De Minimensjes integraal 3-4
AFGEROND VERHAAL
De Minimensjes integraal 3-4
KLIK
voor andere strips van
Pierre Seron


KLIK

voor andere strips van
Hao (Mittéï)

KLIK

voor andere strips van
Raoul Cauvin


KLIK

voor andere strips van
Stephen Desberg
DE MINIMENSJES integraal 3-4
3. 1973-1975: De Kleine Kluizenaar - 4. De Waterratten - Kapers uit de 17de Eeuw - Landhuis Vrezeburg - 5. Het Oog van de Cycloop - Mosquito 417 - Ingesloten - Een Uitstapje voor Twee - 6. Het Spookschip
4. 1976-1978: Een Smurfreis - Kogels bij Carmen - Dubbelspel - Een Hoop Tam-tam in Ellendam - Plaatjes Vullen de Gaatjes - 7. Grijpers van de Samoerai - De Groene Hel - 9. De Driehoek des Doods - 10. Het Diepzeevolk - De Dorpspiraat

Pierre Seron + Mittéï / Pierre Seron / Raoul Cauvin / Stephen Desberg
Saga Uitgaven | 232 p. | € 34,95 (HC)
Op en onder de zeespiegel
Er wordt heel wat afgevlogen in de verhalen van De Minimensjes. Dat is niet opzienbarend, want De Vries en zijn beste vrienden zijn volleerde piloten die hun hand niet omdraaien voor het besturen van oude en nieuwe kisten die miniatuurversies zijn van bestaande vliegtuigen. Net zo goed kruipen ze achter de stuurknuppel van futuristische toestellen zoals hun coleopters. Toch valt in deze twee integrales op dat water net zo goed een belangrijk decor vormt voor hun avonturen, of die zich nu op of diep onder de zeespiegel afspelen.

In de derde integrale staan nog een hoop kortverhalen die je chronologisch kan lezen waardoor de grafische evolutie en ook de solide ontwikkeling van de verhalen opvallen. Die evolutie vertoont alsnog een logisch stijgende curve. Het beste moet eigenlijk nog komen. De klassieke invloed van Mittéï (die zich voor De Minimensjes van het pseudoniem Hao bediende) drukte nog op de fantasie van Pierre Seron die nog wat jaartjes moest wachten om zich als volwaardige verteller te profileren. In Mittéï's verhalen zit een stevige thrilleronderbouw waarin drugssmokkel en overvallen primeren met (vergezochte) maskeringstechnieken. In de vierde integrale schuiven de onderwerpen op naar invasies, dominaties en een onderzeese oorlog tussen twee geminiaturiseerde volkeren in het mythische Atlantis in een gedenkwaardig tweeluik in de reeks.

Wanneer Seron loos kan gaan in actiescènes, dan nog liefst met personages in voer-, vlieg- en vaartuigen, is het smullen geblazen. Check de autobotsing en de helikoptervlucht in Het Oog van de Cycloop, de verkenningsvlucht van De Vries en het opdoemen van het schip met de skeletten in Het Spookschip , het gevecht met de Vismensen in De Driehoek des Doods en de armada van eenmansonderzeebootjes in Het Diepzeevolk. Het is ook allemaal prachtig ingekleurd door Vittorio Leonardo die wellicht door geen enkele andere tekenaar zo nadrukkelijk als partner werd vermeld dan door Seron. De inkleurder leek speciaal voor Seron een extra tandje bij te zetten om het zo mooi af te werken.

Tussen, voor en na de lange verhalen vallen de opgelegde feestdagen- en vakantiethema's van het weekblad Robbedoes nog wel op voor de kortverhalen. Ook Raoul Cauvin (deel 3) en Stephen Desberg (deel 4) schreven elk een verhaaltje. Vanaf volgende integrales komen er steeds minder van die uitstapjes voor terwijl de achtergronddossiers almaar steviger worden. Er valt nog veel moois te verwachten van deze integrale reeks waarvan het instant succes van de eerste delen door werkelijk niemand werd verwacht. Allemaal mooi meegenomen dus.
DAVID STEENHUYSE --- februari 2018

Lees ook deze vorige besprekingen of raadpleeg ons archief: