de expo van Domenica en het gezicht van Saïdee, dat ik het probleem niet zag. Het album was medio mei klaar, ik leverde de platen aan de inkleurder en vertrok later naar een event waar ik een voordracht over strips hield. Toen ik terugkwam, dook ik in de ingekleurde platen. En plaat 11 stoorde me. Het kostte me wat tijd om te achterhalen waarom.
De drie ouderlingen brengen niets bij. Sterker zelfs, het daagde me dat we nergens de fameuze riem met explosieven voor de toekomstige zelfmoordmissie tonen. Dat klopte niet. Ik waarschuwde dus de inkleurder dat er drie nieuwe prenten zouden komen, de tweede, derde en zesde, om extra in te kleuren. Ik hertekende ze en profiteerde ervan om de compositie van de pagina te herzien. Ik heb de drie ouderlingen ineens veranderd in drie volgelingen van Rachid, de man links bovenaan die Saïdee fouilleert. Deze drie personages spelen nog een actieve rol in het tweede deel. Vandaar dat het van belang is dat we weten wat er in de toekomst gebeurt... Vandaar dat ik ze elk een echte persoonlijkheid geef: als we ze dan terugzien, zal hun impact groter zijn. En ik zal het plezieriger vinden ze te tekenen. Als Jean simpelweg 'Gorilla 1, 'Gorilla 2' of 'Schurk 1, Schurk 2' beschrijft in een scène met bijvoorbeeld Simon geeft mij dat geen zin om te tekenen. We moesten snel zijn, want deze aflevering verscheen in voorpublicatie. Een keer de nieuwe prenten klaar waren, monteerde ik eenvoudig de nieuwe beelden in de reeds bestaande digitale versies. Oef! Als ik deze fout te laat had opgemerkt, zou ik er ziek van zijn geweest. Nu ben ik net tevreden over mezelf. En af en toe eens tevreden zijn over jezelf, rechtvaardigt toch een beetje de moeite die je eke dag levert, niet?

Ik toon de fabricatie van de bom niet in detail. Op het einde van het eerste seizoen van Homeland wordt dat wel uitgelegd. Men dompelt een hemd onder in een bad vol lijm. Men voegt er ijzeren bollen aan toe die zich in het hemd met lijm vasthechten. Blijft nog het bevestigen van de explosieven zoals ik ze heb getekend. En er is ook nog een kleine drukknop met ontsteker nodig. Als ik het niet had gezien in Homeland, dan zou ik het wel op internet opgezocht hebben, waar ik dan in de gaten zou gehouden worden door een Amerikaanse dienst, die bijgevolg een drone naar mijn huis zou sturen... Elke keer ik een woord als 'kalasjnikov' zoek, zeg ik tegen mezelf dat de computers in de Verenigde Staten me volgen. Het is prettg om te denken dat als je bepaalde woorden op het internet gebruikt, dat voldoende is om in de gaten gehouden te worden."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 14
"In deze prent is er een foutje bij de plaatsing van de modepop. Ik ben niet zeker of een lezer het wel opmerkt. Er zijn grotere blunders in de reeks... Rachid, die Saïdee binnenlaat, is geïnspireerd op de acteur Jean Reno die met een bard een perfecte islamist zou zijn. Rachid volgt de blik van Saïdee. We weten niet of zij hem ideeën geeft die zijn religie niet goedkeurt of als hij haar niet erg 'katholiek' vindt."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 28
"Deze primordiale, lastige scène heeft me maandenlang van de wijs gebracht. Het moet een menigte tonen zonder dat de aandacht op de hoofdpersonages verdwjnt. Daar dienen de twee grote prenten voor. Vervolgens gaan we naar achter en zoomen we in op de personages. Het geheel moet vlot en helder blijven. Ik heb de vleuggels van de engel omgebogen door aan het moment in deel 2 te denken waar ze openspreiden in de werveling van de Winch-toren..."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 29
"Op slag verliefd. Er net voor staat Largo nog in het midden van de menigte en wordt door Domenica vol op de mond gekust. Aandachtige lezers zullen het knipoogje naar haar halsketting opmerken, ze kreeg het van Largo in ... En Sterven. Vervolgens spreekt Saïdee en keert largo zich om. Haar lichte ontwrichting accentueert haar meisjesachtigheid. Ze zijn alleen op de wereld. De wereld verdwijnt dus achter hen. Alles schuilt in de blikken van de ene naar de andere."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 31
"Saïdee verschuift naar de achtergrond. De twee laatste tekstballonnen stonden aanvankelijk in de laatste prent. Ik heb de voorlaatste dynamischer gemaakt door er een tekstballon aan toe te voegen. Het bijgesneden gezicht van Largo geeft aan dat hij daar niet is, maar dichter bij Saïdee, en het neerhangende gezicht van Domenica geeft haar ongerustheid over Largo weer. Deze prent veranderde compleet de plaat. Mijn inkleurder vond de juiste kleur niet. Ik heb 'm verrast door violet te gebruiken!"


