De Sliert 7
AFGEROND VERHAAL
Africa Dreams 4

KLIK
voor andere strips van
Jean-Marc Krings

KLIK
voor andere strips van
Zidrou
DE SLIERT 7
Terug van Weggeweest

Jean-Marc Krings + Zidrou
Arcadia vzw (Arcadia Archief) | 48 p. | € 22,95 (HC)
Prik in de limonade
In 1958 verscheen in Robbedoes 1041 het kortverhaal Operatie Schaar* dat oorspronkelijk was bedoeld voor Baard en Kale-tekenaar Will op scenario van Marcel Denis, een toenmalig medewerker van André Franquin. Uiteindelijk tekende Jo-El Azara (van wie Arcadia vzw al een aantal albums van Taka Takata heeft gepubliceerd) het verhaaltje, maar hij ging er niet mee verder. Franquin wist dat Jean Roba, een andere toenmalige medewerker, graag kinderen tekende en hij wees hem op het clubje kinderen uit Operatie Schaar rond wie wel wat te doen viel voor een stripserie. Bollie en Billie verscheen nog maar sinds 1959 en was nog niet een van de fenomenale pijlers van het weekblad Robbedoes. In 1962 verscheen dan het eerste avontuur van De Sliert (de Franse naam La Ribambelle was een vondst van Franquin). Van het oorspronkelijke kliekje uit Operatie Schaar behield Roba enkel het zwarte jongetje, de trompetspeler, van wie hij Dizzy maakte en hij maakte van het groepje kinderenb een internationala gezelschap: een ros meisje en ene blond jongetje van hier, een Japanse tweeling, de zwarte Dizzy en het steenrijke, Schotse jongetje Archibald wiens butler het volwassen gezag vertegenwoordigt. Roba wilde er een bende schavuitjes van maken naar het voorbeeld van de Amerikaanse serie Our Gang (van Hal Roach, de man die ook Laurel en Hardy groot maakte), maar uitgeverij Dupuis wilde het veel braver houden. Vanaf het tweede verhaal, De Sliert in Schotland, kreeg Roba voor het scenario de hulp van Vicq en later Maurice Tillieux en Yvan Deporte. De tekenaar wilde ook met Greg samenwerken, maar die zat bij het concurrerende blad Kuifje. De reeks duurde van 1962 tot 1975 tot Bollie en Billie te belangrijk was geworden om zijn tijd aan twee series te spenderen.

Voor de zeventigste verjaardag van het weekblad Spirou in 2008 (Robbedoes bestond ondertussen niet meer) planden Jean-Marc Krings en Zidrou een comebackverhaaltje van De Sliert. En zeggen dat De Sliert-fan Charel Cambré (die met Streetkids een soort moderne update maakte) zelf graag nieuwe verhalen had getekend! Maar na twee pagina's was het hele project van Krings en Zidrou afgevoerd door de komst van een nieuwe hoofdredacteur. Met de platen en hun idee onder de arm trokken de auteurs vervolgens naar Dargaud die over de rechten van Roba's figuren beschikt. Dat leidde naar twee Franse albums in 2011 en 2012 waarop De Sliert opnieuw werd stopgezet. Arcadia gaf zopas — in kleur bovendien — het eerste van die twee comebackalbums uit, het tweede volgt volgend jaar. Tegen dan zal Krings al een bekendere naam zijn bij Nederlandstaligen want Standaard Uitgeverij lijfde hem in voor een spin-off van een bekende, Vlaamse stripserie. Bovendien zal dan ook zijn one-shot van Suske en Wiske met Zidrou uitgegeven zijn. Vertalingen van andere series, Quanta en het nieuwste project over Jacky Ickx, zijn naar eigen zeggen ondergebracht bij Strip2000.

Maar goed, hoe hebben beide heren het ervan afgebracht? Best goed. Krings' tekenstijl ademt gewoon de oude, Franco-Belgische komische traditie uit. Het oogt spontaan en dynamisch en is verwant aan het werk van Franquin, Roba, Pierre Seron en Peyo, de dikkeneuzenstijl kortom. Door de soms haastige afwerking en té spontaan te willen zijn, blijven voornoemde coryfeeën wel zijn meerderen. Maar zijn personages acteren lekker overdrijvend, op een manier waarin ook Gerben Valkema met zijn Elsje uitblinkt. Zomaar stilstaan is geen optie, alles beweegt, de expressies zijn logisch en daarom goed gevonden. We zouden het allemaal for granted nemen en er verder niet over nadenken, maar het is gewoon een heel erg leuk stijltje. Voor de stripfanaten zijn er trouwens heel wat knipoogjes naar stripfiguren (Clifton, Mick Mac Adam, de dronkelap uit Rommelgem, Dommel) en tekenaars (Azara, Jidéhem) te ontdekken.

Voor het verhaal bedacht Zidrou een intrigante, de zus van Tannie, een van de booswichtjes die telkens stokken in de wielen van De Sliert steken. Ze maakt kennis met de kinderen. Alle jongetjes zijn meteen smoor op haar en ze trappen in haar treurig verhaaltje. Ze stellen haar voor om lid van het groepje te worden, aanvankelijk tegen de zin van het enige meisje in de groep Grenadine, maar daarvoor moet ze eerst een reeks proeven tot een goed einde brengen. Een keer ze is geïnfiltreerd, ligt de weg voor Tannie en zijn twee kompanen open om de voor hem zo belangrijke bus op het terrein te veroveren en zo zijn macht over de stad te laten gelden. Kid's stuff, weet je wel. Ondertussen spelen de kinderen met het idee om de bus te verkopen. Door een misverstand denkt butler James dat Archibald zich van hem wil ontdoen.

Het verhaal bevat heel wat vaart, respecteert de geplogenheden van de serie en schurkt tegen een tijdloos soort jeugdavontuur aan. Maar van Zidrou hebben we ondertussen wel al een pak betere strips gelezen. We ontbreken een beetje prik in de limonade. Het is geen automatische piloot, wel een trucjesstrip. Voor het nostalgische publiek waar Arcadia doorgaans op mikt, zou dit geen beletsel mogen zijn. Integendeel, misschien zullen ze zich opnieuw in de glorieperiode van het blad Robbedoes wagen.

* Via onze rubriek Weetje v/d Week kan je dit verhaal lezen.
DAVID STEENHUYSE --- september 2016