Toegevoegd op 3 september:
Dossier Een Nacht in Rome door Jim

Toegevoegd op 30 augustus:

Criva en Verhast over Jorikus Magnus II (deel 3/3)

Toegevoegd op 23 augustus:

Brüno over Tyler Cross
Criva en Verhast over Jorikus Magnus II (deel 2/3)

Toegevoegd op 16 augustus:

Criva en Verhast over Jorikus Magnus II (deel 1/3)
De volgende auteurs leverden ook al bijdragen. Klik op hun naam om verder te gaan naar hun afzonderlijke pagina:
Ivan Adriaenssens
Pierre Alary
Sytse S. Algera
Mohamed Aouamri
Virginie Augustin
Denis Bajram
Alessandro Barbucci
Antoine Aubin en Étienne Schréder
Balak
Batem en Colman
Philippe Berthet
Georges Bess
Lük Bey
Enki Bilal
Matthieu Bonhomme
Tom Bouden
François Bourgeon
Enrique Breccia en Xavier Dorison
Daniel Brecht
Ken Broeders
Frédéric Brrémaud
Brüno
Charel Cambré
Barbara Canepa
Didier Conrad en Jean-Yves Ferri
Luc Cromheecke
Robbert Damen
Sébastien Damour
Nicolas de Crécy
Erik de Graaf
Adrien Floch
Christian Gine
Criva en Verhast
Eric Heuvel
Philippe Delaby
Jean-Yves Delitte
Thierry Démarez
Pieter De Poortere
Jorg de Vos
Lode Devroe
Thomas Du Caju
Kim Duchateau
Ersel
Chris Evenhuis
Philippe Francq
Paul Gastine
Thierry Girod
Carlos Gomez en Arnaud Delalande
Mars Gremmen
Griffo
Juanjo Guarnido
Alain Henriet
Hermann
Hub
Miles Hyman
Jeroen Janssen
Philippe Jarbinet
Iouri Jigounov
Jim
Milan Jovanovic
André Juillard
Nicolas Keramidas
Patty Klein
Hanco Kolk
Jean-Charles Kraehn
Mathieu Lauffray
Christian Lax
Hec Leemans
Marc Legendre
Jérôme Lereculey en David Chauvel
Simon Léturgie
Éric Liberge
Ingrid Liman
Willy Linthout
Stéphane Louis
Love
Vincent Mallié
Wauter Mannaert
Frank Margerin
Enrico Marini
Marmus
Marvano
Fabrice Meddour
Merho
Guy Michel en Arnaud Delalande
Arno Monin
Thimothée Montaigne
Romano Molenaar en Jorg de Vos
Jean-Louis Mourier
José-Luis Munuera
Viviane Nicaise
Peter Nuyten
Tiburce Oger
Minck Oosterveer
Danker Jan Oreel
Cyril Pedrosa
Patrice Pellerin
Claude Pelet
Philippe Pellet
Jérémy Petiqueux
Federico Pietrobon
Didier Poli en Robin Recht
Jean-Michel Ponzio
Mike Ratera
Riff Reb's
Reno
Grzegorz Rosinski
Christian Rossi
Marcel Rouffa
Corentin Rouge
Marcel Ruijters
Paul Salomone
François Schuiten
Olivier Schwartz
Benoît Sokal
Kristof Spaey
Benoît Springer
Naomi J. Strijdonk
Olivier TaDuc
Jacques Tardi
Paul Teng
Béatrice Tillier
Lewis Trondheim
Gerben Valkema
Steve Van Bael
Rob van Barneveld
Sylvain Vallée en Fabien Nury
Daniel van den Broek en Ivan Claeys
Maarten Vande Wiele
Hans van Oudenaarden
Jos Vanspauwen
Olivier Vatine
Vincent
Bastien Vivès
XIII Mystery
Bernard Yslaire
Zep
open brieven
 
Dossier Een Nacht in Rome door Jim
03/08
TOP
Onderstaand dossier is opgenomen in de Nederlandstalige integrale editie van Een Nacht in Rome. Deze op honderd exemplaren gelimiteerde integrale is helaas niet in de handel te verkrijgen en werd gratis verstrekt aan stripwinkeliers bij afname van een bepaald bedrag aan strips van Saga Uitgaven. De inhoud ervan wilden we de vele fans van Een Nacht in Rome evenwel niet ontzeggen. Geniet bij deze dus van de vele schetsen, coverstudies en het commentaar van auteur Jim.















































Criva en Verhast over Jorikus Magnus II (3/3)
30/08
TOP
Dit is het vervolg van het driedelige Commentatorartikel dat op 16 augustus begon met deel 1 en vervolgde met deel 2. Achteraf worden alle delen samengevoegd. Deze reeks verschijnt naar aanleiding van de softcovereditie van Jorikus Magnus II dat binnenkort bij Saga Uitgaven verschijnt.







In een stad met de naam Wateren kan je niet om water heen. Enkele belangrijke scènes van ons verhaal spelen zich dan ook af in het badhuis waar Wateren zijn naam vandaan haalde.
Voor ons badhuis baseerden we ons op een historische locatie die zijn naam ook van een bron en een daar bijhorend badhuis afleidde: het Engelse Bath.


Water kan meerdere associaties oproepen. Het is reinigend en ontspannend. Misschien was de historische Karel de Grote wel zo verzot op zwemmen en baden omdat hij in zijn omgang met water eventjes de zorgen van zijn meedogenloze politiek — samen met de pijn die zijn jicht veroorzaakte — van zich af kon laten vloeien?

Door psychoanalytici wordt (vrucht)water zelfs het 'moederlijke element' genoemd, een element dat ons terugvoert naar onze oorsprong en de geborgenheid ervan. Een badhuis is daarom ook een prima plaats om wat — uiteraard uiterst functioneel — vrouwelijk schoon te presenteren. Het is ook in het badhuis dat er in onze strip een romance ontluikt.

Toch is er aan de watermedaille een keerzijde. Want ook de dood is aanwezig in het badhuis wanneer daar een lijk ontdekt wordt. Bovendien zorgen de sombere blauwe kleuren en de stoom van het warme water voor wat in het Duits zo mooi Unheimlichkeit heet: iets dat tegelijk vertrouwd en angstaanjagend is. Door de vervreemdende waterdamp en de onderkoelde inkleuring sluimert er achterdocht op de achtergrond van de liefdesscène in het badhuis. Het water tussen de twee geliefden lijkt op de één of andere manier toch te diep...

Of zoals een vroegmiddeleeuwse Hamlet het zou kunnen verwoorden: "Something is rotten in the state of Jorik."





Als er één techniek is die typisch is voor het medium strip dan is het wel het gebruik van de bladspiegel. Op de bladzijde hierbij gebruiken we de bladspiegel dan ook als middel om ons verhaal visueel en narratief te ondersteunen.

We zien een samenzweerderige nachtelijke ontmoeting buiten de muren van Wateren. Als je even afstand neemt van het gesprek op de bladzijde zie je op de achtergrond vanuit kikkerperspectief een boom met complexe vertakkingen oprijzen. Zo bekeken domineert deze boom het gebeuren.

Dit beeld kan je op verschillende manieren interpreteren. Bijvoorbeeld als een donkere macht die zijn schaduw werpt op de mensen die aan zijn voeten plannen maken. De onoverzichtelijke vertakkingen van de boom kunnen dan een beeld zijn voor de ingewikkelde machtsverhoudingen rond Jorikus Magnus. Alsof de macht van het hof van Wateren zijn tentakels ook uitstrekt naar alles wat zich erbuiten bevindt.

Misschien roept het 'boombeeld' bij bepaalde lezers wel een heel andere associatie op. Maar hoe je het beeld van de boom ook begrijpt, het wordt duidelijk dat een goed gebruik van de bladspiegel een extra dimensie aan het lezen van een strip kan toevoegen.

PS: Bomen waren voor de heidense Germanen van de vroege middeleeuwen erg belangrijk als ontmoetingsplaats. Bij bepaalde 'heilige' bomen werd bijvoorbeeld recht gesproken of konden Germaanse clanhoofden belangrijke beslissingen nemen. Als christelijk machthebber probeerde Karel de Grote deze cultuurplaatsen, potentiële broeihaarden van heidens verzet, te vernietigen. In deze context is het omkappen van de zogenaamde Irminsul legendarisch geworden.








Volgens de biografie van Einhard was Karel de Grote een fervent liefhebber van de jacht. Reden genoeg om een deel van de verwikkelingen te situeren rond een jachtpartij. Temeer omdat zo'n jachtscène ook goed de meedogenloosheid van de machtmens Jorik kan blootleggen.

Een jachtpartij is natuurlijk ook een dubbelzinnige gebeurtenis: het ene leven — dat van de prooi — wordt vernietigd om het leven van de jager van energie te voorzien en zo te verlengen. Dood en leven, eros en thanatos, geven elkaar de hand tijdens het jagen.



Die tegenstrijdigheid tussen begin en eind, tussen dynamiek en dood, komt goed naar voren in de uitspraak van Jorik tijdens het jagen: "Ik ben dol op de geur van vers bloed 's morgens."
Wat uiteraard een intertextuele knipoog is naar de bekende filmquote van luitenant-kolonel Bill Kilgore uit Francis Ford Coppola's Apocalypse Now: "I love the smell of napalm in the morning."



Brüno over Tyler Cross
23/08
TOP
Onderstaande bijdrage van Sophie Bogrow verscheen eerder in het Franse stripmaandblad Casemate nummer 61 van juli/augustus 2013.
COMMENTAAR BIJ PAGINA 14
Over de voice over: "Fabien (Nury, red.) bezit die zeldzame kwaliteit om complete scènes neer te zetten die heel sterk zijn zonder dialogen. Een droom voor een tekenaar! Vreemd genoeg steunt hij dan op een kunstgreep van een schrijver: de voice over. Hier is de tekst beperkt tot de grootte van een metroticket die het hele verhaal perfect samenvat. Perfect in die mate dat we de tekst gebruikten voor de backcover."

Over Bogart en Palance: "Voor Tyler Cross stelde Fabien voor me te baseren op Humphrey Bogart uit High Sierra. Ik heb het geprobeerd, maar hij heeft niet echt trekken die makkelijk zijn om ze me eigen te maken, vooral met de gestileerdheid waarmee ik me bedien. Ik liet me liever door Jack Palance inspireren die Bogarts rol bijna vijftien jaar later (in 1955) hernam voor de remake I Died a Thousand Times. Met zijn rechte neus in het verlengde van zijn hoed leek zijn profiel me ideaal. Dat beeld is ook gebruikt voor de zwart-witversie van het album (enkel in het Frans verschenen, red.)"

Over hulpmiddelen:
"In deze scène, en voor alle 25 pagina's van het eerste hoofdstuk, tekende ik de kaders met de losse hand. Daarna nam ik er door vermoeidheid en tijdgebrek alsnog een meetlat bij. Ik hoop dat het er niet te veel aan te zien is. Ik had al eerder eens gehamerd op het belang van de juiste hulpmiddelen... waar ik tot nu nooit gebruik van maakte! Ik was ook al beginnen werken met platen op groot formaat, zelfs heel groot formaat: twee A3-vellen voor elke pagina... Ook hier heb ik me ingetoomd. Uit vermoeidheid heb ik het formaat gehalveerd."


COMMENTAAR BIJ PAGINA 15
Over Pratt en Cooke: "In tegenstelling tot wat men denkt, heeft mijn stijl niets te zien met Hugo Pratt. Ik bewonder zijn kunst om een wereld te creëren die zo rijk oogt in slechts drie en een halve lijn. Ik herinner me zijn hele sfeerschepping, maar ik kwam op eigen houtje uit op de stilering die ik hanteer. Het is een puur product van de Franco-Belgische school, gevoed door de duistere kant van Amerikaanse comics zoals die van Canadees Darwyn Cooke, de voortreffelijke bewerker van de serie Parker van Richard Stark."