COMMENTAAR BIJ PAGINA 32
"Saïdee loodst Largo mee naar de dienstuitgang want Rachid wacht hen buiten op. Dat is een aanwijzing voor de lezer. Die lezer wil ik ook verrassen door de kapsels om te wisselen. Domenica heeft nu losse haren, als symbool voor haar vrijgevochten seksualiteit, en Saïdee heeft een knotje, symbool voor terughoudendheid die haar een ongelofelijke klasse-uitstraling geeft waar Largo zich niet aan verwachtte. Ik wilde ook het verdriet van Domenica tonen. Ik heb haar graag."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 33
"Ik heb het grote Millenniumrad verplaatst om een groot beeld te bekomen als tegenwicht voor de opeenvolging aan kleinere prenten met liefdesmomenten die als Legoblokjes zijn opgebouwd. Saïdee is kleiner, maar ze domineert Largo. Ik hou niet erg van het antwoord van Largo in de voorlaatste prent. Jean wilde het niet veranderen. Ik heb het dan maar in kleine lettertjes ("Minnaars?") gezet. In feite denkt Saïdee aan haar missie wat Largo, de onnozele hals, niet begrijpt. Uiteindelijk is dat best schattig!"


Régis Loisel en Jean-Louis Tripp
over Magasin Général 9
15/11
TOP
Onderstaande bijdrage van Jean-Pierre Fuéri verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 67H van februari 2014. Vertaald door Wim De Troyer.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 22
Régis Loisel over typen met twee vingers: "Jean-Louis en ik schrijven een episode in één à twee maanden aan een tempo van meerdere zittingen per week. We vertrekken van een idee en gaan van daaruit verder, de ene keer hij, de andere keer ik. Aangezien ik typ met twee vingers, en hij met vier, is het hij die moet typen, zo gaat het twee keer zo snel. Vervolgens storyboard ik alles en teken ik mijn platen zodanig dat ze onleesbaar worden. Dan ga ik er met stift over zodat de arme drommel er iets van kan maken alvorens hij aan de inkting van onze reeks door vier handen begint."

Jean-Louis Tripp over de ware tekenaar: "Als zijn vriend kan ik het wel zeggen dat de basistekening die Régis maakt geen vrolijk zootje is, maar eerder dat het tjokvol energie zit die gekanaliseerd moet worden. Ik teken geen haren, ogen, neuzen, water of het bos zoals hij dat kan. Ik zet alles over in mijn tekening en die alchemie zorgt voor de ware tekenaar van de reeks, die noch hem, noch ik is."

Régis Loisel over gemakkelijkheidsoplossingen: "De winkel, de schappen, de kassa tonen, het is niet altijd leuk. Ik zoek altijd naar gemakkelijkheidsoplossingen die wat ademruimte geven en die de zaken zo simpel mogelijk maken."

Régis Loisel over nagels kloppen: "Het resultaat van de drie oudjes is een mooi voorbeeld van onze manier van werken. Ze komen nogal in de war aan in het atelier van ouwe Noël die aan zijn boot aan het werken is. Het is een beetje statisch. Ik moet Jeannette bezig houden, zodat ze niet verdwijnt in de massa. Ik geef haar een hamer, wat nagels, en het is vertrokken. Het kon ook een buis om propjes mee te schieten geweest zijn! Dat amuseert Jean-Louis. Plots gaat ze overal nagels kloppen, zelfs in de biechtstoel. En uiteindelijk eindigt het ermee dat de twee anderen ook een hamer moeten hebben. Dat zijn zo van die kleine dingen die gebeuren zonder dat we er te veel bij nadenken."



