| |
 |
Tekenaar:
Jean Giraud
Scenarist:
Jean-Michel Charlier
Uitgever:
Sherpa
Specificaties:
112 p.
€ 49,95 (HC) |
|
| |
Andere
strips van
Jean Giraud:
•
Altor
• De
Incal
• De Jonge Jaren van Blueberry
• De Silver Surfer
• De Wereld van de Hermetische Garage
• De Wereld van Edena
• Het
Gekroonde Hart
• Jim Cutlass
• Little Nemo
• Majoor Fataal
• Na
de Incal
• Verzamelde Werken van Moebius
• XIII
(deel 18) |
|
Andere
strips van
Jean-Michel Charlier:
• De Avonturen van Buck Danny
• De Avonturen van Tiger Joe
• De Beverpatroelje
• De Jonge Jaren van Blueberry
• Brice Bolt
• De Doodsengel
• Flip Flink
• Geschiedenis in Beeldverhalen
• De Gringos
• Jan Kordaat
• Jim Cutlass
• Joris Jasper
• Kim Devils Avonturen
• De Verhalen van Oom Wim
• Robber de Ruige
• Roodbaard
• Surcouf
• Tanguy en Laverdure
• Tarawa |
|
|
|
| BLUEBERRY:
De Mijn van Prosit & Het Spook van de
Goudmijn |

| Monument
van de negende kunst |
Alle
complimenten die het Blueberry-tweeluik
De Mijn van Prosit en Het Spook van
de Goudmijn en diens auteurs Jean Giraud
en Jean-Michel Charlier ooit te
beurt vielen, zijn geheel terecht. De backcover
van deze luxe-editie staat er ook vol van. "De
beste stripwestern ooit", vat het wel allemaal
samen. Vooral het geniale tekenwerk van Giraud wordt
bewierookt. Hoe hij inderdaad woestijn- en steenlandschappen,
paarden, zweterige actie, westerndorpjes en doorgroefde
karakterkoppen tekent, hebben velen proberen na
te bootsen. Toch mag ook de input van de Belgische
scenarist Jean-Michel Charlier niet
onderschat worden. Met veel gevoel voor achtergrondhistoriek,
het uitstippelen van alle soms door elkaar lopende
intriges en een lef voor donkere verhalen was hij
een stuwende kracht om van Blueberry een nog steeds
moderne antiheld te maken. Het was een geniaal auteursduo
dat dit tweeluik en bij uitbreiding de complete
reeks Blueberry tot een voor altijd onwrikbaar
monument van de negende kunst heeft gemaakt.
Akkoord, de teksten mochten gerust bondiger. Met
alle verschillende partijen die interesse betonen
voor een mysterieuze goudmijn op een gevaarlijke
locatie moet er regelmatig worden stilgestaan om
de situaties en de evoluties te evalueren. Blueberry
en zijn kornuit Jimmy McClure, twee premiejagers,
de Duitse goudmijneigenaar Prosit, een zogezegd
spook en ook nog Apache-indianen op de loer zijn
meer dan voldoende personages om het verhaal op
te bouwen. Het schattenjachtverhaal is gebaseerd
op een boek dat Giraud had gelezen. Bovendien bestaat
er ook een legende van een verborgen goudschat van
een Nederlander. In de Amerikaanse editie van het
Blueberry-verhaal is Werner Amadeus von
Lückner alias Prosit een Nederlander die in
zijn moederstaal vloekt. Deze info staat niet in
het voorafgaande dossier in kleur, maar het artikel
dat je wel kan lezen schetst een overzichtelijk
beeld van de westernreeks. Op het eind staan nog
enkele pagina's met coverreproducties, parodieën
van Morris en Manu Larcenet
en hommages van François Boucq
die met zijn Bouncer nog het dichtst in
de buurt komt van de kwaliteiten van Blueberry.
De grote aantrekkingskracht van deze sublieme, groot uitgevoerde
uitgave zijn de opnieuw ingescande originelen van
Giraud die in zwart-wit zijn afgedrukt. Het valt
op hoe vol Giraud zijn platen tekende. Een oppervlakkige
doorbladering van het album doet je de weg verliezen.
Enkel de scènes die zich in de woestijn afspelen
zijn een rustpunt voor het oog. En net daar maakt
Blueberry zijn kwalijkste momenten mee. Maar niemand
zal ontkennen dat de rijkdom aan detail net uitnodigt
om te blijven kijken naar de manier waarop hij kleerplooien,
baardgroei, rotspartijen, stof en vuil, gosh,
alles eigenlijk, in beeld brengt.
In het realistische genre zit Giraud als tekenaar
nog steeds op de eretribune. Jammer dat de verfilming
van dit tweeluik op een dikke sof uitdraaide door
de zweverige, sjamanistische toon. Een monument
van de zevende kunst is het helaas niet geworden.
>
DAVID STEENHUYSE --- augustus 2011
|
|