Over de horizon: "Voor dit soort woestijndecors had ik de neiging om de achtergronden met heuvels en rotsen aan de horizon achterwege te laten. Fabien overtuigde me om me net wel toe te leggen op de horizon om het dramatische effect te versterken. Tyler wandelt naar de verte, en nog verder!"

Over kleur en belichting: "Ik leg me enkel toe op zwart-wit. De inkleuring is de bekommernis van Laurence Croix met wie ik al sinds lang samenwerk. Het belet me niet om verschrikkelijk nauwgezet te zijn. Voor elke plaat zijn er versies die van A tot H kunnen genummerd zijn! Ik hou veel van de belichting op de vorige plaat, de valse duotonen van het avondlicht met zijn blauwgrijze en oranjebruine tinten. Ik ben ook niet ontevreden over deze plaat met het pure wit. We gebruiken het minder dan de zwartvlakken, maar er is geen betere manier om een overbelicht effect onder de brandende zon te bekomen."

Over de hagedis:
"Let in prent 2 op de hagedis rechts, die er alleen ter illustratie staat. Volgens de decoupage van Fabien moest hij dichter vooraan staan en dus groter, om de man te zien aankomen. Maar dat zou van hem de vreemde grootte van een dinosaurus gemaakt hebben. Ik liet dat idee varen, maar behield de hagedis wel als herinnering"


COMMENTAAR BIJ PAGINA 16
Over cinematografische grammatica: "Fabien heeft me veel geholpen om mijn stijl dramatischer te maken, door over te gaan van de Franco-Belgische vertelcodes naar een meer cinematografische grammatica. In dit geval bijvoorbeeld zijn de klassieke face to face-standpunten ingeruild voor een voorgrond-achtergrondsysteem waarbij een van de twee hoodfdrolspelers op de voorgrond staat en een deel van de scène afdekt terwijl de andere spreekt of reageert. We staan hier dichtbij het persoonlijke standpunt, praktisch over de schouder van het personage."

Over Playmobilverhalen: "Fabien en ik hebben uren gediscussieerd om elke sequentie op punt te stellen, door opnieuw en opnieuw elke storyboardpagina te hermaken om steeds op zoek tegaan naar het beste idee voor de mise en scène. Voor bepaalde pagina's moest ik vier of vijf versies maken. Het is een beetje zoals kinderen verhalen maken met hun Playmobil. We hebben een zwaar beroep!"

Over een frustratie: "Potloden, pennen, penselen... Ik werk elke pagina met de hand af, zelfs de zwartvlakken. Ik weet het, de computer zou me tijdwinst opleveren, dat heb ik trouwens al uitgeprobeerd met Lorna, mijn soloalbum. Maar uiteindelijk was ik te gefrusteerd om achteraf niet door mijn map met platen te kunnen bladeren. Vreemd genoeg bestaat mijn grootste pezier uit het scannen van een plaat, die er over het algemeen zwaar bewerkt en opgelapt uitziet met witte plakkaatverf en overgekleefd papier, en het helemaal in het net te zien. In één klap ziet mijn geknutsel eruit zoals het hoort!"


COMMENTAAR BIJ PAGINA 17
Over Black Rock: "Het pompstation, de oude benzinepompen en zelfs de jeep en de kleren van de vrouw komen rechtstreeks uit Bad Day at Black Rock van John Sturges, de film die ons samen met High Sierra het meest inspireerde. We gebruikten zelfs dezelfde naam voor het dorp uit de film, Black Rock. De knipoog is bewust, maar het belangrijkste is dat het verhaal ook goed te lezen is als je de verwijzing niet kent. "

Over Stella, Gina, Jane en Kim: "Stella, de naam van de vrouw, komt uit A Streetcar Named Desire. Aanvankelijk tekende ik haar rondborstiger, meer als Gina Lollobrigida of Jane Russell, een echt plattelandsmeisje. In een oogwenk liet Fabien me haar modelleren naar Kim Novak. Je kan beide versies zien in de zwart-witversie van het album waarin een extra katern is opgenomen met de precieze richtlijnen van Fabien."