COMMENTAAR BIJ PAGINA 23
Régis Loisel over lezers als voyeur: "Hier gebruik ik met een ander doel grote close-ups, vaak donker. De lezer wordt voyeur. In prent drie verbeeld je je een achter de stoel van de lerares weggestopt kind. Ik nodig onbewust de lezer uit om deel te nemen aan de actie. In prent 4 verbeeldt de lezer dat hij of zij mensen ziet achter enkele houtblokken. Hetzelfde geldt voor een vechtpartijtje. Ofwel bekijk je het van buitenaf, groot plan, ofwel zit mijn camera temidden de vechtersbazen en heeft de lezer de indruk dat hij meppen moet ontwijken. Het is duidelijk dat ik die aanpak verkies."

Régis Loisel over misbruik van principe: " Prent 4, de close-up laat me ook toe te veel details te vermijden bij de personages in de achtergrond van de scène. Maar ze houdt steek en ik ben ervan overtuigd dat geen enkele lezer denkt dat ik deze constructie op poten gezet heb om het mezelf gemakkelijk te maken. Ik misbruik het principe niet in de voorgaande prent, noch in de volgende. Ik kon een vogelperspectief gebruikt hebben in de eerste, maar dat had niks toegevoegd."

Jean-Louis Tripp over grijswaarden:
"In zijn soloalbums werkte Régis met close-ups, maar in kleur, niet in zwart-wit. Ik heb er grijswaarden op gezet, zelfs rechtstreeks zwart vanaf album 3. Mijn tekenstijl is gebaseerd op de schaduw, het licht, wazige donkertes en arceringen, ik heb moeten werken aan mijn grijswaarden."

Jean-Louis Tripp over anonieme kinderen: "De kinderen zijn een bron van permanente discussie tussen ons beide. Régis verdomt het er een verschil in aan te brengen, voor hem zijn het figuranten, punt uit. Mij geneert het een anoniem kind te tekenen. Ik wil weten of het een jongen van de Ouelettes is of een meisje van de Archambaults. Ik heb ze dus geschetst in een schrift, al de kinderen die de revue al zijn gepasseerd. Hij heeft het dan enkele maanden geprobeerd, en heeft toen opgegeven. Ik heb toen ook moeten lossen."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 24
Régis Loisel over Félix: "Vanaf het begin becommentarieert Félix, de overleden man van Marie de actie in tekstballonnen met een blauwe kleur, en in een klein lettertype. Ik gebruikte dit vaak, dat stond me toe de evolutie van emoties in het dorp te volgen. In het begin is Félix jaloers op Marie, om haar langzamerhand te begrijpen. Voor de dood van een grootmoeder hebben Jean-Louis en ik elk een tekst geschreven voor Félix. Aangezien ik nog nooit zoiets meegemaakt heb, heb ik het mij ingebeeld. En nadien hebben we de teksten gemengd. Voor de teksten is Jean-Louis de sterkste. Ik sta mijn mannetje in de dialogen. Soms merken we aan het einde dat we Félix zijn vergeten. Waar kunnen we hem laten praten? En dan bladeren we opnieuw alles door."

Régis Loisel over schijt aan paarden: " Paarden irriteren mij! Ik krijg het schijt van paarden! Dus probeer ik ze zo weinig mogelijk te tonen. Net zoals met voeten. Ik haat voeten tekenen. Peter Pan speelt zich af in een besneeuwd Londen, zodat ik geen voeten hoefde te tekenen. De personages van Op Zoek naar de Tijdvogel lopen vaak in het hoge gras om dezelfde reden. Meer zelfs, hun sporen zijn een kenmerk van de reeks."

Jean-Louis Tripp over paarden met kleren en schoenen aan: " Over paarden gesproken, in tegenstelling tot de mijne zijn die van Régis geniaal. De grote truc bestaat erin ze zo weinig mogelijk te tonen. Hier is dat mislukt. Het galopperende paard met de kleine erop gaat nog, maar die twee andere... het is niet helemaal dat. De enige beesten die ik ooit getekend heb voor Magasin Général waren voor kinderboeken, met kleren en schoenen aan. Dat helpt! De structuur van beesten kan ik niet vatten, ik begrijp niet goed waar hun spieren zich bevinden. De enige die ik beheers zijn de kleine huisdieren, zeer geïdealiseerd, weinig realistisch."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 25
Régis Loisel over de klok: "Ik ben geen groot tekenaar, maar ik beheers magnifieke trucs. Een klok in heel zijn complexiteit tekenen verveelt me. Dus verstop ik ze en teken ik een mooie prent met 'Dong! Dong!'. Iemand bewonderde al de manier waarop ik de klok liet overhellen om haar in evenwicht te houden, voordat ik er zelfs maar aan gedacht had."

