| |
 |
Auteur:
Régis Loisel / Jean-Louis
Tripp
Uitgever:
Casterman
Specificaties:
88 p.
€ 14,95 (HC) |
|
| |
|
De
softcovereditie van dit album
veschijnt in januari. |
|
|
| MAGASIN
GÉNÉRAL 7: Charleston |

We
lazen vorige week een interessante reactie op een
Frans forum over het nieuwste album van Magasin
Général. Ook daar zijn veel lezers
het beu dat Régis Loisel en
Jean-Louis Tripp de oorspronkelijk
bedoelde trilogie zoveel aan het rekken zijn. Zij
willen een duidelijk slot, een begin, midden en
einde. Die ene lezer schreef dat het hem niet meer
zoveel kan schelen wat er precies nog zal gebeuren,
hij is namelijk beginnen geven om de personages,
no matter what. En het moet gezegd, door de
jaarlijkse afspraak met de bonte stoet bewoners
van het Canadese dorpje in de jaren 1930 zijn de
personages ook aan ons beginnen klitten. We fronsten
de wenkbrauwen wanneer Marie niet alleen de verwonde
woudloper Ernest Latulippe in haar bed toelaat,
maar ook diens broer Mathurin. Zij doet dat uit
compassie voor hun eenzaamheid. Wij weten wel beter:
na het overlijden van haar man, de afwijzing van
Serge om de gekende redenen en haar frivole maar
lege uitspattingen in de stad Montréal zit
zij in hetzelfde schuitje als de twee woudlopers.
Nochtans is er compagnie genoeg in het dorp. De
mannen willen een burgervader kiezen, maar de avonden
waarop ze een poging wagen monden telkens uit in
een drinkgelag waarop de Charleston wordt gedanst.
De vrouwen in het dorp hebben zich door Marie laten
aansteken om mooie jurken te laten maken. Er wordt
gedanst en gefeest. Het dorp leeft en vibreert.
Zelfs een van de drie kwezeltjes weet niet wat haar
overkomt nadat het beertje haar tussen de benen
likte. Ze is helemaal van de kaart. De liefde ontluikt
bij een toekomstig koppeltje en ook de pastoor feest
mee. Maar niet lang meer, want de winter komt, het
moment dat alle mannen weer voor enkele maanden
het dorp verlaten om te gaan werken. "Zo is
't nu eenmaal", verzucht Marie.
Meer dan tachtig pagina's dik is dit album. En nog
meer dan gewoonlijk nemen Loisel en Tripp de tijd
om alledaagse tafereeltjes te tonen. Zo goed als
alle personages zien we bedrijvig aan het werk.
Het is een makkelijk trucje om te laten zien dat
de tijd verstrijkt. Meer valt daar niet over te
vertellen, behalve dat het de ritmiek vertraagt,
maar ons wel een gevoel van genoegen, behaaglijke
rust en comfort schenkt. In welke mate dit allemaal
drastisch op zijn kop wordt gezet of integendeel
zachtjes zal uitdoven, is de vraag die ons nu al
zeven albums bezighoudt. Het achtste wordt het laatste.
't Werd tijd... al hebben we nu wel door Magasin
Général geleerd dat tijd relatief
is.
>
DAVID STEENHUYSE --- december 2011
|
|