Over de bekering: "Op het einde van Atar Gull vroeg ik zelf aan Fabien om het avontuur verder te zetten. En zeggen dat ik in het begin ongerust was omdat ik er niet helemaal zeker van was dat we zouden overeenkomen! Hij vroeg me waar ik zin in had. Ik stelde iets Amerikaans voor, op de boerenbuiten, met pick-ups en rednecks, zoals in slechte Charles Bronson-films, van die wraakfilms van B-garnituur waar we allebei van houden. Hoewel ik het meer voor de jaren 1970 had, overtuigde Fabien me van de jaren 1950 die eleganter zijn. Vervolgens, en na vele dvd's, was hij erin geslaagd om me te bekeren voor de hardboiled polar. En dit is het resultaat!"


Criva en Verhast over Jorikus Magnus II (2/3)
23/08
TOP
Dit is het vervolg van het driedelige Commentatorartikel dat op 16 augustus begon met deel 1. Na de publicatie van deel 3 worden alle delen samengevoegd. Deze reeks verschijnt naar aanleiding van de softcovereditie van Jorikus Magnus II dat binnenkort bij Saga Uitgaven verschijnt.


Net als bij Carolus Magnus speelt religie bij Jorikus Magnus een belangrijke rol. Omdat we met deze cyclus de gecanoniseerde versie van de geschiedenis willen uitdagen moeten we het christendom achterwege laten en een soort alternatieve maar toch herkenbare godsdienst ontwerpen: het 'Heerianisme'.

In het Heerianisme zitten herkenbare elementen. De aardse leider ervan is bijvoorbeeld de Steenheer, een verwijzing naar de eerste paus, Petrus, de rots waarop Christus zijn kerk wilde bouwen. Anderzijds wilden we ook bewust van de christelijke iconografie afwijken. Zo is het kruis als symbool voor het Heerianisme onbruikbaar. Vandaar de in deze scènes alomtegenwoordige 'H'. De H van 'Heer' (= de naam die de Euren aan hun opperwezen geven) en 'Hemel' (= de plaats waar alle gelovige Euren willen eindigen).

Met de weergave van een mogelijke religie in de cyclus rond Jorikus Magnus willen we dus bewust schipperen tussen herkenbaarheid en vervreemding van de algemeen aanvaarde geschiedenis.



PS: Herkenbaar in deze scène is in ieder geval de nog steeds bestaande paltskapel, nu bekend als de Dom te Aachen, het enige gebouw dat visueel nog steeds aanwezig is in het huidige Aachen. Uit respect voor de historische figuur van Karel de Grote werd dit bouwwerk bewaard (maar verbouwd) en gebruikt voor de kroning van de Duitse keizers.

PS: Wie goed kijkt naar de fresco's op de wanden van de troonzaal ziet dat de auteurs als eerbetoon aan de door hen zeer bewonderde Alfred Hitchcock niet om een cameo verlegen zitten...





Net als religie is geweld een fundamenteel element in onze strip. We wilden dit geweld niet banaliseren, het moest integendeel ingrijpend en verontrustend overkomen. Maar hoe?

De gewelddaden direct en schokkend weergeven leek ons daarvoor niet zo efficiënt. Het volstaat immers om een gameshop binnen te stappen, de bioscoop te bezoeken of het nieuws op tv te volgen om te beseffen dat we in een beeldcultuur leven die ons zo overlaadt met directe weergaves van geweld dat we er grotendeels ongevoelig voor zijn.



Zo kwamen we tot de kracht van kleur. In de beroemde douchescène uit Hitchcocks Psycho zie je geen direct geweld. Nergens dringt het mes het lichaam van het badende slachtoffer binnen. Toch is het een scène waar heel veel toeschouwers zich erg ongemakkelijk bij voelen. Naar het schijnt monteerde Hitchcock in die ophefmakende scène een paar keer een rood frame. De kijkers kunnen dit effect niet bewust waarnemen omdat de frames voor het blote oog onzichtbaar zijn door de snelheid waarmee ze passeren. Maar onbewust wordt het publiek dus wel door die rode frames beïnvloed.