Jean-Louis Tripp over zijn allergie voor mooie poppetjes: " Akkoord, onze vrouwen zijn een beetje dik, en beantwoorden niet aan de modebeelden, maar ik vind ze mooi. Het zijn echte mensen en de essentie van onze verhalen is vertellen over echte mensen. Ik ben allergisch aan mooie poppetjes die los staan van de realiteit. Maar neen, het is geen allusie op pin-ups op cover van tijdschriften."

Régis Loisel over dieren en mensen: " Je zag op de vorige pagina een kat en een beertje. In het begin van Magasin Général liet ik een kat en een hond zien die aan het bakkeleien waren met elkaar. Later sloten ze vrede, de kat likte zijn pootje, de hond knabbelt op zijn bot. Later voegde ik er een eend aan toe die zich wat afzijdig hield. Serge, het storende element wanneer hij aankomt in het dorp, wordt scheef bekeken. Als een stoute kleine eend. Stukje bij beetje komt alles goed voor Serge. En de kat, de hond en de eend slapen samen. Ik vind de parallel tussen het gedrag van de mensen en de dieren vertederend."

Jean-Louis Tripp over plannen: " Ik beschouw me als de bewaker van de tempel. Zodra een scenario klaar is, bel ik Casterman en leggen we een datum vast waarop het album moet klaar zijn. En ik zet aan de hand daarvan een planning op. Ik teken tussen een halve en twee derde pagina per dag. Régis iets meer. Daarna speel ik met de tijd. En dat werkt. Levering ten laatste in oktober. Tenzij Régis halverwege het album niet naar Indië verdwijnt."


Geert De Weyer over de Antwerpse Boekenbeurs
15/11
TOP
Onderstaand opinieartikel verscheen op 12 november 2014 in De Morgen. Journalist Geert De Weyer oogstte er heel wat bijval mee van tal van mensen in het vak en wilde het artikel ook delen met de lezers van De Stripspeciaalzaak.

Strips op de Boekenbeurs: Nou Moe!

"Gisteren werd Album 26 van De Kiekeboes op de Boekenbeurs uitgeroepen tot Beste Belgische Strip. En hoe goed ik dat album ook vind, de manier waarop alle strips er over dezelfde kam werden geschoren, wekt ergernis op.


Eindelijk. Nadat de negende kunst op de Boekenbeurs jarenlang stiefmoederlijk werd behandeld, genegeerd zelfs, zou dit jaar het beeldverhaal er centraal staan. Menig stripliefhebber wreef zich in de handen bij de gedachte aan alle komende, fijne initiatieven. Signerende internationale grootmeesters, verhitte debatten, te bezoeken exposities. De strip zou serieus genomen worden.

En toen opende de Boekenbeurs haar deuren. Onder meer twee stripwinkels mochten er mekaar in twee verschillende hallen beconcurreren en dezelfde boeken verkopen als de distributeur een hal verderop. Een stripveiling en -taxatie werd georganiseerd en in de grote inkomhal kondigde een muur de wedstrijd De Beste Belgische Strip aan.

Die muur, vol covers van genomineerde albums, gaf me geen goed gevoel. Een hooggeplaatst iemand uit de stripuitgeverswereld pikte dat op en wist te vertellen dat Boek.be een koele minnaar was gebleken in de aanloop naar het stripluik op deze Boekenbeurs.

De volgende dagen werd het alsmaar duidelijker: de manier waarop de Boekenbeurs strips als hoofdthema integreerde, getuigde allesbehalve van liefde voor het beeldverhaal. Vijftien jaar geleden was ik hier misschien relatief blij mee geweest zijn, want toen wisten we niet beter en moest het publiek nog 'opgevoed' worden. Ik ben best wel realistisch. Maar anno 2014?

Respect
Dat er een initiatief als De Beste Belgische Strip wordt gehouden is leuk, maar met de keuze van deze genomineerden werd de strip in één klap gedegradeerd tot één pot nat. Alles over dezelfde kam scheren, daar waren we toch al van afgestapt? Het verschil tussen een graphic novel of literaire strip, een (commerciële) volwassenenstrip en een (commerciële) kinderstrip was ondertussen toch duidelijk? Kom op. Niet zo op de Boekenbeurs, zo bleek.