Op een gelijkaardige manier wilden we onze geweldsscènes opbouwen: geen goedkope horroreffecten maar een indirecte weergave van geweld gepresenteerd in het rood. Misschien slaagt de expressieve kracht van die rode kleur er in een inkijk te bieden in de verontrustende en verstorende kracht van het geweld tussen mensen.





Bij de inkleuring van ons verhaal besteden we veel aandacht aan schaduwspel en clair-obscur door de licht-donkercontrasten sterker uit te beelden dan ze in werkelijkheid zijn.

Ook hier weerspiegelt de vorm de inhoud. De vele clair-obscureffecten zijn voor ons een uitdrukking van de idee dat we de geschiedenis slechts fragmentarisch kennen. De dingen die in het donker verborgen blijven kunnen minstens even veelbetekenend zijn als dat wat we kennen. Dé geschiedenis is niet meer dan een mogelijke geschiedenis, een sociaal aanvaarde zienswijze op gebeurtenissen die ons grotendeels ontsnappen.

Hetzelfde geldt trouwens voor de actuele gebeurtenissen die we 'werkelijkheid' noemen, want eigenlijk kennen we enkel een karikatuur van die werkelijkheid. Vandaar ook onze keuze voor een karikaturale tekenstijl.

In het tweede deel van de cyclus rond Jorikus Magnus hebben we met onze karikaturale stijl nog verder geëxperimenteerd. Zwarte omlijningen verdwijnen bijna volledig. De omgeving wordt niet langer gestileerd met klare lijnen maar meer en meer worden de tekeningen schilderijtjes, voorzien van veel patina. Patina is een algemene term om aan te duiden dat een bepaald object uitstraalt de tand des tijds te hebben doorstaan, net zoals bij die verweerde historische documenten die ons slechts een diffuus beeld kunnen geven van de gebeurtenissen die erin beschreven worden.


Zie de schilderijen van Caravaggio en Rembrandt als typische voorbeelden van clair-obscur.

(Wordt volgende week vervolgd)


Criva en Verhast over Jorikus Magnus II (1/3)
16/08
TOP
In april 12014 liep op het stripfestival van Ieper een tentoonstelling over het toen net verschenen hardcoveralbum van Jorikus Magnus II: De Vergelding door Criva en Verhast. Naar aanleiding van de nakende softcoverrelease publiceren we de begeleidingstekst van deze expo in drie delen. Hieronder vind je het eerste deel.


Eigenlijk is een tentoonstelling over een strip een tang op een varken. De magie van een strip bestaat net uit de opeenvolging van tekeningen tot een betekenisvol geheel: een verhaal. Als je de tekeningen uit hun verband trekt en berooft van hun tekst en context ga je dus in tegen de essentie van het medium strip.

En toch willen we bij deze enkele platen van onze strip isoleren. Omdat we denken dat een paar aspecten van ons verhaal misschien een beetje extra belichting kunnen gebruiken. Omdat sommige details misschien wat beter uit de verf komen als je ze uitvergroot. Maar vooral omdat we hopen dat deze platen wat nieuwsgierigheid wekken naar ons eindproduct: een verhaal verteld in de opeenvolging van leesbare tekeningen...

Beeltenis van Karel de Grote, 'vader van Europa', die dit jaar 1200 jaar geleden is overleden. Op deze historische figuur is Jorikus Magnus gebaseerd.




Goed begonnen is half gewonnen en aangezien we met dit tweede deel voor winst gingen hebben we goed nagedacht over de eerste bladzijde van Jorikus II.

Wat vertelt deze bladzijde?

Het doek gaat open en de scène wordt getoond. Het decor spreidt zich voor ons uit. We zien de torens van een heiligdom, een paleizen- en badhuiscomplex en de bosrijke natuur rond dit alles. De plaatsen waar de belangrijkste gebeurtenissen van dit album zich zullen ontrollen worden gepresenteerd en de lezer weet binnen welke ruimtelijke grenzen dit verhaal zich zal bewegen.