Ach, ook ik heb de beste herinneringen aan het genomineerde Jommekesalbum De Koningin van Onderland, maar mijn striphart bloedt als ik het genomineerd zie staan naast Toen David Zijn Stem Verloor, een graphic novel van Judith Vanistendael over de gevolgen van larynxkanker. Alsof je plots tussen de Oscarnominaties voor Beste Film naast Milk of Schindler's List aflevering 138 van Buren ziet staan. Dat doet men niet, want er is een kwaliteitsverschil. Wanneer volgend jaar het beste Belgische boek wordt verkozen, nomineren we dan Hugo Claus' Het Verdriet van België naast Het Grote Aquariumboek en Lannoo's reisgids over Toscane? Nee, dat doen we niet in het boekwezen, want het zou getuigen van weinig respect.

Dus maken we een onderscheid. Uit respect. We durven verdorie zelfs een specifiek genre te onderscheiden: thriller en literaire thriller. Het is een begrip geworden. Een kwaliteitsoordeel, zo u wil. Het was precies dat wat voormalig stripredacteur Hans Enters van Atlas in 2001, nog voor De Bezige Bij met Oog & Blik in zee ging, al in gedachten had bij de lancering van hun zogenaamde 'literaire strips'.

'Die term ontstond bij gebrek aan beter', zei hij in deze krant. 'Het was om een onderscheid te maken tussen de klassieke strip zoals die tot nu toe in ons land bekend is. Het is een term naar analogie van de literaire thriller. Ook met die term lok je een ander publiek en distantieer je je van de gewone thriller.' Een ander publiek lokken, zich distantiëren... Precies datgene wat op de voorbije Boekenbeurs uit het raam werd gekieperd.

Van een zwaar gesubsidieerde organisatie als Strip Turnhout, die met het overigens zeer respectabale stripinfoblad Stripgids het beeldverhaalluik op deze Boekenbeurs mee vorm gaf, verwacht ik heel wat beter. Het is niet dat ze niets kunnen — in het zich laten subsidiëren zijn ze bijvoorbeeld erg goed — maar dit was huilen met de pet op. Bij enkele stripuitgevers, die zowel de pet droegen van vragende partij als die van medeorganisator, klonk terecht gemor. Op de organisatie, de partners en Boek.be.

Gemiste kans
Vraag is of de stripwereld blij moet zijn met de perceptie rond strips die hier werd gecreëerd. Tienduizenden potentiële (strip)lezers zijn de vitrine die de Boekenbeurs is voorbijgelopen, zonder iets te hebben meegepikt van de strip, zijn evoluties, zijn kunst, zijn diverse benaderingswijzen, technieken en thematieken... Waarom toch? En is de strip niet bij uitstek een visueel medium, in veel gevallen zelfs een visueel spektakel? Wel, doe daar dan iets mee! Deze tak van het boekenwezen op eenzelfde manier benaderen en etaleren als de rest van het boekenvak, met interviews, signeersessies of wedstrijdjes, getuigt van weinig initiatief en creativiteit.

Of Album 26, het zesentwintigste deel van De Kiekeboes uit 1984 nu al dan niet de terechte laureaat is van De Beste Belgische Strip, laten we in het midden. Belangrijk is evenwel dat auteur Merho met dat album net dolde met de stereotypen en clichés uit de stripwereld. In het verhaal vielen stripdecors om, trachtten de hoofdpersonages hun eigen verhaal te schrijven of pasten ze niet binnen de kaders. Dat uitgerekend die inventieve strip het concours won op deze grijze, weinig stripinitiatiefnemende beurs, is bijna cynisch.

Wellicht, beste lezer en Boek.be-lid, schrijft u me af als een ontevreden zeur die zelfs durft te klagen nu de Boekenbeurs eindelijk eens initiatief neemt. Beter iets dan niets, dat soort onzin. Wel, liever zie ik de volgende jaren minder en beter rond strips op de beurs, dan veel en ondoordacht. Het is 2014. De stripclichés mogen er eindelijk uit."