Maar de ruimtelijkheid vertelt ons nog meer als we deze bladzijde naast de proloog van het eerste deel van onze Jorikcyclus leggen.
In het eerste deel wordt de belangrijkste locatie van het verhaal eveneens voorgesteld: de Falburg, een robuust en somber verdedigingsbouwwerk. Het is winter en de barre weersom-standigheden lijken de bevroren en verstarde verhoudingen tussen de verschillende kampen weer te geven. In het tweede deel is er veel groen. De natuur lijkt ons hier vriendelijk toe te knikken en suggereert in zijn lenterigheid het begin van iets nieuws.

Op die manier kunnen we ook de blikrichtingen van de ruiter en zijn paard volgen. De ruiter kijkt uit naar de toekomst in de vorm van de komst van keizer Jorik. Het paard toont ons waar deze toekomst zich zal afspelen: het paleizencomplex van Wateren waar Joriks keizerschap bekrachtigd zal worden.

Voilà, het podium staat klaar, het publiek is gaan zitten, het geroezemoes in de zaal verstomt en de schijnwerpers worden gericht. Het is tijd voor de hoofdrolspelers van dit verhaal om de scène betreden.







Dat Criva architect is, kan hij bij het tekenen niet wegsteken.
Dat zie je aan de liefde voor het constructieve detail bij het ontwerpen van de gebouwen in Wateren of de diepte en de verhoudingen die in 'zijn' bouwsels zitten. Er staat 'zijn' bouwsels want het is verre van zeker dat de gebouwen in onze strip ooit in de vorm waarin wij die presenteren bestaan hebben. Met onze strip hebben we geen historische ambities. Het is voor ons dan ook niet echt een groot probleem als er geschiedkundige ongerijmdheden in ons verhaal zouden opduiken.



Aan de andere kant willen we ook geen fantasyverhaal vertellen. We willen geen wereld creëren die draait rond wetmatigheden die we zelf opstellen. In plaats daarvan willen we een mogelijke werkelijkheid presenteren in een plausibel kader. We vermijden daarom de typisch gotische fantasy-architectuur en situeren ons verhaal in een laat-Romeinse/Karolingische omgeving die past bij de vroege middeleeuwen.

Ons verhaal speelt zich af op de fictieve handelingslocatie 'Wateren'. Maar Wateren is helemaal niet zo fictief want het is een afspiegeling van het Duitse Aachen, het favoriete 'hoofdkwartier' van Karel de Grote. (De naam Aachen is overigens genoemd naar de warmwaterbronnen van de stad en afgeleid van het Latijnse aqua. De naam Wateren is dus een duidelijke verwijzing naar de stad waar Karel de Grote precies 1200 jaar geleden stierf.)



Om onze 'mogelijke' geschiedenis op een onderbouwde manier vorm te geven wilde Criva de laatste stand van de wetenschappen kennen. Daarom begroef hij zich in de archeologische documentatie rond de historische overblijfselen in Aachen. Uit die opzoekingen bleek dat zelfs met de ruggensteun van de academische wereld er nog veel blinde vlekken op het plan van het paleizencomplex van Aachen overblijven. Die blinde vlekken vult Criva gretig en creatief in. En uit Aachen wordt 'Wateren' geboren.





Parallel daaraan bouwt Verhast het scenario van de cyclus rond Jorik op. Hij heeft de Vita Caroli Magni, de biografie van Karel de Grote door Einhard, grondig onder de loep genomen en gemerkt dat ook daarin nog veel blinde vlekken schuilen: tegenstrijdigheden, verwijzingen die Einhard rechtstreeks uit zijn klassieke voorbeelden putte, weglatingen in het voordeel van Karel de Grote...

Verhast stort zich net als Criva met enthousiasme op deze historische 'leegtes', vult deze naar eigen inzicht en aanvoelen op en maakt zo van Einhards Carolus Magnus zijn eigen Jorikus Magnus.

Vorm en inhoud, tekeningen en gebeurtenissen zitten bij deze strip dus op dezelfde golflengte en werken elk op hun eigen terrein aan een fictieve maar mogelijke geschiedenis.

TOEKOMST
Te Verschijnen
Op Stapel
Compleet