— Geert De Weyer


Jean-Michel Arroyo, Alexandre Paringaux en Philippe Charlier over Buck Danny Classic 1
11/11
TOP
Onderstaande bijdrage van Jean-Pierre Fuéri verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 66 van januari 2014. Vertaald door Wim De Troyer.

COMMENTAAR BIJ PAGINA 28
Jean-Michel Arroyo over een pakketboot: "Ik ben niet in het beeldverhaal begonnen met vliegtuigen, maar met een boot. Le Paquebot des Sables verscheen bij uitgeverij Joker. Kleine verkoop. Toen stelde Alexandre Paringaux me voor om de serie Airblues over te nemen, en nadien L'Escadrille des Têtes Brûlées. Ik kende niet veel van de luchtvaart. Alex heeft me laten vliegen voordat hij mij in het diepe gooide!"

Jean-Michel Arroyo over Victor Hubinon: "Toen we spraken over Buck Danny had ik maar één album van hem... In Korea! Dat kwam goed uit. De stijl van Hubinon is zoals bij zovele anderen geëvolueerd in de loop van de jaren. Die van 1954 is nerveus, rijk en blijft mijn voorkeur wegdragen."

Jean-Michel Arroyo over plagiaat: "Ik had twee zorgen: de twijfel overwinnen dat ik bekwaam was om een mythische reeks over te nemen en niet vervallen in plagiaat van Hubinon. Ik heb me doordrongen van zijn œuvre, om het nadien niet meer te bekijken. Ik kon, zoals de grote André Juillard het deed voor zijn eerste Blake en Mortimers, een album van de meester bij me op de tekentafel openleggen. Ik kon er niet aan uit."

Jean-Michel Arroyo over plagiaat: "Het duwspelletje dat je ziet is authentiek* zoals je kan lezen in de voetnoot onderaan pagina 29. Het album heeft niet die kleine kadertjes met uitleg waar Charlier dol op was. De scenarist had niet genoeg plaats! Misschien iets voor het volgende album."
* Op 5 september 1952 werd de Sabre van Joe Logan, een jonge wingman van James Robinson Risner boven China geraakt door luchtafweer en zijn brandstoftank schiet in brand. Risner plaatst de neus van zijn Sabre in de uitlaat van Logan en duwt hem tot aan de zee waar de piloot zijn schietstoel gebruikt. Maar hij verdrinkt, hij verstrikt in zijn parachute.


COMMENTAAR BIJ PAGINA 29
Jean-Michel Arroyo over Buck Danny's kin: "Een van de verleidingen is natuurlijk om je te baseren op dossiers voor elke situatie en elk personage en dan te wroeten naar het resultaat. Zelfs wanneer de lust me bij het tekenen van een driekwartbeeld van een personage bekroop, weigerde ik om in een album van Hubinon te kijken. Ik heb er mij goed aan gehouden. De geestelijke vader van Buck Danny heeft hem trouwens op verschillende manieren getekend. Het zit allemaal in de kin! Philippe Charlier zei me wel eens: 'opgelet, hij is te groot of te klein'. Een zware klus. Ik heb een probleem met zijn grijns, zeggen ze. Ik ga proberen daar iets aan te doen. De vliegtuigen geven me niet te veel moeilijkheden, ik wil dat ze authentiek zijn, maar schiet me niet af op een verkeerd geplaatste antenne."

Alexandre Paringaux over complexe Sabres: "Ondanks het internet is het probleem dat de documentatie van een gekmakende complexiteit is. Er bestonden massa's verschillende Sabres, met elke keer verschillende instrumentenpanelen. Migs, die zijn het toppunt. Er zijn verschillende Sovjetversies, maar er werden er ook verkocht aan bevriende landen, zoals Korea bijvoorbeeld, die telkens hun eigen aanpassingen deden. Jean-Michel en ik hebben er 250 uur voor aan de telefoon gehangen..."

Philippe Charlier over beslissingen: "Ik ben blij dat ik de andere betrokkenen van het project heb kunnen overtuigen van de kwaliteit ervan. Men zegt soms dat ik alleen beslis over het uitgeven van reeksen van mijn vader. Dat is absurd, ik bezit niet meer dan 50% van de zaken. De tekenaars of hun erfgenamen en de uitgevers hebben hun zeggenschap. Ook de scenarist van Tanguy en Laverdure, Jean-Claude Loidin, was gekozen door Albert Uderzo."

TOEKOMST
Te Verschijnen
Op Stapel
Compleet